Over Symbionts van Van Noppen en Samson

Prosperity biotope met Van Moof-fiets (2023) Daan Samsom. Foto DvhN
Niet alleen sommige theaters en musea zijn de afgelopen twee jaar bezoekers kwijtgeraakt, ook in sommige galeries is het rustiger dan voor corona.

“Vooral oudere bezoekers zijn nog niet teruggekeerd”, zegt zakelijk leider Zwaan Ipema van kunstpodium NP3 in Groningen. Misschien hebben ze het te druk met de tuin. Het is voorjaar. Misschien hebben ze het idee dat je zonder kunst ook fijn kunt leven. “Terwijl we zo’n mooie tentoonstelling hebben. Dat vinden wij althans”, zegt Ipema.

Ze gebaart naar de twee zalen in de voormalige Middelbare Meisjesschool van Groningen. In de kleinste is werk te zien van videokunstenaar Elsbeth van Noppen, in de andere van ‘welvaartskunstenaar’ Daan Samson. Samen hebben ze ook een etalage ingericht die alleen vanaf de straat kan worden bekeken.

Beide kunstenaars laten zich inspireren door de relatie tussen mens en natuur. Ze zijn niet de eersten. Natura Artis Magistra, de natuur is de leermeesteres van de kunst. Vandaar wellicht dat steeds meer kunstenaars zich zorgen maken over afnemende biodiversiteit en de oprukkende mens.

In NP3 wordt weggebleven van onheilskunst, maar is sprake van schijnbare harmonie. De titel van de duopresentatie, Symbionts, geeft het aan. Symbionten zijn levensvormen in de natuur die een samenwerking met elkaar aangaan.

Van Noppen toont een zwoele film, Nocturnal Garden, met uitbundige natuur die naar nachtelijke avonturen moet doen verlangen. Kleurrijke beelden van planten, bloemen en lichaamsdelen schuiven over elkaar op een bedje van elektronische muziek.

Een wandtekst vertelt over de inspiratiebronnen: de wetenschappers Charles Darwin en Carl Linnaeus, de obscure Britse schrijver Ronald Fraser en erotische tuinen. De natuur is niet alleen leermeesteres, maar kan ook lustopwekkend werken. Tuinbezitters, ongeacht welke leeftijd, mogen het beamen.

Prosperity biotope (2022) Daan Samsom. Foto NP3
Samson laat welvaartsbiotopen zien. Zoals een bult zand waaruit cactussen en een palmplant groeien, als suggestie van een tropisch eiland. Ter versteviging is het paradijselijk bedoelde oord van gadgets voorzien: een barbecue-grill van het type Big Green Egg, een soundbar en verwante kekke elektronische gebruiksvoorwerpen.

Aan de wanden hangen schilderijen met vergelijkbare ideeën. Iemand heeft zijn elektrische Van Moof-fiets in de jungle geparkeerd. Er staat een Dyson luchtverkoeler in tropisch struweel. Elders in de ruimte bieden drie vitrines plek aan exotische planten, verschillende soorten mieren die onverstoorbaar hun weg zoeken, een melkopschuimer, een plakbandhouder en elektrische tandenborstels.

De mens verlangt volgens Samson onverminderd naar een idylle. Verschil met de klassieke oudheid en romantiek is dat een hedendaagse ideale omgeving niet alleen uit flora en fauna bestaat, maar ook design, devices, beats en wifi bevat.

Daarmee wordt een vraag opgeroepen over de grens van ons verlangen. Waarom iets toevoegen aan het ongerepte? Hoe mooi vormgegeven ook, als iets onnodig is, is het overbodig, kortom luxueuze vervuiling.

Het heeft iets ironisch dat juist die mens zich hier in deze kunstruimte nog niet laat zien. De schrijver van dit stukje was op moment van bezoek alleen. Of bijna alleen, want de zakelijk leider van NP3 was er ook. Voor een eventuele toelichting en het verzorgen van de mieren in de vitrines. "Ze eten garnalen. Dat vinden ze heerlijk”, zegt Ipema.

‘Symbionts’ van Elsbeth van Noppen en Daan Samson is tot en met 23 juni te zien. NP3, Hofstraat 21 in Groningen. Open: woe t/m za 13.00-17.00 uur


Bij de koffieautomaat

Kijk eens wie we daar hebben.

- Ach. Tja.

Leuk je te zien. Ben je weggeweest?  

- Iets meer dan drie maanden.

Goh, nu je 't zegt. Zo lang? Wat heb je al die tijd gedaan?

- Bijna niets. Zo min mogelijk. Beetje lezen wat ik wilde lezen. Beetje fietsen. Af en toe de tuin in. Af en toe schrijven. Een wereldreis in en rond de woning. In het begin heb ik nog wat tijd doorgebracht achter het scherm, een beetje pielen, op het laatst voelde ik mij bijna verlost van alles.

Ik kijk vreemd tegen je aan. Je bent naar de kapper geweest, zie ik. Je kop oogt smaller.

- Ik voel mij fit. Maar het klopt. Een kapper in Istanbul. Doe ik ook eens gek. Ik spreek geen Turks en de kapper sprak geen Nederlands. Mijn protesten werden gesmoord in het geluid van zijn tondeuse. Ik moet er zelf nog aan wennen. Het meest merkwaardige is wel dat anderen mij niet meer herkennen. Heeft ook voordelen. Soms is het goed om de boel op te frissen, dat wordt gezegd. Het groeit wel weer aan, hoop ik.

Ben je eraan toe om de slag te gaan? Er is hier nogal wat veranderd.

- Ik las over een nieuwe werkwijze. Zes deadlines. Online is key. Meten is weten. Afspraken zijn heilig. Premium boven alles. Journalistiek is top. De klant centraal. Een aantal mantra’s ken ik al uit het hoofd. En dan heb ik de helft van de dienstmedelingen nog niet eens gelezen.

Je zult zien, je haakt zo weer aan. Wil je thee of wil je koffie?

- Dat is een hele geruststelling. Doe maar thee.


Handelingen 2: 1 - 4

Pinksteren(1732) Jean II Restout

En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.

En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.

En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.

En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.


Wat het Drents Museum (nog) niet meldde

Twee keer De Drentse Madonna van Jozef Israels
Het Drents Museum maakte dinsdag bekend dat het een onbekende voorstudie van De Drentse Madonna heeft ontdekt – het gelijknamige schilderij van Jozef Israëls (1824 – 1911) werd in 2018 door het museum in Assen gekocht en met veel tamtam gepresenteerd. Zowel RTV Drenthe als Dagblad van het Noorden brachten het nieuws over de studie die aan het schilderij vooraf is gegaan groot. Soms loopt dat nu eenmaal zo, om oud-journalist Peter Homan te citeren

Wat de eeuwig hongerige regionale media verzuimden te melden, is dat het ontdekte werkje reeds in 2020 door het museum op een veiling is aangeschaft. Daarna werd de pentekening, om alle twijfel weg te nemen, voorgelegd aan Israëls-expert Dieuwertje Dekkers. Die bevestigde eind vorig jaar dat het inderdaad door hem, Israëls, is gemaakt, ergens in 1870. Kortom, oud nieuws voor het eerst gebracht. Een fraai staaltje marketing uit Assen.

Zowel De Drentse Madonna als de tekening heeft een plek gekregen in een apart kamertje op de begane grond in de oudbouw van het museum, het deel wat vaak ten onrechte wordt overgeslagen door museumbezoekers. Wat ook voordelen heeft. Wie binnentreedt, zou zich zomaar in een kapelletje wanen, de vingers door een wijwaterbakje halen, een kruis slaan, op de knieën vallen, een gebed prevelen en bij het verlaten een traan weekpinken. O, Maria, moeder van alle smarten. Waarom is Drenthe toch zo saai Nederlands Hervormd?

Portretten-expo Drents Museum
Wat het Drents Museum (nog) niet meldde, ik heb althans het persbericht niet gezien, is dat op diezelfde verdieping een kleine tentoonstelling is ingericht met (zelf)portretten. Het is een heel aardige keuze uit de collectie van het museum, die op weer aansluit op een expositie elders in de oudbouw, Minerva meets Leipzig. Daar, bovenin de oudbouw, hangen niet alleen werken gemaakt door kunstenaars verbonden aan de Neue Leipziger Schule, maar ook werken van kunstenaars die aan Academie Minerva hebben gestudeerd of gewerkt.

Veel van de portretten beneden, in de buurt van de Madonna dus, excuus voor het traplopen, zijn van deze Minerva-schilders: Matthijs Röling, Barend Blankert, Thijs Jansen, Herman Tulp, de onlangs overleden Gerard van der Weerd en anderen. Maar er hangen ook ouderen, zoals Louis Albert Roessingh. De keuze is gemaakt door Sam Drukker, van wie vanaf april de overzichtstentoonstelling Sam Drukker - De man in de spiegel is te zien met honderd zelfportretten uit de periode 1980 tot nu.

Let bij het binnentreden ook op het portret van de broer van Sam Drukker, Flip. Die ontdekking hangt op de gang. Veel spannender dan de voorstudie van de Madonna.

Zelfportret (2014) Flip Drukker


Wat is nu eigenlijk hét poppodium van Drenthe?

Tangarine in Victorie 2021-60
Ruim twee jaar geleden werd Het Podium in Hoogeveen door het Fonds Podiumkunsten een status als kernpodium-C  toegekend. Met deze felbegeerde status krijgt Het Podium de mogelijkheid én ondersteuning vanuit het Fonds om meer Nederlands poptalent te programmeren, meldde Dagblad van het Noorden destijds.

Ik moet hieraan denken omdat theater De Tamboer, het moederbedrijf van Het Podium, los van elkaar twee persberichten stuurde waarin twee festivals worden aangekondigd. Het is eerste is de negende editie van een singer-songwriterfestival op 5 maart. Het tweede is de eerste editie van Drenthe Live festival op 6 maart.

Heel mooi en goed al die levendigheid, zeker na de lange coronastilte. Maar het opmerkelijke is dat de festivals niet in Het Podium aan de Schutstraat worden gehouden, maar in De Tamboer aan de Hoofdstraat. Wie heeft er hier nu die felbegeerde status als kernpodium-C van het Fonds Podiumkunsten?

Dat geschreven hebbende, tijdens het singer-songwriterfestival treden Ruben Annink, Tamar en Mooneye op, naast een singer-songwriter die op basis van publieksstemmen wordt gekozen via de Facebookpagina van De Tamboer: Lisa Ploeger, Jildou Bakker, Faisal Benmhammed, Max van der Schoor of Skyline Avenue.

Op het affiche van het Drenthe Live Festival staan de namen van Tangarine, Hannah Mae, ISZA en Aosem. Beloofd wordt 'een sfeervol, intiem festival met het allerbeste van Drentse bodem'. Tangerine treedt overigens een week later, 12 maart, opnieuw op in Hoogeveen. Dan wel in Het Podium. Kaarten zijn te koop via detamboer.nl.


Even langs bij kunstruimte Campis in Assen

Campis Assen
Omdat ik toch in Assen was een bezoek gebracht aan Campis, de nieuwe kunstruimte in de Drentse hoofdstad. Ruimte... het is iets meer dan dat. Naast tentoonstellingen worden in en vanuit het voormalige winkelpand aan de Kerkstraat - met subsidie - ook lezingen en andersoortige activiteiten georganiseerd.

Dat laatste onder meer voor leden van een kunstvereniging: "Door lid te worden bouw je mee aan een dynamisch aanbod hedendaagse kunst in Assen. Het biedt jou toegang tot een inspirerende community. Dankzij jouw steun kunnen wij een kwalitatief hoogstaand podium neerzetten en verrijken wij Assen."

Eerste exposant is Lu Xinjian, een in China geboren kunstenaar die in 2006 afstudeerde aan het Frank Mohr Instituut in Groningen. Zijn tentoonstelling City DNA laat zo'n tien grote werken zien, abstracte plattegronden van wereldsteden als Los Angeles, Berlijn, Rome en Amsterdam opgebouwd uit streepjes en halve cirkels.

Plus een tapijt, een portret van Van Gogh, gemaakt volgens hetzelfde procedé en een paar customized Nike-sportschoenen voor Eliud Kipchoge. Xinjian is het type kunstenaar dat zijn vorm heeft gevonden en vermoedelijk met (commercieel) succes zijn pad naar kopers en verzamelaars mag vervolgen. 

Schoon werk, zouden ze in Vlaanderen zeggen. Maar zo gestileerd dat het ook een beetje klinisch oogt. Xinjian heeft ervoor gekozen alle menselijke activiteiten uit beeld te houden, de basis van zijn stad wordt gevormd door geometrie. Al turend kwam ik er niet helemaal achter hoe hij zijn werken heeft gemaakt. Met de hand, of machinaal? Zelf of door anderen?

Harry Cock, een van de initiatiefnemers, gaf een korte rondleiding. Gevraagd naar 'het programma' liet hij naar goede Drentse gewoonte weinig los. Er werden althans geen namen genoemd, wel intenties. Het tentoonstellingsbeleid is gericht op hedendaagse beeldende kunst. Gestreefd wordt naar vier tentoonstellingen per jaar. City DNA is nog tot eind maart te zien.

Net toen ik het pand probeerde te verlaten, stapte Ton Broekhuis binnen, de in Friesland woonachtige oud-directeur van fotografiepodium Noorderlicht. Die was op zijn bekende, ietwat plagerige manier, goed te spreken over Campis. "Gecombineerd met dat P60 (van Rudy en Wies Lanjouw) is er voor kunstliefhebbers een goede reden om Assen te bezoeken."

Het plagerige zat in het verzwijgen van het Drents Museum. Maar ergens heeft Broekhuis wel gelijk.


De kunstenaar in een neoliberalistisch systeem

Het Resort MidstreamOnder de noemer Midstream organiseert kunstpodium Het resort op 4 maart in Groningen een seminar over 'de precaire situatie van kunstenaars in de maatschappij'. Het seminar is niet alleen interessant voor kunstenaars, maar mogelijk ook voor diegene die in of voor de (beeldende) kunst sector werkt. Uit een begeleidend persbericht:

"Hoe kan de kunstenaar macht toe-eigenen in een neoliberalistisch systeem, waarin de focus op publiekscijfers en -opinies groter lijkt te worden en ze veelal afhankelijk zijn van instellingen en overheden voor inkomsten? Hoe kunnen kunstenaars een weg vinden in het systeem en hoe zetten ze deze naar eigen hand? 

Om te begrijpen wat de huidige stand van zaken is, is het belangrijk te kijken naar hoe we op dit punt zijn gekomen. Het programma begint met een lezing door Sepp Eckenhaussen van Platform BK. De nadruk ligt op 1. Een historische analyse van het sociale kunstbeleid in NL na WOII, 2. De transformatie van het begrip autonomie tijdens de opkomst van de creatieve industrie en 3. Drie principes voor nieuwe organisatie, verdienmodellen en beleid voorbij precariteit.

Het programma gaat daarna verder met twee panelgesprekken waarin zowel kunstenaars als onderzoekers/journalisten aan het woord komen en wordt vervolgd met vier verschillende workshops. De moderator van de dag is Mirthe Berentsen (schrijver, journalist en beleidsadviseur voor o.a. Boekmanstichting, Raad voor Cultuur)."


Lamlendig, twee dagen na Het kleine gebeuren

Het Kleine Grote Gebeuren 2022
Ik kreeg de vraag hoe ik Het kleine gebeuren heb beleefd, de ingedikte editie van Het grote gebeuren, afgelopen zaterdag in Forum Groningen. Ik antwoordde dat ik op een enthousiast weerzien met schrijvers had gehoopt, maar na afloop van het feest voor lezers en schrijvers teleurgesteld naar huis was gegaan. Zou ik iets onder de leden hebben?

Wat misschien speelde, was de afwezigheid van Charlotte Beerda, welbeschouwd de enige naam op het affiche die mij vooraf nieuwsgierig had gemaakt. De andere gasten – Gerbrand Bakker, Hanna Bervoets, Auke Hulst – zag ik vaker optreden. Weinig nieuws onder de zon. Beerda bleek geveld voor corona. Hoe ziek ze was, met koorts en rillingen, vertelde interviewer Jellie Brouwer er niet bij.

Wat ook meespeelde, was dat de genodigde schrijvers weinig plezier leken te beleven aan het weerzien met publiek, wegens coronabeperkende maatregelen zo'n vijftig man. Gerbrand Bakker vertelde om te beginnen desgevraagd nog steeds met depressiviteit te worstelen. "Wat er vandaag gebeurt, is eigenlijk veel te veel. Ik moet één ding doen op een dag. Dit gesprek had het voor mij moeten zijn."

Interviewer nummer twee, Emy Koopman, wilde van Hanna Bervoets weten of deze het nog steeds eng vindt een boek uit te brengen. Dat bleek het geval. Aan schrijven beleeft Bervoets veel plezier, maar aan het gedoe eromheen steeds minder. "Vijf jaar geleden zou ik nooit hebben gedacht dat dit uit mijn mond zou komen: 'Alweer een interview'."

Auke Hulst vertelde op zijn beurt over een 'complete disconnect' tussen het leven dat een schrijver met een boek heeft en het leven dat het boek daarna gaat leiden. "De ergste periode is het moment vlak voordat ik het inlever en de drie maanden nadat het is uitgekomen, de periode waarin je er geen controle meer over hebt. En het stomme is, dat als het heel goed gaat, dat je het niet echt gelooft."

Heel openhartig allemaal. Maar als je maanden achtereen vanuit 'de culturele sector' hebt horen roepen hoe erg het is dat 'zij wel' open mogen en 'wij niet' en hoe onrechtvaardig dat is, en 'niet uit te leggen', dan is vijftien euro voor zoveel oprechtheid iets te veel van het goede.

Bovenstaande wil niet zeggen dat er zaterdagavond 'niets aan' was. Gedurende twee uur werd er zoveel gezegd, aangeraakt en vervolgens genuanceerd dat het welbeschouwd onmogelijk is de complete avond op deze plek recht te doen. Vandaar dat alle betrokkenen, de uitgenodigde schrijvers voorop, door mij tekort worden gedaan.

Bakker maakte een behoorlijk montere indruk en was bij vlagen zelfs grappig. Vooral toen hij onthulde dat het motto voorin zijn nieuwe roman De kapperszoon, het titellied van de tv-kinderserie Beertje Colargol, is opgenomen als sneer naar schrijvers die motto's opnemen van Ludwig Wittgenstein, Sylvia Plath et cetera.

Op weg naar huis wilde ik van mijn medeganger weten wat zij interessant had gevonden aan Het kleine gebeuren. Ze vatte daarop samen wat door Bervoets en Hulst was gezegd over de populariteit van science fiction onder Nederlandse schrijvers in Nederland op dit moment. Hulst toonde zich, ietwat beschroomd, beroofd van zijn niche en merkte voorzichtig op 'dat schrijvers een zekere kennis moeten hebben van wat er al is om niet alle open deuren in te trappen'.

Hanna Bervoets had stilgestaan bij de ondergeschikte positie van science fiction, toekomstverhalen en speculatieve fictie in het Nederlandse boekenvak. "In Nederland heb je literatuur en je hebt genreboeken. Genreboeken worden niet besproken – dat heeft te maken met het onderscheid tussen hoge en lage literatuur. Science fiction zijn genreboeken = lagere literatuur."  

Mij was van de avond vooral het antwoord van Bakker bijgebleven op de vraag 'of hij iemand is geworden door een boek te schrijven'. "Misschien was het ooit mijn doel, maar ik heb inmiddels gemerkt dat het voor mij zo niet werkt", had hij geantwoord. Met daarna een grote relativering van de literatuur: "We hebben het er bij ons thuis wel eens over als er weer een boek van mij uitkomt: Er komt weer een boek! En dan verschijnen de volgende dag nog tien andere boeken."