Onderzoek: groot gebrek aan schaamte in Drenthe

In opdracht van de NOS en met steun van de regionale omroepen is een onderzoek verricht naar het regio- en provinciegevoel van Nederlanders. Ook ik heb aan het onderzoek meegedaan. Een kwestie van vragen invullen via internet. Wat weer eens meer tijd kostte dan vooraf werd aangegeven.

Gisteren, maandag, werden de resultaten bekendgemaakt. RTV Drenthe deed dat hier, RTV Noord daar, Omrop Fryslan daar. De digitale redacties van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant brachten vervolgens dit en dit bericht. De gekozen conclusies gingen samengevat vooral over trots en nuchterheid.

Lezend in het onderzoek bleef het oog haken bij het onderdeel schaamte, ook daar waren vragen over gesteld en conclusies aan verbonden. Het leidde, in het geval van Drenthe, bijvoorbeeld tot de volgende vaststelling: "Drenten schamen zich voor het gebrek aan voorzieningen in hun provincie. De leegloop in Drentse steden wordt genoemd, en dat je voor veel evenementen naar het westen moet. Ook het gemis van een hogeschool of universiteit in Drenthe leidt tot schaamte."

Schaamte voor leegloop in 'de Drentse steden'?  Hoe erg moet het dan wel niet zijn met de schaamte voor de leegloop in 'de Drentse dorpen'?

Onderzoek Provinciegevoel
Het echte nieuws van het onderzoek bleek verpakt te zitten in een staatje op bladzijde 36. Waarbij de groene arceringen even vergeten mogen worden. En waaruit valt af te leiden dat 14 procent van de ondervraagde Groningers zich schaamt voor de 'mentaliteit van de mensen' en dat veertien procent van de Friezen zich schaamt voor de 'taal/dialect'. Welke 'taal/ dialect' , het Fries, het Nederlands of het Stellingwerfs, wordt niet genoemd.

Maar nu komt het: 81 procent van de door de NOS en de regionale omroepen ondervraagde Drenten zeggen zich niet te schamen. Nergens in Nederland is dat gebrek aan schaamte zo hoog. Je zou van zoveel nuchterheid bijna trots worden.


Leest 'De ommelanden' van Elvis Peeters

De ommelanden Elvis Peeters
Ik lees voor een bespreking in de cultuurbijlage van Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant de roman De ommelanden van Elvis Peeters. Het is – tot dusver – een heel aardig boek. Niet heel goed, maar beslist niet slecht.

Hoofdpersonage is Dora, een fotografe die in een afgelegen streek 'details van de dood' wil vastleggen. Als ze klaar is met haar werk krijgt ze autopech. Daarna lukt het niet meer om weg te komen en wordt ze door de omstandigheden gedwongen zich op een verlaten hoeve het plattelandsleven eigen te maken: kippen houden, met schaars geworden water planten kweken, een juk dragen.

Om in de stemming te komen, op bladzijde 9 staat dit: 'De economie is geëlimineerd, deze streek is willens en wetens opgegeven, geen dokter, geen voorzieningen, alles moet met liefde, geduld en onbegrip worden opgelost.' Op bladzijde 13 staat dit: 'Hun streek hoort wel tot het grondgebied, niet meer tot het land. Belastingen vallen hier nauwelijks te innen en uitkeringen zijn niet meer voorzien.'

Wat ook bevalt zijn zinnen als deze:

Gedachten zijn het beste wat we hier hebben.
Hier valt tijd samen met geduld, daar spoed je je niet doorheen, daar laaf je je aan.
Het feest heeft zich naar de stad verplaatst.
Wij weten niks van huwelijken, alleen van sterfgevallen.
De stad ligt als een koortsig beest.


Emmen als planologische blunder?

Het is een verhaal dat vaker is verteld en waar sommigen geen genoeg van kunnen krijgen: hoe in de jaren vijftig en zestig in Emmen een wijze van stedenbouw werd toegepast die door kenners in binnen- en buitenland wordt geroemd: ruim en omgeven door groen, geschakeerd en gedurfd. Eerst voorzichtig in de wijk Emmermeer, daarna voortvarend in de wijken Angelslo en Emmerhout.

Dat ik hier nu over begin, heeft te maken met een tentoonstelling in galerie Bij Leth aan de Hoofdstraat in Emmen. Waar tot en met 16 maart onder de weinig aanlokkelijke titel Bouwen in serie: constructie en context een 'tentoonstellingsportret' is te zien van Jan Sterenberg, een van de architecten die een bepalende rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van Emmermeer en Angelslo en vervolgens Architectengroep Emmerhout oprichtte.

Het wonder van Emmen 2
Over Sterenberg (1923-2000) wordt verteld dat hij zijn tijd ver vooruit was. Naar verluidt baarde hij opzien met het beleggen van praatgroepen, waarvan de 'opbrengst' daadwerkelijk werd 'meegenomen' en waar mogelijk zelfs gebruikt. Ook zou hij een vurig pleitbezorger van betere en goedkopere woningbouw zijn geweest. Als je er goed over nadenkt, is dat inderdaad bijzonder. Je zou denken dat bouwbegrippen als 'beter' en 'goedkoper' veel eerder bedacht waren.

De aandacht waarom juist in Emmen op een nieuwe manier gebouwd kon worden, komt in de tentoonstelling summier aan bod. Dat is wellicht een kwestie van interesse. Mij lijkt het de moeite waard als iemand een keer bondig helder probeert te krijgen hoe, door wie en op welke gronden na de Tweede Wereldoorlog in Den Haag is besloten om een boerendorp aan te wijzen als plek waar in hoog tempo industrialisatie moest plaats vinden, om van een slapend dorp omringd door veenketen een moderne stad te maken.

Het wonder van Emmen 3
Zolang dat niet gebeurt, blijft het een raadsel waarom 'Den Haag' niet Coevorden heeft aangewezen als hoofdstad van het destijds zo verarmde Zuidoost-Drenthe. De oudste stad van Drenthe, toen en nu nog ernstig in verval, had zich dan serieus kunnen ontwikkelen en definitief verlossen van de doem van een verlaten garnizoensstad. Emmen was dan geworden – of gebleven – als Sleen, Oosterhesselen of Borger, dorpen met een ziel.

Niets te nadele van Jan Sterenberg en zijn voorliefde voor de menselijke maat. Maar het lijkt erop dat niemand in de vijftig en zestig wilde inzien dat het concept van de Open Groene Stad ook kon mislukken. En dat de bij het concept behorende ontwikkeling van grote op zichzelf staande wijken als Emmermeer, Emmerhout en Angelslo en later Bargeres, Rietlanden en Delftlanden nadelige gevolgen zou hebben voor de samenhang van de plaats die ze nu gezamenlijk vormen.

Het wonder van Emmen 1
Achteraf kijk je een koe in de kont. Dat wordt vaak gezegd. Wat niet wegneemt om, ook achteraf, kritisch te zijn over dat wat steeds maar weer 'het wonder van Emmen' wordt genoemd en in feite een permanente worsteling is met ruimte en subsidiemogelijkheden. De huizen en buurten die Sterenberg en de zijnen destijds hebben gedacht mogen destijds kwalitatief goed zijn geweest, die wijken die ze nu samen vormen zijn meer delen dan som.

Tot slot een waarschuwing voor de kijker thuis. De tentoonstelling in Bij Leth is een nogal 'informatieve expositie'. In een relatief kleine ruimte staan panelen opgesteld met ongeveer net zoveel tekst als beeld. Op zich past dit goed bij architectuur, een kunstvorm waarin theorie en praktijk elkaar nogal eens voor de voeten lopen en waarin een jargon wordt gebezigd dat opvallend makkelijk de bocht uitvliegt.


Kijkend naar de krimp in Emmen

Krimp in Emmen 2019
Ik wandelde door de Noorderstraat in Emmen, ook bekend dankzij de middenstandsroman Vertrouwd voordelig van Peter Middendorp. Het was alsof er een kanon was afgeschoten, nauwelijks meer mensen op straat. Ja, een paar, misschien op de vlucht uit vrees voor nog een kanonschot. 

Ter hoogte van De Babyhoek moest ik denken aan de krimp. En daarna aan Waar banen zijn, willen mensen wonen, een in juni 2018 gepubliceerd onderzoek van de Rekenkamercommissie Emmen naar de ontwikkeling van de demografie en de arbeidsmarkt. Weer thuis zocht ik de samenvatting op:

"We constateren dat tot 2006/2007 het denken en handelen van de gemeente Emmen gericht was op groei. Achterblijvende resultaten, maar ook de economische crisis sinds 2008, hebben geleid tot een omslag. Krimp, en het anticiperen hierop, kwam nadrukkelijker in de hoofden van ambtenaren en bestuurders.

Mede 'ondersteund' door het vertrek van een aantal grote werkgevers/bedrijven, is deze aandacht medio 2011 verder versterkt en is specifiek een analyse gemaakt van de (betekenis van de) demografische ontwikkelingen voor Emmen. Vanaf 2014 zien we dat dit ook echt zijn vertaling en uitwerking heeft gekregen in beleid en acties van de gemeente; ook met de nieuwe strategienota Emmen 2030.

Wel ligt de focus vooral op korte termijn/incidenten en kwantiteit en minder op lange termijn en kwaliteit."

Nooit meer iemand over gehoord, over dat onderzoek


Hoe de elektrische auto ons naar de stad drijft

Lampjes Dashboard
Bij het schakelen naar 'de vijf' op de N34 ging er in het dashboard een lampje brandje: storing in de motor. Wat nu? Direct naar de garage? Doorrijden naar Groningen? De keuze viel op het laatste. Soms gaan problemen vanzelf voorbij. Vroeger, toen er in het dashboard veel minder lampjes konden branden, reed de mens ook gewoon door met zijn problemen.

Voorbij Borger leek de motor inderdaad kuren te vertonen. Ik meende het tussen al het tobbende getwijfel te kunnen horen. Vlak voor het Julianaplein in Groningen voelde ik zelfs dat de auto op ongewone wijze schudde, als een kat die tevergeefs een haarbal probeert uit te spugen. Op de parkeerplaats aan de Lubeckweg raasde de motor na het uitschakelen ongewoon lang door.

De auto wordt oud. En omdat het er een van Franse makelij is, gaat het verval sneller dan gevreesd.

Onlangs las ik in Dagblad van het Noorden een artikel over elektrisch rijden. Dat komt eraan, met of zonder klimaatakkoord, dat hoor je overal. Het zou goed zijn voor het milieu. Wat volgens mij niet correct is. Dat wat de mens voortbrengt lijkt per definitie slecht voor het milieu. Op een plaatje bij het artikel stond een overzicht van beschikbare elektrische auto's met hun actieradius, oplaadtijden voor de batterij en de bijbehorende prijzen.

Ik las: 'Elektrisch rijden heeft de toekomst: hoe duurder de auto hoe groter de actieradius'. Ik berekende dat de aanschaf van een elektrische auto vele duizenden euro's meer kost dan die van een benzineauto. Daarnaast blijk je er veel minder ver mee te kunnen rijden. En halverwege moet je extra lang tanken om daar te komen waar je reeds hoopte te zijn. Wachten bij een tankstation, er zijn prettiger manieren om de tijd te doden.

Hoe lang gaat zo'n batterij mee? Mijn ervaring met batterijen is dat ze het in het begin goed doen, maar bij veelvuldig gebruik een slijtage optreedt die vergeleken kan worden met longemfyseem. Terwijl ik alle gegevens probeerde te verwerken, zag ik de toekomst somber in.

Toen ging er een nieuw lampje branden.

Ik bedacht dat het verstandiger is het platteland te verruilen voor de stad. De huizen zijn daar weliswaar duurder en je kunt er niet parkeren, maar wie geen auto heeft hoeft niet te parkeren. Sterker, wie geen geld hoeft te sparen voor de aanschaf, afschrijving en het onderhoud en de bijbehorende brandstof van een elektrische auto kan een bijdrage leveren aan de waardestijging van onroerend goed in een plek waar alle voorzieningen wél in stand worden gehouden. Daar waar de bedrijven met betaalde banen zich hebben gevestigd en de beschikbaarheid van het openbaar vervoer veel beter is geregeld.

De auto de deur uit. Het scheelt reistijd, is gezonder en goed voor het milieu. Sorry voor de krimp. Open met de poort.

's Middags pruttelde de motor weer normaal. Bij een garage op het industrieterrein - het best bereikbaar per auto - met een uitleesapparaatje een storing met nummer P1340 geconstateerd. Ook omdat de serviceafdeling druk bezet was, kreeg ik het advies gewoon naar huis te rijden en verder af te wachten. Met een druk op de knop werd de storingsmelding gewist.


Brief aan Bouke Durk Wilms

Ook ik bezocht afgelopen week in het Bruggebouw de bijeenkomst over het lokale kunst- en cultuurbeleid. Ik vond het iets weg hebben van een bonte avond voor die hards: behalve een evaluatie van Emmen als culturele gemeente, ook een terugblik op de huidige cultuurnota Maak Het Mee en in een moeite door een voorzet voor een nieuwe, nog naamloze cultuurnota. We moesten het zelf nuttig en gezellig maken.

Bij het eerste omzien ging dat eenvoudig. Ook omdat de tevredenheid over de culturele gemeente vergelijkbaar was met de tevredenheid op de avond in september toen in cultureel café De Schreeuwende Vrouw dit onderwerp uitgebreid werd behandeld.

Ik vond het lastig worden toen de aflopende cultuurnota ter sprake kwam. Wat stond daar ook weer in? Iets over infrastructuur, cultuurparticipatie en ruimte en economie, geen begrippen die een hart sneller doen kloppen. Gelukkig herinnerde ik een stukje van eigen hand met de strekking dat tussen begin 2013 en eind 2016 in Emmen vrijwel al het beschikbare cultuurgeld naar bestaande instellingen zou gaan en er slechts 100.000 euro beschikbaar was om te zaaien.

Toen ik dat schreef, was 2013 al vier maanden onderweg. Nog steeds had de gemeenteraad zich niet over het cultuurbeleid uitgesproken, hoewel dat al vanaf januari dat jaar in gang moest zijn gezet. Kunstencentrum CQ was nog niet failliet, jongerencentrum Blanco bestond nog, jeugdtheaterschool Loods13 had nog niet met de handdoek gedreigd en we moesten ons nog behelpen met De Muzeval.

Pas in de herfst van 2014, op het moment dat de eerste steen voor het nieuwe theater werd gelegd, op dezelfde dag dat 'het veld' eindelijk te horen kreeg wat er twee maanden later bij de start van de culturele gemeente van hen werd verwacht, leek het iets beter te gaan. Tijdens de bijeenkomst van deze week merkte iemand terecht op dat deze verbetering pas halverwege 2015 merkbaar werd.

Ik op mijn beurt durf te stellen dat het huidige cultuurbeleid in Emmen pas na twee jaar begon te werken. Met andere woorden: dat het slechts voor de helft heeft gefunctioneerd, welbeschouwd pas ná de investering voor Emmen als Culturele Gemeente van Drenthe.

Welnu: als politici aan het stuur zitten, hebben ze de neiging de pech te vergeten en alleen dat te onthouden wat goed is gegaan. Grote kans dat straks in de gemeenteraad van Emmen, denkend aan wat van de grond is gekomen, tevreden wordt opgemerkt dat alles fijn gaat. Grote kans dat jij dan als verantwoordelijk wethouder de bijpassende felicitaties in ontvangst mag nemen.

Daags na festival De Opening in september schreef ik voor Dagblad van het Noorden het onderstaande:

Verder met Emmen

Dat is alweer ruim drie maanden geleden. Nog even en de huidige cultuurnota loopt af, terwijl het hardop denken over 2017 en verder nog moet beginnen. Hoewel jij in het Bruggebouw opperde het woord cultuurnota te vervangen door het woord agenda en daarna opmerkte dat je bestaand beleid ook kunt voortzetten, dreigt er wederom iets verkeerd te gaan.

Ik zag het in 2013. Ik zag het in 2014. Ik zie bij de ontwikkeling van de plannen voor de oude dierentuin. En het gebeurt weer. Het lijkt symptomatisch: Emmen sjokt achter de feiten aan. Daar kun je alles van vinden, en dat zal ik bij gelegenheid ook zeker niet nalaten. Op dit moment wil ik stellen dat een stad zonder ambitie een stad zonder toekomst is.

Emmen is een opgeknapt dorp omringd door kleinere dorpen in een krimpgebied. Alleen al dat van die krimp maakt extra inspanningen noodzakelijk – vergeef me het jargon, er lezen ambtenaren mee. Zeker op het gebied van kunst en cultuur, daar kunst en cultuur volgens allerlei onderzoekers cruciaal is voor een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat. Vandaar ook die steeds groter wordende steden elders en die groeiende kloof tussen stad en platteland.

Er is nog een reden: een extra inspanning past bij Emmen als plaats waar nooit iets vanzelf gaat, als streek waar je harder moet werken om er iets van te maken en nog een wereld te winnen valt. Vat het begrip ruimte nu eens op als plek voor experiment, als mogelijkheid om iets te doen wat elders niet kan, bijvoorbeeld vanwege de ballast van het verleden of de vrees voor de toekomst.

Enfin, afgezien van de door Drentse suffigheid veroorzaakte trage start van de culturele gemeente, is de afgelopen twee jaar duidelijk geworden wat een concreet project met een bijpassende hoeveelheid geld – was het niet 425.000 euro bijeengebracht door gemeente en provincie? – te weeg kan brengen: 108 projecten, toegenomen zelfbewustzijn, tevreden cultuurmakers en de uitstraling van een levendige gemeente.

Wat is er op tegen om op dit succes voort te borduren? Wat is er op tegen te proberen dit te herhalen? Wat is er op tegen een reeks nieuwe doelen te stellen? Ik noem er tien, om te beginnen:

- Voortzetting van de Van Goede Grond-subsidieregeling met een vergelijkbaar budget.

- Twee onderscheidende festivals. Een in de zomer en een in de winter, met een artistieke programmering en deels eigen producties waar entree voor betaald moet worden.

- Een gemeentelijke verhoging van het cultuureducatiebudget per leerling op zowel basis- als middelbare scholen.

- Een muziektheatervoorstelling naar een origineel script uitgevoerd in theater Atlas door een kern van professionals in samenwerking met amateurs en (sport)verenigingen uit de regio en medewerking van Wildlands Adventure Zoo.

- Een fonds in samenwerking met het bedrijfsleven voor artists in residence, waarbij kunstenaars uit verschillende disciplines worden uitgenodigd gedurende een periode werk te maken geïnspireerd door de ruimte, het verleden en de toekomst van Zuidoost-Drenthe.

- Het streven het cultuurbudget per inwoner naar het peil te brengen van andere gemeenten met meer dan 100.000 inwoners.

- Vorming en facilitering van een vrijwilligerspoule voor zowel de amateursport als amateurkunst.

- De status van Age Friendly Cultural City in 2017.

- Een samenhangend programma waarbij zowel actieve als passieve cultuurparticipatie voor alle leeftijden wordt gestimuleerd.

- De vorming van een culturele raad, kunstraad, adviescommissie of hoe je het maar noemen wil, met de opdracht er op toe te zien dat culturele initiatieven bijdragen aan gestelde doelen.


Circus in Veen laat De Langeleegte vollopen

PeerGrouP speelt deze zomer in Veendam de muziektheatervoorstelling Circus in Veen. Na afloop van de première, zaterdagavond, riep regisseur Floris van Delft het publiek op het goede nieuws te verspreiden via mond tot mondreclame. Dat doen we bij dezen, op onze manier.

Circus In Veen
Circus in Veen
is een op en top PeerGrouP-productie. Dat begint al met de locatie, dit keer het in onbruik geraakte voetbalstadion De Langeleegte van de in 2013 failliet verklaarde profclub SC Veendam. Aan de voet van de hoofdtribune is een podium gebouwd waarop het stuk zich grotendeels afspeelt, Maar ook het veld en de Roelof Meertenstribune worden gebruikt.

Eveneens des PeerGrouPs is de totstandkoming. Het locatietheatergezelschap uit Donderen dompte zich de afgelopen maanden in Veendam onder om 'materiaal' te verzamelen en tilde met hulp van lokalo's een sterk regionaal getinte productie van de grond. Een feest der herkenning voor ingewijden, een festival der verwondering voor buitenstaanders.

Op papier oogt het (toekomst)verhaal dun. Een circusgezelschap overnacht op de heilige grond van de verdwenen voetbalvereniging, maakt kennis met de wegtrekkende bevolking, ontmoet een overambitieuze ondernemer (Jan Tekstra) en slaat tot slot de handen ineen voor een gezamenlijk project. En tussen de bedrijven door raakt de verloren zoon (Reinier Demeijer) van de circusdirecteur (eveneens Tekstra) verliefd op de opgewonden dochter (Thirsa van Til) van de locoburgemeester (Niek van der Horst).

In de praktijk wordt met Circus in Veen erg veel aan de orde gesteld. Om te beginnen het verborgen zelfbewustzijn in de Veenkoloniën, het gebrek aan toekomstperspectief, het dilemma blijven of vertrekken. Maar ook het wantrouwen jegens de overheid en het gemak waarop inwoners van de Veenkoloniën hun lot in handen van 'de vooruitgang' leggen passeren de revue.

Gevolg is een niet altijd even fijnzinnig spel met karikaturen, stereotiepen en clichés, meer kluchtige komedie dan aangrijpend drama, een beetje rafelig ook. Tijdens de première kwam niet alles even vlot en goed uit de verf, vermoedelijk mede omdat PeerGrouP er veel waarde aan hecht zowel professionals als amateurs op het podium samen te brengen. Community art heeft een bepaalde prijs.

Daar staat tegenover dat je ogen en oren tekort komt, bijna overal in het stadion is iets gaande. Er razen motoren over het podium, er klinken soms prachtige liedjes, de theaterband beheerst zowel Springtij-rock als circusmuziek, er wordt aan variété gedaan, aan volksdans en andere folkore. Er wordt vet gespeeld én geschmierd, goed en slecht gezongen. De finale bevat een prachtig visueel onderdeel waarbij de uitstekende grasmat wordt omgetoverd tot een sprookjesachtig moeras.

Kortom, een spectaculaire voorstelling. Nog te zien tot en met 24 augustus. Voor kaarten, tijdens en andere informatie klikt u hier.

Met Circus in Veen wordt De Streek afgesloten, het meerjarenproject waarmee PeerGrouP in 2012, 2013 en 2014 de Veenkoloniën aan een grondig 'onderzoek' heeft onderworpen. Daarbij is een groot aantal initiatieven en voorstellingen van de grond getild, van het Varkenshuis in Annerveenschekanaal en We zijn weer open in Nieuw Buinen tot en met het culinaire concours Van Mond tot Mond en de snertwestern Once upon a time in het Veen.

Wat de precieze waarde van De Streek is en zal zijn, valt moeilijk te zeggen. Maar wie het heeft mogen meemaken, zal het niet snel vergeten.


Cultuur in Drenthe: er gaat ook veel goed

Ontslagen, sluitingen, bezuinigingen. Tegenvallende resultaten, reorganisaties. De cultuursector in Drenthe kraakt en piept aan alle kanten. (Illustratie: Pluis

Pluis Cultuur in Drenthe
Bericht in Dagblad van het Noorden: ‘Glasmuseum Veenhuizen moet deuren sluiten'. Bericht over de sluiting van het Grafisch Proeflokaal in Orvelte, een week eerder: ‘Cultuur mag niks meer kosten'. Bericht in de krant een week daarvoor: ‘Het is erop of eronder voor De Amer'.

Rapport uit januari over De Nieuwe Kolk in Assen: exploitatie valt duurder uit dan begroot, geraamde bezoekersaantallen zijn te optimistisch, gebruikers van het cultuurcomplex werken onvoldoende samen. Hoogeveens plan, ook uit januari: kunstencentrum Scala, theater De Tamboer, museum De 5000 Morgen en Het Podium gaan samenwerken om een gemeentelijke bezuiniging van 350.000 euro op te vangen.

December 2013: theater Het Hek van de Dam in Ekehaar sluit de deuren, de organisatie is het jarenlang sappelen en de hoge huur beu. Eveneens december 2013: kunstenaarsvereniging Verkuno in Roden levert de sleutel in van expositieruimte het Koetshuis. Even verderop in hetzelfde Roden schrijft de directeur van Kinderwereld aan een reddingsplan om haar museum financieel gezond te krijgen.

Aan de oostkant van Drenthe, in Valthermond, staat muziekboerderij Onder de linden te koop. Zangeres Marion van den Akker hoopt dat een nieuwe eigenaar het werk wil voortzetten dat zij en haar overleden man, pianist Rian de Waal, in gang hebben gezet: een podium in de Veenkolonieën voor professionele klassieke muziek met landelijke allure.

Nog meer sombere berichten: het afgelopen jaar hebben de Drentse kunstencentra CQ, ICO en Scala een deel van hun personeel moeten ontslaan, er is geen geld meer voor lessen aan volwassenen. Vrijwel tegelijkertijd zijn in Emmen, Assen en Hoogeveen bibliotheekfilialen gesloten, terwijl in andere gemeenten vestigingen zijn ondergebracht bij andere instellingen.

Heeft de cultuursector in Drenthe een probleem?

"Het cultureel landschap staat er beter voor dan tien jaar geleden'', zegt Johan de Noord van expertisecentrum K&C uit Assen. "Het Drents Museum brengt blockbusters. We hebben met het Gevangenismuseum, Kamp Westerbork en Hunebedcentrum een uniek museumbestel. In veel plaatsen is de sector rechtstreeks getroffen door bezuinigingen van Rijk. In Drenthe hebben we er met PeerGrouP een landelijk gesubsidieerd gezelschap bij gekregen.''

Er gaat veel goed, zegt burgemeester Eric van Oosterhout van de gemeente Aa en Hunze, wijzend op De Drentse Bluesopera, FestiValderAa, Walkyre in Eext. "Maar soms hebben mensen niet meer de puf om door te gaan, zoals bij theater Het Hek van de Dam. En soms besluit iemand dat de tijd er opzit, zoals de eigenaar van De Amer. Dan is het geweldig om te zien, dat er een crowdfundingsactie op touw wordt gezet.''

We hebben het ergste gehad, meent directeur Douwe Zeldenrust van kunstencentrum Scala in Meppel en Hoogeveen. "Het is vervelend als je mensen moet ontslaan, maar er ligt nu een fundament waarmee we meer jonge mensen bereiken en beter kunnen inspelen op veranderingen in de vrijetijdsbesteding. Ik heb het idee dat gemeentebesturen inzien dat een cultuursector van groot belang is om mensen te binden. Dat cultuur voor reuring zorgt en een plaats doet bruisen en swingen.''

Dat inzicht blijkt niet uit de cijfers die het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) eind vorig jaar publiceerde over gemeentelijke uitgaven aan cultuur. Alle Drentse gemeenten korten: op bibliotheken, op educatie, op musea, op kunsten. Assen, Hoogeveen en Meppel voorop. Iris Offringa van VOF Cultuur, adviesbureau voor de cultuursector uit Hoogeveen: "Dat is niet typisch Drents. Dat gebeurt ook in Overijssel.''

Offringa ziet een landelijke tendens: het rijk legt bezuinigingen op aan gemeenten en die bezuinigen vervolgens op kunst en cultuur. "Wat soms makkelijk gaat, omdat het draagvlak is afgenomen. Kunst en cultuur slokken maar subsidie op – dat is zo'n beetje het idee. De franje is eraf. En ik ben bang dat er na de gemeenteraadsverkiezingen nog een bezuinigingsronde aankomt. Omdat cultuur voor gemeenten geen kerntaak is.''

De Noord van K&C: "Vraag is hoe je met kortingen omgaat. Als de gemeente Noordenveld te weinig geld heeft voor Kinderwereld in Roden, waarom steken de gezamenlijke gemeenten dan niet de koppen bij elkaar, als dat museum zo de moeite waard is? Waarom worden bedrijven niet bij dit soort discussies betrokken? Als de overheid niet meer alles kan betalen, wordt het tijd voor een omwenteling waarbij ondernemers en particulieren de verantwoordelijkheid nemen.''

Cultuurbestuurder Albert Haar uit Zuidwolde: "Cultuur laat zich in Drenthe niet eenvoudig organiseren. Het is hier geen Groningen, waar je bus de bus pakt of op de fiets stapt en mensen met gelijke culturele interesses elkaar eenvoudig vinden. Het publiek is anders dan in de stad. Je moet in Drenthe altijd in de auto stappen. En je moet weten hoe de hazen lopen.''

Soms moet iemand de regie nemen. Bijvoorbeeld bij de Drentse theaters. Bert Naarding, voormalig theaterdirecteur in Assen, schrok toen hij van de problemen in De Nieuwe Kolk vernam. " 'Doe de tent maar dicht', was mijn eerste reactie. En daarna: 'Tijd dat er masterplan voor de Drentse theaters komt'. In het verleden kwamen we als theaterdirecteuren keer per jaar bij de gedeputeerde. Die vroeg dan hoe het ging. Daarna ging iedereen weer zijn gang.''

In Hoogeveen is minder geld voor theatervoorstellingen, in Assen valt het bezoek tegen. Schouwburg Ogterop in Meppel draait redelijk. In Emmen wordt een groot nieuw theater gebouwd. Naarding: "Er zijn heel veel theaterstoelen in Drenthe, en er komen er nog meer bij. Als je de bezetting op orde wilt krijgen, moet er verregaande samenwerking komen. Met een gezamenlijke administratie, gezamenlijke inkoop van voorstelling en specialisaties.''

De Noord ziet dat de spoeling dunner wordt. "De culturele mogelijkheden zijn de afgelopen jaren toegenomen, maar de bevolking krimpt. Waar je vroeger alleen in de steden naar het theater kon, heb je tegenwoordig in bijna elk dorp een voorstelling of concert in een boerderij of kerk. Neemt in Vries de belangstelling voor concerten in de Dorpskerk af? In Beilen gaat de Stefanuskerk voor cultuurpubliek open.''

Veel komt aan op continuïteit, meent Albert Haar. "Je kunt wel enthousiast iets beginnen, maar de tijd dat vervolgens de overheid dat enthousiasme overneemt en in stand houdt, ligt achter ons. Culturele initiatieven staan en vallen bij de liefde van de enkeling die er in slaagt mensen aan zich te binden. Een gunfactor is heel belangrijk. De Amer heeft achthonderd vrienden. Het Cuby-museum in Grolloo driehonderd.''

Haar zag de afgelopen jaren in Drenthe veel nieuwe initiatieven van de grond komen. De Amer kreeg bijvoorbeeld concurrentie van 't Keerpunt in Spijkerboor, Klein Paradiso in Echten, VanSlag in Borger en CocoMaria in Veenhuizen – allemaal kleine podia voor ambachtelijke muziek. "Als mensen doorkrijgen dat er veel gebeurt in Drenthe, levert dat meer publiek op. Maar meer onderscheidend aanbod kan geen kwaad.''

Kan het niet een beetje minder? "Dat is een begrijpelijke reactie'', zegt burgemeester Eric van Oosterhout. "Toen ik Nederlands studeerde, deed ik in de Koninklijke Bibliotheek onderzoek naar literatuur tussen 1928 en 1931. Daarvan was opvallend weinig te vinden. Wat bleek: door bezuinigingen in die jaren waren door de bibliotheek nauwelijks boeken in de collectie opgenomen. Zo'n gat krijg je nooit meer opgevuld. Wees voorzichtig met wat je meent te kunnen missen.''

Maar niet alles kan uit, vult Bert Naarding aan. "Dat zoiets als het Grafisch Proeflokaal in Orvelte ophoudt te bestaan, is heel jammer. Maar wat moet je als er geen geld en geen belangstelling is? Het avontuurlijk ingestelde publiek is nooit omvangrijk geweest in Drenthe, en die groep wordt eerder kleiner dan groter. Sommige dingen hebben hun tijd gewoon gehad. Helaas.''

Het is nu even moeilijk, maar er is perspectief, zegt Iris Offringa. "De cultuursector is strijdvaardig en creatief. Kunstenaars kunnen als geen ander verhalen vertellen. En de behoefte aan verhalen blijft. De tijd van kunst om de kunst lijkt nu even voorbij. In plaats daarvan zie je dat kunstenaars verbindingen aangaan met economie, met toerisme en met de sociale sector. Vooral die creativiteit zal er voor zorgen dat het op termijn goed komt.''

Naschrift

Directeur Wybrich Kaastra van Schouwburg Ogterop in Meppel laat weten dat de Drentse theaters 'aan de achterkant samenwerken met behoud van ieders identiteit aan de voorkant'. Tevens hecht Kaastra eraan te benadrukken dat het in Ogterop meer dan redelijk gaat: "Sinds 2010 is het aantal bezoekers jaarlijks gestegen, en zelfs 20% gegroeid, dat noem ik ronduit goed in plaats van redelijk. Juist in deze tijd is dit een ontwikkeling tegen de stroom in. En ook het huidige seizoen gaat beter als ooit tevoren, op dit moment zijn er al meer kaarten verkocht dan het hele vorige theaterseizoen."


Stoppelenburg, Westenbrink, Cornwell en K&C

Jan albert westenbrinkDe Culturele Prijs van Meppel gaat dit jaar naar het muzikale gezin Stoppelenburg. Het Henk Boerwinkel Comité reikt de prijs vrijdag 1 november in schouwburg Ogterop uit aan Paula, Charlotte, Josefien en Wim Stoppelenburg.

Jan Albert Westenbrink (foto), directeur van Marketing Drenthe, gaat woensdag 6 november in De Amer in Amen in gesprek Miriam Engels over het imago van Drenthe. Vertrekpunt is de stelling 'Een prachtige provincie met rust en ruimte of een saai oord waar alleen ouderen wonen'. Aanvang 20.00 uur.

Hugh Cornwell, voormalig zanger en frontman van de Britse punkband The Stranglers, treedt zaterdag 9 november op bij Podium VanSlag, in de voormalige dorpskerk van Borger. Cornwell (64) is bezig aan een akoestische solotour door Nederland. Zie ook www.vanslag.eu

K&C in Assen is onderzoek gestart naar 'knelpunten' die muziekacts in Drenthe ervaren. Onder 73 bands, singersongwriters, DJ’s en hiphop-acts worden enquêtes verspreid. In 1983 is een gelijksoortig onderzoek uitgevoerd: 54 Pop en een lege envelop. Zie ook www.kcdr.nl