Bij ‘Marinetti en het futurisme’ in Rijksmuseum Twenthe te Enschede

Tullio-Crali-Duikvlucht-op-de-stad-1938

“Laat ze maar komen, de vrolijke brandstichters met hun verkoolde vingers! Daar zijn ze! Daar zijn ze… Kom op! Steek de bibliotheken in brand!... Verleg de loop der kanalen om de musea onder te laten lopen! Oh, wat een vreugde de oude roemrijke doeken, verscheurd en met uitgelopen kleuren te zien afdrijven!”

Probeer eens voor te stellen dat een Nederlandse krant een dergelijke oproep op de voorpagina zou zetten. De makers van Le Figaro deden het. In 1909.

Het leidde tot een beweging die – soms innovatief, soms agressief – een nieuwe kijk op het leven en maatschappij propageerde. Het oude moest weg. Hup! Het nieuwe moest ruim baan krijgen. Vooruit! Wat er daarna gebeurde is te zien in Rijksmuseum Twenthe.

Daar loopt deze winter een tentoonstelling over het futurisme, de explosieve kunststroming met bijbehorende levenshouding die door de Italiaanse dichter Filippo Marinetti op gang werd gebracht. Vijf zalen telt de expositie, plus twee afgeleide tentoonstellingen, samengesteld door schrijver Atte Jongstra en fotograaf Rein Jelle Terpstra. Dit voorjaar volgt nóg een futuristen-tentoonstelling, dan in museum Kröller-Müller.

De tentoonstelling in Enschede roept met schilderijen, sculpturen, publicaties, affiches, filmbeelden, geluiden en zelfs geuren de verwarrende eerste helft van de vorige eeuw in herinnering toen Italië door uitvindingen en industrialisatie ingrijpend veranderde. Honderd jaar later levert het een dynamische expositie op met tevens aandacht voor de dubieuze relatie van de futuristen met het fascisme van Mussolini.

Voorganger Marinetti (1876 – 1944) was een enthousiast opportunist. Hoewel hij zichzelf regelmatig tegensprak, lukte het hem kunstenaars voor zijn ideeën te winnen. Met fascinerende werken tot gevolg, zoals de sculptuur Auto + Race + Stad van Roberto Marcello Baldessari uit 1917. Een slimme keuze aan schilderijen maakt duidelijk dat de beeldopvattingen van de futuristen niet op zich stonden; sommige werken hadden ook in Frankrijk of Rusland gemaakt kunnen zijn.

Blikvanger van de tentoonstelling is Duikvlucht op de stad van Tullio Crali uit 1938, een dramatisch schilderij op karton waarop we vanuit de cockpit zien hoe een piloot zich naar beneden stort. “Maak steden met de grond gelijk”, schreef Marinetti in 1909 in Le Figaro . Aldus geschiedde, tijdens twee wereldoorlogen.

Marinetti en het futurisme is tot en met 19 februari te zien in Rijksmuseum Twenthe te Enschede.


Op komst: Kunstcafé over 'Kunstenaars IN BEELD' bij CBK Emmen in De Fabriek

Op komst Kunstcafe Emmen1
Tot en met 5 maart is in De Fabriek aan de Ermerweg in Emmen bij CBK Emmen de tentoonstelling Kunstenaars IN BEELD te zien:

“In deze tentoonstelling staat het maakproces centraal. Er is veel kunst te zien, maar je krijgt als bezoeker ook een beeld van de werkwijze van de kunstenaar. Een aantal kunstenaars werkt in de tentoonstellingsruimte. Daarnaast zie je op video kunstenaars aan het werk in hun eigen atelier.”

Op basis van een open call selecteerde een selectiecommissie achttien kunstenaars: Melanie Banis, Wia van Dijk, Miriam Geerts, Marthe van de Grift, Wiesje Gunnink, Pieter Immenga, Ribal ElKhatib, Manja Kindt, Jolein Landeweer, Maarten van Leuken, Lyda Lichtenbeld, Anne-Will Lufting, Wietske Lycklama à Nijeholt, Sophie Mellema, Judith Schmidt, Eelco Smits, Monique Temmen en Anne Varekamp.

De tentoonstelling gaat gepaard met een Kunstcafé op 5 februari waarbij een aantal deelnemende kunstenaars vertelt over hun werk en werkwijze. Naast interviews, door cultuurjournalist Joep van Ruiten, is er muziek van Ribal ElKhatib met Pieter Immenga en Maarten van Leuken, draagt Eddie Zinnemers een gedicht en leest Pieter Immenga een column.

En uiteraard is er koffie, thee en drank. De middag begint om 15.00 uur en duurt tot ca 17.00 uur.


Bij 'Wegzehr' van Neo Rauch in het Drents Museum

Wegzehr Neo Rauch Drents Museum Assen
Ik ga op reis en neem mee. Water, brood en fruit. Proviand. Of zoals sommige Oost-Duitsers zeggen: Wegzehr. Is dat voldoende? Misschien voor een tijdje. Maar het hoofd wil ook wat. Herinneringen, gedachten en ideeën bijvoorbeeld. En een valies met dromen, zoals Jan van Nijlen ooit dichtte.

De Duitse kunstschilder Neo Rauch is zeer bedreven in het aanreiken van voedsel voor het hoofd. Wie zijn werk bekijkt, en dat kan deze winter tijdens de omvangrijke tentoonstelling Wegzehr in het Drents Museum in Assen, voelt de kop vollopen met vragen. Wat wordt hier verteld? Wat zegt dit over deze tijd, over ons leven?

De kunstenaar doet er het zwijgen toe. Volgens een muurcitaat is Rauch er zich van bewust dat hij opereert ‘op de grens waar het glad wordt en het gevaar op de loer ligt dat hij zich verliest in het vertellen van verhalen’. Volgens een ander citaat probeert hij ‘aangespoelde beeldingevingen als allegorische situaties in schilderkunst om te zetten’.

Het formuleren van antwoorden laat de kunstenaar aan anderen. Ieder zijn werk. De schilder schildert iets de wereld in. De kijker kijkt en denkt er het zijne van. Zo kan het gesprek op gang komen.

Rauch (Leipzig, 1960) staat te boek staat als ‘een van de belangrijkste figuratieve schilders van zijn generatie’. Volgens directeur Harry Tupan van het Drents Museum is hij zelfs dè belangrijkste. Sinds de millenniumwisseling staan kopers wereldwijd in de rij voor deze rockster in de kunst. Acteur Brad Pitt was een van hen.

Dat Rauch in Assen exposeert is niet zomaar. Het Drents Museum laat al vijftien jaar tentoonstellingen zien van kunstenaars die zijn opgeleid in Oost-Duitsland. In dit geval gaat het om werk op papier. Zo’n honderd stuks, groot en klein, schilderwerk en tekeningen. Niet alleen in de Abdijkerk, maar ook nog eens een verdieping hoger.

Wat zien we? Beelden die tegelijkertijd zowel aan de achttiende, negentiende als twintigste eeuw doen denken. Een mix van folklore en fantasie. Figuren met rare oren. Duitse titels. Verwijzingen naar de Romantiek. Traditionele bouwwerken met futuristische bollen op torens. Toegankelijk en toch mysterieus. Vertrouwd raadselachtig. Verhalen die nog verteld moeten worden. Schilderkunst om op te kauwen.

Wegzehr van Neo Rauch is tot en met 26 maart te zien in het Drents Museum.


Lukas 2: 1 – 7

Geboorte van Christus Cornelis Bloemaert (1603 1692)
En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrië stadhouder was. En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad.

En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt, (omdat hij uit het huis en geslacht van David was) om beschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was.

En het geschiedde, als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zoude. En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en leide Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.


Nog meer Van Gogh en Drenthe

Van Gogh Harry KleineNa het plaatsen van dit bericht ontving ik prompt bericht van theater De Tamboer in Hoogeveen. Strekking: mensen mogen best weten dat daar een expositie gewijd is aan 'de Nederlandse grootmeester’. Citaat uit het persbericht:

‘Zo’n vijfentwintig professioneel werkende kunstenaars uit de regio (foto Harry Kleine) laten werk zien waarbij ze reageren op de beroemde schilder: zijn leven, zijn werk, zijn omstandigheden. Iedere kunstenaar kiest een eigen invalshoek. De expositie is te bezoeken tot en met zaterdag 28 januari 2023, tijdens openingsuren van De Tamboer.’

In moeite door dan ook maar aandacht voor een eerder deze week ontvangen bericht, een oproep voor mensen die het Pater Noster en de Caeciliamis van Charles Gounod willen zingen. Ook hier een citaat uit een persbericht:

‘Projectkoor Vocalin Drenthe onder leiding van dirigent Roelof Bosma start op zaterdag 21 januari met het project ‘Klanken en kleuren; via Gounod naar Van Gogh’. 2023 is het Van Goghjaar en omdat Gounod en Van Gogh elkaar kenden, wordt er verbinding gezocht met de schilderkunst door amateurschilders uit de regio uit te nodigen.

Er zijn drie concerten gepland in maart 2023 in Emmen, in Hoogeveen en in Assen. Aan de concerten werken de volgende solisten mee: Sopraan Judith Sportel, tenor Aart Mateboer en bas Joep van Geffen. Koor en solisten worden tijdens het concert begeleid door Ensemble Conservatoire uit Zwolle.

Er wordt vanaf 21 januari 2023 gerepeteerd. Van de deelnemers wordt thuisstudie verwacht. De begeleiding tijdens de repetities is in handen van Karel van den Berg. Wilt u meedoen? Geeft u zich dan zo snel mogelijk op via www.vocalindrenthe.nl.’


Over de Veenkoloniale ervaring en wat Vincent van Gogh nog altijd in Drenthe losmaakt

Elizabeth Stoit en Gerrit Kamstra1
Ik reisde naar het provinciehuis in Assen voor een gesprek over de plannen rond de herdenking van de komst van Vincent van Gogh naar Drenthe, in september 2023 140 jaar geleden. En werd daar verrast door topambtenaar Gerrit Kamstra van de provincie die in mijn aanwezigheid een cadeau overhandigde aan Elizabeth Stoit van Marketing Drenthe.

Uitgepakt bleek het om een boek te gaan. Nu weet ik niet-toevallig dat op bladzijde 18 van dat boek, uitgegeven door kleine Uil, in het essay Hier is ja niks het volgende over Vincent van Gogh in Drenthe wordt geschreven:

'Aan het einde van de zomer in 1883 reisde Vincent van Gogh naar Drenthe. Anders dan zijn schildervriend Anthon van Rappard, die hem op het schilderachtige van Drenthe had gewezen, trok hij niet naar Assen om vandaaruit verder te reizen. Van Gogh stapte uit op het station van Hoogeveen met de bedoeling dieper het land in te gaan, ‘met de turfschuiten mee richting de Pruissische grens en ’t Zwarte Meer’.

Op 2 oktober reisde hij met een trekschuit naar Nieuw-Amsterdam, ‘den achterhoek van Drenthe’. Voor zijn broer Theo beschreef zijn eerste indrukken: ‘Wat een rust, wat een breedte, wat een kalmte in deze natuur, men voelt het pas als men mijlen en mijlen Michels tusschen zich en het gewone heeft.’ Wat Van Gogh met ‘Michels’ bedoelde is mij niet bekend. Wat hem beviel kan ik navoelen en bedenken.

In zijn Drentse brieven beschrijft Van Gogh wat ik een Veenkoloniale ervaring wil noemen, een sensatie halverwege geluk, ontzag en overweldiging. Aanvankelijk is hij nieuwsgierig en gretig. Hij heeft iets in zijn hoofd en als dat overeenkomt met wat hij ziet, wordt hij extatisch. ‘Het is hier zoo gansch en al dat wat ik mooi vind. Dat wil zeggen ’t Is hier vrede’, schrijft hij. En meteen daar achteraan: ‘Ik vind nog iets anders mooi dat is het drama, het is overal.’

Het woord koloniën komt in de brieven van Van Gogh niet voor. Het veengebied slingerde hem heen en weer. Hij zocht en vond mogelijkheden om zich als beginnend schilder naar eigen inzicht en overtuiging te ontwikkelen. Tegelijkertijd werd hij afgeremd. Contact met de plaatselijke bevolking was er nauwelijks, vermoedelijk kon hij ze niet verstaan. Daarnaast was sprake van geld- en materiaalgebrek. Alleen in Hoogeveen waren verfspullen te krijgen, in zeer beperkte mate.

Toen Van Gogh in Zuidoost-Drenthe arriveerde, liep de zomer ten einde. Naarmate hij er langer bleef, naderde de winter. Nergens in Nederland is de tegenstelling tussen zomer en winter zo groot als in de Veenkoloniën. Op 11 november noteert Van Gogh dat het in Nieuw-Amsterdam sneeuwt in de vorm van hagelstenen. Hij besluit zijn brief met ‘Drenthe is zóó mooi, zoo zeer pakt het me algeheel in en voldoet mij absoluut dat ik, indien niet vooral tijd hier kon zijn, ik liever ’t maar niet gezien had.’

Op 1 december zinspeelt hij op een tijdelijke terugkeer naar het ouderlijk huis in Nuenen, vermoedelijk uit geldgebrek. ‘Er is voor mij in Drenthe zeker een werkkring, maar ik moet van het begin af liefst het nog eenigszins anders kunnen opvatten, en ietwat meer vastigheid hebben in mijn finantiën.” En ook: “En hoe harder ik werk, hoe meer ik in 't nauw raak. We zijn nu op een punt dat ik zeg: momenteel kan ik niet voort.’

Op 6 december volgt ineens vanuit Brabant een verslag van de reis naar huis. ‘Op een stormachtigen namiddag met regen, met sneeuw. Deze wandeling heeft mij veel opgemonterd, of liever mijn gevoel was zóó in sympathie met die natuur, dat het mij meer calmeerde dan iets anders. Ik dacht dat het weerzien van thuis misschien mij juister inzicht kon geven in kwesties van wat ik doen moet. Drenthe is superbe, maar het er uithouden hangt van veel dingen af, hangt af of men bestand is tegen de eenzaamheid.’

Het betreffende boek Woest & ledig verscheen 11 november. (En ligt nu in de winkel, fluistert de verkoper in mij.) Dankzij lezer Annette Timmer, die Van Gogh-kenner Hans Luijten consulteerde, weet ik inmiddels dat Van Gogh met 'Michels' vermoedelijk de Franse kunstenaar Georges Michel (1763-1843) bedoelde.


Bij de onthulling van Vasalis-kunstwerk Daphne in Roden

Onthulling Kunstwerk Vasalis
In Roden is zondag een kunstwerk onthuld ter nagedachtenis aan M. Vasalis. Dat ging gepaard met een voordracht door Nicolette Leenstra, een ceremonie door burgemeester Klaas Smid, een performance door leden van de jeugdtheaterschool, een kort interview met de maker van het beeld, Nicolaas Dings en een praatje door mij zelve. Dit alles in een omgekeerde volgorde van opkomst. 

Vasalis, of beter Margaretha Droogleever Fortuyn Leenmans, woonde van 1964 tot haar sterfjaar 1998 in Roden. Dat wordt vrijwel jaarlijks herdacht, steeds op een andere manier. Zo is eerder al een Vasalis-kunstwerk van Erick de Lyon gerealiseerd bij havezathe Mensinge, worden speciale Vasalis-bijeenkomsten gehouden en verschijnen uitgaven waarmee de dichter wordt herdacht . 

De plaatsing van het beeld op het Heereborghplein maakt deel uit van de centrumvernieuwing van Roden. Kunstenaar Dings heeft zich laten inspireren door het gedicht Daphne uit de tweede bundel van Vasalis, De vogel Phoenix. Daphne verwijst naar een nimf die aan haar belager Apollo ontkomt door zich laten te veranderen in een laurierboom. 

Op de sokkel prijken de regels ‘Alleen mijn voeten op de oude grond/ verbinden mij met het bestaande’. Het beeld zelf bestaat uit vier delen, die verwijzen naar de vier dichtbundels van Vasalis, en zijn voorzien van wielewalen. De kroon van het werk bestaat uit een Daphne-figuur die de transformatie van mens naar boom doormaakt. 

De eerstvolgende herdenking vindt plaats op of rond haar geboortedag, 13 februari, als een Vasalis-tekst van Marga Kool wordt gepresenteerd. In een later stadium volgt nog een wandel- en fietsroute in en rond Roden langs plekken die met leven en werk van de dichter te maken hebben. Mijn tekst, De hond in het bad, door journalist Bram Hulzebos getypeerd als een lichtvoetig betoog, is hier na te lezen


Een paard dankzij de hakselaar, bij Lhee

Lhee Agrosculptuur

Een officiële kunsthistorische stroming vormen ze (nog) niet, maar ze bestaan wel degelijk: agrosculpturen. Ik schreef er eerder over, zie hier.

Vorige week ontdekte ik er een bij Lhee, in de berm voor loonwerk- en mechanisatiebedrijf Vink BV. Het is onmiskenbaar een paard, maar dan wel een die opvallend weinig moeite doet op een paard te lijken. Dat is wel zo aardig in een wereld waar kunst meestal alleen kunst wordt genoemd als het ‘net echt’ is.

"Gemaakt door een van onze werknemers", vertelde Danny Wijntjes van Vink over de telefoon toen ik naar het paard van Lhee informeerde. "Uit allemaal losse onderdelen van machines, voornamelijk van een hakselaar. Hij staat er sinds een paar maanden, eerder stond-ie op een andere plek. We krijgen er heel veel reacties op. Je wilt niet weten hoeveel mensen ermee op de foto gaan."

Het aantal agrokunstwerken in Nederland neemt af. Wellicht dat het met de biodiversiteit en/of de bedreigde boerenstand te maken heeft – bij Vink hangt er een omgekeerde Nederlandse vlag naast. Met name in de jaren tachtig en negentig waren het er veel meer, weet ik dankzij mijn oplettende blik en voorliefde voor het nutteloze.

Ook populair op het platteland, maar dan van een andere orde zijn in het gras verzonken fietsen. Meestal maken de lassers beelden die op mensfiguren lijken, dieren zijn zeldzamer. In Emmerschans, nota bene op het terrein waar zich het wereldberoemde land art-werk Broken Circle/Spiral Hill van Robert Smithson bevindt staan er meerdere, waaronder een grazend paard met een eeuwig lege maag. Die bij Lhee heeft nooit honger.

Emmerschans Agrosculptuur


Toen vader en moeder op stap gingen zonder mij

Cobie Douma 1942
Ik ging naar het Fotomuseum in Den Haag om de W.F. Hermans-tentoonstelling Vrij belangrijke foto’s te zien. Om daar te komen, moest ik eerst door de zalen met de expositie Ouders. Wat ik toen nog niet wist, weet ik inmiddels wel: Ouders bleek veel malen interessanter.

Getoond wordt werk van zo’n dertig fotografen die hun eigen vader en moeder hebben vastgelegd. De tentoonstelling laat, in de woorden van het museum, ‘zien dat de ouder-kindrelatie universeel is en tegelijkertijd uitermate persoonlijk en intiem’. Daar is niets van gelogen.

Hoewel de expositie foto’s bevat van mensen als Jan Banning, Erwin Olaf, Robin de Puy en Corbino bleef mijn oog vooral hangen bij een foto die ene Cobie Douma in september 1942 maakte toen ze vanuit een raam aan de Dr. D. Bosstraat in Winschoten haar ouders zag wegwandelen. Ze maakte een notitie bij de foto: ‘Vader en moeder op straat toen ze op stap gingen zonder mij’.

Volgens de begeleidende tekst was Douma (1914 – 2001) een Fries-Groningse huishoudschoollerares die zichzelf tijdens de Tweede Wereldoorlog de opdracht had gesteld ‘de effecten van de bezetting op het alledaagse leven vast te leggen in haar woonplaats Groningen en later Winschoten’. Ze kocht van haar vakantiegeld een camera en bundelde de resultaten in zelfgemaakte albums.

Douma was 28 of 29 jaar in 1942. Ze fotografeerde toen al veertien jaar. Dat haar foto’s in Den Haag worden getoond, is omdat ze zijn opgenomen in de collectie ‘Illegale Fotografie tijdens de Duitse bezetting’ van het Nationaal Archief. Op verschillende plekken op het internet, maar vooral via deze website, zijn veel van haar foto’s te bekijken.

Volgens het Fotomuseum zat Douma in het verzet. Dat lezende krijgt de notitie  ‘Vader en moeder op straat toen ze op stap gingen zonder mij’ een heel andere betekenis. Zaten zij misschien ook in het verzet?

Als ik goed naar de foto kijk, zie ik de ouders van Douma lachen. Dat kan van de spanning zijn. Maar ook van de opluchting. Even zoeken levert nog een foto op die Douma maakte van haar ouders. Ook dan lachen ze. Volgens de bijbehorende notitie is deze foto gemaakt tussen 1 mei 1945 en 31 december 1945. Dan zal het uit opluchting zijn. Winschoten werd bevrijd in april 1945.


Opnieuw: Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK?

Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK
In 2016 begon ik in Emmen fotobordjes te spotten van het kunstwerk Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK?. De maker, Carel Lanters, had ze eind vorige eeuw op verschillende plaatsen in en rond Emmen opgehangen. Op elk bordje wijst iemand de weg naar het Centrum Beeldende Kunst.

Dertien vond ik er, terwijl Lanters er 160 zou hebben gemaakt. Waar waren die andere bordjes gebleven?

Een deel hangt sinds 2015 aan de muur van het gemeentehuis. Niet alle 160, nee, daar hangen er 144, waarvan er slechts 57 origineel zijn. 87 bordjes zijn replica’s. Minus de dertien originele bordjes die ik in Emmen op hun oorspronkelijke plek aantrof, waren destijds nog 74 fotobordjes zoek.

Deze week ontdekte ik er een in winkelcentrum De Weiert. Nog 73 te gaan.