Met kunstenaars praten over verstilling

George Meerten Anjet van Linge
Op zondag 21 augustus 12.00 uur, de laatste dag van de tentoonstelling Een gevonden mens bij kunstruimte Campis in Assen, gaat Joep van Ruiten, cultuurjournalist voor het Dagblad van het Noorden, in gesprek met de kunstenaars Anjet van Linge en George Meertens. De toegang is vrij, aanmelden is niet nodig.

Over de tentoonstelling:

“Wie zijn wij als mens? Hoe raken we elkaar, hoe laten we ons vinden, en door wie?

In een wereld die snelheid waardeert, nodigt het werk in deze tentoonstelling uit tot stilstaan en waarnemen.

Anjet van Linge en George Meertens vinden hun inspiratie veelal in verstilling. Welke vragen, vormen en kleuren komen er naar boven wanneer de innerlijke stem tot uiting komt?

Het werk van beeldhouwer Anjet van Linge wordt ook wel beschreven als spiritueel minimalisme. Vaak begint het met een vraag die Van Linge in de steen verkent. Soms is er eerst de steen en openbaart de betekenis van het werk zich gaandeweg: ze laat het materiaal spreken. Er ontstaan vormen die eenvoud, ritme en stilte ademen: samen vertellen ze een verhaal.

Het beeld dat langzaam ontstaat, nodigt Van Linge keer op keer uit tot een niet-weten: tot stil worden en kijken, zien wat er al is. Het beeldhouwen is voor haar altijd een ritmische meditatie: een uitnodiging tot verkennen van vragen die er zijn, over bijvoorbeeld wat ons identiteit geeft en waar ons thuis is.

George Meertens brengt geregeld zijn tijd door in een cisterciënzerabdij, waar hij heeft ervaren hoe heilzaam een dagelijkse routine kan zijn. Deze helende routine vertaalt zich naadloos naar zijn werk, wat is opgebouwd uit zich steeds maar weer herhalende handelingen. Laag na laag geeft hij kleur en structuur aan het doek. “Bij het schilderen wordt het oppervlak bedekt om iets zichtbaar te maken”. Een paradox die Meertens keer op keer fascineert.

Waar zijn schilderijen op het eerste gezicht uit één kleur en vlak lijken te bestaan, lijkt het of de doeken na een grondiger observatie beginnen te leven: voor de aandachtige toeschouwer openbaren zich oneindig veel opties.

Een gevonden mens is een verkenningstocht in stilte. Soms leiden die verkenningen tot een moment waarop werkelijkheid, verbeelding en symboliek samenvallen: tot heling wellicht. Zo nu en dan worden we gevonden.”


Sandy, Danny, Carol, Constant en ik

Grease-1978
NRC
stond donderdag met een hoofdredactioneel commentaar stil bij het overlijden van Oliva Newton-John. Ik keek daarvan op, en las het stuk vanwege die verbazing met extra belangstelling. Het zal vermoedelijk niet de laatste verrassing van deze zomer zijn.

De commentator van dienst eindigde met de volgende zin: ‘Het plot mag dan voorspelbaar zijn, maar wie wordt er niet vrolijk als iemand roept: Greased lightnin'!

Niemand zag het, ik had het ook niet kunnen doen, maar ik stak na het lezen mijn vinger omhoog.

Mijn gedachten waren teruggegaan naar 1978. Ik was dertien jaar, zat in de tweede klas van het atheneum en was verliefd op Carol. Daarin stond ik niet alleen. Iedereen in mijn omgeving was verliefd op Carol. Dus ook mijn beste vriend Constant. Carol wist dat. Ze speelde ermee. Ze speelde met iedereen. Dat maakte haar nog indrukwekkender dan ze al was.

Hoe we het precies voor elkaar kregen weet ik niet, het zal de verdienste van mijn beste vriend zijn geweest, die was in alles veel handiger, maar het werd zo geregeld dat we met Carol naar Grease konden. In Leiden. Carol speelde het slim: ze nam twee vriendinnen mee, Anne en Yvonne. We waren dus met zijn vijven.

Ik hield niet van erg Grease. Sterker, het liedje dat aan de film vooraf was gegaan, You’re the one that I want, deed pijn aan mijn oren en beloofde ook voor de rest weinig goeds. Ik kon mij weliswaar enigszins herkennen in de tekst, maar de muziek stond heel ver af van mijn smaak. Slappe highschoolpop vond ik het. Om niet meer te achterhalen redenen, was ik dat jaar into The Kinks.

Eenmaal in de bioscoop, Luxor aan de Stationsweg, er zit nu een eettent in, moesten er zitplaatsen worden gevonden. Door een speling van het lot, of op zijn minst een slechte timing mijnerzijds, slaagde ik er niet in om naast Carol te zitten. Het leek er op dat ze dat ook helemaal niet wilde. Ze had  heel andere ideeën.

En zo kwam het dat ik Grease vanaf de verkeerde rij zag, naast Yvonne, schuin achter Carol en Constant. Semi-klassiek tienerdrama. Gelukkig was het donker in de zaal.

De film was niet goed, artistiek gezien. Zo keek ik toen al naar ‘de dingen’: afwisselend uit de hoogte of laagte, niet uit slimheid, meer uit onvermogen om aansluiting te vinden en te houden bij de meerderheid. Naarmate de tijd vorderde, werd de film steeds slechter.

Bijna anderhalf uur lang zat ik mijzelf te ergeren en op te vreten. Na afloop had ik een klomp in mijn maag waaruit een slechte herinnering is gegroeid. Yvonne heeft er niets van gemerkt. Carol en Constant al helemaal niet.

Met plezier terugdenken aan Grease is onmogelijk. En aan Oh Carol van Neil Sedaka heb ik ronduit een hekel. Niet alle herinneringen worden zoet naarmate de jaren vorderen. Het meest pijnlijk is dat ik uiteindelijk het contact met Constant ben kwijtgeraakt.


Rembrandt was wel eerder te zien in Assen

Rembrandt in Assen
Na Friesland, Utrecht en Noord-Holland is De vaandeldrager van Rembrandt van Rijn nu in Drenthe te zien. Sinds dinsdag hangt het schilderij in het Drents Museum.

In Dagblad van het Noorden vertelt directeur Harry Tupan erover. Hij is vereerd: “Dit werk is van ons allemaal. Rembrandt is onderdeel van onze geschiedenis. Dit werk hoort te zien te zijn in een Nederlandse context, niet aan de muur bij een buitenlandse verzamelaar.”

Zegt Tupan daarmee dat de vorige eigenaar het werk niet in zijn bezit had mogen hebben? In die context is het aardig om te weten dat het portret uit 1636 is generaties lang in handen geweest van particuliere verzamelaars, van de Engelse koning George IV tot de familie Rothschild.

De Rothschilds waren sinds 1844 eigenaar. In 2018 deden ze De vaandeldrager in de verkoop. De Franse staat meldde zich, verklaarde het schilderij tot nationale schat en legde een exportverbod op, maar kwam daar op terug toen de familie Rothschild te veel geld vroeg. Uiteindelijk kocht ‘Nederland’ het, voor in totaal 175 miljoen euro.

De liefde van Nederland voor Rembrandt is tamelijk jong.

In Dagblad van het Noorden zegt Tupan dat De vaandeldrager de eerste Rembrandt ooit is die in Drenthe tentoongesteld wordt. Dat kan alleen kloppen als Tupan op de schilderijen van Rembrandt doelt.

De krant van toen leert dat op 29 september 1956 door de toenmalige burgemeester van Assen in een klein zaaltje aan de Torenlaan een expositie werd geopend met 32 etsen en tekeningen van Rembrandt van Rijn. Het waren géén reproducties, schreef Jos Visscher.

De Rembrandttentoonstelling vond plaats in het kader van de internationale Rembrandtherdenking – de schilder was in 1956 350 jaar geleden geboren – en de collectie was eerder te zien in Warschau en verhuisde na Assen naar Praag. De etsen en tekeningen waren afkomstig uit de collecties van het Stedelijk Museum en Museum Fodor in Amsterdam.

De vaandeldrager is tot en met 31 augustus in Assen te zien. Daarna reist het schilderij door naar Kunstlinie in Almere. De tournee wordt 7 mei 2023 afgesloten in het Groninger Museum.


Naar Museum Jan voor Saskia Boelsums

Liefde voor landschap Saskia Boelsums
Ik bezocht Museum Jan in Amstelveen. Dat deed ik niet omwille van de glaskunst, waar ze nogal wat van hebben, beneden en boven, maar vanwege de fotografie van Saskia Boelsums. Hoewel woonachtig in Nieuw-Schoonebeek speelde Boelsums (1960) er een thuiswedstrijd: ze is geboren in  Nieuwer-Amstel. Jan toont een overzicht van haar werk.

Het museum, oorspronkelijk in 1991 gesticht met geld van industrieel Jan van der Togt, bleek verrassend groot en beter dan gedacht. Dat kwam vooral door de aandacht voor lokale beeldende kunst. Zo zag ik er een kleine presentatie met kunst die sinds 1955 door het gemeentebestuur is verzameld, getiteld Verzameld voor Amstelveen. Ook zag ik een presentatie met recente resultaten van het cultureel opdrachtgeverschap van de gemeente.

Amstelveen telt als gemeente ruim 92.000 inwoners. Dat zijn er zijn tienduizend minder dan Emmen. Het kunstaanbod lijkt echter groter en diverser dan dat van de grootste gemeente van Drenthe. Uiteraard heeft zoiets met de ligging in de Randstad te maken, Amsterdam zit zo’n beetje aan Amstelveen vast. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat het ook met doordacht beleid te maken heeft.

Voor Boelsums zijn drie zalen uitgetrokken. Dat is in Emmen, waar Nieuw-Schoonebeek deel van uitmaakt, nog niet gebeurd – terwijl het wel mogelijk is en misschien straks ook zal zijn. Een deel van de werken is speciaal voor de tentoonstelling gemaakt. In Amstelveen zijn ze daar zo blij mee, en dat is begrijpelijk, dat de grootste muur in het museum ervoor vrij is gemaakt. Je kunt zelfs stellen dat de tentoonstelling ermee opent.

Liefde voor landschap, zo heet de tentoonstelling, is omgekeerd chronologisch opgebouwd. Het nieuwste werk eerst, het oudste achterin. Wie alle zalen doorloopt krijgt een mooi beeld van een bewonderenswaardige ontwikkeling: hoe een conceptueel werkend beeldend kunstenaar de fotografie als instrument ontdekte en via stillevens en portretten het landschap is binnengestapt, de wereld in en over.

Te zien tot en met 25 september in Museum Jan te Amstelveen.


Museum Arnhem is nog steeds te klein

Autorittratto (1993) Alighiero e Boettie
Omdat ik er toch was, besloot ik een kijkje te nemen in het vernieuwde Museum Arnhem. Met de fiets tegen de bult op, afstappen en parkeren, meteen de tuin in.

Dat laatste was niet de bedoeling. Het liep zo, omdat ik de ingang niet meteen kon terugvinden en wel die tuin had gezien. Het gras oogde droog. De zoden leken los te raken. De beelden in de tuin, en dat waren er nogal wat, konden niet verhullen dat het er een beetje droevig uitzag. Ondanks het publiek in de zon op het terras van Café Pierre.

Ik probeerde mij in de schoenen van de conservator beeldentuin te verplaatsen. Hij of zij zal niet altijd gelukkig zijn met haar of zijn functie. Wel over goede sculpturen beschikken, maar niet over een passende omgeving om die sculpturen tot hun recht te laten komen.

Ik heb een zwak voor Museum Arnhem. Dat heeft niets te maken met Pierre Janssen, de oud-journalist die het museum in de jaren zeventig met fascinerende televisiepraatjes ‘op de kaart’ zette. Dat heeft te maken met de collectie neo-realisme, met schilders waarvan niet helemaal duidelijk was of ze goed of fout waren in De Oorlog.

En dat heeft te maken met Liesbeth Brandt Corstius die in de jaren tachtig en negentig als museumdirecteur nadrukkelijk koos om kunst van vrouwen te tonen. Zo leerde ik Charley Toorop waarderen. En naar sieraden kijken.

Ik heb een paar jaar in Arnhem gewoond. Bezoek aan Museum Arnhem zorgde er mede voor dat het plezierige jaren waren. Museum Arnhem was in die tijd een lastig gebouw. Nu het museum (opnieuw) vernieuwd is, is het gebouw weliswaar groter geworden, maar nog steeds lastig.

Hoe het anders had gemoeten weet ik ook niet, misschien deed ik als als bezoeker van de vernieuwbouw iets verkeerd, dat kan heel goed, maar wat ik belangrijk vind aan een museum is het gevoel dat je er een rondje kunt lopen. Dat lukte niet. Ik ging heen en ik ging dezelfde weg terug.

Beeld van de tentoonstelling Ten minste houdbaar tot Museum Arnhem
In de tussentijd zag ik twee tentoonstellingen. De eerste, Tenminste houdbaar tot, oogde nogal vol. Weer thuis kwam ik tot de ontdekking dat middels tweehonderd werken een poging was gedaan te laten zien op welke manieren kunstenaars de natuur verbeelden. Citaat van de website:

‘Welke verhalen vertellen de landschappen, stillevens, planten en dieren over de relaties tussen mensen en natuur door de eeuwen heen? Welke verhalen vertellen ze niet… en waarom niet? Er zijn kunstwerken die de uitbuiting van land en van mensen die erop leven aan de kaak stellen, vroeger en nu. Andere verbeelden een duurzame toekomst voor al het leven op aarde.’

Inderdaad, dat is nogal breed.

Bij mijn bezoek aan de tweede tentoonstelling, Van links naar rechts, kreeg ik opnieuw het gevoel dat Museum Arnhem – net als Museum De Fundatie in Zwolle en dus anders dan het Drents Museum in Assen – te klein is voor wat het wil zijn. Maar ook: wat een rijkdom dat het er is en kan bestaan. Wat is Nederland toch een fijn museumland.

Vleeskar (1925) Johan van Hell

Gelukkig werd mij ditmaal, aan de hand van de collectie neo-realisme, een concreter verhaal verteld. Nogmaals een citaat van de website:

‘De economische crisis van 1929 en de machtsovername van Hitler in Duitsland in 1933 raakten ook de kunst en de kunstenaars in Nederland. Door deze periode van politieke polarisatie verdwenen vooral sociaal geëngageerde en activistische kunstenaars voor lange tijd uit de kunstgeschiedenis.

Met Van Links Naar Rechts presenteert Museum Arnhem een inclusiever beeld van het Interbellum dan voorheen. Herontdekkingen van progressieve kunstenaars zoals Berthe Edersheim, Harmen Meurs en Nola Hatterman, die voorheen letterlijk en figuurlijk links bleven liggen, worden getoond tegenover bekende namen als Willink, Raoul Hynckes en Pyke Koch.’

Na het verorberen van dit hoofdmaal bezocht ik nog een paar zalen waarvan ik nu niet meer weet welke functie ze hebben en doel ze dienen, vermoedelijk iets met educatie. (Heerlijk om eens niet als cultuurjournalist in een museum rond te lopen, maar gewoon zoals de meeste mensen leeghoofdig rondbanjeren.) Daar zag ik videowerk van Hans Op de Beeck. Daar knapt een bezoeker altijd van op.


Op zoek naar het paradys, bij Oranjewoud

Big be-hide (2022) Alicja Kwade
Ik bezocht Paradys, de kunstroute die ter gelegenheid van de manifestatie Arcadia door artistiek leider Hans den Hartog Jager is uitgezet in de omgeving van Oranjewoud, niet ver van Heerenveen. Dat deed ik op de eerste plaats als liefhebber van beeldende kunst in de openbare ruimte. Dat deed ik op de tweede plaats om verschil te zien met Into Nature, de route die vorig jaar en in 2018 door dezelfde artistiek leider werd uitgezet in respectievelijk Bargerveen en Frederiksoord.

Vergeleken met de Drentse routes oogt het goed georganiseerde Paradys meer bescheiden; er zijn iets minder kunstwerken te zien. Mede daardoor was ik er sneller klaar mee. En halve dag duurde mijn expeditie –  ik was met de fiets –  reistijd niet meegerekend, wel inclusief het beluisteren van audiofragmenten én een kort bezoek aan het nabijgelegen museum Belvédère. Daar werd het landschap gevierd met onder meer een wisseltentoonstelling rond Barbara Hepworth en haar kunstvrienden van St. Ives.

De locatie voor Paradys is goed gevonden en gekozen. Oranjewoud, ooit aangelegd door de Friese tak van het adellijke geslacht Nassau, wordt omschreven als ‘een klassieke idylle, een zorgvuldig uitgekiend lustoord en een uitvloeisel van het idee dat natuur tembaar en het paradijs maakbaar is. “Juist omdat Oranjewoud geen neutrale plek is, biedt het kunstenaars bij uitstek de gelegenheid de wereld op te stuwen, te bevragen en op te schudden.”

Erik van Lieshout heeft dat laatste effectief gedaan. Hij maakte een film waarin met veel plak en knip en geschetter verslag wordt gedaan van een poging om een bloemenmozaïek te realiseren in een omgeving die niet opgeschud wil worden. Omdat Van Lieshout zijn plan niet volledig heeft kunnen verwezenlijken, moet je voor het uiteindelijke mozaïek het paradijs van de rijken uit en afreizen naar het meer volkse Heerenveen. Daar kwam het niet van. Kijken naar de film voldeed.

Return of the hewrd (2022) Marianna Simnett

Meest bijzonder, naast een bezoek aan de Ecokathedraal van Louis Le Roy, was een boottochtje naar het beeld Return of de herd van Marianna Simnett, een meerkoppig monster opgebouwd uit afgietsels van botten van echte herten. Volgens Den Hartog Jager verwijst het beeld van Simnett naar zowel het afschieten van dieren in Oranjewoud, naar wraak van de natuur en naar dat wat door mensen als bedreigend wordt ervaren.

Meest spectaculair was, in mijn ogen, een beeld van Alicja Kwade (zie boven), een zintuigelijke illusie in een stuk grasland, opgebouwd uit een kei, een aluminium replica van die kei en een spiegelwand. Kwade was ook al blikvanger toen Into Nature werd gehouden in Frederiksoord en omgeving.

Temple of spring (2022) Isa van Lier (4)

Isa van Lier gebruikte Paradys om haar versie van het paradijs te bouwen, een tempel met lieflijke om niet te zeggen kinderlijke objecten. Ze liet zich inspireren door Japanse tempels en zentuinen die de mens ‘met zichzelf en de natuur in harmonie proberen te brengen en waar emoties vrij kunnen stromen’. Toen Den Hartog Jager de tempel voor het eerst betrad kon hij naar eigen zeggen zijn tranen nauwelijks bedwingen. Toen ik de creatie van Van Lier bezocht, wist ik weer dat ik mijn paradijs op aarde nog moet vinden.

Paradys is nog tot en met 14 augustus te bezoeken. Voor meer informatie klik hier.


Poze 20, over (beeldende) kunst die koud laat

Erfzonde Poze 20
Dankzij uitgeverij Ter Verpoozing uit Peize ontving ik een exemplaar van het onregelmatig verschijnende tijdschrift Poze. Dit keer betreft het een speciale editie, nummer 20, een book-a-zine met flappen getiteld Il y un dieu des…

In het voorwoord schrijft de samensteller en belangrijkste auteur van het tijdschrift, Gerard Stout, onder meer dit:

‘Vooral bij hedendaagse beeldende kunst raak ik snel verveeld. De afbeelding heeft zelden haakjes om aan me te hechten. De titel en verhalen bij de beelden komen me gezocht voor. Wat is de onderliggende boodschap? Wat wil de kunstenaar of schrijver over de wereld en zichzelf kwijt. Ik ben wel nieuwsgierig, maar vind geen verbinding.

Mijn lichaam reageert niet of nauwelijks op een plaatje of beeld. Mijn geest wringt zich in bochten op zoek naar duiding. Misschien is mijn chromosomenpakket niet voorzien van geschikte antennes, net als sommige mensen onvatbaar zijn voor bepaalde kwalen vanwege het ontbreken van uitsteeksels waar ziektemakers zich aan kunnen hechten. Altijd gerookt en geen kanker. Geen tegenslagen en altijd zeuren.’

Verderop schrijft hij:

‘Van muziek heb ik weinig kaas gegeten. Besprekingen van cd’s, hedendaagse herrie en uitvoeringen van klassieken zijn mogelijk nog cryptischer voor mij dan beeldende kunst. Ik begrijp er niet veel van. Van populaire liedjes, als ik de teksten al kan verstaan, raak ik niet in extase. Ze bieden geen troost, zorgen niet voor deemoedigheid, ootmoedigheid of genade. Enkele Gregoriaanse gezangen bevallen me, van wege de teksten.’

Om zijn ‘ongevoeligheid’ te demonsteren voert Stout in zijn tijdschrift een blinde man op die met de pratende herdershond Kasper vijftien schilderijen en sculpturen gaat bekijken. Wat volgt zijn gesprekken bij plaatjes. De hond beschrijft, de man interpreteert en reageert. De lezer leest en mag er het zijne of hare van denken. Want zo is Stout dan ook weer wel.

Bij een schilderij getiteld Erfzonde, maker mij niet bekend, gaat het gesprek aldus:

‘En Kasper, wat zie je,’, vraag ik. ‘Ik tast in het duister.’

‘Woef, woef, waf. Ik probeer een waardeoordeel achterwege te laten en me te beperken tot een fenomenologische beschrijving van het kleurrijke naïeve tafereel van een keukenstoel met een labyrintische biezen zitting voor een raam. In het venster op de wereld is een kruisbeeld te zien met een spectrale stralenkrans. Primaire kleuren. Een paars gordijn, opengeschoven, hangt aan zeven ringen aan een houten roede.

‘Paars is de boetekleur,’ zeg ik. ‘Kasper…’

‘In de linkerbovenhoek hangt een postzegel met een biddende prelaat. Een kaars op een hoge staander is gedoofd. De frankeringswaarde van de postzegel is 40-45 met een swastika tussen de getallen.’

‘Schuld en boete,’ zeg ik. ‘Misdaad en straf.’

‘Het zijn jouw woorden,’ antwoordt Kasper. ‘Naast de stoel, op een biezenmat met Azteken patroon ligt een kerkboek opengeslagen. Op de linkerpagina Adam met erectie, op de rechterpagina Eva met haar oorsprong open gespreid. Het leeslint is een slang. Wie geknield plaatsneemt voor deze keukenstoel heeft het volle zicht op de schepping. Het leven begint zodra het Boek wordt dichtgeslagen.’

Wat opvalt aan de stukjes in Poze 20 is dat Stout uitstekend kan kijken en weergeven, niet alleen wat hij ziet, maar ook wat hij bij de afbeeldingen denkt. Ik durf zelfs te stellen dat zijn beschouwingen beter leesbaar zijn dan wat ik doorgaans aan interpretaties van beeldende kunst in kranten en tijdschriften aantref. Hij ouwehoert niet, maar beschrijft letterlijk en associeert. Dat roept de vraag op waarom hij meent dat hij ‘niets kan’ met beeldende kunst, muziek en poëzie.

Het antwoord zit, denk ik, in de zelf gestelde taak van het begrijpen. Veel kunst – schilderijen, muziek, gedichten – moet je niet willen begrijpen, maar ondergaan. Dat is voor hoger opgeleiden geen eenvoudige opgave. Het begrijpen kan voor sommigen het meeleven in de weg te staan. Kunst beleven is vaak een kwestie van overgave. Vaak schieten woorden domweg tekort. Vaak is dat beter. Verstandiger.

Vooral in geval van kunst waar geen idee, maar een 'proces' aan ten grondslag ligt. Kunst waarin het draait om de grofstoffelijke trilling en de, eh dinges. Vooral in geval van slechte kunst.  

Zet af dat hoofd. 


Drie vrouwen, drie boeken, een podcast en veel water

Podcast10juli_DeU1
Komende zondag, 10 juli  wordt in Leeuwarden een speciale opname gemaakt van Hooggeëerd publiek, de cultuurpodcast van Dagblad van het Noorden en Leeuwarder Courant. Dat speciale zit in het onderwerp, de opnamelocatie en de mogelijkheid voor publiek om ‘deze gebeurtenis’ bij te wonen.

Het onderwerp is nogal fluïde, laten we zeggen dat het over de mens en het water gaat. De locatie is De Utrecht, een monumentaal pand met een culturele functie in de Friese hoofdstad. Kaarten zijn verkrijgbaar via deze link (even doorklikken naar de maand juli). Aanvang 14.00 uur. Hieronder een tekstje verspreid afkomstig van de website van De Utrecht:

“Beeldend kunstenaar, filosoof, singer-songwriter en schrijver Eva Meijer is in De Utrecht te gast om te praten over haar nieuwste boek Zee Nu. Onlangs verscheen het literaire ‘zwemboek’ Water Pakken, een ode aan het water van kunstjournalist en cultureel antropoloog Kirsten van Santen. Als huisschrijver van De Utrecht schreef zij ook het verdiepende boek Onderwatervermoeden over [het werk van beeldend kunstenaar] Maartje Korstanje.

Presentator en kunstredacteur Joep van Ruiten interviewt hen alle drie voor cultuurpodcast Hooggeëerd Publiek en dat is live in De Utrecht bij te wonen. Vergeet niet na afloop je boek te laten signeren. Inclusief koffie/thee en drankje, napraten met de schrijvers en niet te vergeten een bezoek aan de tentoonstelling Onderwatervermoeden.”


Expo met werk blinde en slechtziende kunstenaars

Vrienden Evert Bolt

Als een kunstenaar niet goed kan kijken, wat voor kunst levert dat op? Onder de noemer 'De kunst van het anders zien XXXI' presenteren negentien blinde en slechtziende kunstenaars deze zomer in de galerie van Warenhuis Vanderveen in Assen zo’n vijftig werken gemaakt volgens verschillende disciplines.

Uit een persbericht, verstuurd namens stichting KUBES door het Drents Schildersgenootschap (DSG): “Ook iedere blinde of slechtziende kunstenaar vindt zijn eigen weg in de zoektocht naar een kunstvorm die hem het beste past. Dit proces resulteert de éne keer in ruimtelijk werk, een andere keer leidt het tot werk in het platte vlak.

Ook kan op de achtergrond meespelen op welke manier het kunstobject ervaren, beleefd kan worden. Zo kan het zijn dat iemand die slechtziend is, besluit om meer op de tast te werken en te abstraheren, terwijl een grafisch vormgever die geheel blind is geworden, er desondanks voor kiest om olieverfschilderijen te maken.

De gekozen kunstvorm en methode worden dus voor een groot deel, maar niet uitsluitend bepaald door de mate waarin iemand ziet. Het beleven van kunstwerken die op de tast of met de kijker en loep zijn gemaakt, opent uiteindelijk nieuwe perspectieven op de beeldende kunst. Het nodigt de toeschouwer uit na te denken over verschillende manieren van 'zien' en een wellicht andere visie op het bestaan.”

Waarschuwing onderaan het persbericht: "In het warenhuis bevindt zich een lift, maar helaas is de galerie alleen met een trap bereikbaar. Evenwel kan hulp geboden worden bij die trap naar de galerie." 

Te zien tot en met 27 augustus. Getoond werk: Vrienden van Evert Bolt.


Alles van Arjen Boerstra in de fik

Bij kunstruimte Artphy in Wessinghuizen, een gehucht even buiten Onstwedde, is Proposities te zien, een overzichtstentoonstelling met werk van kunstenaar Arjen Boerstra – ik schreef op deze plaats meerdere malen over hem, de zoekfunctie mag het bewijzen.

Bij mijn bezoek trof ik Boerstra aan, drentelend door de ruimte. Af en toe maakte hij foto's, soms maakte hij een praatje met een bezoeker, dan herschikte hij weer iets aan zijn werk, meestal zelfgebouwde installaties van hout of (video)projecten die doen denken aan experimenten van ontdekkingsreiziger en uitvinders van de negentiende eeuw.

Arjen Boerstra  Proposities

Omdat je het ergens over moet hebben, vroeg ik hem naar de verkoop van zijn werk. Boerstra maakt geen dingen om boven de bank te hangen en niet iedereen heeft een tuin met plek voor een friteskraam, zolderkamer of observatorium.

Die vraag bleek, zoals altijd en dus ook in de kunsten, een heikel onderwerp. “Ik wil wel verkopen, maar het is problematisch. Grote instellingen, zoals een museum, zouden het kunnen doen, maar in de praktijk gebeurt het niet. Een andere mogelijkheid is een beeldentuin. Die zijn wel geïnteresseerd. Je mag alles brengen en laten zien. Maar geld is er niet.”

En toen zei Boerstra ineens, dreigend: “Of alles in de fik, of alles in een collectie.” Een kort lachje volgde.

Dat eerste, van die fik, zou jammer zijn. Wat in Wessinghuizen wordt getoond, geeft blijk van een bijzonder en samenhangend oeuvre, ontstaan vanuit een consistent onderliggend idee en met onmiskenbaar vakmanschap gemaakt. Boerstra citeerde een criticus, uit een krantenstuk uit 2014: ‘Ik snap niet waarom musea niet meer doen met Arjen Boerstra.’ “Na dat bericht dacht ik dat het wel goed zou komen.”

Het werk van Boerstra is vrijwel altijd locatie gebonden. Zo hees hij laatst, gekleed in wat ik een padvinders-outfit wil noemen, een stormbal bij Booneschans in de gemeente Oldambt, niet ver van de grens van Duitsland. Als onderdeel van een project om de vergezichten in de omgeving te benadrukken had hij daar een wachthuisje gebouwd, ook om ‘de Duitsers’ in de gaten te houden.

Een overzichtstentoonstelling van locatie gebonden kunst is eigenlijk niet mogelijk. “Het geeft een bezoeker het gevoel dat hij van alles gemist heeft. En dat is ook zo. Daarom heb ik zo weinig tentoonstellingen. Het zijn altijd aftreksels van hoe het ooit was”, recenseerde Boerstra. Toch deed het hem plezier ‘alles’ weer bij elkaar te zien. ‘’Omdat wat ik doe, vaak zo vluchtig is."

Ter compensatie heeft Boerstra bij zijn tentoonstelling een boek laten maken, in verschillende uitvoeringen, waaronder een in een hout kistje. Ik tekende in voor een normaal exemplaar dat in de gewone houten boekenkast past.     

Arjen Boerstra  Proposities 3
Proposities is de derde overzichtstentoonstelling met werk van Boerstra. Het Kunstenlab in Deventer (2007) en de Verbeke Foundation in België (2014) gingen Artphy voor. Nog te zien tot en met 10 juli.