De Groene overbrugt de kloof tot in de brievenbus

Hoe Den Haag uit Nederland verdween

Ik trof een ongeadresseerde De Groene Amsterdammer in mijn brievenbus: nummer 41, jaargang 145. Daar keek ik van op, want ik heb al jaren geen abonnement meer op dat onafhankelijk weekblad. Ik zegde destijds op vanwege een gebrek aan leestijd. Mijn abonnement op de digitale nieuwsbrief hield ik aan.

Waarom juist dit nummer mij ongevraagd werd toegestuurd, was niet moeilijk te achterhalen. Op bladzijde 20 begint onder de kop 'Hoe Den Haag uit Nederland verdween' een lang artikel over de kloof tussen stad en platteland, een onderwerp dat mij zeer interesseert. Het is geschreven door Coen van de Ven op basis van onderzoek van De Groene en Follow The Money.

Hoewel het stuk in Zeeland begint en eindigt, heeft veel van wat Van de Ven schrijft (ook) betrekking op Drenthe en Groningen. Pijnlijker nog, de krant van vandaag – dinsdag – opent ermee: 'Noorden wacht het langst op operaties'. In De Groene wordt het probleem onder meer inzichtelijk gemaakt met twee tabellen. Zie hierboven.

Ik raad iedereen, mede met het oog op de naderende gemeenteraadsverkiezingen, zowel De Groene Amsterdammer als Dagblad van het Noorden te lezen. En prijs mij in de tussentijd gelukkig dat beide uitgaven Zuidoost-Drenthe opnieuw hebben bereikt. Want ook de bezorging van journalistieke kwaliteitsproducten wordt aan de rand van het land steeds lastiger.


Hoeveel cultuurpodia kan een provincie (ver)dragen?

Chinese-propagandaposter-tijdens-de-Culturele-Revolutie
In de Groninger editie van Dagblad van het Noorden las ik dat komende jaren op het Groninger twaalf kultuurhoezen worden geopend. Bedoeling is dat met geld uit Nationaal Programma Groningen, zeg maar het aardbevingscompensatiefonds, in leegstaande gebouwen ruimte wordt gemaakt voor laagdrempelige culturele activiteiten.

Citaat uit het stuk, geschreven door Erik van der Veen: "Van brei- en fotoclubs tot muzieklessen of oudereneducatie. Ook koren en beginnende bandjes moeten er kunnen repeteren en optreden. Ook de gemeente of politie zou er spreekuur kunnen houden, maar alleen in plaatsen zonder dorpshuis."

Kultuurhoes is Gronings voor kulturhus, een van oorsprong Scandinavisch concept dat al een aantal jaren in Overijssel wordt toegepast. In Drenthe staan ze ook, maar daar worden het – o taalarmoede – multifunctionele accommodaties (mfa's) genoemd. In wezen is het weinig anders dan een voorzetting van het aloude op sommige plaatsen nog steeds bestaande dorpshuis.

Mijn aandacht gaat vooral uit naar door de belofte van culturele activiteiten en de opmerking dat de kulturhoezen in Groningen geen concurrent willen zijn. Concurrent van wat? Van de dorpshuizen, mfa's en ook bibliotheken vermoedelijk, want ook daar worden laagdrempelige culturele activiteiten georganiseerd.

Hoeveel podia voor culturele activiteiten kan een provincie (ver)dragen? De afgelopen jaren zijn, zowel in Groningen als in Drenthe, op tal van plekken zaaltjes geopend voor culturele activiteiten – vooral door particulieren. De afgelopen twee maanden haalden drie nieuwkomers de krant: De Theaterschuur in Linde, D'Rentmeester in Valthermond en Huis Orlando in Den Horn.

Denkend aan wat ik op dit vlak in Drenthe ken, vul ik aan met Klein Paradiso in Echten, De Amer in Amen, Vanslag in Borger, Nijend24 in Anderen, 't Keerpunt in Spijkerboor, Odeon in 2e Exloërmond, het Rensentheater in Emmen en de Vegafabriek in Kolderveen. Deze zalen en podia zijn allemaal verschillend, voelen zich allemaal anders. Wat hen bindt is dat ze kleinschalige optredens mogelijk maken.

Ze doen dat naast de grote gesubsidieerde theaterzalen en dat is heel mooi en goed. Er zit evenwel ook een keerzijde aan, vrees ik. Kleine zaaltjes kunnen namelijk weinig mensen bergen en halen daardoor zo weinig geld op dat het lastig wordt om artiesten fatsoenlijk te betalen. Een beginnende bandje zal daar niet moeilijk over doen, maar vroeg of laat raakt ook een beginner gevorderd.

Die kan dan mooi doorstromen naar de grotere theaters, denk je dan. Maar dan doet zich een nieuw probleem voor. Hoe raken die door de overheid gesubsidieerde en door betaalde krachten bestierde zalen vol als in de omringende dorpen kultuurhoezen zijn geopend die allemaal eigen culturele activiteiten bieden? Laagdrempelig. Gezellig. Ons kent ons. Met hulp van vrijwilligers. Niet duur. Een mens kan maar op een plaats tegelijk zijn.

Misschien loopt het allemaal wel los. Moed houden. Denk aan wat Mao Zedong ooit zei, de man van zowel de Grote Sprong Voorwaarts als de Culturele Revolutie: Laat honderd bloemen bloeien. Laat honderd stromingen strijden.


De (armoede)kloof tussen het Noorden en het Westen

Kansenkaart
Interessant stukje van Gerdt van Hofslot in Dagblad van het Noorden, afgelopen zaterdag, over kansenkaart.nl. Die website, gebaseerd op onderzoek van de Erasmus School of Economics, brengt naar eigen zeggen 'in kaart in welke Nederlandse wijken kinderen de beste kans hebben om armoede achter zich te laten.'

Dat is listig opgesteld, die zin.

"De Kansenkaart beantwoordt deze vraag door met gepseudonimiseerde data een miljoen Nederlanders te volgen, vanaf de geboorte tot rond hun dertigste", aldus de website-makers. "We verbinden de plek waar mensen opgroeiden aan hoe het nu met hen gaat. Bekijk zelf waar en voor wie kansen ontbraken, en ontwikkel lokale oplossingen zodat kinderen armoede achter zich kunnen laten."

Citaat van Van Hofslot: "Op de kaart zijn een aantal opvallende verschillen te zien. Zo kleuren op landelijk niveau vooral het noorden van Nederland en delen van Limburg en Twente rood. Dit betekent dat dertigers die hun jeugd in delen van deze regio’s doorbrachten als volwassenen een minder hoog inkomen hebben dan leeftijdsgenoten die elders in het land opgroeiden."

Mijn vraag: Hoe kan dat?

Verderop in de krant van zaterdag een mogelijk antwoord in een artikel geschreven door Mannus van der Laan onder de kop 'Opgesloten in het Noorden'. Het artikel begint aldus: 'De huizenprijzen in Noord-Nederland lopen steeds verder uit de pas bij die in de rest van het land. De kansen voor noorderlingen om in de Randstad te kunnen wonen en werken nemen af.'

Opgesloten in het Noorden
In het stuk komt Paul Elhorst, hoogleraar ruimtelijke econometrie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), aan het woord. Volgens Elhorst zijn koopwoningen op te vatten als vermogens. Het is naast pensioen vaak het grootste bestanddeel van het vermogen van mensen. Als je afgaat op de WOZ-waarden van koophuizen, dan hebben noorderlingen gemiddeld heel wat minder eigen vermogen dan inwoners van andere delen van het land.

Citaat het uit stuk: 'De invloedrijke Franse econoom Thomas Piketty beweert dat niet zozeer inkomensverdeling maar vermogensopbouw verantwoordelijk is voor een toenemende tweedeling in de samenleving. Koophuizen komen via nalatenschappen terecht bij volgende generaties.

Zo accumuleert rijkdom sneller in gebieden met duurdere huizen dan in streken waar ze goedkoper zijn. Het is geheel in lijn met de door Piketty waargenomen trend dat de rijken alsmaar rijker worden, mede omdat de vermogensbelasting vergeleken met de inkomensbelasting veel lager is.

Het voert Elhorst te ver om te concluderen dat het Noorden mede door de lage huizenprijzen in welvaart steeds verder afdrijft van de rest van het land. "Ook in het Noorden zijn er grote verschillen tussen arm en rijk. Maar ontegenzeglijk neemt het verschil in vermogens toe", concludeert hij.

En dan doet Elhorst een intrigerende uitspraak. Hij zegt dat jongeren zich niet door hoge woonlasten elders, zoals in het Westen, moeten laten afschrikken. "Als ze verder willen komen in de wereld moeten ze proberen te ontsnappen aan de regio. Het maakt niet uit of ze daarmee de krimpproblematiek versterken. Dat is dan maar zo. Je kunt ze beter proberen helpen te vertrekken, dan ze proberen tegen te houden."   


Makelaar, een moeilijk beroep?

Huizenprijzen
Plaatste ik dinsdag een stuk waarin ik zinspeel op een verband tussen krimp en huizenprijzen, verschijnt een dag later in Dagblad van het Noorden prompt een stuk over diezelfde huizenprijzen.

Aanleiding: de laatste editie van het voortdurende onderzoek Huizenmarkt in Beeld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. In de Drentse editie werd er over geschreven onder de kop 'Grote verschillen tussen huizenprijzen'. In de Groninger editie viel de keuze op 'Huizenprijzen in vrije val in Oost-Groningen'.

Beide stukken zijn verder identiek. In beide stukken laat Jon van Schilt Arnoud Wieringa van Ommeland Makelaardij uit Veendam aan het woord.

Gevraagd naar een verklaring waarom de prijzen in twee buurgemeenten – Tynaarlo en Veendam – zo enorm verschillen, antwoord Wieringa: "Drentse grond is duur."

Wim Stuursma van de Drentse NVM-makelaars wijst op het verschil tussen zand en veen en vult aan: "Dat is van oudsher al zo. Drenthe is gewoon een stuk populairder dan Oost-Groningen."

Het lijkt mij geen moeilijk beroep, makelaar. Je vertelt wat mensen al weten en toch willen horen en verzwijgt de rest. De rekening komt later.

Nu is het wachten op wat de politiek doet met het onderzoek van dr. Hans Elshof. Voorspelling: in de stad Groningen gaat de vlag uit en feliciteren ze zichzelf. In andere delen van Drenthe en Groningen wordt als vanouds gezwegen.


Minder armoede. Maar de fuik blijft

Krimpregio Noord-Nederland
De provincies Drenthe, Friesland en Groningen hebben onderzoek laten doen naar 'de rol van binnenlandse verhuizingen bij de ontwikkeling van inkomensverschillen binnen Noord-Nederland'. In de conclusie van het onderzoek, verricht door dr. H. Elshof en hier na te lezen, staat onder meer dit:

"Dat er inkomensverschillen bestaan tussen gebieden in Noord-Nederland is niet nieuw. Dit onderzoek geeft aan dat de inkomensverschillen tussen krimp-, anticipeer en niet-krimpende gebieden in Noord-Nederland toenemen, mede door verschillen in verhuizingen. Ondanks dat ook in krimp- en anticipeergebieden het aandeel lagere inkomens afneemt, wordt de kloof met niet-krimpende gebieden wel steeds groter."

Hoe dit kan, legt onderzoeker Elshof helder uit. Vrij vertaald komt het er op neer dat mensen met een relatief goed inkomen, met een vaste baan, of vooruitzichten op een baan met een relatief goed inkomen, zoals studenten, zich niet in de krimp- en anticipeergebieden willen vestigen, maar die juist verlaten omdat de mogelijkheden elders groter zijn. Cru gesteld: ze verlaten het zinkende schip.

Dit heeft onder meer gevolgen voor de huizenprijzen, redeneer ik op mijn beurt. In de krimp- en anticipeergebieden zullen die prijzen minder snel stijgen dan elders, simpelweg omdat de vraag kleiner is dan het aanbod. Buiten die gebieden zullen de prijzen sneller stijgen, omdat de vraag groter is dan het aanbod – zie wat gaande is in de universiteitssteden. Waardoor het voor achterblijvers, als zij dat zouden willen, nog moeilijker wordt om aan boord van het varende schip te klimmen.

De vraag is, of daar iets tegen gedaan kan worden. Meest voor de hand liggende antwoord: meer goed betaalde banen in de krimp- en anticipeergebieden zodat het aantrekkelijk is om te blijven. Bijkomend probleem is dat een groeiend deel van de inwoners in de vergrijzende krimp- en anticipeergebieden niet meer werkt. En dus nauwelijks mogelijkheden heeft om de kloof te overbruggen. Met als gevolg dat de kloof nog verder zal toenemen.

Dit alles overdenkendgingen de gedachten uit naar Het pauperparadijs, het boek van Suzanna Jansen. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat armoede een fuik is – om in de nautische beeldspraak te blijven. Wie erin verzeild is geraakt, of erger: verstrikt, komt er vrijwel nooit uit. De armoede, zo blijkt uit het onderzoek van Elshof, daalt. In onderzoekstaal: 'Het aandeel lagere inkomens neemt in heel Noord-Nederland af'. Dat is goed nieuws. Maar de fuik blijft. Dat is minder.


Krimp is een kwestie van hoe je er in staat

Ervaringen met krimp
Na afloop van het Kenniscafé met de titel 'Kansen door Krimp', afgelopen woensdag, toonde gastvrouw Ann de Jong zich blij en opgelucht. Opgelucht, omdat in Zuidoost-Drenthe geen ernstig probleem met de bevolkingsontwikkeling en leefbaarheid bleek te bestaan. Blij, omdat ze toch de conclusie kon trekken dat 'het helemaal goed komt' en we 'in een mooie regio wonen'.

Op de fiets terug naar huis vond ik het stinken. Je zult maar tussen de Van Schaikweg en Dordsestraat in Emmen wonen, dacht ik. Altijd maar die geurhinder van de chemische industrie op het Emmtec-terrein. Hoeveel mensen werken daar nog tegenwoordig? Aan de andere kant: misschien is ook stank slechts beleving. Een kwestie van hoe je er in staat. Positief of negatief.

Thuis probeerde ik een samenvatting te geven van wat ik had meegemaakt. Iets over een uitverkochte aula in de Stenden Hogeschool met heel veel mannen van zestig jaar en ouder. Met twee sprekers. Eerst data-analist Hans Elshof van CMO STAMM met cijfers over de demografische ontwikkelingen in Drenthe. Daarna lector Leefomgeving in Transitie Elles Bulder van de Hanze Hogeschool over hoe we met die ontwikkelingen om kunnen gaan.

We moeten het niet groter maken dan het is, betoogde Elshof. Krimp is een gegeven en de sluiting van een lagere school betekent niet automatisch de dood van het dorp. De materie is complexer. En altijd zijn er uitzonderingen om hoop op te vestigen. Ondertussen heb je dubbele ontgroening, wat er op neer komt dat de jeugd wegtrekt en dus ook geen kinderen krijgt in het door hen verlaten gebied. En een dubbele vergrijzing, wat betekent dat er meer gepensioneerden komen die daarna ook nog eens langer blijven leven.

Ik pakte mijn aantekenboekje erbij. Elshof had het over een omgekeerde bevolkingspiramide gehad. De komende veertien jaar neemt het aantal middelbare scholieren in Zuidoost-Drenthe met 10.000 af, voorspelde hij. Sportclubs gaan het moeilijk krijgen. Het aantal leden zal dalen, net als het aantal vrijwilligers. De overgebleven supermarkten zullen straks nauwelijks nog vakkenvullers vinden. Dorpen zouden elkaar gaan beconcurreren.

Nog meer aantekeningen. Straks is 1 op de 3 inwoners in Zuidoost-Drenthe ouder dan 65 jaar. Zij zullen langer zelfstandig blijven wonen. Er komen meer alleenstaande huishoudens. Waar de zorgvraag zal toenemen. Net als de eenzaamheid. Het werk zal door minder mensen moeten worden gedaan. "De basis wordt smaller", vatte Elshof het samen. Hij liet de bijpassende grafiek niet zien, vermoedelijk vanwege instortingsgevaar.

Elshof had het over 'gevoelens van verlies' gehad. Verlies van bewoners in de buurt, door verhuizing en overlijden. Verlies van voorzieningen, omdat met minder mensen minder overeind kan worden gehouden. Over het verlies van kwaliteit van de leefomgeving. "Maar het is een langzaam proces", nuanceerde hij. "Mensen passen zich aan."

Bulder trok na de pauze opgaande lijn door. "Krimp valt niet te vermijden, wel te begeleiden", rijmde ze. "Van leegte naar ruimte", zei ze een paar keer, bedoelend dat het leven in een gebied waar minder mensen wonen ook voordelen kan hebben. Je moet ze willen zien, die voordelen, en ze willen gebruiken. Er tijdig op inspelen, adviseerde ze.

Door de constructieve toon viel het nauwelijks op dat Bulder tijdens haar praatje een aantal waarschuwingen deed. Over een toename van het aantal kwetsbare mensen bijvoorbeeld. Over het gebrek aan mantelzorgers. Over het groeiende gevoel van onveiligheid. Over de aanhoudende trek van hoger opgeleiden naar die delen van het land waar bedrijven wel carrièrekansen en bijhorende salarissen bieden. Over economische krimp.

De onheilstijdingen waren weer vergeten toen Bulder over de zegeningen van breedband begon, zorg via internet, over tiny houses, hofjes voor knarren, over dorpscollectieven, age friendly environments, ondernemers die op plekken waar je het niet zou verwachten een niche hadden gevonden. Allemaal technische oplossingen, vermoedelijk bedacht door mensen buiten het krimpgebied.

De tijdingen waren helemaal in de aula vergeten toen Bulder over het begrip leefbaarheid kwam te spreken. Volgens onderzoekers is leefbaarheid strikt individueel, betoogde ze. Volgens andere onderzoekers waarderen inwoners van Drenthe het leven met een 7.9, terwijl het landelijk gemiddelde 7.5 is. "Op een of andere manier zijn we heel happy hier."

Wat de een mist, wordt door de ander niet op prijs gesteld. Waar de een om treurt, haalt de ander de schouders bij op. Het is, kortom en nogmaals, allemaal een kwestie van hoe je er in staat.

Wordt vervolgd.


Daar zijn ze: de kansen door krimp

Ik ontving een uitnodiging van het Kenniscafé Emmen met in het onderwerpveld de woorden 'Kansen door Krimp':

"Op 13 november komt dr. Hans Elshof met concrete cijfers over de krimp in onze regio. De focus van dr. Elles Bulder zal liggen op hoe we kunnen experimenteren met oplossingen voor de vraagstukken waar bevolkingskrimp, dubbele vergrijzing en ontgroening ons voor plaatsen. De avond wordt gepresenteerd door Elly van der Klauw, projectleider van het Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland."

Krimpgebieden

Daar wil ik bij zijn.

Ook omdat ik onlangs een zeer interessant artikel mocht lezen in een nog te verschijnen nummer van tijdschrift Poze. In het stuk vertelt Gerard Stout op basis van andermans publicaties en eigen waarneming over de demografische ontwikkeling van Zuidoost Drenthe. Stout laat zien dat in deze regio altijd al sprake is geweest van een komen en gaan van mensen en vooral dat de overheid daarbij een paar maal een zeer sturende rol heeft gespeeld. Soms op het dubieuze af.

Zoals in de jaren dertig toen de armlastige gemeente Emmen door Den Haag werd gedwongen werklozen naar het Duitsland van Hitler te sturen. Citaat:

"Aan arbeiders die werk in Duitsland weigerden, mocht geen steun worden verleend en zij moesten worden uitgesloten van de werkverschaffing. Het gevolg hiervan was, dat al in 1937 enige duizenden Emmenaren in Duitsland werkten. Sommigen vlak over de grens in de veenderijen, anderen verder weg in het Roergebied.

De politieke situatie in Duitsland, de dictatuur en de jodenvervolgingen speelden bij de besluitvorming inzake de tewerkstelling in Duitsland, noch in Den Haag, noch in Emmen een rol van betekenis. De Arbeitseinsatz tijdens de bezetting zette in Emmen eenvoudig voort wat al jaren gebruikelijk was."

Zoals in de jaren vijftig toen de gemeente Emmen de werkloosheid in Zuidoost-Drenthe bestreed door migrabele werklozen weg te sturen. Citaat:

"Onder een “migrabele arbeidskracht” wordt verstaan: “Hij, voor wie geen enkele omstandigheid wezenlijk belemmerend werkt zich op korte termijn (met zijn gezin) in een andere streek van het land blijvend te vestigen.” Wie gezond was en geen dringende reden had om in Emmen te blijven moest vertrekken, op straffe van geen uitkering."

Even verderop in het stuk:

"De migratieregelingen stelden zich expliciet de bestrijding van de werkloosheid in de probleemgebieden tot doel, maar het is de vraag in hoeverre hier iets van terecht gekomen is. Het beleid richtte zich immers niet op de oorzaken van de werkloosheid (de sociaalekonomische onderontwikkeling), maar op de symptonen (de arbeidersoverschotten). Van een fundamentele bestrijding van de werkloosheid was derhalve geen sprake.

Veeleer kan men stellen, dat het migratiebeleid de problemen nog heeft verergerd, doordat de werking van de migratieregelingen voornamelijk het vertrek van jongere werknemers en hun gezinnen stimuleerde. Dit leidde tot “brain drain” en vergrijzing in de probleemgebieden, hetgeen hetgeen de sociaal-ekonomische ontwikkeling verder belemmerde, en waardoor deze gebieden met een struktureel moeilijk plaatsbare arbeidsreserve bleven zitten.

Wie nu terugblikt op dit brokje migratiehistorie, kan zich moeilijk aan de indruk onttrekken, dat het gevoerde beleid aanmerkelijk gunstiger was voor de ekonomische groei van West-Nederland  dan voor de  achtergebleven landsdelen."


Hoed u voor de kloof

Nooitgedacht
In drie verschillende kranten verschenen artikelen waarin wordt gewaarschuwd voor groeiende regionale verschillen in Nederland. Eerst was er, vrijdag, stuk van Caspar van den Berg en Bram van Vulpen in NRC Handelsblad. Zaterdag verscheen een stuk van Kim Putters in het Financieele Dagblad. Eveneens zaterdag dook het stuk van Van den Burg en Van Vulpen op in mijn eigen krant. Mede daardoor ging het commentaar in Dagblad van het Noorden maandag over 'de kloof'.

Putters verwoordde dat wat hij in zijn boek Veenbrand aan de orde dit keer aldus: 'De groeiende regionale verschillen worden in Nederland steeds zichtbaarder, bijvoorbeeld op de terreinen van beschikbare arbeid en zorg, ervaren leefbaarheid, bedrijvigheid, armoedecijfers en gelukscores.'

Hij eindigt met een oproep aan minister Wopke Hoekstra en de mensen die criteria bedenken voor het te vormen investeringsfonds: 'Alleen investeren als een initiatief bijdraagt aan de versterking van de brede welvaart in regio's.'

Van den Berg en Van Vulpen maakten een knikje naar de actualiteit. Vorige week was immers ook de week waarin de boeren naar Den Haag trokken omdat ze het zat zijn de schuld te krijgen van alles waar een groeiend deel van Nederland zich (soms) zorgen over maakt: het klimaat, de biodiversiteit, dierenwelzijn. 

In hun stuk voorspellen Van den Berg en Van Vulpen dat 'de solidariteit tussen grootstedelijke en rurale regio’s in de komende jaren nog veel meer dan nu het geval is op de proef gesteld zal worden'. En dat terwijl de solidariteit vanwege de klimaatproblemen hard nodig zal zijn.

"Een belangrijke politieke vraag daarbij is of grootstedelijke regio’s daarin de vragende of opleggende partij zullen zijn richting de rurale regio’s, en wat dat zal betekenen voor de bestuurbaarheid van het land. Politieke partijen en bestuurlijke instituties doen er goed aan zich daar nu op voor te bereiden."

Eveneens vorige week maakte de Treant Zorggroep bekend dat er 500 mensen worden ontslagen om de ziekenhuiszorg in Oost-Groningen en Zuid-Drenthe op orde te krijgen. De voorzitter van de Raad van Bestuur sprak van 'verschuivingen'.

Ik dacht aan wat Elvis Peters schrijft in zijn roman De ommelanden: 'De economie is geëlimineerd, deze streek is willens en wetens opgegeven, geen dokter, geen voorzieningen, alles moet met liefde, geduld en onbegrip worden opgelost.'


Een treurige film over Hoogeveen

Ik bekeek voor de krant de documentaire Hoogeveen en terug van Fatos Vladi, zaterdag wordt de film uitgezonden door RTV Drenthe. Dat gebeurt om 18.30 uur. Koningsdag lijkt mij voor een regisseur niet fijnste dag om iets op de zender te krijgen. Gelukkig beschikt de omroep ook over een website bij u in de buurt.

DocuHoogeveenScreenshot2
In de film, die vijftig minuten duurt, wordt Johan Nauta uit Meppel gevolgd. Nauta woonde zijn halve leven in Hoogeveen. Op 16-jarige leeftijd begon hij foto's te maken van wat hij op straat zag: de mensen en de bedrijvigheid. Twee jaar geleden leidde het tot het fotoboek Een uitkijktoren aan de Hoofdstraat. Drenthe in de jaren zeventig.

Anno 2019 is van levendigheid in Hoogeveen weinig meer over. Er zijn nog wel Hoogeveners, maar je ziet ze niet meer.

Dat geldt met name Theo Gruppen, veertig jaar geleden de eerste drugsverslaafde van Hoogeveen. Aan de hand van verhalen van diens broers - nou ja, verhalen, het zijn meer antwoorden op vragen van Nauta - komen we te weten hoe het Theo is vergaan. Tip van de sluier: hij verruilde Hoogeveen voor Amsterdam en keerde nooit meer terug.

Hoogeveen en terug is geen opbeurende film, waarschuwde Vladi tijdens een gesprek dat ik met hem had. Zaterdag meer in de krant.


VPRO Tegenlicht zoekt, eh, plattelandspioniers

Arjen Fortuin merkte een paar weken geleden in zijn televisierubriek in NRC/Handelsblad op dat de plattelandsobsessie van de Nederlandse televisiemakers zorgelijke trekken begint te krijgen.

Hij noemde in dat verband een aantal programma’s: Boer zoekt vrouw, Onze Boerderij, een programma van Powned over de vraag of het leven beter was op het platteland of in de stad, de serie Jouw stad, ons dorp en de reportageserie Lex LokaalEus in Medialand moet toen nog worden uitgezonden.

VPRO_Tegenlicht-Power_to_the_platteland
Nu heeft ook de VPRO een streekproduct in voorbereiding. Gisteren, maandag, ontving ik althans een persbericht over de start van een zoektocht door VPRO Tegenlicht naar ‘pioniers op het platteland’.

Citaat: "Mensen die de kracht van het landelijke inzetten voor de samenleving van de toekomst. Welke vernieuwers inspireren met hun radicale, maar realiseerbare ideeën over wonen, mobiliteit, natuurbeleving, voedsel, recreatie, spiritualiteit en zorg?”

Dat klinkt veelbelovend, maar de aanleiding doet iets ergs vermoeden. Want de tweede alinea meldt dit: "De trek naar het platteland is een feit. Mede door de hoge huur- en vastgoedprijzen in (vooral) de Randstad verruilen steeds meer starters, startups en jonge gezinnen de stad voor het platteland.”

Hier wordt een verband gesuggereerd tussen het een en het ander. Tussen sukkelaars en redders, tussen achteruitgang en innovatie.

Alsof op het platteland niet al ver voor de huizenbubbel in Amsterdam en Utrecht sprake was – en is – van ‘mensen die de kracht van het landelijke inzetten voor de samenleving van de toekomst’. Alsof het platteland niet al bestond voor er sprake was van steden.

Misschien begin ik overgevoelig te worden, dat kan natuurlijk ook.

Omdat iedereen het voordeel van de twijfel verdient, en VPRO Tegenlicht zeker, toch maar even de rest van het persbericht:

"VPRO Tegenlicht zoekt vernieuwers die durven denken buiten de kaders van de stad. Pioniers met vooruitstrevende ideeën over de samenleving van morgen. Mensen die gebruik maken van de kracht van het landelijke en met concrete oplossingen komen tegen krimp en sociaal isolement. Maar ook mensen die nieuwe vergezichten bieden en/of praktische plannen hebben voor bijvoorbeeld wonen, natuurbeleving, mobiliteit en voedselproductie.

Plattelandspioniers kunnen zich tot woensdag 1 mei aanmelden via vpro.nl/pioniers. Tevens kunnen pioniers worden aangemeld door kennissen, vrienden en familie. Stemmen kan van 1 t/m 16 mei. De vijf finalisten worden (deels) gekozen door bezoekers van de website en een vakkundige jury. De winnaar wordt bekend gemaakt tijdens een speciale Meet Up in het oosten van het land: zaterdag 25 mei 2019 in de DRU Cultuurfabriek te Ulft."