Bij ‘Een vleug Jugendstil in Oost-Groningen’ in het Veenkoloniaal Museum

Jugendstil in Oost-Groningen
Wie van Jugendstil of Art Nouveau houdt, weet wellicht de weg in steden als Barcelona, Brussel, Riga en Den Haag. Maar wie goed zoekt en kijkt, kan ook dichter bij huis op straat en achter gevels de kunstopvattingen van rond 1900 aantreffen.

In 1910 werd architect Geert Jan Siccama (1885 – 1929) gevraagd in het lintdorp Wildervank een winkelpand aan de Nijverheidsstraat uit 1872 te verbouwen. Zijn opdrachtgever, middenstander Engel Ketel, had rond 1900 als verkoper van manufacturen en confectie tijdens economische bloei in de streek goede zaken gedaan.

Siccama was een man van zijn tijd, moderner dan zijn vader, die ook architect was, maar dan in Leek. Hij liet zich bij zijn ontwerp leiden door de mode en mogelijkheden van de tijd. En het mocht wat kosten, dus hij leefde zich uit met fraaie lambriseringen en bijpassend glas-in-lood. Pronkstuk werd de gevel in hoefijzervorm. Bij oplevering oogde de vernieuwde winkel binnen en buiten als een pareltje.

Nijverheidsstraat Wildervanck

Schoonheid duurt doorgaans even. In de jaren dertig ging het mooie er een beetje vanaf. Ketel deed zijn winkel uiteindelijk over aan zijn zoon, die de deuren alleen nog opende op verzoek van vaste klanten. Later werd door nieuwe eigenaren alleen de etalage nog gebruikt. Dat veranderde toen ‘pand Ketel’ werd gekocht door de huidige eigenaren, die sindsdien aan het restaureren zijn geslagen.

Oost-Groningen telt tientallen gebouwen zoals die aan de Nijverheidsstraat in Wildervank. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar de nu zo geliefde Jugendstil is een tijd uit de mode geweest. De in 2019 overleden Fred Ootjers wist in de jaren tachtig op het nippertje te voorkomen dat in Veendam het voormalige kantoor van AVEBE zou worden gesloopt – op het gemeentehuis had niemand van Jugendstil gehoord. Daarna probeerde hij veel meer te redden.

Zijn inspanningen hebben geleid tot een uitstekende tentoonstelling in het Veenkoloniaal Museum te Veendam. Met veel foto’s, maar ook keramiek, kleding, meubels, boekbanden, affiches en decoraties (muurisolatie door beschilderd strokarton!) wordt in herinnering geroepen dat de moderne stijlopvattingen van rond 1900 ook op het platteland zijn omarmd en toegepast. Niet zo uitbundig als in de rijkste steden misschien, soms verdund, maar met ontegenzeggelijk mooi resultaat.

‘Een vleug Jugendstil in Oost-Groningen’ is tot en met 2 juli te zien in het Veenkoloniaal Museum, Museumplein 5 in Veendam. De catalogus is gemaakt door Hendrik Andries Hachmer.


De appelboom van Rutger Kopland is nu een bureau (en te zien tijdens Poetry per tutti)

Rutger Kopland bureau

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

Zo begin het gedicht Onder de appelboom uit de bundel Onder het vee (1966) van Rutger Kopland. Die appelboom stond na het overlijden van ‘Kopland’ in de tuin van een van zijn dochters. Tot hij omwaaide en naar meubelmaker Peter van Eijsden in Haren is gebracht om er een bureau van te maken.

Vandaag is de appelboom van Kopland in Forum Groningen te bewonderen tijdens Poetry per tutti, een avond met gedichten en dichters. Aanvang 19.30 uur. Na afloop verhuist het bureau naar de dochter.

Voor het volledige gedicht klik hier. Voor meer over Poetry per tutti klik daar.


Roosbeef opent concertreeks 5-jarig bestaan podium Vegafabriek Kolderveen

Roosbeef band  © Felix Baumsteiger
Post van de mensen achter De Vegafabriek in Nijeveen, voorheen een kijkplek voor hedendaagse beeldende kunst en daar weer voor de coöperatieve zuivelfabriek De Venen. Het podium aan de Kolderveen 26 bestaat vijf jaar en viert dat met een concertreeks die zondag 29 januari wordt afgetrapt door Roosbeef en haar band (foto Felix Baumsteiger).

Het toeval wil dat Roos Rebergen net een nieuw album uit heeft, Zomer in Nederland. Volgende maand gaat ze ermee op tournee. Het optreden in Nijeveen, dat medemogelijk wordt gemaakt door de Muziekcoöperatie Meppel, is derhalve een try-out. Aanvang 20.30 uur. Tickets zijn verkrijgbaar via www.devegafabriek.nl. Later volgen concerten van Litzberg (18 februari), Remy van Kesteren (11 maart), Loupe (1 april) en Freez (13 mei).


Met het stijgen van de zeespiegel groeit voorbij Amersfoort het zelfvertrouwen  

Sander Schimmelpenninck
Sinds zijn column ‘Het platteland lijkt ontnuchterd, de plattelanders de schaamte voorbij’ lees ik met extra belangstelling de stukjes die Sander Schimmelpenninck langs de eindredactie van de Volkskrant weet te krijgen. Maandag werd die interesse beloond met een column onder de kop ‘De waarheid is dat het verschil tussen stad en platteland in Nederland erg klein is’. 

Fascinerend om te zien hoe sommige opiniemakers zich ontwikkelen.  

De crux zit dit keer in de volgende alinea: 

‘We hebben sinds de Tweede Wereldoorlog in onze ruimtelijke ordening ingezet op middelgrote steden, rijtjeshuizen en Vinexwijken, waardoor ons land een lappendeken van bebouwing is. We hebben geen échte steden, maar ook geen écht platteland. Het is net niks, in alle eerlijkheid. Daar voelen de meeste Nederlanders zich prima bij, maar het maakt wel dat de kloof tussen stad en platteland weinig meer is dan sensatiezoekerij van rechtse media.’ 

Net niks is bedoeld als grapje. De opmerking dat er geen échte steden en écht platteland bestaan in Nederland is alleen correct als je een échte stad definieert als een plek waar tientallen miljoenen mensen opeengepakt in beton en asfalt leven en werken en het échte platteland ziet als plek waar in het groen helemaal niets gebeurt. Een soort China, maar dan aan de Noordzee. 

Dè kloof bestaat niet, inderdaad. Je kunt niet allerlei regio’s op een hoop gooien en vervolgens tot platteland zonder steden bombarderen, minderbedeeld en verongelijkt. Dat wil zeggen: het kan wel, vrijheid van meningsuiting et cetera, maar het doet geen recht aan de werkelijkheid. 

Tegelijkertijd bestaan er wel verschillen, her en der. Die verschillen zijn soms verontrustend groot – lees het boek Een klein land met verre uithoeken van Floor Milikowski erop na. 

Ronduit vreemd is de oproep van Schimmelpenninck dat ‘het Nederlandse platteland, of wat daarvoor doorgaat, eens wat aan zijn minderwaardigheidscomplex zou moeten doen’. Welk minderwaardigheidscomplex wordt hier bedoeld? Laatst hoorde ik iemand beweren dat het zelfvertrouwen voorbij Amersfoort groeit naarmate de zeespiegel stijgt. 

Het lijkt erop dat Schimmelpenninck het in zijn sensatiezoekerij scoringsdrift – weer eens – slordig heeft geformuleerd. 

Waar hij bedoelt dat sommige mensen (Marga Bult, Caroline van der Plas) moeten ophouden in talkshows te doen alsof ze spreken namens de naamlozen met het gevoel dat zij, die naamlozen, door makers van de nationale televisie onvoldoende worden gehoord, had hij er beter aan gedaan te vertellen hoe goed het is als iemand onder de titel Sander en de kloof een televisieprogramma maakt waarin de vermogens- en kansenongelijkheid in ons land aan de kaak wordt gesteld.

Dat van het groeiende zelfvertrouwen door de stijgende zeespiegel kwam mij voor als een prikkelende gedachte. Stof voor een column. Geen een waar Friezen en Zeeuwen het mee eens zullen zijn. 


Op zoek naar winnaars van de Dagblad van het Noorden Streektaalprijzen

202204104987
Ter voorbereiding op de mogelijke uitreiking van de Dagblad van het Noorden Streektaalprijzen probeer ik in kaart te brengen wat afgelopen jaar zoal aan 'streektaalproducten' is verschenen. Nu kan het zijn dat ik niet goed zoek, en daarbij is het jaar nog niet om, maar de oogst valt mij tot dusver kwantitatief tegen:

Letteren

  • Aagje Blink – Verleuren (Het Drentse Boek)
  • Ria Westerhuis – Dwaalstroom (Het Drentse Boek)
  • Andries Middelbos –  Knooien in ’t duuster (Het Drentse Boek)
  • Leny Hamminga – De hunzeman (Het Drentse Boek)
  • Jenny Anna Linde – Golden vissies (Het Drentse Boek)
  • Gerard Stout – Episode 18 (Ter Verpoozing)
  • Fre Schreiber – Dolle Jonker (fcschreiber@hetnet.nl)
  • Ingeborg Nienhuis – Hoeze Toenbaauw (Uitgeverij Vliedorp)
  • Hans Katerberg – Het boek van de psalms (Huus van de Taol)
  • Jennie Lambers–Niers – Ezechiël & Daniël (Huus van de Taol)
  • Alex Vissering – Vogelwies (vissering@wxs.nl)
  • Renko Sipkes/Eppo Scheltens – Kind oet t loeg (fcschreiber@hetnet.nl)

Muziek en anders

Alex Vissering – Vogeltjesman (vissering@wxs.nl)

Mijn verwachtingen zijn altijd te hoog, ik weet het, ik raad het iedereen af. Dit keer waren ze extra hoog, omdat ik het afgelopen jaar het ene na het andere boek zag verschijnen. Cijfers kan en wil ik niet overleggen, maar naar mijn beleving is er meer gepubliceerd dan ooit. Vooral Nederlandstalig, als gevolg van het coronatijdperk, vermoedelijk.

Als het gaat om het Drents, het Gronings en het Stellingwerfs, de Nedersaksische varianten die binnen het verspreidingsgebied van mijn krant worden gebruikt, merk ik niets van een coronapiek. Eerder krijg ik de indruk dat er veel Nedersaksische auteurs op het Nederlands zijn overgestapt. Of doodgegaan, dat behoort tot de mogelijkheden tijdens een pandemie.

De gevolgen van de vleermuispest zijn zeker merkbaar in de muziek. Tot dusver heb ik nauwelijks tot geen albums met Nedersaksische zang kunnen vinden. En dan heb ik het niet over cd’s, maar over een samenhangende reeks muziekstukken die via streamingsdiensten verspreid kunnen worden. Het lijkt erop dat bijna niemand tijdens corona een geluidsstudio heeft geboekt om een potje Nedersaksisch te gaan zingen. Dat is begrijpelijk, maar vooral jammer.

Dit alles mag, nee, moet gelezen worden als een oproep. Wie een streektaaltitel onder de aandacht van de deskundige jury onder leiding van Eric van Oosterhout wil brengen, wordt bij deze van harte uitgenodigd dat te doen en zijn, haar of diens gedroomde winnaar aan te geven via streektaalprijs.dvhn@mediahuisnoord.nl. Aanmelden kan tot 1 februari.

Voor een eerdere verzuchting en een overzicht met vorige winnaars zie dit bericht. Voor het reglement zie daar. Op de foto hierboven Tonko Ufkes, Johan Veenstra, Martien Koster en Dagblad van het Noorden-hoofredacteur Evert van Dijk tijdens de prijsuitreiking vorig jaar in Roden. 


Lukas 2: 1 – 7

Geboorte van Christus Cornelis Bloemaert (1603 1692)
En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrië stadhouder was. En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad.

En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, (omdat hij uit het huis en geslacht van David was) om beschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was.

En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.


‘Een enorme worsteling. Iedereen is in de war.’ De krant blijft een afspiegeling van de samenleving

LaatsteVrijdag
Wegens oplopende kosten, onder meer door de gestegen prijs voor papier, heeft de hoofdredactie van de grootste kranten van Noord-Nederland besloten tot een aantal bezuinigingsmaatregelen. Omrop Fryslan berichtte er eind november al over. Het schrappen van de cultuurbijlage van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant is er daar één van. Vandaag, vrijdag, is de laatste verschenen.

De ingreep gaat gepaard met een herindeling van pagina's en de invoering van een andere manier van werken voor de cultuurredactie waarbij de nadruk nog meer op berichtgeving voor de website komt te liggen. Tijden veranderen, de toekomst heet digitaal te zijn. Nu het aantal abonnees van de papieren krant daalt, is het nog noodzakelijker dat het aantal digitale abonnees verder stijgt.

Uiteraard blijft de redactie de in kunst en cultuur geïnteresseerde lezer in Drenthe, Friesland en Groningen bedienen. Iemand moet het doen, de websites van onze kranten zullen het als eerste laten zien. Voor wie liever – of ook – vanaf papier leest, is en blijft er de dagkrant. Daarnaast wordt op zaterdag in het katern MEER vanaf 1 januari aandacht geschonken aan voor cultuur- en lifestyle.

Wat dit alles betekent, is niet eenvoudig op deze plek concreet te maken. Verwacht meer van ‘dit’ en minder van ‘dat’. Meer service-gerichte kopij, minder recensies. Meer stukken die op maat gesneden zijn voor (premium)abonnementhouders en aanlopende lezers. Minder tekst voor de knipseldienst van gesubsidieerde culturele instellingen. Wat blijft is dat de inhoud van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant het resultaat zal zijn van een permanente discussie tot na de deadline.

Ondertussen in de allerlaatste bijlage, naast meerdere boek- en filmrecensies plus Dirk van Weelden dankzij John Heymans over Gerrit Krol, onder meer het verslag van een rondetafelgesprek met vijf deskundigen over de veronderstelling dat kunst en cultuur een te ondergeschikte positie in de samenleving bekleden en te weinig op waarde worden geschat.

Een van de deelnemers, hoogleraar cultuur en cognitie Barend van Heusden, zegt in dat stuk dat hij niet gelukkig is met het in een adem noemen van kunst en cultuur. Het begrip cultuur is zo breed, daar past lifestyle honderd maal in, en kunst ook, maar toch weer niet. Speciaal voor de liefhebber zegt Van Heusden ook nog dit:

‘Kunst in brede zin was altijd gekoppeld aan een bepaalde wereldvisie: katholiek, protestants, liberaal, socialistisch. Tot de jaren zestig drukte kunst de verzuiling uit. Toen dat minder werd, kreeg je een democratisering waarbij de relatie met een bepaald wereldbeeld niet langer vanzelfsprekend was. Het wereldbeeld raakte gefragmenteerd. Mensen herkennen zich niet meer in de traditionele kunst.

Volgens mij moet het kunstbegrip anders worden ingevuld. Niet meer als uitdrukking van een bepaalde waarde, maar in termen van functies. Kunst is niet veranderd. De vraag wat kunst precies doet, moet beantwoord worden. Vroeger hoefde dat niet, omdat kunst automatisch gekoppeld was aan een bepaalde waarde. Nu is de vraag: waarvoor is het?

Kunst is vormgeven via de verbeelding aan je ervaring. Die ervaring is na de ontzuiling voor iedereen verschillend. Daardoor kun je niet langer zeggen: dit is kunst en dat niet. Kunst is dat wat voor jou vormgeeft aan een ervaring. Dat doet geen enkele andere vorm van cultuur en daarom is het ontzettend belangrijk. Het geeft je greep op je identiteit en bestaan.

We zitten in een transitiefase. We beginnen nu te ontdekken wat kunst is. Daarvoor hoefde dat niet, omdat het ons verteld werd. Dat is een enorme worsteling. Iedereen is in de war.’

Ja, de krant is en blijft een afspiegeling van de samenleving.


De Willibrord Frequin Award, een begerenswaardige oeuvreprijs in de Noord-Nederlandse journalistiek

Willibrord Frequin Award
Afgelopen zaterdag werden tijdens de jaarlijkse redactieborrel van Dagblad van het Noorden in Groningen de bijbehorende jaarlijkse prijzen voor journalisten uitgereikt. Daar was ik dit keer niet bij. Wegens omstandigheden. Ik maakte daardoor niet mee dat ik in de prijzen viel. En het was niet eens de minste: Willibrord Frequin Award, een wisselbokaal, maar bovenal een begerenswaardige oeuvreprijs in de Noord-Nederlandse journalistiek.

Dankzij Elsbeth Deutjes, schoonmaakster van wandelgangen met kringen bij bronnen in de nabijheid van zegslieden, ingewijden en woordvoerders van wie de echte naam bij de redactie bekend is, heb ik gelukkig de hand weten te leggen op het juryrapport:

“Ze hebben het moeilijk, de kunsten. De zalen lijden nog altijd onder de naweeën van corona. De krant is solidair met de zalen. Wij doen ook minder aan kunst. Nog even en het is gedaan met de wekelijkse cultuurbijlage. Omdat iedereen zo graag pakjes laat thuisbezorgen en terugstuurt, is er wereldwijd gebrek aan papier en dus geen gebrek aan prijsstijgingen.

En als er te weinig geld is, dat weten we allemaal, dan zijn de kunsten klos.

We hebben het natuurlijk over de papieren krant, dat zou misschien niet moeten, maar dat is nog wel de plek waar de kunsten het gemakkelijkst te vinden zijn. En nog worden opgezocht. Online scoren moord en verkrachting een stuk beter dan een voorstelling, gedicht of muziekstuk.

Als je niet schiet kun je niet scoren, sprak Johan Cruijff. En als je niet scoort kun je ze wel schieten, zeggen wij erachteraan.

De ingreep is vervelend voor de kunstlezer en frustrerend voor de kunstschrijver. Daar hebben we goeie van. De jury wilde er eentje uitlichten. Hij is al decennia een stabiele factor met een enorme inzet en een dito reeks producties over onderwerpen die het hele kunstveld beslaan. Van disco tot dichtwerk. Alles wat hij schrijft is hyperleesbaar, verklarend, begrijpelijk, permanent van hoog niveau en bovendien krankzinnig veel. Hoogste tijd voor de Willibrord Frequin Award, de oeuvreprijs.

De jury maakt zich wat zorgen over het ontbreken van nachtrust bij de winnaar. Of hij beschikt over het vermogen om te kunnen lezen en slapen tegelijk. Naast al dat werk voor de krant knalt hij er ook nog een doorwrocht blog uit, produceert tussendoor nog even een boek en presenteert hij maandelijks met Annette Timmer De Literaire Hemel in café De Amer.

De winnaar die toen nog niet wist dat hij de winnaar was, meldde zich donderdag af voor deze avond. Hij moet werken. Vanzelfsprekend. Bovendien, en dat is toch iets om bij stil te staan, voegde hij er aan toe, verwijzend naar het schrappen van de cultuurbijlage: ‘Ik ben nu tóch het zonnetje niet’.”

Einde dit deel van het juryrapport. Daarvoor en daarna werden meer onderscheidingen toegekend.

Achteraf heb ik als trotse winnaar uiteraard de jury hartelijk bedankt voor de prachtige prijs die ik hedenmorgen in ontvangst heb mogen nemen. De overhandiger, zelf tijdens de prijzenregen getroffen door De gouden pik voor verhoging van de sfeer ter redactie, bleek de bokaal te hebben gebroken en gelijmd. Dit meld ik ook voor de notulen.

Ik draag de award op aan mijn naaste collega's zonder wie ik nooit et cetera, enzovoorts, verdomd interessant, gaat u vooral verder.


Bartje vijftig jaar later, dankzij Tom Meijers straks te zien bij RTV Drenthe

Bartje (Jan Krol) en zien moe (Jantje Weurding)
Post van RTV Drenthe, mijn favoriete regionale omroep. Het bericht vraagt aandacht voor de documentaire Bartje: De Reünie van Tom Meijers die vrijdag 30 december op televisie wordt uitgezonden. Dat is mooi voor het carbid schieten aan.

Ik citeer volgens de methode van persbureau Knip & Plak:

“Wie Bartje zegt, zegt automatisch ook 'ik bid niet veur bruune bonen'. Dit jaar is het 50 jaar geleden dat de iconische Drentse tv-serie voor het eerst op de nationale beeldbuis te zien was. Het verhaal vertelt het leven van de familie Bartels, een arm Drents landarbeidersgezin. Om het 50-jarig tv-jubileum van Bartje te vieren, maakte RTV Drenthe-verslaggever Tom Meijers een documentaire over de serie. De documentaire is op vrijdag 30 december te zien op TV Drenthe.

Bartje neemt ons mee naar precies honderd jaar geleden. Het verhaal van Anne de Vries - die het schreef in de winter van 1934-1935 - speelt zich af in 1922. In 1972 komt er een televisieserie van het boek. Bartje wordt 'wereldberoemd in Nederland' en groeit uit tot hét symbool van Drenthe.

Bartje Bartels werd gespeeld door Jan Krol. Hij vat het moraal van het verhaal in de documentaire als volgt samen: 'Hoe een jongen op het Drentse platteland volwassen wordt en zijn idealen niet verliest.' Het gezin wordt door een streek van Bartje en zijn broer 'stotter' Arie uiteindelijk uit huis gezet, waardoor zij verhuizen naar het 'Armhoes' en vader zijn baan bij de boer verliest. ‘Je ziet Bartje opgroeien van jong gluuperdie naar volwassen kerel, die samen met vriendin en geit de wijde wereld in gaat’, zegt Krol.

‘Deze aflevering heet 'Bartje: De Reünie’, zegt Meijers lachend. De vader van een oude schoolvriend van Meijers is Hans Jalving, die in de serie Bartjes broer Arie speelde. ‘Ik vroeg hem begin dit jaar of het niet een leuk idee was om vijftig jaar na dato de acteurs weer bij elkaar te brengen, voor een reünie. Tot mijn grote verbazing zei hij dat er al een reünie gepland stond, die afgelopen 14 mei heeft plaatsgevonden. Daar hebben we de documentaire om laten draaien.’

De documentaire volgt de weg van Jan Krol en Jaap Schadenberg - die respectievelijk de jonge en oude versie van Bartje speelden - Hans Jalving en Ina Dekker (Lammechien), in aanloop naar de reünie. ‘Voorafgaand hebben we interviews opgenomen met deze vier hoofdrolspelers. Ook hebben we natuurlijk tijdens de reünie gefilmd.’

De documentaire is een mix van oude Bartje-beelden, de interviews en de reünie. ‘In voorbereiding op de draaidagen heb ik natuurlijk de hele serie weer teruggekeken', zegt Meijers, die met zijn 28 jaar de populariteit van de serie in de jaren zeventig niet bewust heeft meegemaakt.

Maar ook beseft Meijers dat we de serie in de tijdgeest van toen moeten zien. Qua verhaal, maar ook zeker qua manier van tv maken. ‘Het is wel écht slow television. Af en toe dacht ik: 'Waar zit ik naar te kijken?'. Maar als Jan vervolgens de moraal van het verhaal uitlegt, dan is dat spot on. En dan blijft dat ook hangen.’”


De wandelende professor-planoloog Zef Hemel zet er flink de pas in

Dwingelderveld-Drenthe
Post van de ir. Abe Bonnema Stichting. Dit naar aanleiding van de Abe Bonnema-lezing afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum te Amsterdam door Zef Hemel. Kop boven het bericht ‘Professor doet wandelend onderzoek naar duurzaam toekomstperspectief voor Noord-Nederland’. Ik citeer:

‘Professor-planoloog Zef Hemel doet de komende vijf jaar wandelend onderzoek in Groningen en Friesland om een ander toekomstverhaal te ontwikkelen dan het huidige dat gericht is op verdere modernisering en versnelling van het economische leven. In het toekomstige gezonde landschap van het noorden stelt Hemel de mensen, hun gezondheid en welzijn voorop. Pas daarna komt de economie.’

Ik citeer verder:

'Hemel stelt dat een duurzamer landschap mogelijk is als we ons perspectief op de toekomst maar veranderen. Niet sneller, groter, meer en rijker, maar trager, gezonder, duurzamer, mooier. “Laat ze de Randstad maar volledig dichtkitten, laten vollopen en laten uitdijen, maar voor Noord-Nederland gaan we iets anders doen, iets wat duurzaam is en sociaal en inclusief. Een omgekeerd toekomstperspectief.”

In gesprek met deskundigen en studenten van de TU Delft en de RUG zal hij de komende jaren al wandelend onderzoek doen naar wat er te leren valt uit de eeuwenoude bewoning en het oude landschap van het noorden. Via ontmoetingen op eeuwenoude voetpaden, studie van de opmerkelijke vitaliteit van honderdjarigen en zijn eigen ervaringen als wandelaar op het Japanse platteland ontdekte hij hoe deze manier van onderzoeken kan bijdragen aan de herontwikkeling van een duurzamer platteland.’

Dat Zef Hemel met ‘deskundigen en studenten van de TU Delft en de RUG’ gaat praten, begrijp ik. Hij is niet voor niets aangesteld als houder van de Bonnema-leerstoel aan de TU Delft en de Universiteit van Groningen. Maar is het niet een beetje voorbarig om aan de vooravond van vijf jaar wandelen nu al te stellen dat we voor Noord-Nederland we iets anders gaan doen? Gaat hij wandelen met een glazen bol?

En: wie zijn hier ‘we’?

Ook vreemd is dat Hemel, die in Emmen is geboren, in Friesland en Groningen gaat wandelen, maar in het persbericht met geen woord wordt gerept over de zelf-benoemde wandelprovincie Drenthe. Als er ergens nog een duurzaam toekomstperspectief te realiseren valt, dan is het daar. Lees daarvoor eerst dit stuk over de totale uitverkoop van het Groninger landschap en lees daarna over de plannen om de Lelylijn in Friesland aan te leggen om de stad Groningen per trein met de rest van de wereld te verbinden.