Leest 'Hier huizen draken' van Marie Claus

Hier huizen draken Marie Claus
Ik moest er even om zeuren – zouden ze het vergeten zijn? – maar uiteindelijk stuurde uitgeverij Lebowski mij de dichtbundel Hier huizen draken van Marie Claus. Als pdf. Die ik kan uitprinten.

Waarom wilde ik dat ding graag lezen? Voor een bespreking, om te beginnen. Omdat Claus er een van ons is, zoals dat bij ons op de redactie heet. Want woonachtig in Groningen. Eerst als stadsdichter, later als docent aan onder meer de Schrijversvakschool. Haar vorige dichtbundel, De begrafenis van de mannen uit 2016, scoorde liefst vijf sterren in onze krant.

In ons archief zocht ik de recensie van toen op. In het stuk prijst Eppie Dam de interesse van Claus voor 'de oorspronkelijke en onaangepaste geest'. Hij prijst ook haar zelfspot, haar hilarische humor en haar talent voor drama en het absurde: 'Ze vilt en fileert, ontleedt en ontmaskert, en alles met een droog soort venijn waar het vileine aan ontbreekt.'

Probeer daar maar eens overheen te komen.

Wat opvalt, is dat ze zich geen Anneke meer noemt maar Marie. Waarom zou dat zijn? Wat is er in haar of aan haar veranderd? De website van haar uitgeverij biedt geen uitkomst. Wel een promotekst over haar bundel, altijd handig voor wie graag op weg geholpen wordt:

'Was will das Weib, vraagt Marie Claus zich af in haar nieuwe bundel Hier huizen draken. Een plek op het podium, in het landschap en in de schoolboeken. Een gesprek over de tijden waarin die plek er niet was, over de huidige tijd waarin die plek er nog steeds veel te vaak niet is, over haar woede en verdriet over die gang van zaken.

Hier huizen draken is het verslag van haar reis naar de rand van de kaart, naar daar waar het licht van de rede hapert en de intuïtie het moet overnemen. Ze vertelt over de verwoesting die ze onderweg aantreft: luie instituten, verscheurde landschappen, gedecimeerde en op drift geraakte volkeren.

Met de geconcentreerde aandacht van een weefster zoekt ze naar een taal die haar rouw en irritatie kan verbeelden zonder dat ze zich voegt naar de logica die deze versnippering mogelijk heeft gemaakt.'

Wat van het bovenstaande vooral blijft hangen, of binnenkomt, is de zinsnede 'reis naar de rand van de kaart, naar daar waar het licht van de rede hapert en de intuïtie het moet overnemen'. Dat is niet zonder consequenties. Als een dichter de ratio achter zich laat en zich overgeeft aan intuïtie kan dat leiden tot een irrationale taal. Die niet altijd goed te volgen is. Althans voor lezers die zich niet zo makkelijk durven over te geven.

Het kan verklaren waarom sommige gedichten, misschien zelfs wel veel gedichten, iets onnavolgbaars hebben. Neem Tot nu toe gaat alles goed, het gedicht waarin de bundeltitel Hier huizen draken in voorkomt.

In de eerste regel figureren naast die draken twee dieren: een wolf en een lam. De ik vreest het ergste, zou willen ingrijpen, wil God over de wolf spelen, maar besluit het nog even aan te zien. Misschien ziet de wolf het lam als iets waar hij recht op heeft, weifelt God, die blijkbaar mens is geworden. Als dat zo is 'zal ik hem beoordelen en veroordelen/ Ik zal hem zeggen dat hij het verdient te sterven/ terwijl ik eigenlijk niets liever wil dan zeggen dat ik hem ben/ en trillend als het lam mijn hoofd in zijn muil steken.'

Dan ineens lezen we dat wolven bang zijn voor mensen. En even verderop: 'Als wolven het met onze honden gaan doen/ zullen onze honden zich tegen ons keren.' Nu weet ik niet alles van de evolutie, maar honden zijn toch gedomesticeerde wolven? Het wordt nog verwarrender: 'Onze honden zijn niet echt van ons,/ ze horen bij de wolven, wij ook,// dat zijn we vergeten, per ongeluk, met opzet.'

Claus bedoelt het wellicht minder ingewikkeld dan ik het lees. En nu ik het zo opschrijf, hoor ik ergens een kwartje vallen. De mens zou wel eens een draak, een wolf en een hond kunnen zijn. Drie voor de prijs van één. Maar waarom dan God erbij gesleept? Vanwege zijn mythisch karakter? Net zoals de draak een mythisch wezen is? In religieuze zin zijn ze niet verwant. Het lam daarentegen, symbool van de onschuld, past weer wel in dit wankele beeld.

Als ik bovenstaande opneem in een bespreking voor de krant – maximale lengte om opmaaktechnische reden 400 woorden – blijft er geen ruimte over voor andere observaties. Met als gevolg dat de indruk wordt gewekt dat Hier huizen draken een slechte dichtbundel zou zijn. Drie sterren. Laat ons mild zijn.

En daarmee wordt voorheen Anneke Claus tekort gedaan. Want ze heeft wel degelijk, naar mijn maatstaven, goede gedichten geschreven. Of op zijn minst gedichten met goede stukken.

Humor en talent voor drama en het absurde heeft Claus nog steeds. Neem het openingsgedicht, Brandstapelangst, waarin de ik heks wordt genoemd: 'het was lief bedoeld/ en toch was ik meteen op mijn hoede.' In de volgende strofe lijkt sprake van een misverstand: 'Ik verstond: in treinstel 40445 is iemand van de relativering aanwezig./ Misschien zei hij toch eerder railcatering.'

We hebben hier te maken met wat in het proza een onbetrouwbare verteller wordt genoemd, maar in de poëzie een associatief dichter heet, iemand die van de hak op de tak kan springen en ondertussen naar een eigen stem zoekt. Een stem die het over de werkelijkheid en tegelijkertijd over een sprookje kan hebben.

Iemand, zoals blijkt uit het gedicht Captcha, die door een computer wordt gevraagd te bewijzen een mens te zijn. 'Wat ben je aan het doen?' en 'Hoe zit het met je relatie?' wil Facebook weten. 'Bewijs dat je geen robot bent', sommeert de website. Zo iemand steekt de ene keer een vinger in je oog en zit er de andere keer helemaal naast. Een echt mens, derhalve.  

De zeven gedichten die samen de afdeling Rituelen, jaren nul zijn allemaal goed. Omdat ze de flow van een litanie hebben en een liefdesgeschiedenis lijken te beschrijven die ontspoort. Waarbij de 'je' – die uiteraard een 'ik' is – eenzaam, verward en ziek achterblijft, zichzelf probeert op te richten, wat niet makkelijk is 'in een tijd,/ in een wereld van bordkarton' en succes afhankelijk is van een sympathiek karakter.

#

De makke met poëzierecensies, het moet maar eens gezegd, is dat ze nauwelijks tot nooit recht doen aan de bundel waar de recensie betrekking op heeft. Dat komt, denk ik, doordat poëzie, vooral hedendaagse poëzie, bewust van rationaliteit beweegt richting 'de rand van de kaart'. Naar de plek waar het onbekende zich bevindt, daar waar geen herkenbare taal meer wordt gebezigd.

Als recensent moet je én de dichter proberen te volgen én de achterblijvende lezer bijpraten over de route die de dichter volgt naar haar of zijn onbekende bestemming. En, eenmaal aangekomen, in heldere bewoordingen, nog nahijgend, proberen te omschrijven wat die bestemming is. En ondertussen tast de dichter in het duister: 'Ja, ik weet het ook niet. Ik ben hier ook voor het eerst. Ik vind het mijn moeite waard. Wat vind jij?'

Ooit sprak ik een schrijver over de functie van recensies. Daarbij hield ik hem, het was een man, nog steeds overigens, voor dat ik probeer het boek van een auteur te beoordelen op de doelen die hij of zij zich stelt. Waarop die man zei: 'Dat vind ik helemaal niet interessant. Ik vind het veel interessanter wat jij tijdens het lezen van mijn boek hebt ontdekt. Waarom schrijf je dat niet op?'

#

Na drie keer Hier huizen draken van Marie Claus te hebben gelezen, heb ik het gevoel dat ik vaak tussen de woorden de zinnen niet kan vinden, dat het bos wordt gevormd door bomen met takken ver boven mijn hoofd, dat ik deelgenoot wordt gemaakt van een mysterie waar nauwelijks plaats voor mij is.

Ik begin opnieuw. Ik ben nog niet verslagen. En deze draak evenmin.


Dat (voor Peter Veen)

Bargerveen

Dat je een persbericht krijgt van kunstenaar en schrijver Peter Veen over een luisterwandeling in het Bargerveen.
Dat je denkt: alweer kunst in het Bargerveen? We hebben net Into Nature achter de rug.
Dat je denkt: alweer aandacht creëren voor Peter Veen na de bespreking van zijn tentoonstelling in het CBK Emmen, een signalement van zijn verhalenbundel Grensgebied en de vermelding van zijn bijdrage aan de groepsexpositie in de DSG-galerie in Assen?
Dat je toch wel nieuwsgierig bent en een beetje beweging in de buitenlucht misschien geen kwaad kan.

Dat het downloaden van alweer een app begint te vervelen. Ook als die app echoes.xyz heet en gratis is.
Dat het in het Bargerveen verrassend druk kan zijn.
Dat iedereen je aankijkt met een blik van 'ben je er een van hier?'
Dat het even kan duren alvorens je wilt laten leiden door een bewegende stip op een telefoonscherm.
Dat je een belletje hoort waarna een stem een verhaal vertelt op een plek waar dat verhaal is bedacht.

Dat de term minipodcast even begrijpelijk als overdreven is.
Dat je een foto maakt van mensen die een foto maken nadat je geluisterd hebt naar een verhaal waarin iemand een foto maakt van mensen die een foto maken.
Dat jouw vrouw een foto van jou wil maken, maar dat niet zo goed kan als de vrouw van Peter Veen, die museale foto's maakt.
Dat het Zuidoost-Drentse landschap doet denken aan een elegie.
Dat het tijdens het wandelen lastig is een audiowandeling te combineren met een goed gesprek.
Dat de twijfel toeslaat over de route nadat andere wandelaars hebben gewaarschuwd voor drassige paden: 'Wij zijn niet verder gegaan.'

Dat het verrassend is in een moeras een bekende tegen te komen.
Dat het lang niet altijd traditionele verhalen zijn die Peter Veen schrijft en vertelt.
Dat soms een diepere laag ontbreekt, net als in het leven.
Dat Peter Veen soms razend rake observaties weet te verwoorden.
Dat zijn slotverhaal Dat eigenlijk een gedicht is.
Dat je denkt: emotie + imitatie x experiment = somtijds kunst.
En blij bent dat je eropuit bent gegaan.


Biografie C.O. Jellema op komst

C.O. Jellema
Een opbeurend nieuwtje passend bij de Poëzieweek. Afkomstig uit de nieuwsbrief van het Biografisch Instituut: Gerben Wynia heeft Aan rozen denk ik in de winter voltooid, zijn biografie van C.O. Jellema (1936 – 2003).

Op 10 maart verdedigt Wynia zijn proefschrift in het Academiegebouw in Groningen. Begeleiders van zijn onderzoek waren Gillis Dorleijn en Hans Renders. Wanneer de publieksuitgave van de biografie verschijnt is nog niet duidelijk.

De in Groningen geboren Jellema was dichter van bundels als Droomtijd (1999) en Stemtest (2003) en doceerde Duitse literatuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn werk is vertaald in het Engels, Duits en Frans, en bekroond met een paar prijzen.


Poëzie: een ziekte die je met idioten deelt

Miru Choi leest Misverstand van Menno Wigman

Ter voorbereiding op de Poëzieweek 2022 keek ik vrijdag, na het kopen van een kaartje á 7,50 euro, via mijn tablet de Dichters­marathon van Perdu, het centrum voor poëzie en experiment in Amsterdam.

Klokslag 20.00 uur verscheen Peter Prins in beeld. Hij kondigde, eerst in het Nederlands en daarna in het Engels, een beeldschermvariant van een, in Amsterdam, vertrouwd evenement aan. Vervolgens verschenen gedurende twee uur twintig dichters in beeld die ieder drie gedichten mochten voordragen. Twee eigen werken, een cover.

(Twintig dichters? Ik zag er maar negentien. Bij Ranwa Alamsi bleef hier het beeld zwart, ook na driftig tikken op het scherm. Even later, toen de boel weer aan de praat kwam, zag ik Alfred Schaffer.)

Je hoort in deze tijd vaak dat er niets boven live gaat, zeker in podiumkunstkringen, maar in de poëzie is dat niet altijd het geval. Vaak is het fijner om zelf een gedicht te lezen, dan naar een voorlezende dichter te luisteren. Soms is het fijner naar een ingezonden videofilmpje te kijken, vooral als dat filmpje doordacht gemaakt is.

Logo_PW_2022-1Tijdens de marathon bleek dat een aantal maal het geval. Vooral de bijdragen van Sarah de Koning (die een lamp op de camera had gericht om zichzelf nog mysterieuzer maken), Jos van Hest (die uit zijn ogen keek alsof hij xtc had geslikt) en Claartje Chajes (wier reclamepraatje werd verstoord door klussende buren) oogden in filmisch opzicht intrigerend.

De marathon kende een internationaal deelnemersveld, wat de verstaanbaarheid en begrijpelijkheid niet altijd ten goede kwam. Lucia Dove (die bij kaarslicht in een krakende misschien wel door storm belaagde kamer voorlas) bezigde de Engelse taal, Shira Wolf (die een ode bracht aan de film noir) las voor in het Servisch, Milen Pavlovic in een taal die ik niet thuis kon brengen, Giovanna Vivian in het Italiaans en Yasser Al-Zayat in het, vermoed ik, Arabisch.

De finale was weer wel heel goed te volgen. Voor de geslaagde afsluiting door Marie Claus, zette Kamiel Choi zijn dochtertje Miru tussen de bladeren in een boom om Misverstand van Menno Wigman voor te lezen. Een gouden greep, ook omdat ze er een onweerstaanbaar rommeltje van maakte waardoor al het voorgaande prettig werd gerelativeerd:

Dit wordt een droef gedicht. Ik weet niet goed
Waarom ik dit geheim ophoest, maar sinds een maand
of drie geloof ik meer en meer dat poëzie
geen vorm van naastenliefde is. Eerder een ziekte
die je met een handvol hopeloze idioten deelt,

een uitgekookte klacht die anderen vooral verveelt
en 's nachts - een heelkunst is het niet.
De kamer blijft een kamer, het bed een bed.
Mijn leven is door poëzie verpest en ook
al wist ik vroeger beter, ik verbeeld me niets

wanneer ik met dit hoopje drukwerk vierenzestig
lezers kwel of, erger nog, twee bomen vel.


Over Controversiële diersoort van Rigter & Baljon

Controversiële diersoort (2021) Sieger BaljonEen van de meest merkwaardige dichtbundels die ik dit jaar onder ogen heb gekregen, is Controversiële diersoort van uitgeverij Opwenteling – alleen die naam al. Arnoud Rigter en Sieger Baljon kozen voor deze uitgave gedichten van collega-dichters, maakte daar kopieën en scans van en plakten deze vervolgens op de hen beschikbaar gestelde bladzijden.

Het eindresultaat is 'iets' waar de kerstpuzzel van Dr. Denker bij in het niet valt. De bundel opent met orakelpraat die niet als gedicht is te herkennen: 'Deze achterkant interesseert zich niet/ hij reikt uit/ Om oogglans- en blosbevorderingen/ Om de tijd van klokken te zuiveren/ Omdat de mens een controversiële diersoort is.'

Wie dit schreef en waarom is onduidelijk. Wat er bedoeld wordt, is raadselachtig. En dat raadsel wordt naar mate de bundel vordert alleen maar vergroot. Dat komt ook door de hotse-klots-opmaak waarbij de eerder genoemde kopieën of scans met een vermoedelijk genot op de bladzijden zijn gekwakt.

Gaandeweg, bladerend, ontstaat het idee dat Rigter en Baljon menen dat montages en herschikkingen tot een durfde bloemlezing of nieuw geheel kunnen leiden. Dat laatste is op zich juist, maar toegankelijker wordt het er niet van. Het schrikt eerder af. En, eerlijk gezegd, dat is ook weer de charme van Controversiële diersoort.

En dan ineens lees ik het volgende:

Ik weet
niet meer
wat r gebeurd is

ik weet
t nog
maar t
dringt niet
tot me door

t dringt
tot me door
maar ik wil
r niet
over praten

ik wil
erover praten
maar ik vind
de woorden
niet

ik vind
de woorden
maar ik krijg
ze niet
naar buiten.

Jan Arends!? Achterin de bundel blijkt het om Ik weet van Erik Jan Harmens te gaan. En dat de voorgaande en volgende teksten afkomstig zijn uit bundels van Roelof ten Napel, Radna Fabias, Gerda Blees, Joris Miedema, Han van der Vergt, Michael Tedja. De hedendaagse experimentelen.

Ik durf niemand een exemplaar van Controversiële diersoort cadeau te doen. Mijn reputatie is al dubieus genoeg. Maar als bewijs dat in de poëzie alles mag en kan geef ik deze bundel met plezier een plek op de onderste plank in mijn boekenkast.

Titel: Controversiële diersoort Samenstelling: Arnoud Rigter & Sieger Baljon Uitgever: Opwenteling. Prijs: 22 euro (100 blz.)


Rik Andreae, Aafke Romeijn en Tonnus Oosterhoff

7B Aafke RomeijnAnnette Timmer en ik – Joep van Ruiten – ontvangen komende vrijdag zoals vanouds drie schrijvende gasten in De Literaire Hemel te Amen. Dit keer betreft het Rik Andreae, Aafke Romeijn en Tonnus Oosterhoff.

Laatstgenoemde komt vertellen over zijn hertaling van Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart uit 1782, naar verluidt de eerste Nederlandse brievenroman. Oosterhoff kortte zinnen in en ontnestelde ze, moderniseerde begrippen, gooide waar nodig constructies om en schrapte in onbruik geraakte Franse woorden. Vraag vooraf: waar is dat allemaal goed voor?

Andreae (1950) wordt geïnterviewd over zijn nieuwe dichtbundel Landschap met blauwe schutting. Maar mogelijk wil hij ook iets kwijt over wat hij van Remco Ekkers heeft geleerd, waar hij Gronings leerde schrijven en wat hij tijdens zijn jaren in Zuidoost-Drenthe heeft opgestoken. Andreae komt de eer toe dat hij als eerste een gedicht over Klijndijk heeft geschreven: Het ding van Klijndijk.

Schrijver en muzikant Aafke Romeijn (1986) debuteerde in 2018 met de roman Concept M. Haar nieuwe boek 7B speelt in 2040, in een woon- en werktoren die door de Europese Unie in Oost-Groningen is gebouwd voor 'outsourcing community's in dun bevolkte gebieden'. Het gebouw is zo kolossaal dat niemand naar buiten hoeft, wat wel zo makkelijk is, want soms kondigt de overheid een kleurcode af waarna mensen niet buiten mogen.

De muziek wordt verzorgd door Greet Kloeg (fagot) en Sjoerd Visser (fluit). Aanvang: 20.15 uur. Toegang: € 18,50, inclusief twee consumpties. Reservering@literairehemel.nl. Voor entree is naast een ticket een coronatoegangsbewijs nodig.


Week van de Nedersaksische schrieverij

Dikke Week van de Nedersaksische Schrieverij
Morgen, 5 november, start de eerste Week van de Nedersaksische schrieverij, een initiatief van het Centrum Groninger Taal & Cultuur (CGTC), Huus van de Taol, IJsselacademie, Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers, Twentehoes en Stellingwarver Schrieversronte.

De week start vrijdag met een symposium in Doetinchem over het belang en de toekomst van het Nedersaksisch. In Linde, dat is voor wie het niet weet in Drenthe, wordt zondag een editie van het Drents letterkundig tiedschrift Roet gepresenteerd met aandacht voor Overijsselse schrieverij.

Ook op het programma staan een Nedersaksisch café, taalcursussen, boekpresentaties, een streektaaldictee, aandacht voor streektaal in het onderwijs en een festival voor het Gronings. Voorts wordt via de sociale media van de betrokken organisaties dagelijks een schrijver of dichter gepresenteerd met met poëzie of proza in het Gronings, Drents, Overijssels, Achterhoeks, Twents en Stellingwervers.

De Week van de Nedersaksische schrieverij duurt tot en met 14 november, dat is langer dan een gewone week, vandaar dat de organisatoren spreken van een 'dikke week'.  Zie verder deze link. Voor de meer sceptische liefhebber is wellicht ook deze link en vervolgens deze link interessant.


Burgemeester Emmen maakt werk van straatpoëzie

Eric van Oosterhout
Eric van Oosterhout, burgemeester van Emmen, kreeg onlangs van Kila van der Starre een rondleiding langs straatpoëzie in Utrecht. Het inspireerde hem tot het schrijven van een column, vorige week in de Emmer Courant. Daarin oppert hij dat er ook in Emmen een muurgedicht zou moeten komen: 'Wie weet er nog een gevel?'*

Zondag, na afloop van de naar mijn mening onterecht door Wim Meyles gewonnen finale van het NK Light Verse in Emmen, ging hij nog even door op dat idee. Zo vertelde Van Oosterhout dat hij een blik had geworpen op straatpoëzie.nl om te zien wat er in Emmen zoal aan straatpoëzie is. Hij stuitte op een melding: het gedicht De stap die u zet van Marja Boet in de entree aan het Noorderplein tot een parkeergarage. Die melding was overigens gedaan door Woest & Ledig, het zal eens niet.

(Er zijn daar in de buurt nog twee gedichten, of op zijn minst dichtregels. Ze zijn geschreven door Pim te Bokkel en Josephine Banens. En voor wie er van houdt, is er ook nog een couplet uit het lied Op fietse van Skik aangebracht op een muurtje van de McDrive aan de Hoederkamp. Woest & Ledig heeft die niet aangemeld bij straatpoezie.nl, er moet ook werk overblijven voor andere mensen.)

Op fietse Skik McDrive Emmen

"Ik ben apetrots op Emmen, dames en heren, maar daar is nog wel wat aan te doen", sprak Van Oosterhout in het zaaltje achter café Groothuis. Prompt verstrekte hij op zijn burgermeesteriaans, met elastieken taal, aan Eddie Zinnemers, voorzitter van de Stichting Taalpodium Emmen (STEMM), presentator van het NK Light Verse en tevens een van de vijf gemeentedichters die weer onder een andere stichting vallen, een 'opdrachtje':

"Ik zou het heel leuk vinden (…) zouden we niet eens kunnen nadenken of we Emmen wat meer kunnen verfraaien. Dat kan op heel veel manieren, dat kan met stenen, dat kan met lantarenpalen, maar ik wat ik een beetje mis aan Emmen is hele mooie straatpoëzie. (…) Dus ik geef jou en jouw gilde een opdracht: denk daar eens even over na. We zijn altijd bereid daar ook middelen tegenaan te zetten om links-rechts Emmen te verfraaien. Dames en heren, van een mooi gedicht wordt de wereld niet minder van en Emmen nog minder."

Speciaal voor Eddie Zinnemers en zijn stichtingen heb ik deze link gemaakt naar een stuk uit Dagblad van het Noorden.

* = afgelopen week ontving ik via cc of bcc een mail van Elbert Westerbeek die als volgt begint:

'Geachte Gemeente, afdeling vergunningen, Geachte directie van Bibliotheek Emmen, Geachte ondernemersvereniging,

Graag zou ik een straatgedicht plaatsen/ laten plaatsen op het Noorderplein. Of op de straatstenen voor het bankje dat voor de bibliotheek staat en/of op het bankje. Ik wil hier toestemming/financiering voor vragen en/of een vergunning voor aanvragen indien dit nodig is. Het zou gegraveerd kunnen worden in het bankje, of met witte straatverf op de straatstenen geverfd kunnen worden met een mal.'


Voorleesavond 45 NAP en NK Light Verse in Emmen

Lichtvoetig VDe door Stichting Taalpodium Emmen (STEMM) geïnitieerde Maand van de taal in Emmen nadert het einde. De laatste loodjes bestaan uit een voorleesavond, het Nederlands Kampioenschap Light Verse en de presentatie van een bundel met gedichten bij dat kampioenschap (foto). Twee stukjes uit twee persberichten:

'De voorleesavond 45 NAP verhuist dit jaar van de voormalige vuilstort Emmerschans naar de bibliotheek aan het Noorderplein. Op vrijdag 29 oktober draagt een aantal bekende Emmenaren tussen 20.00 en 23.00 uur hun lievelingsgedichten of uit de mooiste boeken voor. De presentatie is in handen van brommerdichter Kasper Peters. De toegang is deze avond vrij. Wel is een coronabewijs verplicht.'

Vervolgens:

'De jury van Lichtvoetig, het Nederlands kampioenschap light-verse dichten, heeft de genomineerden voor de finale op 31 oktober in Emmen bekendgemaakt. De strijd gaat tussen Elyn Doornenbal (Utrecht), Jaap Bakker (Zwolle), Niels Blomberg (Almere), Niek Kalberg en Bart Schmittmann uit Groningen, Wim Meyles (Sint Pancras) en Robin Veen en Peter van der Vlis uit Amsterdam.

De finale begint zondag 31 oktober om 14.00 uur in café Groothuis in Emmen. De presentatie wordt verzorgd door Lucré Corman en Eddie Zinnemers. De finalemiddag wordt muzikaal en vocaal opgeluisterd door cabaretière Dorine Wiersma. Toegangskaarten à 15 euro kunnen worden besteld via taalpodiummm@outlook.com.'


Nieuw festival, volledig gewijd aan de poëziefilm

Banner Nederlands Poezie Festival
Via een omweg ontving ik post over een nieuw filmfestival: Het Nederlands Poëziefilm Festival. Het evenement, opgezet door Hans Heesen en Helmie Stil, speelt zich 6 november af in de Luxor-bioscoop in Zutphen

Vertoond worden zeventig films gebaseerd op gedichten van onder anderen Delphine Lecompte, Tsead Bruinja, Ester Naomi Perquin, Remco Campert, Heidi Koren, Dean Bowen en Moya De Feyter. Voorst zijn er speciale programma’s gewijd aan Tom America (zie hieronder), Pat van Boeckel, Sjaan Flikweert en Rauwkost Collective.

Op het programma staan verder het beste van Zebra Poetry Film Festival Berlijn en Motionpoems USA, animatiefilms, scholierenfilms naar gedichten van en optredens van Iduna Paalman, Ingmar Heytze, Naomi Montroos en Wout Waanders, presentaties van Stichting Granate en Feest der Poëzie en gesprekken met filmmakers.

Uiteraard wordt ook een award uitgereikt: de Nederlands Poëziefilm Festival Prijs voor de beste Nederlandse Poëziefilm van het afgelopen jaar. In de jury zitten Lemuel de Graav, Adriana Ivanova, Nafiss Nia en Merijn Schipper. Zie verder deze link.