Voorafgaand aan het 10e Drèents Liedtiesfestival

Jolien winnaar DLF21 Foto stichting Reur
Zaterdag wordt in Emmen de finale gehouden van het tiende Drèents Liedtiesfestival. Jolien Woning- Dijkstra, vorig jaar winnaar, is erbij.

Uiteraard bewaart ze goede herinneringen aan de vorige finale. Omdat het coronatijd was en er voor muzikanten weinig te doen was. “Om dan weer op het podium staan, met collega’s, met professioneel licht en geluid. Heerlijk. Winnen was als een kers op de taart.”

Het was de derde keer dat Jolien aan het festival deelnam. Eerder trad ze op als achtergrondzangeres bij finalist Lusanne Boes. In 2019 deed ze solo mee met Wat west hef, een nummer met een trance-geluid. Het winnende lied van 2021, Vuul, schreef ze met Hilko Stoffers, Erik Koerts en Robert Muilwijk. "Het maken had een lange aanlooptijd. Het kwam niet in ons op dat we ermee zouden kunnen winnen.”

Na de finale ging de coronapandemie weer gewoon door. Veel optreden met het winnende lied was daardoor lastig. Ter compensatie werd de studio opgezocht. Eerst om een volwaardige versie van Vuul op te nemen – de demo was tijdens haar zwangerschap op halve adem opgenomen – en een videoclip te maken. Daarna voor Wat zou ik zeggen dan, een duet met Steernvanger-zanger Dion Bouwes.

Jolien (Westerbork, 1990) zingt sinds haar zestiende, vooral in coverbands. Zelf schrijven doet ze sinds 2019. Haar eerste twee composities waren in het Drents. "Vuul was oorspronkelijk bedoeld als Nederlandstalig, maar in mijn kop zat een tekst in het Drents”, vertelt ze. "Best vreemd, want ik ben niet Drentstalig opgevoed. Ik heb het geleerd door naar mijn ouders en vooral mijn grootouders te luisteren.”

Wat het Nedersaksisch kan betekenen, ontdekte ze relatief laat. "Ik heb een tijdje in het Westen gewoond, daar merkte ik het aan mijn gebruik van uitdrukkingen die door anderen niet werden begrepen, bijvoorbeeld dat koekjes slof kunnen zijn. Het Drents is prominenter dan ik dacht. Nu ik een dochter heb, ga ik er bewuster mee om. Ik zou het leuk vinden als ook zij er iets van oppikt.”

Een blijvend gebruik van het Drents kan dan helpen, niet alleen gesproken, maar ook geschreven en gezongen. "Het is goed dat er zoiets bestaat als het Liedtiesfestival”, zegt ze. "Moderne muziek zorgt ervoor dat de Drentse taal aantrekkelijk blijft om naar te luisteren. Als je hoort wat de afgelopen jaren allemaal voor het festival is gemaakt… Zonde als de wereld daar niet mee in aanraking komt.”

Normaliter reizen winnaars van het Drèents liedtiesfestival naar Italië, waar jaarlijks in Udinese het internationale streektaalmuziekfestival Suns Europe wordt gehouden. Die tweede kers ontving Jolien door de pandemie niet. Maar de derde krijgt ze zaterdag. "Als na de optredens de stemronde aanbreekt, mogen we drie nummers spelen. Daarna mag ik de prijs uitreiken. Superleuk.”

Finale 10e Drèents Liedtiesfestival, zaterdag 1 juli in het Atlas-theater in Emmen. RTV Drenthe zendt vanaf 19.30 uur een live-registratie uit.


Mindere dichters zijn allercharmantst

– “Die goede Basil. Ik heb hem de gehele week nog niet gezien. Het is niets lief van me, want hij heeft me mijn portret gezonden in een prachtige lijst, door hemzelf ontworpen, en hoewel ik wel een beetje jaloers ben van dat portret, dat een hele maand jonger is dan ik, moet ik bekennen, dat het mij toch aangenaam aandoet ... Misschien is het toch maar beter, dat jij hem schrijft. Ik zie hem liever niet alleen. Hij zegt dingen, die mij hinderen. Hij geeft me altijd goede raad.”

Lord Henry glimlachte. “De mensen houden ervan juist dat weg te geven, wat ze zelf het meest nodig hebben. Ik noem dat overmaat van edelmoedigheid.”

– “O, Basil is een goede vent, maar voor mij heeft hij iets van een Filistijn. Sinds ik jou ken, Harry, heb ik dat uitgevonden.”

“Mijn beste jongen, Basil legt al het moois, dat hij heeft, in zijn werk. Bijgevolg blijft er niets over voor het leven dan zijn vooroordelen, zijn principes en zijn verstand. De enige artiesten, die ik gekend heb met persoonlijke charmes, waren slechte artiesten. Goede artiesten bestaan alleen in hetgeen zij voortbrengen, en zijn dus bijgevolg alleronbeduidenst als mens. Een groot dichter, een werkelijk groot dichter is het meest prozaïsche van alle schepsels. Maar mindere dichters zijn allercharmantst. Hoe slechter hun rijm is, hoe schilderachtiger, zij er zelf uitzien. Alleen het feit een boek uitgegeven te hebben met sonnetten van de tweede soort, maakt een man onweerstaanbaar. Hij leeft de poëzie, die hij niet uiten kan; anderen uiten de poëzie, die zij niet tot werkelijkheid durven maken.”

Oscar Wilde, Het portret van Dorian Gray – hoofdstuk 4


Haalt Anton de Kom na de canon van Nederland ook de literaire canon?

Anton de Kom
Via de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde ontving ik een verzoek om de Canonenquête 2022 in te vullen. “Welke boeken doen er écht toe? Praat mee over de Nederlandstalige literaire canon. Deze enquête van dertien vragen kost je ongeveer 10 minuten.”

Dat werden er dus meer, zowel wat betreft vragen als minuten. Want ik mocht ook mijn geslacht en leeftijd in vullen, en mijn hoogste laatst voltooide opleiding en een vraag beantwoorden over mijn werkzaamheden en aanvinken of ik op de hoogte gehouden wilde worden. Wellicht volgt er nog een onderzoekje naar hoe ik het invullen heb ervaren.

Wat de meeste tijd vergde, was het bedenken welke titels en auteurs ík tot de canon vind behoren. Daarbij stelde ik mezelf weer eens teleur.

Veel verder dan de gebruikelijke namen – Multatuli, Nescio, Wolff & Deken en een aantal schrijvers die anoniem wensten te blijven – kwam ik niet. Of toch: eentje. Ik futselde er een auteur van jeugdboeken tussen. Dat was voor mijn beurt, want de vraag of kinder- en jeugdliteratuur een plek verdient in een Nederlandstalige literaire canon kwam pas later aan de orde.

In de uitnodiging werd gemeld dat ‘eens in de zoveel tijd de discussie oplaait over de Nederlandstalige literaire canon’. En ook of ‘iedereen zijn klassieken hoort te kennen’ en of ‘het noodzakelijk is dat middelbare scholieren de belangrijkste Nederlandstalige literaire teksten lezen’. Deze vragen zouden in 2002 zijn beantwoord middels een canonenquête van stichting DBNL. De uitkomst daarvan was alsvolgt:

  1. Multatuli, Max Havelaar (1860)
  2. [anoniem, Willem] Van den vos Reynaerde (13de eeuw)
  3. Gerard Reve, De avonden (1947)
  4. Joost van den Vondel, Gysbreght van Aemstel (1637)
  5. W.F. Hermans, De donkere kamer van Damocles (1958)
  6. Nicolaas Beets (Hildebrand), Camera obscura (1839)
  7. [anoniem] Beatrijs (midden 13de eeuw)
  8. [anoniem] Karel ende Elegast (einde 12de eeuw)
  9. W.F. Hermans, Nooit meer slapen (1966)
  10. P.C. Hooft, Lyriek [w.o. liederen, sonnetten]

De nieuwe uitkomst, die in oktober wordt gepresenteerd in de Week van het Nederlands, zal iets anders zijn. Dat leid ik af van provocaties als ‘Ook niet-geschreven teksten (spoken word, liedjes) kunnen onderdeel zijn van de canon’, ‘Een Nederlandstalige literaire canon moet streven naar genderdiversiteit’ en ‘Auteurs van verschillende culturele achtergronden moeten vertegenwoordigd zijn in de canon’.

Wat zal blijven, is de discussie in hoeverre de canon moet leiden tot een verplichte leeslijst voor scholieren en hoeveel titels die lijst moet tellen. Grote kans zelfs dat die discussie meer aandacht genereert dan dat lezers zullen grijpen naar een boek van, zeg, de antikoloniale schrijver, activist en verzetsheld Anton de Kom. Die het vorig jaar al tot de canon schopte, een andere canon.


Wat is nu eigenlijk hét poppodium van Drenthe?

Tangarine in Victorie 2021-60
Ruim twee jaar geleden werd Het Podium in Hoogeveen door het Fonds Podiumkunsten een status als kernpodium-C  toegekend. Met deze felbegeerde status krijgt Het Podium de mogelijkheid én ondersteuning vanuit het Fonds om meer Nederlands poptalent te programmeren, meldde Dagblad van het Noorden destijds.

Ik moet hieraan denken omdat theater De Tamboer, het moederbedrijf van Het Podium, los van elkaar twee persberichten stuurde waarin twee festivals worden aangekondigd. Het is eerste is de negende editie van een singer-songwriterfestival op 5 maart. Het tweede is de eerste editie van Drenthe Live festival op 6 maart.

Heel mooi en goed al die levendigheid, zeker na de lange coronastilte. Maar het opmerkelijke is dat de festivals niet in Het Podium aan de Schutstraat worden gehouden, maar in De Tamboer aan de Hoofdstraat. Wie heeft er hier nu die felbegeerde status als kernpodium-C van het Fonds Podiumkunsten?

Dat geschreven hebbende, tijdens het singer-songwriterfestival treden Ruben Annink, Tamar en Mooneye op, naast een singer-songwriter die op basis van publieksstemmen wordt gekozen via de Facebookpagina van De Tamboer: Lisa Ploeger, Jildou Bakker, Faisal Benmhammed, Max van der Schoor of Skyline Avenue.

Op het affiche van het Drenthe Live Festival staan de namen van Tangarine, Hannah Mae, ISZA en Aosem. Beloofd wordt 'een sfeervol, intiem festival met het allerbeste van Drentse bodem'. Tangerine treedt overigens een week later, 12 maart, opnieuw op in Hoogeveen. Dan wel in Het Podium. Kaarten zijn te koop via detamboer.nl.


De kunstenaar in een neoliberalistisch systeem

Het Resort MidstreamOnder de noemer Midstream organiseert kunstpodium Het resort op 4 maart in Groningen een seminar over 'de precaire situatie van kunstenaars in de maatschappij'. Het seminar is niet alleen interessant voor kunstenaars, maar mogelijk ook voor diegene die in of voor de (beeldende) kunst sector werkt. Uit een begeleidend persbericht:

"Hoe kan de kunstenaar macht toe-eigenen in een neoliberalistisch systeem, waarin de focus op publiekscijfers en -opinies groter lijkt te worden en ze veelal afhankelijk zijn van instellingen en overheden voor inkomsten? Hoe kunnen kunstenaars een weg vinden in het systeem en hoe zetten ze deze naar eigen hand? 

Om te begrijpen wat de huidige stand van zaken is, is het belangrijk te kijken naar hoe we op dit punt zijn gekomen. Het programma begint met een lezing door Sepp Eckenhaussen van Platform BK. De nadruk ligt op 1. Een historische analyse van het sociale kunstbeleid in NL na WOII, 2. De transformatie van het begrip autonomie tijdens de opkomst van de creatieve industrie en 3. Drie principes voor nieuwe organisatie, verdienmodellen en beleid voorbij precariteit.

Het programma gaat daarna verder met twee panelgesprekken waarin zowel kunstenaars als onderzoekers/journalisten aan het woord komen en wordt vervolgd met vier verschillende workshops. De moderator van de dag is Mirthe Berentsen (schrijver, journalist en beleidsadviseur voor o.a. Boekmanstichting, Raad voor Cultuur)."


Eerst Govert Buijs, daarna Joke Hermsen naar Assen

Waarom werken we zo hard Govert BuijsGovert Buijs geeft 14 februari, vandaag dus, in Podium Zuidhaege in Assen een lezing getiteld Waarom werken we zo hard? Op weg naar een economie van de vreugde. Buijs is politiek filosoof en hoogleraar maatschappelijke en economische vernieuwing aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Citaat uit een persbericht van filosofisch café De Verdieping, organisator van de bijeenkomst:

"De economie van de vrije markt staat, of we het willen of niet, centraal in ons leven. Toch beginnen de nadelige effecten ervan – zoals burn-outs, de groeiende kloof tussen arm en rijk en klimaatverandering – ons steeds harder te raken. Als alternatief stelt Govert Buijs ‘een economie van de vreugde’ voor, een wereld waarin de economie de mens dient in plaats van andersom."

Aanvang is 19.30. Entree tien euro; jongeren vijf euro. Aanmelden via deverdieping2011@gmail.com

#

Een paar dagen later, donderdag 17 februari, geeft Joke Hermsen in kunstruimte Campis, ook in Assen, een lezing getiteld Ogenblik en eeuwigheid. Meer tijd voor de kunst. Hermsen is schrijfster en filosofe en geeft lezingen en interviews over maatschappelijke onderwerpen.

Citaat uit een persbericht van het onlangs geopende podium voor hedendaagse kunst:

"We leven vandaag de dag op gespannen voet met de tijd, en die doet onrust, angst en onzekerheid toenemen. Een heden dat ons te nauw omsluit, laat geen ruimte meer voor verbeelding. Hermsen laat zien wat de rol van kunst hierin kan zijn, en neemt je mee in het moment tussen ogenblik en eeuwigheid."

Aanvang ook hier 19.30 uur. Entree 5 euro.


Bavink en Koekebakker bij zee

Zeegezicht (1909) Piet Mondriaan
"Ik moet schilderen. Een lolletje is 't niet. Wat zei-di ook weer?"

"Wie?" vroeg ik.

"Die vent in dat boek, wat zei-di ook weer dat kunstenaars waren?"

"Gebenedijden, Bavink."

"Weet je wat ik denk, Koekebakker? Dat 't dezelfde vent is, die de spoorboekjes gemaakt heeft. Daar heb ik ook nooit iets van begrepen, hoe iemand dat kon. Gebenedijden... God is overal? Of niet, Koekebakker? Dat zeggen ze toch?"

Ik knikte. De duisternis begon nu overal uit 't water te klimmen, in 't noordwesten hield de kim nog wat gelige en groenige gloed, boven onze hoofden trok 't laatste licht weg. Wolken waren er niet.

"Dus hij is overal," zei Bavink. "Daar en daar en daar." Met uitgestrekte arm wees hij om ons heen. "En daar achter die zee, in 't land dat wij niet zien. En daar, bij Driehuis, waar de booglampen staan. En in de Kalverstraat. Ga eens met je rug naar 't water staan en luister. Kan jij eruit blijven?"

"Waaruit?"

"Uit die zee?" Ik knikte van ja, dat kon ik best.

"Ik nauwelijks," zei Bavink. "'t Is zoo raar dat weemoedige geluid achter je. 't Is net of zoo'n zee wat van me wil. Daarin is God ook, God roept. 't Is waarachtig geen lolletje, overal is-i. En overal roept-i Bavink. Je wordt mal van je eigen naam, als-i zoo dikwijls geroepen wordt. En dan moet Bavink schilderen. Dan moet God op een brokkie linnen met verf. Dan roept Bavink "God." En zoo blijven ze mekaar roepen. Voor God is 't een spelletje, die is oneindig en overal. Hij roept maar. Maar Bavink heeft maar éen dom hoofd en één domme rechterhand en kan maar aan één schilderijtje te gelijk werken. En als-i denkt dat-i God heeft dan heeft-i linnen en verf. Dan is God overal, behalve waar Bavink 'm hebben wil."

Uit: Titaantjes van Nescio, hoofdstuk VII


Het raadsel van de witte port-flessen

Witte portflessen Weerdingerstraat
Omdat wij in een rustige wijk wonen, rustig naar Drentse maatstaven, zit de opschudding in het kleine. Zo is er al enige tijd op de buurt-app 'iets te doen' over zwerfvuil.

Het begrip zwerfvuil is misschien niet helemaal van toepassing, want het betreft zorgvuldig geplaatste, lege witte port-flessen  aan de voet van een boom aan de Weerdingerstraat. Iedere avond komt er een bij. Na enige tijd verdwijnt het rijtje flessen, wellicht dat een buurtbewoner ze naar de glasbak honderd meter verderop brengt, en wordt het weer rustig op de app.

En dan begint het ritueel opnieuw. Na iedere avond een fles, steeds witte port. De ene keer van het merk Sea lord, de andere keer Patricio. Volgens internet worden beide merken verkocht bij de Aldi. 

Volgens beschrijvingen op datzelfde internet, zelf drink ik geen port, heeft de drank van Sea Lord een fruitige en frisse lichtzoete smaak en kost een fles een euro of 5. De Patricio is iets goedkoper – 4 euro 80 – maar veel beter omschreven: strogeel van kleur met aroma’s van bloesem, appel en peer.

Vreemd is dat flessen worden leeggedronken of neergezet met zicht op de Jumbo aan de overkant van de straat. Daar verkopen ze eveneens witte port: Argent Sweet White Premium, 3 euro 40 voor een fles 'speciaal geselecteerde wijn met een delicate, zoete en warme smaak'.

Vreemd is ook dat sommige etiketten gehavend zijn, die van de Patricio zijn in een beginstadium van losgepeuterd. Waardoor het is alsof het ene merk witte port de drinker meer op de zenuwen werkt dan de ander.