Op naar de bibliotheek van Haren en maak kans op gratis karnemelk

Karnemelk
Uit de agenda voor donderdag 15 december:

“Jean Pierre Rawie en Joep van Ruiten zijn te gast in de Naked Lunch in de Forumbibliotheek Haren. Rawies nieuwste prozaboek Hebben we hiervoor tachtig jaar gevochten bevat een prachtige selectie van zijn columns die hij schreef voor het Dagblad van het Noorden. Van Ruiten komt met Woest & ledig. Naast niet eerder gepubliceerd werk bevat dit boek een keuze uit stukken die de afgelopen jaren zijn geschreven.

Deze Naked Lunch wordt georganiseerd in samenwerking met Geboekt in Haren.”

Wellicht ten overvloede maar Naked lunch is een interviewprogramma voor cultuurorganisatie Forum in de gemeente Groningen onder leiding van Rense Sinkgraven. Geboekt in Haren is de verzamelnaam voor activiteiten van de Culturele Raad Haren. De bibliotheek van Haren bevindt zich aan de Brinkhorst. Aanvang is 12.00 uur. Toegang gratis. Wie zich vooraf aanmeld via deze link, maakt kans op broodjes en een glas (karne)melk.


Twee schrijvers, twee boeken, een gesprek. In de bibliotheek van Emmen

Meerstraat Emmen
Zonder het van elkaar te weten, schreven twee buren uit Emmen vrijwel gelijktijdig ieder een boek. Zij in het Drents. Hij in het Nederlands. Zij een roman. Hij een bundel beschouwingen, verhalen en stukjes.

Aagje Blink en Joep van Ruiten vertellen zaterdag 10 december bij Facet aan het Noorderplein, voorheen de bibliotheek, over respectievelijk Verleuren en Woest & ledig. Waar komt het verhaal vandaan van de tiener die van de ene op de andere dag haar moeder kwijtraakt? Wat behelst iemand om te schrijven over kunst en cultuur in Drenthe en daarbuiten? Verwacht een gesprek over overeenkomsten en verschillen.

Aagje Blink (1951) had jarenlang een paramedisch beroep binnen de neurologie en psychiatrie. Ze is gefascineerd door de werking van het brein. Blink is vrijwilliger bij het Huus van de Taol en onder meer docent Drents. Na de bundel Elkien mankeert wal wat (2019) met korte verhalen en columns debuteert ze bij uitgeverij Het Drentse Boek met de aangrijpende roman Verleuren.

Joep van Ruiten (1965) werkt als cultuurjournalist voor Dagblad van het Noorden. Hij draagt daar meerdere petten en jassen: recensent, interviewer, commentator, podcastmaker en verslaggever. Ook is hij actief voor het boekenprogramma De Literaire Hemel in Amen. Op zijn weblog Woest & Ledig schrijft hij over afkomst en identiteit, leegte en vervulling, lezen en schrijven, verzamelen en bewaren. Zijn boek is verschenen bij uitgeverij kleine Uil.

Het schrijversgesprek vindt plaats in het Leescafé op de bovenste verdieping van Facet aan het Noorderplein in Emmen. Aanvang 13.30 uur. Einde omstreeks 14.30. Gratis entree. 


Leest ‘Wat er met water is’ van Cobi de Jonge (1946 – 2022)

Cobi de Jonge Wat er met water isEen paar weken geleden werd ik in de Zwanestraat in Groningen aangesproken door een mij onbekende vrouw. Ze zat op een bankje.

‘U bent toch Joep van Ruiten’, sprak de vrouw. ‘U kent mij niet, maar ik ben een vriendin van Cobi de Jonge, die gaf altijd hoog van u op.’

Daarmee had ze mijn aandacht gevangen, ik geef het toe.

Cobi de Jonge was een half jaar eerder overleden. Ik had het via-via vernomen, zo nauw waren Cobi en ik nu ook weer niet. We kenden elkaar van het clubje gemeentedichters van Emmen. Toen zij daar in 2016 afzwaaide, ik vertrok drie jaar later, raakten we bij elkaar uit beeld. 

De vrouw op het bankje haalde een paar herinneringen op, ik haalde een paar herinneringen op, daarna was het gesprek voorbij.

Een week geleden belde de vrouw uit de Zwanestraat naar de redactie. Toen ik haar aan de lijn kreeg, vertelde ze over een dichtbundel van haar vriendin. De titel wist ze niet meer precies. Iets met water. Eind 2021 verschenen bij M.Boox, nooit gepresenteerd omdat Cobi ziek werd. Of ik misschien geïnteresseerd. Als ik een adres gaf, kon zij de bundel mij wel laten bezorgen.

Dat is inmiddels gebeurd. Dinsdag zat-ie in de brievenbus. De laatste bundel van Cobi de Jonge blijkt Wat er met water is te heten. Er staan Nederlandstalige gedichten in, maar ook in Veenkoloniaal Drents – Cobi is in 1946 geboren Valthermond.

Al bladerend lees ik onder meer over haar werk als trouwambtenaar (Ja, ik wil…), over haar dresscode (Blauwe jurk), de omgeving waar ze opgroeide (Zuderdaip), haar band met de Taalwerkplaats in Nieuw-Amsterdam (Schrijfproces) en haar fascinatie voor water (De grote Rietplas). Ook de liedtekst Avond aan de rietplan die ze schreef voor het project Emmen in verzen staat in de bundel.

In een bijgevoegde brief blikt haar dochter terug op de uitvaart, april 2022: ‘Op haar begrafenis hebben wij aandacht besteed aan de bundel. Mijn dochter heeft er een paar gedichten voordragen en iedereen kreeg een exemplaar mee naar huis. Zo was er toch nog een soort presentatie.’

Op Youtube staat een korte documentaire over Cobi de Jonge, in 2020 gemaakt door haar kleindochter Nadine Ronde.


Annet Schaap, Jante Wortel en Jellema-biograaf Gerben Wynia in De Literaire Hemel in Amen

Lampje_Annet_Schaap

Vrijdag 9 december zijn een gelauwerd kinderboekenschrijfster, een supertalent uit Assen en een gepromoveerde 'beredderaar' te gast in Amen.

Annet Schaap was al een veelgevraagd illustrator voordat ze debuteerde met Lampje. Het grimmige sprookje is inmiddels vele malen bekroond en door volwassenen voor het tweede jaar op rij gekozen tot populairste kinderboek aller tijden. De VPRO zendt in de kerstvakantie een televisiebewerking uit van deze klassieker.

Jante Wortel groeide op in Assen. Ze won de finale van de Kunstbende, Write Now!-Groningen, de Drentse Talentprijs Cultuur 2016 en studeerde af aan Creative Writing ArtEZ. Deze zomer is haar eerste roman Weerlicht verschenen. Een moedig en knap debuut volgens de lovende recensies.

Literair erfgenaam Gerben Wynia is dit voorjaar gepromoveerd op C.O. Jellema. Jellema bracht zijn vroegste jeugd door in Beilen waar zijn vader predikant was. Hij is in 2003 in Leens gestorven. In de biografie Aan Rozen Denk Ik In De Winter beschrijft Wynia hoe de dichter een moeizame weg naar erkenning van zijn werk kende en worstelde met zijn homoseksualiteit.

Joep van Ruiten en Annette Timmer interviewen de schrijvers. Aanvang: 20.15 uur. Toegang: € 18,50, inclusief twee consumpties. Kaartverkoop via www.literairehemel.nl


Belangstelling

In de krant
Spreek ik met de redactie?

– Ja, daar spreekt u mee. Waarmee kan ik helpen?

Ik wil jullie uitnodigen langs te komen tijdens mijn boekpresentatie, komende vrijdag. Als het goed is, heeft u een persbericht ontvangen.

– Oh, dat zou kunnen. Ik bedoel: dat we bericht hebben ontvangen. We ontvangen veel berichten. Wanneer heeft u uw bericht verstuurd?

Vorige week maandag, aan het eind van de ochtend. Ik dacht, laat ik maar even bellen. Jullie hebben het vast druk.

– Zeer verstandig. (…) Ik zie het al. Nee, sorry, hier kunnen we niets mee. Het spijt me. We kunnen helaas niet overal op ingaan. Geen tijd, geen mensen, geen plek. Onze mogelijkheden zijn beperkt. Journalistiek is selecteren. Een recensie? Nee, wacht met uw boek opsturen.

Ja maar, het is een heel bijzonder boek, al zeg ik het zelf. Ik heb er drie jaar aan gewerkt. Met een professioneel redacteur. Zonder jullie weet niemand dat het er is. Waarom mijn boek niet en dat van een ander wel? Jullie besteden aandacht aan boeken, dat weet ik als trouwe abonnee.

– Zeker doen we dat. Met plezier. Zolang het ons is toegestaan. Wat wij doen, is niet altijd goed uit te leggen. Daarom leggen we het liever niet uit. Het is een vak, zeg maar. Het begint met aanvoelen, dat is onze professionaliteit. Maar vooruit: u bent als schrijver onbekend, en onbekend maakt onbemind. Wij schenken liever aandacht aan onderwerpen en mensen waarvan we met zekerheid weten dat onze lezers erop zitten te wachten. Onderwerpen die scoren, dat moeten we hebben, zeker in deze zware tijden. Op onbekende schrijvers zitten onze lezers niet te wachten. Dat blijkt uit cijfers. Dat houden we bij. Daar hebben we software voor gekocht, en die software moet wel terugverdiend worden. Je bent zo groot als je onderwerp, dat zeggen wij hier altijd.

Maar als ik de publiciteit niet haal, blijf ik onbekend en leest niemand mijn boek. Zo beland ik in een cirkel.

– Beter in een cirkel dan in een hoekje. Excuus, dat was bedoeld als grapje. Misschien moet u het op een andere manier proberen.

Zoals?

– Eerst op televisie. Daar zou ik beginnen. Schrijvers komen met hun boek het makkelijkst in de krant als ze eerst op televisie zijn geweest. En dan niet met hun boek, maar met een mening. Heeft u ergens een mening over? Aan een scherpe doch eenvoudige mening is altijd behoefte. Een vechtpartij tijdens de boekpresentatie met politie erbij, dat wil ook nog wel eens helpen. Hallo? Bent u daar nog? Hallo?


De invloed van Gerrit Krol

Column John Heymans Gerrit Krol
Vandaag, donderdag 24 november 2023, is het tien jaar geleden dat Gerrit Krol overleed. Dagblad van het Noorden grijpt de sterfdag aan voor een serie van twaalf stukken, elke maand een, waarin de betekenis van Krol voor hedendaagse schrijvers wordt onderzocht.

Moet dat nou, hoor ik iemand in verte vertwijfeld kreunen. Nee, dat moet niet. Maar goed is het wel. Want wat Krol schreef is nog steeds zeer de moeite van het lezen – en overdenken – waard. Zonder zo’n serie zou zijn oeuvre zomaar eens verder in de vergetelheid kunnen verdwijnen. Anders dan veel van zijn collega’s schreef Krol daar niet voor.

Auteur van de stukken, Krol zou vermoedelijk van columns hebben gesproken, is John Heymans – niet toevallig biograaf van de schrijver, dichter en essayist. De eerste ‘aflevering’ staat inmiddels online op de website van Dagblad van het Noorden. Morgen, vrijdag, is de tekst ook te lezen in de papieren cultuurbijlage Vrijdag.

Heymans: “Voor de liefhebbers zullen de verhoopte twaalf columns uiteindelijk ook in een brochure worden ondergebracht, een zogenaamd Krol Cahier, te verschijnen op 24 november 2023, tegelijk met een openbare lezing en de laatste column in de krant.”

Eerder verscheen in de aanloop van de uiteindelijke biografie ook al een cahier. Zie hier.


Twee keer in de podcaststudio

J en A + zaal
Na de succesvolle presentatie op 11 november in café De Amer (foto Peter ten Hoor) zette ik vorige week de promotiewerkzaamheden voor mijn boek Woest & ledig voort in twee opnamestudio’s. Woensdag in die van Hooggeëerd Publiek (HGP) en zaterdag in die van De Nieuwe Contrabas Podcast (DNCp)

Voor eerstgenoemde instituut – dè cultuurpodcast van Noord-Nederland – reisde ik af naar een cabine op de redactievloer van de Leeuwarder Courant aan Sixmastraat in Leeuwarden. Dat trof, want daar moest ik toch zijn. Ik ben een van de makers van HGP; efficiency is mij niet vreemd.

HGP_OMSLAGAlvorens aflevering 30 werkelijk van start ging, met een interview met Eelco Veenema over diens spraakmakende regie van het theaterstuk Romte, werd ik door Kirsten van Santen gevraagd iets voor te lezen uit eigen werk. Dat deed ik uiteraard. Een mens moet niet dwarsliggen als hij een keer voor zaken in de hoofdstad van Friesland is.

Aan het einde van de bijeenkomst bleek iets mis met de geluidsbestanden. Afgelopen vrijdag werd duidelijk dat wel het gesprek met Veenema was opgenomen, en alle interessante items die daarna volgden, maar niet mijn voorleesbeurt. Voor sommigen teleurstellend, inderdaad. Gelukkig is de voorgelezen tekst niet verdwenen, die staat gewoon in het boek.

Voor de opname voor De Nieuwe Contrabas Podcast hoefde ik de deur niet uit, maar kon ik na het autowassen en bladharken ‘gewoon’ thuis in de werkkamer op de iPad een Zoom-programma starten. Daarop verschenen drie onbekommerd lachende heren in beeld: Erik Lindenburg, Hans van Willigenburg en Chrétien Breukers. Van Willigenburg en Breukers stelden vragen, Lindenburg zorgde ervoor dat de antwoorden werden vastgelegd.

De Nieuwe Contrabas PodcastSinds zondag is het resultaat te beluisteren in DNCp 83. Ik zit ergens aan het einde, na de aandacht voor De Wereld Draait Door, de Albert Verwey-lezing van Christiaan Weijts, de bijzondere essaybundel Moeten we dit weten voor de toets van Coen Peppelenbos en het voetbalboek Leven met Louis van sportjournalist en Qatar-ganger Willem Vissers.

Wat mij bij beluistering opviel was het geluid, mijn geluid, dat ik tijdens het vraaggesprek binnen een andere context zelfs ergens een uniek geluid waag te noemen. Dat geluid klonk, misschien horen anderen iets anders, in de wereld der techniek moet je niets uitsluiten, dat klonk bedompt. Alsof ik tijdens de opname uit verlegenheid onder tafel was gekrompen. Dat was ik niet.

De aantasting van kwaliteit komt desondanks geheel en al voor mijn rekening. Had ik maar geen boek moeten schrijven.


Zondags dilemma: naar Liesbeth Woertman of naar Silvia Fledderus?

Wat te doen zondag in Emmen? Naar Liesbeth Woertman of naar Silvia Fledderus?

750x1200Woertman wordt in voorheen de bibliotheek, thans Facet aan het Noorderplein, door Annette Timmer geïnterviewd over haar onlangs verschenen boek Wie ben ik als niemand kijkt. Citaat uit het persbericht:

“In haar onlangs verschenen boek bespreekt prof. Dr. Liesbeth Woertman de rol van schoonheid en identiteit in het leven van vrouwen boven de veertig. Een van de dingen die vrouwen vanaf deze leeftijd vaak zeggen is ‘dat mannen steeds minder kijken’. Het verdwijnen van de male gaze opent nieuwe deuren en breekt oude concepten. Het geeft ruimte voor verwondering maar ook voor verdriet en verlies. Liesbeth Woertman probeert in haar boek de fictie van het zelf en de rol van het vrouwenlichaam in de oudere levensfasen te doordenken.”

Aanvang 13.30 uur. Entree 4 – 10 euro

Wat het huis wegbrengt (2022) Silvia Fledderus

Silvia Fledderus geeft in voorheen het Noorder Dierenpark, thans het Rensenpark en dan met name het theatertje van Loods13, een lezing over de zin en onzin van religie. Ook hier een citaat:

“Zij zal meerdere vragen stellen, zoals: hoe kun je geboorte verstaan? En wat kun je rond het geboorteproces leren over het wezen van de mens? Filosofie en theologie zullen tijdens haar lezing ons pad kruisen. Langs het verhaal van de geboorte van de mens neemt Silvia Fledderus ons mee in de zin of onzin van religie. Lichtvoetig en laagdrempelig. Thema's die aan de orde komen zijn onder andere barmhartigheid en empathie. De relatie tussen theologie en filosofie en het verlangen naar betekenisgeving in deze tijd komen daarbij uitgebreid aan bod.”

Aanvang 14.00 uur. Entree 11,50 euro


Over 'Close' van Lukas Dhont en het jongensverdriet van C.O. Jellema

Filmstill_Close_Lukas_Dhont
Tussen de bedrijven door bezocht ik in de bioscoop van Forum te Groningen Close, de film van regisseur Lukas Dhont. De berichten vooraf bleken allerminst overdreven: zeer ontroerend, mooi verteld, knap geregisseerd, raadselachtig goed geacteerd. Fijne muziek ook. Er zaten zo weinig mensen in de zaal dat ik onbezwaard een boterham met jam kon eten.

Kijkers van een film laten huilen is niet moeilijk, denk ik. Het is een kwestie van een verhaal zo opbouwen dat de kijker de indruk krijgt dat het over hem, haar of die persoonlijk gaat. Close biedt daarvoor voldoende aanknopingspunten.

Wie heeft geen gehad last van groepsdruk? Wie is er niet in zijn jeugd in de steek gelaten door een vriend? Wie heeft niet iemand verraden en daar vervolgens mee geworsteld? Wie heeft op jonge leeftijd niet iemand verloren en kon daar toen geen woorden voor vinden?

Wie op al deze vragen het antwoord ‘Ik niet’ geeft, is net zo goed betreurenswaardig.

Ik ben op dit moment drie boeken aan het lezen over de dichter en essayist C.O. Jellema (1936 – 2003): de bloemlezing met zijn gedichten Omdat een droom mij aankeek, het proefschrift Verdwijnen in een woord van J.J.C. Dee en de nog te verschijnen biografie Aan rozen denk ik in de winter van Gerben Wynia.

In laatstgenoemde uitgave wordt onder meer verteld over de vriendschap van Jellema met ene Alex Ruys. Het is 1951, de dan 15-jarige hoogbegaafde en sensibele Jellema is kort daarvoor uit het geïsoleerde Beilen verhuisd naar Hoogland, vlakbij Amersfoort. Citaat:

“Ze kwamen met een groepje van vier, vijf jongens van het gymnasium en waren op weg naar huis. Onder druk van dat groepje liet Alex Ruys hem schieten. Ruys zou de tragiek van het moment nooit vergeten: ‘Jij ging linksaf, voorover gedoken, in een groene loden jas, gymnasiumgeleerdheid in je tas, maar helemaal alleen, in tranen meen ik. En wij rechtdoor, de Berkenweg. Er was misschien iets tussen ons van een vergroeiing, van een taal die de anderen niet verstonden, dus verachtten. Maar ook: ik wilde niet linksaf, ik wilde niet afsplitsen van die groep, ik wilde door de Berkenweg. Toch was er toen pijn, zoals bij alle afscheid, ook als dat onvermijdelijk is.’

Thuisgekomen zat Cor in de serre van de pastorie tegen zijn moeder aan te huilen. Ze vroeg hem wat er was gebeurd maar hij kreeg het niet over zijn lippen. Haar deelgenoot maken van zijn verdriet en uitleggen ‘wat het was, waarom’ hij moest huilen, lukte hem niet.”

Terug naar het knappe van Close. Een piepjonge acteur op het juiste moment in tranen krijgen, en wel zo dat je als filmkijker het idee krijgt dat het niet gespeeld, maar oprecht is, dat vraagt een bijzondere vaardigheid.


Denkend aan Frans Erens

Frans-Erens
Persbericht van het Literatuurmuseum: ze hebben in Den Haag het imposante archief van Frans Erens verworven, ‘een schatkist van literatuur- en kunstgeschiedenis’. Citaat:

“Wie zich bij de naam Erens vooral afvraagt ‘wie?’ en vergeefs in het geheugen zoekt naar de titel van een grote roman, valt niets kwalijk te nemen. Zijn rol in de Nederlandse literatuur was secundair maar in de marge speelde hij wel degelijk een prominente rol.”

Als liefhebber van de literatuur aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw heb ik, een jongeling nog, iets van Frans Erens (1857 – 1935) gelezen. Ik herinner mij dat hij tot de Tachtigers werd gerekend, maar een Limburger was en mede daardoor op afstand van het literair gewoel in Holland opereerde. Mij staat bij dat hij meer op Frankrijk dan op Nederland was georiënteerd, wat gezien de geschiedenis van Limburg niet vreemd is.

Begin jaren negentig leende ik uit de bibliotheek van Arnhem, waar ik toen woonde, het boek Vervlogen jaren, een deel uit de reeks Privé Domein. Van dat boek is mij de verstilling bijgebleven. Plus, iets concreter, een paar regels waarin Erens, in het voorbijgaan, twee oudere mensen op een bankje voor hun huis beschrijft: Zo stil, zo vredig, zo met innig elkaar, dat het leek alsof er niets meer door hen heenging.

Het tafereel kwam mij voor als een benijdenswaardige, wellicht hogere staat van zijn die in deze tijd onmogelijk is geworden. Niet alleen voor eenlingen, maar voor duo’s en grotere groepen helemaal.

Gelukkig hoef je niet in de volle trein naar het museum Den Haag om meer over Erens te weten te komen. Het kan ook thuis, stil, op een bankje. Met een laptop op schoot.