Bij 'Wegzehr' van Neo Rauch in het Drents Museum

Wegzehr Neo Rauch Drents Museum Assen
Ik ga op reis en neem mee. Water, brood en fruit. Proviand. Of zoals sommige Oost-Duitsers zeggen: Wegzehr. Is dat voldoende? Misschien voor een tijdje. Maar het hoofd wil ook wat. Herinneringen, gedachten en ideeën bijvoorbeeld. En een valies met dromen, zoals Jan van Nijlen ooit dichtte.

De Duitse kunstschilder Neo Rauch is zeer bedreven in het aanreiken van voedsel voor het hoofd. Wie zijn werk bekijkt, en dat kan deze winter tijdens de omvangrijke tentoonstelling Wegzehr in het Drents Museum in Assen, voelt de kop vollopen met vragen. Wat wordt hier verteld? Wat zegt dit over deze tijd, over ons leven?

De kunstenaar doet er het zwijgen toe. Volgens een muurcitaat is Rauch er zich van bewust dat hij opereert ‘op de grens waar het glad wordt en het gevaar op de loer ligt dat hij zich verliest in het vertellen van verhalen’. Volgens een ander citaat probeert hij ‘aangespoelde beeldingevingen als allegorische situaties in schilderkunst om te zetten’.

Het formuleren van antwoorden laat de kunstenaar aan anderen. Ieder zijn werk. De schilder schildert iets de wereld in. De kijker kijkt en denkt er het zijne van. Zo kan het gesprek op gang komen.

Rauch (Leipzig, 1960) staat te boek staat als ‘een van de belangrijkste figuratieve schilders van zijn generatie’. Volgens directeur Harry Tupan van het Drents Museum is hij zelfs dè belangrijkste. Sinds de millenniumwisseling staan kopers wereldwijd in de rij voor deze rockster in de kunst. Acteur Brad Pitt was een van hen.

Dat Rauch in Assen exposeert is niet zomaar. Het Drents Museum laat al vijftien jaar tentoonstellingen zien van kunstenaars die zijn opgeleid in Oost-Duitsland. In dit geval gaat het om werk op papier. Zo’n honderd stuks, groot en klein, schilderwerk en tekeningen. Niet alleen in de Abdijkerk, maar ook nog eens een verdieping hoger.

Wat zien we? Beelden die tegelijkertijd zowel aan de achttiende, negentiende als twintigste eeuw doen denken. Een mix van folklore en fantasie. Figuren met rare oren. Duitse titels. Verwijzingen naar de Romantiek. Traditionele bouwwerken met futuristische bollen op torens. Toegankelijk en toch mysterieus. Vertrouwd raadselachtig. Verhalen die nog verteld moeten worden. Schilderkunst om op te kauwen.

Wegzehr van Neo Rauch is tot en met 26 maart te zien in het Drents Museum.


Met het stijgen van de zeespiegel groeit voorbij Amersfoort het zelfvertrouwen  

Sander Schimmelpenninck
Sinds zijn column ‘Het platteland lijkt ontnuchterd, de plattelanders de schaamte voorbij’ lees ik met extra belangstelling de stukjes die Sander Schimmelpenninck langs de eindredactie van de Volkskrant weet te krijgen. Maandag werd die interesse beloond met een column onder de kop ‘De waarheid is dat het verschil tussen stad en platteland in Nederland erg klein is’. 

Fascinerend om te zien hoe sommige opiniemakers zich ontwikkelen.  

De crux zit dit keer in de volgende alinea: 

‘We hebben sinds de Tweede Wereldoorlog in onze ruimtelijke ordening ingezet op middelgrote steden, rijtjeshuizen en Vinexwijken, waardoor ons land een lappendeken van bebouwing is. We hebben geen échte steden, maar ook geen écht platteland. Het is net niks, in alle eerlijkheid. Daar voelen de meeste Nederlanders zich prima bij, maar het maakt wel dat de kloof tussen stad en platteland weinig meer is dan sensatiezoekerij van rechtse media.’ 

Net niks is bedoeld als grapje. De opmerking dat er geen échte steden en écht platteland bestaan in Nederland is alleen correct als je een échte stad definieert als een plek waar tientallen miljoenen mensen opeengepakt in beton en asfalt leven en werken en het échte platteland ziet als plek waar in het groen helemaal niets gebeurt. Een soort China, maar dan aan de Noordzee. 

Dè kloof bestaat niet, inderdaad. Je kunt niet allerlei regio’s op een hoop gooien en vervolgens tot platteland zonder steden bombarderen, minderbedeeld en verongelijkt. Dat wil zeggen: het kan wel, vrijheid van meningsuiting et cetera, maar het doet geen recht aan de werkelijkheid. 

Tegelijkertijd bestaan er wel verschillen, her en der. Die verschillen zijn soms verontrustend groot – lees het boek Een klein land met verre uithoeken van Floor Milikowski erop na. 

Ronduit vreemd is de oproep van Schimmelpenninck dat ‘het Nederlandse platteland, of wat daarvoor doorgaat, eens wat aan zijn minderwaardigheidscomplex zou moeten doen’. Welk minderwaardigheidscomplex wordt hier bedoeld? Laatst hoorde ik iemand beweren dat het zelfvertrouwen voorbij Amersfoort groeit naarmate de zeespiegel stijgt. 

Het lijkt erop dat Schimmelpenninck het in zijn sensatiezoekerij scoringsdrift – weer eens – slordig heeft geformuleerd. 

Waar hij bedoelt dat sommige mensen (Marga Bult, Caroline van der Plas) moeten ophouden in talkshows te doen alsof ze spreken namens de naamlozen met het gevoel dat zij, die naamlozen, door makers van de nationale televisie onvoldoende worden gehoord, had hij er beter aan gedaan te vertellen hoe goed het is als iemand onder de titel Sander en de kloof een televisieprogramma maakt waarin de vermogens- en kansenongelijkheid in ons land aan de kaak wordt gesteld.

Dat van het groeiende zelfvertrouwen door de stijgende zeespiegel kwam mij voor als een prikkelende gedachte. Stof voor een column. Geen een waar Friezen en Zeeuwen het mee eens zullen zijn. 


De laatste Poze, bij het verdwijnen van een belangrijke uitgeverij in Drenthe

Tijdschrift Poze 21
De postbode bracht zaterdag een pakket met Poze, het magazine-achtige tijdschrift van uitgeverij Ter Verpoozing uit Peize. ‘Deze Poze is een grabbelton met oud en nieuw werk’, schrijft samensteller, hoofdredacteur en uitgever Gerard Stout in een voorwoord. In de tweede alinea meldt Stout dat hij zowel met het tijdschrift als de uitgeverij stopt. ‘Diverse ongemakken helpen me de koers te verleggen’, schrijft hij monter.

Hoewel ik het ‘nieuws’ al veel eerder heb vernomen, uit eerste bron en daarna via Sophie Timmer van RTV Drenthe, komt het bericht wederom rauw binnen. Ter Verpoozing mag dan geen bekende, commercieel succesvolle uitgeverij zijn, het is in wereld die Drenthe heet een van de meest belangrijke. In mijn persoonlijke wereld zelfs belangrijker dan Koninklijke Van Gorcum en Het Drentse Boek samen.

Ik vermoed dat ik de meeste titels uit het fonds van Ter Verpoozing in handen heb gehad. Een groot aantal heb ik ingezien en een flink aantal zelfs gelezen en vervolgens beschreven. Wat ik van die boeken heb opgestoken, onthouden en geleerd, laat zich niet samenvatten. Laat ik zeggen dat het zeer veel is, ook al kan ik dat niet altijd bewijzen en in praktijk brengen.

De laatste Poze, nummer 21, is in bijna alle opzichten een terugblik. Wie meer wil weten van leven en werk van Gerard Stout kan in het tijdschrift beginnen en daarna contact met hem opnemen. Mogelijk volgt er een gesprek, grote kans dat het een goed gesprek wordt. Voor wie dat iets te ver gaat, is er het vooruitzicht van een nieuwe roman, getiteld Eyoum. Afgaand op wat Stout erover schrijft, wordt het een veelbelovend boek.


Op zoek naar winnaars van de Dagblad van het Noorden Streektaalprijzen

202204104987
Ter voorbereiding op de mogelijke uitreiking van de Dagblad van het Noorden Streektaalprijzen probeer ik in kaart te brengen wat afgelopen jaar zoal aan 'streektaalproducten' is verschenen. Nu kan het zijn dat ik niet goed zoek, en daarbij is het jaar nog niet om, maar de oogst valt mij tot dusver kwantitatief tegen:

Letteren

  • Aagje Blink – Verleuren (Het Drentse Boek)
  • Ria Westerhuis – Dwaalstroom (Het Drentse Boek)
  • Andries Middelbos –  Knooien in ’t duuster (Het Drentse Boek)
  • Leny Hamminga – De hunzeman (Het Drentse Boek)
  • Jenny Anna Linde – Golden vissies (Het Drentse Boek)
  • Gerard Stout – Episode 18 (Ter Verpoozing)
  • Fre Schreiber – Dolle Jonker (fcschreiber@hetnet.nl)
  • Ingeborg Nienhuis – Hoeze Toenbaauw (Uitgeverij Vliedorp)
  • Hans Katerberg – Het boek van de psalms (Huus van de Taol)
  • Jennie Lambers–Niers – Ezechiël & Daniël (Huus van de Taol)
  • Alex Vissering – Vogelwies (vissering@wxs.nl)
  • Renko Sipkes/Eppo Scheltens – Kind oet t loeg (fcschreiber@hetnet.nl)

Muziek en anders

Alex Vissering – Vogeltjesman (vissering@wxs.nl)

Mijn verwachtingen zijn altijd te hoog, ik weet het, ik raad het iedereen af. Dit keer waren ze extra hoog, omdat ik het afgelopen jaar het ene na het andere boek zag verschijnen. Cijfers kan en wil ik niet overleggen, maar naar mijn beleving is er meer gepubliceerd dan ooit. Vooral Nederlandstalig, als gevolg van het coronatijdperk, vermoedelijk.

Als het gaat om het Drents, het Gronings en het Stellingwerfs, de Nedersaksische varianten die binnen het verspreidingsgebied van mijn krant worden gebruikt, merk ik niets van een coronapiek. Eerder krijg ik de indruk dat er veel Nedersaksische auteurs op het Nederlands zijn overgestapt. Of doodgegaan, dat behoort tot de mogelijkheden tijdens een pandemie.

De gevolgen van de vleermuispest zijn zeker merkbaar in de muziek. Tot dusver heb ik nauwelijks tot geen albums met Nedersaksische zang kunnen vinden. En dan heb ik het niet over cd’s, maar over een samenhangende reeks muziekstukken die via streamingsdiensten verspreid kunnen worden. Het lijkt erop dat bijna niemand tijdens corona een geluidsstudio heeft geboekt om een potje Nedersaksisch te gaan zingen. Dat is begrijpelijk, maar vooral jammer.

Dit alles mag, nee, moet gelezen worden als een oproep. Wie een streektaaltitel onder de aandacht van de deskundige jury onder leiding van Eric van Oosterhout wil brengen, wordt bij deze van harte uitgenodigd dat te doen en zijn, haar of diens gedroomde winnaar aan te geven via streektaalprijs.dvhn@mediahuisnoord.nl. Aanmelden kan tot 1 februari.

Voor een eerdere verzuchting en een overzicht met vorige winnaars zie dit bericht. Voor het reglement zie daar. Op de foto hierboven Tonko Ufkes, Johan Veenstra, Martien Koster en Dagblad van het Noorden-hoofredacteur Evert van Dijk tijdens de prijsuitreiking vorig jaar in Roden. 


Mustafa Stitou, Ynskje Penning en Bernard Asselbergs te gast in De Literaire Hemel

Annette Timmer en Joep van Ruiten  interviewers van De Literaire Hemel
Dichter Mustafa Stitou, schrijver Ynskje Penning en literair erfgoedbewaarder Bernard Asselbergs zijn vrijdag 13 januari te gast in de eerste Literaire Hemel van 2023.

Stitou komt vertellen over Waar is het lam?, een van de meest geprezen dichtbundels van het afgelopen jaar. De dichter onderzocht voor zijn bundel gedurende negen jaar de religieuze, psychologische en historische kanten van het verschijnsel offer en verbond die met elementen uit zijn persoonlijke geschiedenis.

Penning is onder meer bekend van de historische roman Emo’s Labyrint , dat ook als feuilleton in Dagblad van het Noorden is gepubliceerd. Eind vorig jaar voltooide zij de trilogie Overleven, een historisch docu-drama waarin de lotgevallen van zeven Nederlandse mariniers in WOII worden beschreven.

De derde gast is Bernard Asselbergs, zoon van Willem Asselbergs (1903-1968) beter bekend als P.C. Hooftprijs-winnaar Anton van Duinkerken, een van de prominente figuren in het literaire en culturele leven in het midden van de vorige eeuw. Zoon Bernard houdt het werk van zijn vader onder meer levend via de website www.antonvanduinkerken.com.

De Literaire Hemel in café De Amer in Amen wordt mede mogelijk gemaakt door Dagblad van het Noorden. Interviewers zijn Annette Timmer en Joep van Ruiten. De muziek wordt gemaakt door het Weimar Trio. Aanvang is 20.15 uur. Entree 18,50 euro, inclusief twee consumpties. Kaartverkoop via www.literairehemel.slaid.nl


Mattheüs 2: 1 - 12

Driekoningen1
Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.

De koning Herodes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem, met hem. En bijeenvergaderd hebbende al de overpriesters en Schriftgeleerden des volks, vraagde van hen, waar de Christus zou geboren worden. En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem, in Judea gelegen; want alzo is geschreven door den profeet: En gij Bethlehem, gij land Juda! zijt geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal de Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël weiden zal.

Toen heeft Herodes de wijzen heimelijk geroepen, en vernam naarstiglijk van hen den tijd, wanneer de ster verschenen was; En hen naar Bethlehem zendende, zeide: Reist heen, en onderzoekt naarstiglijk naar dat Kindeken, en als gij Het zult gevonden hebben, boodschapt het mij, opdat ik ook kome en Datzelve aanbidde.

En zij, den koning gehoord hebbende, zijn heengereisd; en ziet, de ster, die zij in het oosten gezien hadden, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het Kindeken was. Als zij nu de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.

En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre. En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat zij niet zouden wederkeren tot Herodes, vertrokken zij door een anderen weg weder naar hun land.


Lukas 2: 1 – 7

Geboorte van Christus Cornelis Bloemaert (1603 1692)
En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrië stadhouder was. En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad.

En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, (omdat hij uit het huis en geslacht van David was) om beschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was.

En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.


‘Een enorme worsteling. Iedereen is in de war.’ De krant blijft een afspiegeling van de samenleving

LaatsteVrijdag
Wegens oplopende kosten, onder meer door de gestegen prijs voor papier, heeft de hoofdredactie van de grootste kranten van Noord-Nederland besloten tot een aantal bezuinigingsmaatregelen. Omrop Fryslan berichtte er eind november al over. Het schrappen van de cultuurbijlage van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant is er daar één van. Vandaag, vrijdag, is de laatste verschenen.

De ingreep gaat gepaard met een herindeling van pagina's en de invoering van een andere manier van werken voor de cultuurredactie waarbij de nadruk nog meer op berichtgeving voor de website komt te liggen. Tijden veranderen, de toekomst heet digitaal te zijn. Nu het aantal abonnees van de papieren krant daalt, is het nog noodzakelijker dat het aantal digitale abonnees verder stijgt.

Uiteraard blijft de redactie de in kunst en cultuur geïnteresseerde lezer in Drenthe, Friesland en Groningen bedienen. Iemand moet het doen, de websites van onze kranten zullen het als eerste laten zien. Voor wie liever – of ook – vanaf papier leest, is en blijft er de dagkrant. Daarnaast wordt op zaterdag in het katern MEER vanaf 1 januari aandacht geschonken aan voor cultuur- en lifestyle.

Wat dit alles betekent, is niet eenvoudig op deze plek concreet te maken. Verwacht meer van ‘dit’ en minder van ‘dat’. Meer service-gerichte kopij, minder recensies. Meer stukken die op maat gesneden zijn voor (premium)abonnementhouders en aanlopende lezers. Minder tekst voor de knipseldienst van gesubsidieerde culturele instellingen. Wat blijft is dat de inhoud van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant het resultaat zal zijn van een permanente discussie tot na de deadline.

Ondertussen in de allerlaatste bijlage, naast meerdere boek- en filmrecensies plus Dirk van Weelden dankzij John Heymans over Gerrit Krol, onder meer het verslag van een rondetafelgesprek met vijf deskundigen over de veronderstelling dat kunst en cultuur een te ondergeschikte positie in de samenleving bekleden en te weinig op waarde worden geschat.

Een van de deelnemers, hoogleraar cultuur en cognitie Barend van Heusden, zegt in dat stuk dat hij niet gelukkig is met het in een adem noemen van kunst en cultuur. Het begrip cultuur is zo breed, daar past lifestyle honderd maal in, en kunst ook, maar toch weer niet. Speciaal voor de liefhebber zegt Van Heusden ook nog dit:

‘Kunst in brede zin was altijd gekoppeld aan een bepaalde wereldvisie: katholiek, protestants, liberaal, socialistisch. Tot de jaren zestig drukte kunst de verzuiling uit. Toen dat minder werd, kreeg je een democratisering waarbij de relatie met een bepaald wereldbeeld niet langer vanzelfsprekend was. Het wereldbeeld raakte gefragmenteerd. Mensen herkennen zich niet meer in de traditionele kunst.

Volgens mij moet het kunstbegrip anders worden ingevuld. Niet meer als uitdrukking van een bepaalde waarde, maar in termen van functies. Kunst is niet veranderd. De vraag wat kunst precies doet, moet beantwoord worden. Vroeger hoefde dat niet, omdat kunst automatisch gekoppeld was aan een bepaalde waarde. Nu is de vraag: waarvoor is het?

Kunst is vormgeven via de verbeelding aan je ervaring. Die ervaring is na de ontzuiling voor iedereen verschillend. Daardoor kun je niet langer zeggen: dit is kunst en dat niet. Kunst is dat wat voor jou vormgeeft aan een ervaring. Dat doet geen enkele andere vorm van cultuur en daarom is het ontzettend belangrijk. Het geeft je greep op je identiteit en bestaan.

We zitten in een transitiefase. We beginnen nu te ontdekken wat kunst is. Daarvoor hoefde dat niet, omdat het ons verteld werd. Dat is een enorme worsteling. Iedereen is in de war.’

Ja, de krant is en blijft een afspiegeling van de samenleving.


Nog meer Van Gogh en Drenthe

Van Gogh Harry KleineNa het plaatsen van dit bericht ontving ik prompt bericht van theater De Tamboer in Hoogeveen. Strekking: mensen mogen best weten dat daar een expositie gewijd is aan 'de Nederlandse grootmeester’. Citaat uit het persbericht:

‘Zo’n vijfentwintig professioneel werkende kunstenaars uit de regio (foto Harry Kleine) laten werk zien waarbij ze reageren op de beroemde schilder: zijn leven, zijn werk, zijn omstandigheden. Iedere kunstenaar kiest een eigen invalshoek. De expositie is te bezoeken tot en met zaterdag 28 januari 2023, tijdens openingsuren van De Tamboer.’

In moeite door dan ook maar aandacht voor een eerder deze week ontvangen bericht, een oproep voor mensen die het Pater Noster en de Caeciliamis van Charles Gounod willen zingen. Ook hier een citaat uit een persbericht:

‘Projectkoor Vocalin Drenthe onder leiding van dirigent Roelof Bosma start op zaterdag 21 januari met het project ‘Klanken en kleuren; via Gounod naar Van Gogh’. 2023 is het Van Goghjaar en omdat Gounod en Van Gogh elkaar kenden, wordt er verbinding gezocht met de schilderkunst door amateurschilders uit de regio uit te nodigen.

Er zijn drie concerten gepland in maart 2023 in Emmen, in Hoogeveen en in Assen. Aan de concerten werken de volgende solisten mee: Sopraan Judith Sportel, tenor Aart Mateboer en bas Joep van Geffen. Koor en solisten worden tijdens het concert begeleid door Ensemble Conservatoire uit Zwolle.

Er wordt vanaf 21 januari 2023 gerepeteerd. Van de deelnemers wordt thuisstudie verwacht. De begeleiding tijdens de repetities is in handen van Karel van den Berg. Wilt u meedoen? Geeft u zich dan zo snel mogelijk op via www.vocalindrenthe.nl.’


Over de Veenkoloniale ervaring en wat Vincent van Gogh nog altijd in Drenthe losmaakt

Elizabeth Stoit en Gerrit Kamstra1
Ik reisde naar het provinciehuis in Assen voor een gesprek over de plannen rond de herdenking van de komst van Vincent van Gogh naar Drenthe, in september 2023 140 jaar geleden. En werd daar verrast door topambtenaar Gerrit Kamstra van de provincie die in mijn aanwezigheid een cadeau overhandigde aan Elizabeth Stoit van Marketing Drenthe.

Uitgepakt bleek het om een boek te gaan. Nu weet ik niet-toevallig dat op bladzijde 18 van dat boek, uitgegeven door kleine Uil, in het essay Hier is ja niks het volgende over Vincent van Gogh in Drenthe wordt geschreven:

'Aan het einde van de zomer in 1883 reisde Vincent van Gogh naar Drenthe. Anders dan zijn schildervriend Anthon van Rappard, die hem op het schilderachtige van Drenthe had gewezen, trok hij niet naar Assen om vandaaruit verder te reizen. Van Gogh stapte uit op het station van Hoogeveen met de bedoeling dieper het land in te gaan, ‘met de turfschuiten mee richting de Pruissische grens en ’t Zwarte Meer’.

Op 2 oktober reisde hij met een trekschuit naar Nieuw-Amsterdam, ‘den achterhoek van Drenthe’. Voor zijn broer Theo beschreef zijn eerste indrukken: ‘Wat een rust, wat een breedte, wat een kalmte in deze natuur, men voelt het pas als men mijlen en mijlen Michels tusschen zich en het gewone heeft.’ Wat Van Gogh met ‘Michels’ bedoelde is mij niet bekend. Wat hem beviel kan ik navoelen en bedenken.

In zijn Drentse brieven beschrijft Van Gogh wat ik een Veenkoloniale ervaring wil noemen, een sensatie halverwege geluk, ontzag en overweldiging. Aanvankelijk is hij nieuwsgierig en gretig. Hij heeft iets in zijn hoofd en als dat overeenkomt met wat hij ziet, wordt hij extatisch. ‘Het is hier zoo gansch en al dat wat ik mooi vind. Dat wil zeggen ’t Is hier vrede’, schrijft hij. En meteen daar achteraan: ‘Ik vind nog iets anders mooi dat is het drama, het is overal.’

Het woord koloniën komt in de brieven van Van Gogh niet voor. Het veengebied slingerde hem heen en weer. Hij zocht en vond mogelijkheden om zich als beginnend schilder naar eigen inzicht en overtuiging te ontwikkelen. Tegelijkertijd werd hij afgeremd. Contact met de plaatselijke bevolking was er nauwelijks, vermoedelijk kon hij ze niet verstaan. Daarnaast was sprake van geld- en materiaalgebrek. Alleen in Hoogeveen waren verfspullen te krijgen, in zeer beperkte mate.

Toen Van Gogh in Zuidoost-Drenthe arriveerde, liep de zomer ten einde. Naarmate hij er langer bleef, naderde de winter. Nergens in Nederland is de tegenstelling tussen zomer en winter zo groot als in de Veenkoloniën. Op 11 november noteert Van Gogh dat het in Nieuw-Amsterdam sneeuwt in de vorm van hagelstenen. Hij besluit zijn brief met ‘Drenthe is zóó mooi, zoo zeer pakt het me algeheel in en voldoet mij absoluut dat ik, indien niet vooral tijd hier kon zijn, ik liever ’t maar niet gezien had.’

Op 1 december zinspeelt hij op een tijdelijke terugkeer naar het ouderlijk huis in Nuenen, vermoedelijk uit geldgebrek. ‘Er is voor mij in Drenthe zeker een werkkring, maar ik moet van het begin af liefst het nog eenigszins anders kunnen opvatten, en ietwat meer vastigheid hebben in mijn finantiën.” En ook: “En hoe harder ik werk, hoe meer ik in 't nauw raak. We zijn nu op een punt dat ik zeg: momenteel kan ik niet voort.’

Op 6 december volgt ineens vanuit Brabant een verslag van de reis naar huis. ‘Op een stormachtigen namiddag met regen, met sneeuw. Deze wandeling heeft mij veel opgemonterd, of liever mijn gevoel was zóó in sympathie met die natuur, dat het mij meer calmeerde dan iets anders. Ik dacht dat het weerzien van thuis misschien mij juister inzicht kon geven in kwesties van wat ik doen moet. Drenthe is superbe, maar het er uithouden hangt van veel dingen af, hangt af of men bestand is tegen de eenzaamheid.’

Het betreffende boek Woest & ledig verscheen 11 november. (En ligt nu in de winkel, fluistert de verkoper in mij.) Dankzij lezer Annette Timmer, die Van Gogh-kenner Hans Luijten consulteerde, weet ik inmiddels dat Van Gogh met 'Michels' vermoedelijk de Franse kunstenaar Georges Michel (1763-1843) bedoelde.