Het vermeend rijke verleden en heden van de Veenkoloniën

Veen is rijkdom
Met interesse en ergernis las ik zaterdag in Dagblad van het Noorden het stuk waarin Jan Schlimbach met historicus Willem Foorthuis op reportage gaat door de Veenkoloniën. Kop boven het stuk ‘Veen is rijkdom, geen armoede’.

In het artikel probeert Foorthuis het beeld van de Veenkoloniën als gebied vol armoede omver te trekken. “Als het gaat over het veen is het altijd; het was niks, het is niks en het zal niks worden. Een hele bevolkingsgroep en een gebied dat een rijke historie kent wordt ten onrechte gestigmatiseerd. Onze regio heeft het probleem dat het geen geheugen heeft. Rond het veen hangt een raar verhaal. Het klopt niet”, zegt hij.

Vervolgens zingt Foorthuis de lof van een uitzonderlijke ontwikkeling: hoe sinds de Middeleeuwen het veen van het Boertangermoeras via een ingenieus systeem is afgegraven, waarna een bijzonder landschap met bijbehorende cultuur is ontstaan. Het overgebleven erfgoed zou een Unesco-status waard zijn. Daar is het Foorthuis om te doen, een positieve status, met veel aandacht voor al het goede dat de vervening heeft opgeleverd.

Weg met het aanhoudende gezeur over armoede.

Nu ben ik niet voor gezeur, maar al lezend komt het mij voor dat Foorthuis de geschiedenis van de Veenkoloniën overdreven rooskleurig voorstelt. En historicus onwaardig. Het is waar, ooit was het hier ondoordringbaar. Geen wegen, hooguit een paar doodlopende paden over zangruggen, verder vooral verraderlijk drassig. Betreden op eigen risico. Wie de weg niet wist en een verkeerde stap zette, verzoop in het veen.

Zie nu eens. Het veen is verdwenen, opgestookt in kachels. Wat achterbleef is een naar Nederlandse begrippen zeldzame ruimte met hier en daar een paar huizen, veelal lintbebouwing langs kanalen. De mensen die nu in de Veenkoloniën wonen stammen voor een groot deel af van de gravers, aangevuld met latere import gelokt door de industrialisatie van na 1945. Niks mis mee. Velen wonen nu in vrijstaande huizen. Kom daar maar eens om in de grote steden.

Als we de enthousiaste Foorthuis mogen geloven, zijn de Veenkoloniën zo’n beetje het best bewaarde geheim van Nederland. Rijk verleden, rijk heden. Er is volgens de historicus slechts een probleem: te weinig mensen weten het. Zelfs de inwoners weten het niet. Met als gevolg dat in Oude Pekela sinds 2014 een plaggenhut staat, als eerbetoon aan de armoede van weleer. Een misverstand, weet Foorthuis. Omdat er nooit een plaggenhut in Oude Pekela heeft gestaan.

Het toeval wil dat Daniël Lohues in zijn column van afgelopen zaterdag ook al over plaggenhutten schrijft:

‘‘s Avonds zaten ze in plaggenhutten bij een turfvuurtje zwijgend gekookte smurrie te eten. Op tijd slapen. Op tijd weer op. Boekweitpannenkoeken. Spekvet. Werken. Als het dooi was tenminste. In de winter was er geen werk. Dan kocht men, op de pof, boekweit, spek, olie voor de lamp en sterke foezel voor in de borst, in de winkel van de veenbaas. Als de winter voorbij was, werkte men zich weer het schompes om de schulden af te betalen die ze in de winter opgelopen hadden. Elk jaar weer opnieuw. Ze zaten vast in het zuigende veen.’

Foorthuis en Lohues roepen een discussie van jaren her in herinnering, destijds tussen Michiel Gerding en Wim Visscher, twee historici met elk een eigen kijk op de geschiedenis van de Veenkoloniën en dus ook op plaggenhutten. Volgens Gerding moest het verhaal over de armoede in de koloniën niet groter worden gemaakt dan nodig. Volgens Visscher was onvoldoende onderzoek naar die armoede gedaan om te veronderstellen dat het allemaal best meeviel.

Foorthuis behoort tot de school van Gerding, voor zover zo’n school bestaat. Hij is van mening dat de armoede waar Lohues in navolging van Visscher aan refereert niet representatief is voor de gehele geschiedenis. Want ontstaan na een korte nabloei van de veenindustrie. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging het mirakels in het nog niet afgegraven deel van de Veenkoloniën, door een gebrek aan steenkool. Toen de steenkoolwinning na 1918 weer op gang kwam en daarna crisis van de jaren twintig begon, stortte alles weer in.

Met andere woorden: de geschiedenis van de Veenkoloniën is niet zwart-wit. Er is een tijd geweest dat de vervening veel geld heeft opgebracht, al is het de vraag hoeveel mensen daarvan hebben geprofiteerd. Daarnaast is er ook een tijd geweest dat het heel slecht ging, waarbij het de vraag is hoeveel mensen daar onder hebben geleden. Veel rijken en weinig armen, of veel armen en weinig rijken.

De waarheid zal ergens in het midden liggen, dat doet de waarheid vaker. De waarheid kiest nooit een kant. Juist daarom lijkt het mij onjuist om de geschiedenis van de Veenkoloniën als een groot jubelverhaal te hervertellen, zoals Foorthuis wil. Als het juiste verhaal verteld moet worden, dan graag ook het hele verhaal. Anders blijkt het een raar, niet kloppend verhaal.

Dus niet alleen de successtories van W.A. Scholten, F. Clock, A.G. Wildervank, J. Uniken en L. Grevijlink, maar ook over de ellende van alle mensen die naamloos in een keet na het eten van een bakkie prut zijn gestorven.

En dan meteen graag ook antwoord op meer hedendaagse vragen. Zoals waarom anno 2022 zo weinig mensen in Veenkoloniën wonen. Wat vreemd is als het leven daar zo geweldig is. Waarom opvallend veel mensen in de Veenkoloniën stemmen op politieke partijen die in de oppositie zitten. Wat vreemd is als zij ja niks te klagen hebben. En waarom de universiteit Groningen al jaren onderzoek doet naar armoede en gezondheidsproblemen in de Veenkoloniën. Wat vreemd is voor zo'n paradijs op aarde.

En dan ook maar meteen antwoord op de vraag waar al het geld is gebleven dat met de vervening is verdiend. In Erica ligt het niet. Zou het in de stad zijn beland?


Over het tuinpad van Erik Harteveld

Erik Harteveld Langs het Tuinpad Van Mijn Vader
Graag wil ik de kijkers thuis attenderen op een nieuwe, potentieel boeiende serie bij RTV Drenthe met de wat mij betreft weinig wervende titel Langs het tuinpad van mijn vader. De eerste aflevering was, meen ik, afgelopen vrijdag. De eerstvolgende vandaag, donderdag. Helaas kan ik in de infobrij op de website van mijn regionale omroep niet achterhalen wie in de tweede, derde, vierde, vijfde en zesde aflevering langs, op of over het pad loopt.

(Nagekomen bericht: het is Harry Tupan, directeur van het Drents Museum.)

Over acteur, muzikant en schrijver Erik Harteveld kwam ik dankzij ondervraging door Sophie Timmer onder meer te weten dat hij een gelukkige jeugd heeft gehad in het dorp Nijlande. Dat is prettig voor Harteveld. Maar ook jammer, want door een gebrek aan drama viel er thuis voor de buis weinig te huilen. “Terugkijkend vindt Erik dat hij het erg getroffen heeft. Met zichzelf”, aldus Timmer.

Meest schokkend was de ontboezeming van Harteveld dat hij het niet kan verkroppen de Culturele Prijs van Drenthe te hebben misgelopen. Was dat een strategische grap? Op mij kwam het over als een beetje premature, omdat die prijs nog steeds bestaat en Harteveld hem heel goed alsnog kan krijgen. Als het de jury behaagt.

Wat daarvoor nodig is, wil ik hier ook wel kwijt. Eerst moet het verbrokkelde oeuvre van Harteveld worden gelijmd en door een iemand met verstand van zaken in het juiste perspectief* worden gezet. Dit om de jury te laten begrijpen dat zij op vlakken buiten hun eigen aandachtsveld mogelijk onwetend zijn.

Ook moeten andere kanshebbers opzij worden geschoven. Dat is eerder gebeurd. Zoals in 1960 (winnaar: afdeling Drenthe van de Nederlandse bond van plattelandsvrouwen), 1966 (winnaar: schrijfster M. Eising), 1968 (binnenhuisarchitect Mw. C. Nicolai-Chaillet), 1974 (Aleid Rensen met echtgenoot Jaap), 1990 (Marga Kool) en 1999 (regisseur Wil ter Horst-Rep).

Terug naar het tuinpad.

De aflevering met Harteveld is deels in Paterswolde en deels in Nijlande opgenomen, vermoedelijk gedurende een zomerse middag die ondanks de hitte niet echt plakkerig werd, want de hoofdpersoon kon zijn verwassen witte T-shirt gewoon aanhouden. Daarmee werd de indruk gewekt dat hij, ondanks zijn enorme verdiensten voor de culturele zaak, heel gewoon is gebleven. Precies zoals veel mensen in Drenthe het graag zien.

Kijken dus. Terug en vooruit.

*= in dat ‘essay’ graag ook aandacht voor het merkwaardige verschijnsel waarbij sommige kunstenaars in Drenthe zichzelf ongevraagd kleiner maken dan nodig en vervolgens toch klagen over miskenning. Dit alles op de zoetzure toon van een aan lager wal geraakte Rus met een defect lampje boven de keukentafel precies op de plek waar beter een vliegenstrip had kunnen hangen.


Misplaatst trots op het gezonde Emmen

Ronald Oostingh
Zowel Dagblad van het Noorden als RTV Drenthe bericht over een onderzoek waaruit zou blijken dat Emmen tot de gezondste steden van Nederland wordt gerekend. Elk medium doet dat op een geheel eigen manier.

De krant brengt een ‘vijf vragen en antwoorden’ plus kader met straatpraat. De omroep brengt een persoonlijk verslag waarin ook Emmenaren aan het woorden komen. Het eerste pakt journalistiek het beste uit. Het tweede het meest lollig.

Het onderzoek is verricht door Arcadis, een bureau dat in 25 steden heeft gekeken in hoeverre gezond leven daar mogelijk wordt gemaakt. Ter vergelijking: Nederland telt 344 gemeenten. We hebben hier dus te maken met een allesbehalve representatief onderzoek.

Het onderzoek komt niet uit de lucht vallen. In 2020 deed Arcadis iets vergelijkbaars, toen in twintig gemeenten. In het nieuwe rapport zegt Country director Arcadis Nederland BV Lidewij de Haas over de context het volgende:

“Met de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet, per 1 juli 2023, krijgen gemeenten meer beleidsvrijheid en mogelijkheden om rekening te houden met gezondheid. Dit is zeker niet vrijblijvend want ze krijgen ook de verantwoordelijkheid hiervoor. De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang. Voor wat betreft gezondheid betekent dit dat de inwoners en gebruikers van de stad nadrukkelijker worden betrokken in het participatieproces en dat de GGD in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken moet worden bij visie- en planvorming.”

Met andere woorden: als er straks op dit gebied iets veranderd moet worden in een gemeente dan wil Arcadis daar best een handje bij helpen.

Dat is goed bedoeld en soms noodzakelijk. De gemeente Emmen mag dan volgens de onderzoekers een gezonde plek zijn om te leven - qua lucht, qua beweegruimte, qua groen, qua afstand tot voorzieningen zoals het ziekenhuis - de inwoners zijn daarmee niet automatisch gezond. Iets met het verschil tussen praktijk en theorie. Sterker, volgens andere onderzoeken zijn inwoners van Emmen, vergeleken met mensen in andere gemeenten, dikker en ze gaan ook nog eens eerder dood.

Niet iets om trots op te zijn.

De trots van RTV Drenthe-verslaggever Ronald Oostingh, geboren en getogen in Emmen, maar vanwege de liefde woonachtig in Zwolle, is misplaatst.  Hij is blij dat Emmen nu eens niet slecht scoort in een onderzoek. Hij is blij met beeldvorming, wat iets anders is dan de realiteit.

Overigens valt op de conclusie in Dagblad van het Noorden ook wel een en ander af te dingen. ‘Aandacht voor mooie stad betaalt zich uit’ luidt de kop boven een stuk van Eline Kuin en Hilbrand Polman. De gezondheid van Groningers houdt ook niet over. Boven het stuk had beter kunnen staan ‘Het is niet overal kermis waar de vlag uithangt’.

Gelukkig heet lachen gezond.


Twee keer in de podcaststudio

J en A + zaal
Na de succesvolle presentatie op 11 november in café De Amer (foto Peter ten Hoor) zette ik vorige week de promotiewerkzaamheden voor mijn boek Woest & ledig voort in twee opnamestudio’s. Woensdag in die van Hooggeëerd Publiek (HGP) en zaterdag in die van De Nieuwe Contrabas Podcast (DNCp)

Voor eerstgenoemde instituut – dè cultuurpodcast van Noord-Nederland – reisde ik af naar een cabine op de redactievloer van de Leeuwarder Courant aan Sixmastraat in Leeuwarden. Dat trof, want daar moest ik toch zijn. Ik ben een van de makers van HGP; efficiency is mij niet vreemd.

HGP_OMSLAGAlvorens aflevering 30 werkelijk van start ging, met een interview met Eelco Veenema over diens spraakmakende regie van het theaterstuk Romte, werd ik door Kirsten van Santen gevraagd iets voor te lezen uit eigen werk. Dat deed ik uiteraard. Een mens moet niet dwarsliggen als hij een keer voor zaken in de hoofdstad van Friesland is.

Aan het einde van de bijeenkomst bleek iets mis met de geluidsbestanden. Afgelopen vrijdag werd duidelijk dat wel het gesprek met Veenema was opgenomen, en alle interessante items die daarna volgden, maar niet mijn voorleesbeurt. Voor sommigen teleurstellend, inderdaad. Gelukkig is de voorgelezen tekst niet verdwenen, die staat gewoon in het boek.

Voor de opname voor De Nieuwe Contrabas Podcast hoefde ik de deur niet uit, maar kon ik na het autowassen en bladharken ‘gewoon’ thuis in de werkkamer op de iPad een Zoom-programma starten. Daarop verschenen drie onbekommerd lachende heren in beeld: Erik Lindenburg, Hans van Willigenburg en Chrétien Breukers. Van Willigenburg en Breukers stelden vragen, Lindenburg zorgde ervoor dat de antwoorden werden vastgelegd.

De Nieuwe Contrabas PodcastSinds zondag is het resultaat te beluisteren in DNCp 83. Ik zit ergens aan het einde, na de aandacht voor De Wereld Draait Door, de Albert Verwey-lezing van Christiaan Weijts, de bijzondere essaybundel Moeten we dit weten voor de toets van Coen Peppelenbos en het voetbalboek Leven met Louis van sportjournalist en Qatar-ganger Willem Vissers.

Wat mij bij beluistering opviel was het geluid, mijn geluid, dat ik tijdens het vraaggesprek binnen een andere context zelfs ergens een uniek geluid waag te noemen. Dat geluid klonk, misschien horen anderen iets anders, in de wereld der techniek moet je niets uitsluiten, dat klonk bedompt. Alsof ik tijdens de opname uit verlegenheid onder tafel was gekrompen. Dat was ik niet.

De aantasting van kwaliteit komt desondanks geheel en al voor mijn rekening. Had ik maar geen boek moeten schrijven.


Zondags dilemma: naar Liesbeth Woertman of naar Silvia Fledderus?

Wat te doen zondag in Emmen? Naar Liesbeth Woertman of naar Silvia Fledderus?

750x1200Woertman wordt in voorheen de bibliotheek, thans Facet aan het Noorderplein, door Annette Timmer geïnterviewd over haar onlangs verschenen boek Wie ben ik als niemand kijkt. Citaat uit het persbericht:

“In haar onlangs verschenen boek bespreekt prof. Dr. Liesbeth Woertman de rol van schoonheid en identiteit in het leven van vrouwen boven de veertig. Een van de dingen die vrouwen vanaf deze leeftijd vaak zeggen is ‘dat mannen steeds minder kijken’. Het verdwijnen van de male gaze opent nieuwe deuren en breekt oude concepten. Het geeft ruimte voor verwondering maar ook voor verdriet en verlies. Liesbeth Woertman probeert in haar boek de fictie van het zelf en de rol van het vrouwenlichaam in de oudere levensfasen te doordenken.”

Aanvang 13.30 uur. Entree 4 – 10 euro

Wat het huis wegbrengt (2022) Silvia Fledderus

Silvia Fledderus geeft in voorheen het Noorder Dierenpark, thans het Rensenpark en dan met name het theatertje van Loods13, een lezing over de zin en onzin van religie. Ook hier een citaat:

“Zij zal meerdere vragen stellen, zoals: hoe kun je geboorte verstaan? En wat kun je rond het geboorteproces leren over het wezen van de mens? Filosofie en theologie zullen tijdens haar lezing ons pad kruisen. Langs het verhaal van de geboorte van de mens neemt Silvia Fledderus ons mee in de zin of onzin van religie. Lichtvoetig en laagdrempelig. Thema's die aan de orde komen zijn onder andere barmhartigheid en empathie. De relatie tussen theologie en filosofie en het verlangen naar betekenisgeving in deze tijd komen daarbij uitgebreid aan bod.”

Aanvang 14.00 uur. Entree 11,50 euro


‘Het maakt totaal niet uit of je uiterst links of uiterst rechts stemt’

Stembusgang

Ik schreef maandag een commentaar voor Dagblad van het Noorden naar aanleiding van berichten over extremisten die met complottheorieën het vertrouwen in de democratische rechtsorde ondermijnen. Zie ook daar.

Geïnspireerd door minister Dilan Yesilgöz van Justitie en Veiligheid (‘Het is aan ons allen om onze stem te laten horen en zo onze democratie te beschermen’) stelde ik weer eens vast dat de meest effectieve manier om je stem te laten horen een gang naar de stembus is. Dat kan over vier maanden weer.

Het leverde onderstaande reactie op van een lezer uit Assen:

‘Vond het stuk van dhr. van Ruiten over het oplossen van de problemen met onze democratie door, volgens hem, te gaan stemmen.

Helaas slaat hij de plank zo verschrikkelijk mis, het is niet te geloven. Hij heeft duidelijk niet echt opgelet de afgelopen jaren. Het is absoluut duidelijk dat het totaal niet uitmaakt of je uiterst links, of uiterst rechts (en alles wat daar tussen zit) stemt; want geen van allen ook maar een bliksem aantrekt  wat de gewone man (vrouw) denkt of wil. Ze zitten in de regering (op welk nivo dan ook) en vinden dat alleen belangrijk. Er wordt niet geluisterd naar de gewone mens - die hun hebben gekozen om ze te vertegenwoordigen. Misschien zijn er hier en daar enkele uitzonderingen, maar die worden ondergesneeuwd door de "grote partijen" of ze kunnen het niet alleen en de mensen die hun willen helpen, komen ook alleen maar voor hun eigen ik.

Wanneer de politiek ECHT gaat luisteren en uitvoeren wat de gewone mens wil, dan begin ik (MISSCHIEN) te denken aan het weer meedoen in het stemhokje (Mag ook wel eens richting 21e eeuw getrokken worden en het rode potlood afdanken), maar ik ben bang dat het eerst nog veel erger wordt voordat het Misschien beter kan worden.’

Wie meer wil weten van het nihilisme verwijs ik graag naar de roman Vaders en zonen van Ivan Sergejevitsj Toergenjev.


Vanuit de stad lekker denigrerend doen over Zuidoost-Drenthe

Zwarte-Piet-Jan-Schenkman
Ik schreef woensdag een commentaar voor Dagblad van het Noorden naar aanleiding van de verstoring van een gemeenteraadsvergadering in Emmen door activisten die terstond van Zwarte Piet af willen. Zie ook daar. Strekking voor wie liever hier blijft: Emmen heeft tijd nodig om Zwarte Piet in zijn geheel af te schaffen en het verstoren van een vergadering waar dat punt niet aan de orde is, is ongepast.

Het leverde onderstaande reactie op van een lezer uit Beilen:

‘Moi,

Het redactioneel commentaar gaf vandaag weer eens schitterend de kloof weer tussen stad en platteland, tussen hoger en lager opgeleid (theoretisch vs praktisch opgeleid). Lekker denigrerend doen over Zuid-Oost Drenthe vanuit 'de stad'. Alles gaat daar langzamer dan in de rest van het land toch?

Ik woon al mijn hele leven op het Drentse platteland, net als al mijn voorouders.

En niemand maakte en maakt zich ooit druk over zwarte Piet. Dat is een dingetje voor de zg intellectuele elite, de woke goedmensen.. Politiek correct tot op het bot, uiteraard stemmend op GL, D66 PvdD cs. Dé partijen die de vijand zijn van een leefbaar platteland.

Kijk naar dat tuig wat in Emmen de raadszaal binnendrong. Extreem verwende rijkeluiskindjes, die niet werken, dat ook nooit zullen doen. Want hey, pappie en mammie betalen alles hé. En dan gaan ze zich vervelen. Het zijn dezelfde types als uit de extreem linkse kraakbeweging. Afkomstig uit heel Europa. Weten niet waarvoor ze 'aksie' voeren, maar ja, wat moet je anders met je vrije tijd nietwaar.’

Een 'Gr' kon er nog net af.


Het El dorado van Kees Groenevelt

Filmhuis 25 jaar Kees Groenevelt
Opnieuw bezocht ik Filmhuis Emmen, opnieuw in het theatertje van Loods13 in het Rensenpark. Ditmaal ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van datzelfde Filmhuis. Het jubileum werd gevierd met een vier dagen durend festival en de vertoning van Aguirre, der Zorn Gottes van regisseur Werner Herzog uit 1972.

De filmkeuze was gemaakt door Kees Groenevelt, samen met Marjon Beltman mede-oprichter van het Filmhuis, en tot voor kort voorzitter. De keuze had alles te maken met bewondering voor Herzog, in de jaren zestig, zeventig en tachtig samen met Volker Schlöndorf, Rainer Werner Fassbinder en Wim Wenders een pionier wat toen de nieuwe Duitse cinema heette.

,,Zijn films bevatten vaak ambitieuze hoofdrolspelers met onmogelijke dromen”, hoorde ik Groenevelt zijn keuzefilm inleiden.  “Mensen met unieke talenten, bijzondere of obscure figuren,  individuen die in conflict zijn met de natuur en op een bijna obsessieve wijze hun dromen najagen.”

Mijn gedachten dwaalden af naar het beeld dat ik de afgelopen jaren van Groenevelt heb gevormd: een permanent kritische, zeer actieve en bevlogen man die schijnbaar onvermoeibaar het culturele leven in Emmen probeert te veranderen. Dat ging en gaat hem niet makkelijk af. Emmen is een moeras, wordt wel beweerd. Moerassen zijn zeer vruchtbaar, maar dingen zakken er makkelijker weg dan dat ze vaste grond vinden.

In het onlangs verschenen tijdschrift bij het Filmhuis-jubileum geeft Groenevelt een uitgebreide analyse van het culturele leven in Emmen. Ik citeer: ‘Het grootste probleem vind ik het gebrek aan kwaliteitsbesef op alle niveaus. En wat ook niet helpt, is dat er bij de politiek geen of te weinig verschil wordt gemaakt tussen professionele kunst en amateurkunst met een meer sociale functie.’

Voorafgaand aan Aguirre, der Zorn Gottes pleitte Groenevelt in het zaaltje van Loods13 opnieuw voor een zelfstandig filmtheater, het liefst in het Rensenpark, waar vijf of meer dagen per week film vertoond kan worden. “Niet alleen artistieke films, maar ook educatieve projecten, films voor doelgroepen, besprekingen en bijeenkomsten die een bijdrage leveren aan culturele kwaliteit, de lokale identiteit en sociale cohesie.”

Daarna startte de film.

We zagen een groep mensen door een oerwoud trekken, op zoek naar El dorado, een mythisch goudland. De mensen klommen zwaar bepakt over bergen, liepen vast in de modder en besloten hun tocht op vlotten voort te zetten via een kolkende rivier. Terwijl er steeds meer doden vielen, de goudzoekers werden belaagd door indianen, brak binnen de groep een opstand uit. Wat te doen: doorgaan onder het gevestigd gezag of een eigen koers kiezen?

Aguirre, der Zorn Gottes eindigde rampzalig. De slotbeelden toonden een bezeten man, gespeeld door Klaus Kinski. Eenzaam en verlaten was hij op een stuurloos vlot verder dan ooit verwijderd van het doel dat hij nastreefde.

Na afloop was ik opgelucht dat de toorn van god voorbij was. Ik had vanaf een ongemakkelijk stoeltje in een te warme ruime een uitstekende film gezien. Afgaand op de reacties om mij heen, ik telde zo’n veertig medekijkers, stond ik daarin niet alleen. Het onbeperkte drinken en praten kon beginnen.

Later, eenmaal thuis, werd ik besprongen door de gedachte dat Groenevelt met de keuze voor Aguirre, der Zorn Gottes van Werner Herzog niet alleen anderen, maar vooral ook zichzelf een spiegel wilde voorhouden.


Iets andere opzet voor Cultuurprijs Emmen

Cultuurprijs Emmen
Traditiegetrouw wordt tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de gemeente Emmen de winnaar van de Cultuurprijs 2022 bekendgemaakt. Dat gebeurt in de eerste week van januari 2023 opnieuw, toch is er iets veranderd. Dat blijkt uit een oproep die de organisator van de prijs, Facet, heeft verspreid. Niet langer is de prijs – 1000 euro plus een kunstwerk – het ene jaar een aanmoedigingsprijs en het andere jaar een oeuvreprijs:

“De Cultuurprijs is bedoeld voor personen die recent een vernieuwende artistieke ontwikkeling hebben laten zien. Een opkomend talent kan genomineerd worden, maar ook iemand die zijn strepen in de muziek, dans, theater, kunst of literatuur al heeft verdiend. Naast personen kunnen ook verenigingen of instellingen worden genomineerd. Voorwaarde is dat er een sterke culturele binding is met de gemeente Emmen.”

Het nomineren is mogelijk tot en met zondag 6 november via deze link.

De jury bestaat uit Nicole Stiekema (Facet), Leonie Pluyter (evenementenorganisator), Menso Rappoldt (Grote Kerk Emmen), Peter Veen (tekstschrijver) en Bibian Welbergen (Facet). Voor het reglement zie hier.

Eerdere winnaars:

  • 2021: Mayon Middeljans, illustrator en beeldend kunstenaar
  • 2020: Carina Vinke, zangeres
  • 2019: Hannah Mae, singer-songwriter
  • 2018: Pieter Koolwijk, schrijver
  • 2017: Isa Zwart, singer-songwriter
  • 2016: Leonard Leutscher, musicus
  • 2015: Arjan Linker, componist
  • 2014: Saskia Boelsums, beeldend kunstenaar
  • 2013: Marloes de Vries, illustrator
  • 2012: Stichting Retropop, festival

Een middag in Linde met schrijvers en zangers uit gemeente De Wolden

Ria Westerhuis. Foto Frits Muhring
Tien jaar geleden deed ik, druk baasje, op uitnodiging van de mensen achter de kunstroute Grensloos Kunst Verkennen onderzoek naar het literair klimaat langs de Reest, naar schrijvers en dichters in de dorpen De Wijk en IJhorst. Voor iets meer daarover zie deze link.

Ik moest aan dat onderzoek terugdenken na ontvangst van een persbericht waarin mensen worden opgeroepen zich op zondag 30 oktober te melden in Theaterschuur Linde aan de Linderweg 4 in Linde:

“Door de jaren heen zijn er schrijvers en zangers actief in en over de Wolden. Hier op het platteland schrijven ze hun teksten. Of ze wonen elders en schrijven over de Wolden.

Al die Wolder Woorden komen in gedichten, verhalen en liedjes terecht. Soms gaan ze over onze streek. Soms zijn ze er door geïnspireerd. Soms hebben ze er helemaal niets mee te maken. Maar de overeenkomst is dat ze een Wolder onderlaagje hebben. In de tekst of in de maker er van.

Wij vinden het de moeite waard af en toe stil te staan bij de Wolder Woorden en hun geestelijke moeders en vaders. De eerste keer doen we dat op zondag 30 oktober 2022 om 14.30 uur. Optreden zullen dan:

  • Ria Westerhuis, dichteres uit De Wijk
  • Kees Opmeer, schrijver uit Ruinen
  • Marius Klein, singer-songwriter uit Echten, met zijn muzikale kompaan Hendrik Luurtsema
  • Derk Jan ten Hoopen, schrijver/dichter uit Zuidwolde
  • Baukje Bloemert, redactrice uit Zuidwolde. Omdat Wolder Woorden ook gaat over Wolder schrijvers van weleer, zal Baukje Bloemert in deze serie per keer een schrijver van vroeger belichten. Deze eerste keer is dat Bonnie Kuik-Veendorp
  • Marga Kool en Jan Veenstra uit Linde, zullen als gastvrouw en -heer ook een bijdrage leveren

De zaal gaat open om 14.30 uur. Dan is er koffie/thee met huisgemaakte cake. Het programma begint om 15.00 uur en kent een pauze. Entreeprijs: € 12,50 inclusief koffie/thee en cake vooraf. Reserveren: via het contactformulier op www.theaterschuurlinde.nl. Of 0523-235001."