Het voetbalstadion als de nieuwe fuik van Emmen. De grootste vis zwemt al

F.C. Emmen Droom of Doemscenario
In Dagblad van het Noorden afgelopen zaterdag een interessant stuk over een mogelijk nieuw stadion voor FC Emmen. Om duidelijk te krijgen of dat stadion er werkelijk komt, sprak verslaggever Pim Siegers afgelopen periode met ‘hoofdrolspelers in het stadiondossier’.

Hét antwoord bevat het stuk niet. Alles is immers nog in onderzoek. Maar tussen de regels werd het toch gegeven. In ieder geval aan mij.

Het nieuwe stadion is een wens van een betaald voetbalorganisatie die daar zelf geen geld voor heeft. Het geld dat ze wel hebben, geeft de club liever uit aan spelers.

Waar moet het benodigde geld voor het stadion dan vandaan komen? Van commerciële en vooral publieke partijen. Die zouden niet alleen in een nieuw stadion moeten investeren, maar ook in een sportschool, een met gemeentelijk geld te financieren nieuw onderkomen voor een scholengemeenschap met een sportprofiel en een (top)sporthal waar die scholengemeenschap voorstander van is. In totaal gaat het om zo’n 150 miljoen euro. Dat is inclusief 50 of 60 miljoen euro voor het stadion.

Het doet denken aan het vaak vertelde verhaal van de kip en het ei. Waarbij de kip in dit geval voor de breedtesport staat en het ei voor de topsport. Of andersom. Wie bepaalt in Emmen wat belangrijk is en waar het gemeenschapsgeld aan dient te worden uitgegeven, aan het brood of aan de spelen?    

Dan schrijft Siegers: ‘Gemeente en provincie hopen op een helpende hand van het regionale bedrijfsleven. De kans daarop is volgens onderzoek reëel. In Zuidoost-Drenthe is er weinig concurrerend sportief- of cultureel volksvermaak, en dus liggen centen van burgers en bedrijfsleven voor het grijpen.’

Het woord onderzoek verwijst hier naar werk van adviesbureau Hypercube in opdracht van de gemeente Emmen, dat al een financieel belang heeft in het huidige voetbalstadion en de club. Hypercube zegt dat het geld beschikbaar is, het moet nog alleen bijeen geraapt worden.

Opvallend is dat het werkwoord ‘hopen’ door Siegers wordt verbonden aan de gemeente en provincie.

Nu lijkt het er inderdaad op dat sommige mensen van zowel gemeente als provincie heel graag iets gebouwd zien aan de Meerdijk. Niets voor niet hebben ze samen een stichting Sport en Bewegingscampus in het leven groepen. Rien Kort van RTV Drenthe sprak daarover vorig jaar met wethouder Pascal Schrik van de gemeente Emmen.

Schrik had het toen over een win-win-situatie waarbij niet alleen een sporthal kon worden verwezenlijk, maar meteen ook de droom van FC Emmen:  ‘Als FC Emmen blijft aangewezen op het oude stadion, dan wordt de toekomstvisie voor wat betreft de eredivisie broos. Een nieuw complex is voor hen een must. Het stelt de FC in staat om een betere exploitatie te draaien.’

Is het een taak van de overheid om de FC 'een betere exploitatie' te laten draaien? Zo ja en zo nee, moet daar geen debat over worden gevoerd? Zie dit stuk als bijdrage aan dat debat.

Als vanzelf gaan ondertussen de gedachten terug naar de tijd dat de dierentuin aan de Hoofdstraat in Emmen op omvallen stond, theater De Muzeval aan de Boermarkeweg grondig verbouwd moest worden en het centrum van Emmen aan een opknapbeurt toe was. Ook toen werd een oplossing voor de problemen gevonden door ze op een hoop te gooien.

Ook voor Wildlands Adventure Zoo en het Atlas Theater was eerst geen geld, het park aan de Hoofdstraat was technisch failliet. Ook toen kon je daar volgens ingehuurde onderzoekers heel anders naar kijken.

Het benodigde geld werd gevonden met hulp van toenmalig burgemeester Cees Bijl, tegenwoordig voorzitter van de Raad van Commissarissen bij FC Emmen. Onder leiding van Bijl werd de grond van de oude dierentuin aan de gemeente verkocht, kwamen er subsidies uit Den Haag en Assen en financiering van commerciële partijen.

De gevolgen zijn bekend: Wildlands kon worden gebouwd, inclusief theater, op grond van de publieke Waterleiding Maatschappij Drenthe (WMD). Toen de belangstelling van het publiek tegenviel stapten de commerciële partijen weer uit. Uiteindelijk ging Wildlands alsnog failliet, al heette het anders en werden park en theater gered door de gemeente Emmen. Niets doen zou kapitaalvernietiging zijn. Dat argument zal vaker vallen, wat ik u brom.

Over wat de gevolgen van de redding zijn voor de financiële huishouding van de gemeente Emmen, daar hoor je niemand over. Zelfs Jisse Otter, ooit groot tegenstander van Wildland en Atlas, thans gedeputeerde voor stikstof en cultuur in Assen, hield zich stil toen hij in Emmen namens Wakker Emmen wethouder voor financiën was. 

En nu staat de fuik opnieuw open. De grootste vis, het college van Emmen, zwemt er al in. Nog voor een besluit is genomen.


Witte Olifanten IX met Marijke Klamer en Merel Wendt achter het Streekhistorisch Centrum in Stadskanaal

Marijke Klamer en Merel Wendt stelden in Stadskanaal de tentoonstelling Tijdcollages samen
Het Streekhistorisch Centrum in Stadskanaal vertelt hoe het kanaal werd gegraven en de regio zich daarna ontwikkelde. Marijke Klamer en Merel Wendt lieten zich inspireren door de collectie.

Wie Stadskanaal bezoekt doet er goed aan een kijkje te nemen in het Streekhistorisch Centrum. Reden 1: Stadskanaal biedt weinig ander vertier. Reden 2: het centrum is gevestigd in een bijzonder pand, Huize ter Marse uit 1884. Reden 3: het centrum vertelt alles wat je moet weten om de Veenkoloniën op waarde te kunnen schatten. Reden 4: een huisje achter het centrum is het domein van witte olifanten.

In het Verre Oosten heten witte olifanten te kostbaar om te houden, maar te bijzonder om weg te doen. In Oost-Groningen is het de titel van een serie tentoonstellingen met hedendaagse keramische kunst – een heuse niche. Kunstenaar Mirjam Veldhuis nam in 2013 de eerste voor haar rekening. Sindsdien nodigt ze collega’s uit om de grenzen van de keramiekkunst te verleggen.

Merel Wendt en Marijke Klamer zijn gevraagd met keramiek te reageren op de collectie van het Streekhistorisch Centrum in Stadskanaal.
Voor Witte Olifanten IX vroeg Veldhuis twee jonge kunstenaars uit Groningen, Marijke Klamer en Merel Wendt, op basis van een museumbezoek nieuw keramisch werk te maken. Het heeft in de voormalige dienstwoning achter Huize ter Marse de speelse en kleurrijke tentoonstelling Tijdcollages opgeleverd, waarin het alledaagse wordt gecombineerd met het verleden.

Wendt (1999) is van het alledaagse. Een jaar geleden trok ze met een expositie in de stad Groningen aandacht met haar flessenkunst. In Stadskanaal roept ze met nieuwe flessen nostalgie op. Wat niet vreemd is, want in het centrum is veel aandacht voor de geschiedenis van het huishouden en de plaatselijke middenstand. Opvallend is ook een serie affiches van keramiek met zeefdrukken van etiketten uit de vorige eeuw.

Klamer (1997) gaat verder terug in de tijd. Ze laat een aantal ‘landschappen’ zien. Uit haar ogenschijnlijk naïeve keramische verbeeldingen van haardkuilen, petgaten, een stukje oerpad en de kanalisering van Mussel spreekt grote fascinatie voor hoe het Boertangermoeras in de loop der eeuwen is gebruikt en bewerkt. Ze heeft zelfs een graf met een veenlijk gebakken, heel klein, bijna aandoenlijk.

Na de ontdekking van een speculaasmachine in het centrum produceerden de twee kunstenaars gezamenlijk een serie kleurrijke koekjes van keramiek voor aan de wand en op de vloer. Smakelijke kunst die vertrouwd huiselijk oogt, maar het niet is. Want exposities met hedendaagse keramiek zijn en blijven uitzonderlijk. Behalve dan in Stadskanaal.

Witte olifanten IX: Tijdcollages met werk van Marijke Klamer en Merel Wendt is tot en met 29 september te zien bij het Streekhistorisch Centrum in Stadskanaal. Zie ook: www.witteolifantenstadskanaal.nl.


Art Zuid Amsterdam: Best of buitenkunst, samengesteld door Jasper Krabbé

Untiteld (2012) Wim Delvoye
In Amsterdam bezocht ik Art Zuid, een tweejaarlijkse route met buitensculpturen. Het zijn er vijftig, ze staan aan de Apollolaan en Minervalaan, een stukje lopen vanaf treinstation Zuid. Samensteller van de route is Jasper Krabbé.

Misschien omdat Krabbé een kunstenaar is die niet te beroerd is om ook aan het grote publiek te denken, heeft hij werken gekozen van kunstenaars die bij het grote publiek bekendheid genieten: Jean Dubuffet, Karel Appel, Klaas Gubbels, Marjolijn Mandersloot, David Hockney, David Bade, Panamarenko, Julian Schnabel (3x), Jasper Krabbé et cetera.

De route is daardoor een soort best of-compilatie van buitenkunstwerk. Mijn favoriet bleek een werk zonder titel van Wim Delvoye uit 2012: een betonmolen, in cortenstaal uitgevoerd als een gotische kathedraal.

Art Zuid is nog tot 24 september te zien.


Teleurgesteld in Emmen? Tot zover het zomernieuws van de dag

De Telegraaf van maandag brengt een paginagroot artikel van verslaggever Emile Kossen onder de kop ‘Emmen is geen Amsterdam’. Maar er is ook een bovenkop en die luidt ‘Geen plek in Nederland krijgt zoveel slechte recensies en dat laat de Drentse stad niet onberoerd.’

Emmen is geen Amsterdam De Telegraaf

Aanleiding voor het stuk is ‘grootschalig dataonderzoek van het Amerikaanse platform Preply’. Daaruit zou blijken dat ‘bijna de helft van de toeristen teleurgesteld weer vertrok uit Drenthe’. Die conclusie zou door Preply zijn getrokken na analyse van honderdduizenden online recensies van toeristen over Nederlandse steden en bezienswaardigheden.

Kossen: “En Emmen kwam er dus het slechts uit van allemaal. De grootste tegenvaller is de Broken Circle, een kunstwerk van zand bij een groenblauw meer. Het probleem: het is niet open voor publiek en mensen die het toch proberen moeten prikkeldraad en drijfzand doorstaan.”

Wat zijn dat voor mensen? Selectieve internetgebruikers? Niet eerst even de moeite nemen of een kunstwerk toegankelijk, terwijl dat online voor lezer toch niet heel moeilijk is, klik hier. En dan wel online een teleurstelling publiceren.

Voor wie dit alles te moeilijk is, nog maar een keer: Broken Circle/Spiral Hill van Robert Smithson is niet publiek toegankelijk.

Op het ‘grootschalige dataonderzoek van Preply’ blijkt een en ander af te dingen. Ik citeer:

‘Onze data-analisten hebben de meest overschatte steden van Nederland geïdentificeerd door een uitgebreide analyse uit te voeren met behulp van populaire beoordelingssites zoals TripAdvisor en hebben tienduizenden beoordelingen bekeken van de 45 populairste steden en de top 30 meest gewaardeerde bezienswaardigheden en attracties.’

Het staat er echt: Emmen behoort tot de 45 populairste steden. Preply beweert het. Tot zover het echte zomernieuws van de dag.

Dan een stukje verderop:

‘Voor elke stad werden de 30 meest beoordeelde attracties geanalyseerd. Er zijn in totaal 1500 toeristische attracties en 620.000 beoordelingen en recensies onderzocht.’

Dertig? Welke dertig dat zijn, vertellen ze bij Preply niet. Jammer, want volgens mij telt de stad Emmen alleen dertig attracties als je alle bekende Emmenaren meetelt. De gemeente misschien wel, maar dan nog is het ruim bemeten. Ik zou het een meevaller willen noemen.

Nog even over het stuk van De Telegraaf. Daarin wordt praatjesmaker Frits Huffnagel geciteerd als adviseur citymarketing. Volgens Huffnagel begint goede citymarketing met ‘stadstrots’. Volgens Emile Kossen is die trots in Emmen gebaseerd op de oude dierentuin. Hoe Kossen dat heeft gemeten is een raadsel. Een bron voert hij althans niet op. 

We gaan eruit met een strofe uit een bekend gedicht, geschreven over een straat in, jawel, Amsterdam:

'Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.'


Met 750 kilo aardappelmeel en zes kunstenaars wordt de verpaupering van Veenhuizen bestreden

Joop Vos in zijn expositieruimte bij het Verenigingsgebouw in Veenhuizen
De ambities zijn groot, de start bescheiden. Aan de eerste editie van Kijken Dan Zien is geen opdracht voorafgegaan en geen thema verbonden. "Kunstenaars mochten zelf uitmaken wat ze willen laten zien", vertelt Joop Vos.

Met zijn partner Maria Berkhout is Vos initiatiefnemer van een 4 kilometer lange kunstroute door Veenhuizen. Vorig jaar organiseerde het stel NoordNu, met kunst in de oude tuinbouwschool van Frederiksoord, die andere kolonie van Weldadigheid. Omdat een herhaling daar ingewikkeld bleek, streken ze neer in het dorp waar orde en tucht al tweehonderd jaar de sfeer bepalen.

Vrijwilliger Nelleke Berkhout zet een installatie van Akmar Nijhof in beweging
Zo zorgden ze ervoor dat AKMAR met toestemming van De Nieuwe Rentmeester, eigenaar van zo’n tachtig panden en gebouwen, een voormalige aardappelloods kon vullen met een installatie bestaande uit een aangeharkte vloer van 750 kilo aardappelmeel met daarboven hangend een mobiel van zeisen die ze leenden van boeren uit de buurt.

En kreeg Peter Veen een gebouwtje toegewezen dat ooit door de brandweer is gebruikt. Het alarmistisch karakter handhaafde Veen door in het huisje een geluidsinstallatie aan te brengen waar een koor van bedreigde vogels – van kneu tot roerdomp, van mus tot wielewaal – zingt en roept op basis van de morsecode SOS: drie keer kort, drie keer lang, drie keer kort. Later op de route komt Veen middels QR-codes zelf ook nog aan het woord.

Paaltjes met qr-code leiden naar een tekst van geluidskunstenaar Peter Veen

"Veel panden zijn aan onderhoud toe", vertelt Vos over het werelderfgoed. "Daarnaast is er de behoefte dat in het dorp meer verschillende dingen gebeuren. Het moet hier geen tweede Orvelte worden, maar iets toevoegen. Beeldende kunst kan daarbij een rol spelen. Deze route is een stap om het beeld van Veenhuizen bij te stellen."

Henriette Tavenier en Margriet Thissen namen hun intrek in een voormalige apothekerswoning die ooit de naam Nauwgezetheid droeg. Waar Thissen op de eerste etage zeefdruk op textiel laat zien, afwisselend landschappen en figuren, toont Tavenier op de begane grond naar abstractie neigende tekeningen en schilderingen. Ze zijn vervaardigd met steendruk en lijken geïnspireerd op het Fochteloërveen dat aan de overkant van de Hoofdweg begint.

Maria Berkhout

Vos en Berkhout hebben zelf de laatste twee locaties voor hun rekening genomen. In de sacristie achter de kerk toont laatstgenoemde keramisch werk op een kast waarin ooit kazuifels werden bewaard, opperkleden van de priester. Haar installatie is opgebouwd uit witte ‘gebakjes’ van porselein op een laag zwart-zilverzand.

Vos laat in een zaaltje naast het Verenigingsgebouw abstracte landschappen zien die aan de jungle of – dichter bij huis – aan struikgewas doen denken. "Je moet een beetje moeite doen om erin te kunnen", waarschuwt hij vooraf. Wie langer kijkt ziet schilderijen waar geen schets aan vooraf is gegaan, maar procesmatig met verf en kleur een binnenwereld wordt onderzocht.

Met zijn werk wil Vos verleiden tot meer introspectie. Dat is iets wat hij in de maatschappij van nu mist, vertelt hij. "Onze samenleving gaat gruwelijk naar buiten en ontspoort op allerlei mogelijke manieren. Als je deze route bezoekt, zie je dat meer kunstenaars daar mee bezig zijn. Ieder op een eigen manier."

Kijken Dan Zien is tot en met 24 september te bezoeken op zaterdagen en zondagen van 13.00 tot 17.00 uur. Startpunt is Bitter & Zoet aan de Hospitaallaan in Veenhuizen. www.kijkendanzien.nl


Een plan voor een serieus poppodium in Drenthe, alweer

Poppodium Hoogeveen
Spannend nieuws uit Hoogeveen. Spannend in die zin dat de burgemeester en zijn wethouders daar van plan zijn geld uit te trekken voor Het Podium.

Volgens Harald Buit van Dagblad van het het Noorden gaat het om ruim een miljoen euro om ervoor te zorgen dat in de toekomst 400 bezoekers terecht kunnen in ‘hét poppodium van Drenthe’. Zie deze link.

Hieronder  enkele citaten uit een persbericht verstuurd door Het Podium zelf:

“De gemeente lost met deze investering huisvestingsproblemen op en zorgt ervoor dat het voldoet aan de eisen van een professioneel poppodium. Het Podium is daarmee toekomstbestendig. Het Podium ziet deze investering als een belangrijke stap om de betekenis van het poppodium voor de lokale én regionale culturele infrastructuur te behouden en te vergroten.”

In het persbericht komt ook wethouder Mark Tuit aan het woord:

“Door nú te investeren in ons Podium met een zaal voor een kleine 400 bezoekers worden we hét poppodium tussen Zwolle en Groningen. Hierdoor krijgen we de mogelijkheid om het culturele aanbod naar een hoger niveau te tillen en een belangrijke regionale rol te vervullen. En het geeft ons de kans om een ruimer aanbod aan activiteiten te presenteren voor onder andere kinderen en jongeren.”

Het is niet makkelijk om in Drenthe een poppodium van de grond te krijgen en in de benen te houden. In Borger is het geprobeerd met steun van de provincie, maar niet helemaal gelukt, al wordt het nog niet opgegeven. Zie ook dit bericht. In Meppel leidt de Muziekcoöperatie een zwervend bestaan, zie dit bericht, al sluimerde daar ook een tijdje een plan om in de verbouwde schouwburg Ogterop een podium voor popconcerten mogelijk te maken. Zie dit bericht.

En dan is er nog Emmen waar sinds de teloorgang van Apollo, zie dit bericht, al veel over een poppodium is gesproken, en zelfs flink geld is geïnvesteerd in het Atlastheater, zie dit bericht, maar verder alles zoals gewoonlijk blijft zoals het was. 


Naar Heitor Villa-Lobos en het Hermitage Kwartert luisteren in concertboerderij D'Rentmeester te Valthermond

Bladmuziekpedaal Matthijs Broersma
Dankzij de programmeurs van het Aurora Festival, het kamermuziekfestival dat deze zomer in Drenthe, Friesland en Groningen wordt gehouden, heb ik kennis kunnen maken met het werk van de Braziliaanse componist Heitor Villa-Lobos (1887 – 1959). Ik hoefde er slechts de woning voor uit, het pad af, linksaf einde van de weg links, einde van de weg rechts, rechtdoor, rechtsaf en halverwege het Zuiderdiep in Valthermond ineens weer rechts.

Eenmaal gearriveerd in concertboerderij D’Rentmeester moest ik tijdens het concert lange tijd erg wennen aan de muzikale opvattingen van Villa-Lobos, een man waarvan ook ik nog nooit had gehoord. Zowel zijn Pianotrio nummer 3 als zijn Floral Suite kwamen mij nogal onrustig en zelfs driest over.

Slechts een aantal van de via internet beloofde stijlelementen uit het 'impressionisme, expressionisme, barok en classicisme' herkende ik. Dat was niet moeilijk – vrijwel iedere klassieke componist van zijn generatie heeft wel iets met ‘impressionisme, expressionisme, barok en classicisme’. De Braziliaanse volksmuziek herkende ik daarentegen niet, omdat ik geen Braziliaanse volksmuziek ken, behalve dan de Bossa Nova, maar die moest volgens mij tijdens het sterfbed van Villa Lobos nog op gang komen.

Al luisterend dwaalden mijn gedachten weer eens af. Met name het gebruik van voetpedalen om bladzijden van de partituur op een tablet om te slaan, begon mij te fascineren. Cellist Matthijs Broersma had zo’n pedaaltje, hij kon ermee vooruit en achteruit. Violiste Veselina Manikova had er geen, zij deed het met de hand. Pianiste Ilona Timchenko had daarentegen een jonge vrouw meegenomen om de bladzijden om te slaan. Ieder zijn voorkeur.

De aanwezigheid van een bladomsladame was wel zo handig, want volgens mij kwam Timchenko al spelend handen en voeten tekort. Aan een draadloos via bluetooth verbonden omslagsysteem zou zij niets hebben, meende ik. De dame bleek zeer bedreven in haar werk, vooral in het vooraf gladstrijken van haar rok alvorens zij weer plaatsnam op het krukje of stoeltje naast de pianist. Gek genoeg werd haar naam niet op het programmablad vermeld en mocht zij na afloop geen applaus in ontvangst nemen.

Hermitage Kwartet Valthermond

Na de pauze speelde het Hermitage Kwartet het Strijkkwartet nummer 17 van Villa-Lobo. De musici, twee violisten, een altviolist en een cellist, deden dat met weer heel andere pedalen, er is vermoedelijk ook hier sprake van een regenwoud aan mogelijkheden en dus keuzestress. Voor zover ik het kan inschatten, speelden ze zeer goed. Ik kwam althans op basis van dit concert tot de conclusie dat ik bij deze Braziliaanse componist het liefst naar zijn werk voor strijkers luister.

Weer wat geleerd. Tot het tegendeel wordt bewezen.

Het Aurora Festival heette jarenlang Peter de Grote Festival. Na de Russische inval in Oekraïne werd om politieke reden voor een naamsverandering gekozen. Nu komt het mij voor dat het Hermitage Kwartet onder de huidige omstandigheden iets vergelijkbaars had kunnen doen. En daarbij: als een kamermuziekfestival neerstrijkt in een concertboerderij, is het dan niet beter om te spreken van boerderijmuziek? Ik applaudisseerde er niets minder om.


Kandidaten zoeken voor de Architectuurprijs Drenthe editie 2023

Knarrenhof Emmen Hesco Bouw
Het mag weer en het kan weer: kandidaten voordragen voor de Drentse Architectuur Prijs. Citaat uit een persbericht:

“Een vierkoppige vakjury* zit en staat klaar om de inzendingen grondig te inspecteren en aan een (relatieve) beoordeling te onderwerpen. (…) We hopen weer op heel veel, heel mooie inzendingen! Net als in de vorige edities.”

Welbeschouwd zijn er twee prijzen, een vakjuryprijs en publieksprijs. Beide winnaars worden 15 september bekendgemaakt tijdens het congres ‘Drenthe: meer dan mooi!’ in De Nieuwe Kolk in Assen. Zie voor meer informatie deze link

De vorige winnaars zijn Station Assen van Powerhouse Company & De Zwarte Hond en Stadsboerderij ’t NijeHoff in Emmen van Hendrik Klinkhamer.

*= wie dat zijn vermeldt de website van de organisator (nog) niet. Op de foto: het in mei 2023 opgeleverde Knarrenhof in Emmen, een zeldzaam knap gemiste kans om Drenthe meer dan mooi te maken.