Een paard dankzij de hakselaar, bij Lhee

Lhee Agrosculptuur

Een officiële kunsthistorische stroming vormen ze (nog) niet, maar ze bestaan wel degelijk: agrosculpturen. Ik schreef er eerder over, zie hier.

Vorige week ontdekte ik er een bij Lhee, in de berm voor loonwerk- en mechanisatiebedrijf Vink BV. Het is onmiskenbaar een paard, maar dan wel een die opvallend weinig moeite doet op een paard te lijken. Dat is wel zo aardig in een wereld waar kunst meestal alleen kunst wordt genoemd als het ‘net echt’ is.

"Gemaakt door een van onze werknemers", vertelde Danny Wijntjes van Vink over de telefoon toen ik naar het paard van Lhee informeerde. "Uit allemaal losse onderdelen van machines, voornamelijk van een hakselaar. Hij staat er sinds een paar maanden, eerder stond-ie op een andere plek. We krijgen er heel veel reacties op. Je wilt niet weten hoeveel mensen ermee op de foto gaan."

Het aantal agrokunstwerken in Nederland neemt af. Wellicht dat het met de biodiversiteit en/of de bedreigde boerenstand te maken heeft – bij Vink hangt er een omgekeerde Nederlandse vlag naast. Met name in de jaren tachtig en negentig waren het er veel meer, weet ik dankzij mijn oplettende blik en voorliefde voor het nutteloze.

Ook populair op het platteland, maar dan van een andere orde zijn in het gras verzonken fietsen. Meestal maken de lassers beelden die op mensfiguren lijken, dieren zijn zeldzamer. In Emmerschans, nota bene op het terrein waar zich het wereldberoemde land art-werk Broken Circle/Spiral Hill van Robert Smithson bevindt staan er meerdere, waaronder een grazend paard met een eeuwig lege maag. Die bij Lhee heeft nooit honger.

Emmerschans Agrosculptuur


Toen vader en moeder op stap gingen zonder mij

Cobie Douma 1942
Ik ging naar het Fotomuseum in Den Haag om de W.F. Hermans-tentoonstelling Vrij belangrijke foto’s te zien. Om daar te komen, moest ik eerst door de zalen met de expositie Ouders. Wat ik toen nog niet wist, weet ik inmiddels wel: Ouders bleek veel malen interessanter.

Getoond wordt werk van zo’n dertig fotografen die hun eigen vader en moeder hebben vastgelegd. De tentoonstelling laat, in de woorden van het museum, ‘zien dat de ouder-kindrelatie universeel is en tegelijkertijd uitermate persoonlijk en intiem’. Daar is niets van gelogen.

Hoewel de expositie foto’s bevat van mensen als Jan Banning, Erwin Olaf, Robin de Puy en Corbino bleef mijn oog vooral hangen bij een foto die ene Cobie Douma in september 1942 maakte toen ze vanuit een raam aan de Dr. D. Bosstraat in Winschoten haar ouders zag wegwandelen. Ze maakte een notitie bij de foto: ‘Vader en moeder op straat toen ze op stap gingen zonder mij’.

Volgens de begeleidende tekst was Douma (1914 – 2001) een Fries-Groningse huishoudschoollerares die zichzelf tijdens de Tweede Wereldoorlog de opdracht had gesteld ‘de effecten van de bezetting op het alledaagse leven vast te leggen in haar woonplaats Groningen en later Winschoten’. Ze kocht van haar vakantiegeld een camera en bundelde de resultaten in zelfgemaakte albums.

Douma was 28 of 29 jaar in 1942. Ze fotografeerde toen al veertien jaar. Dat haar foto’s in Den Haag worden getoond, is omdat ze zijn opgenomen in de collectie ‘Illegale Fotografie tijdens de Duitse bezetting’ van het Nationaal Archief. Op verschillende plekken op het internet, maar vooral via deze website, zijn veel van haar foto’s te bekijken.

Volgens het Fotomuseum zat Douma in het verzet. Dat lezende krijgt de notitie  ‘Vader en moeder op straat toen ze op stap gingen zonder mij’ een heel andere betekenis. Zaten zij misschien ook in het verzet?

Als ik goed naar de foto kijk, zie ik de ouders van Douma lachen. Dat kan van de spanning zijn. Maar ook van de opluchting. Even zoeken levert nog een foto op die Douma maakte van haar ouders. Ook dan lachen ze. Volgens de bijbehorende notitie is deze foto gemaakt tussen 1 mei 1945 en 31 december 1945. Dan zal het uit opluchting zijn. Winschoten werd bevrijd in april 1945.


Opnieuw: Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK?

Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK
In 2016 begon ik in Emmen fotobordjes te spotten van het kunstwerk Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK?. De maker, Carel Lanters, had ze eind vorige eeuw op verschillende plaatsen in en rond Emmen opgehangen. Op elk bordje wijst iemand de weg naar het Centrum Beeldende Kunst.

Dertien vond ik er, terwijl Lanters er 160 zou hebben gemaakt. Waar waren die andere bordjes gebleven?

Een deel hangt sinds 2015 aan de muur van het gemeentehuis. Niet alle 160, nee, daar hangen er 144, waarvan er slechts 57 origineel zijn. 87 bordjes zijn replica’s. Minus de dertien originele bordjes die ik in Emmen op hun oorspronkelijke plek aantrof, waren destijds nog 74 fotobordjes zoek.

Deze week ontdekte ik er een in winkelcentrum De Weiert. Nog 73 te gaan.


Meer ruimte voor kunst van vrouwen (bijvoorbeeld in het Drents Museum)

Thérèse Schwartze (1851-1918)  Portret van Lizzy Ansingh  ongedateerd  olieverf op doek  196 x 116 cm  collectie Drents Museum (schenking Stichting Vrienden van het Drents Museum).Drie jaar geleden, eind 2019, is het Drents Museum een onderzoek gestart kunst van vrouwen in de collectie Kunst rond 1900, een van de speerpunten van het museum in Assen. Het onderzoek leverde twaalfhonderd objecten van negentig vrouwelijke kunstenaars op en leidde tot een plan om meer aandacht te besteden aan diversiteit in de collectie van het museum.

Een van de werken die bij het onderzoek kwam bovendrijven, was het schilderij Vrouw met zonnebloemen uit 1885 van Thérèse Schwartze, rond 1900 een van de meest succesvolle vrouwelijke kunstenaars in Nederland. In vervolg daarop maakte het museum donderdag bekend dat een groot schilderij van Schwartze is aangekocht, het ongedateerde Portret van Lizzy Ansingh.

Ik schrijf dit ook omdat Dagblad van het Noorden vandaag, vrijdag, ruim aandacht schenkt aan de positie van vrouwelijke kunstenaars. De gebeurt met twee stukken: een over wat op veilingen wereldwijd wordt betaald voor kunst gemaakt door vrouwen, een over wat musea in Noord-Nederland doen om de kloof tussen vrouwen en mannen ter verkleinen.

Het Drents Museum is behoorlijk actief op dit terrein. Dat blijkt niet alleen uit voornoemd onderzoek en de aankoop van Portret van Lizzy Ansingh, dat blijkt ook uit een reeks tentoonstellingen met een aankopen van werk van hedendaagse vrouwelijke kunstenaars. Wat die aankopen betreft, zit er meer aan te komen. Komende jaren wil het museum de collectie uitbreiden met zelfportretten van vrouwelijke kunstenaars rond 1900.


Misschien wel een Drents boerderijtje van Sientje Mesdag

Sientje-Mesdag---van-Houten-1834-1909-Schaapskooi-bij-ondergaande-zon-ca.-1880-Museum-Panorama-Mesdag
Museum Panorama Mesdag
in Den Haag toont sinds deze week het schilderij Schaapskooi bij ondergaande zon van Sientje Mesdag-van Houten. Volgens het museum maakte Mesdag-van Houten (1834-1909) het landschap ‘waarschijnlijk op basis van de schetsen die ze maakte in Drenthe of op de Veluwe’. Citaat uit een persbericht:

“Daar werkte ze vaak, in afwisseling met de Scheveningse duinen. Over dat buiten schetsen vertelde ze in 1906, aan een journalist van de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Hij schreef hoe ze 'met een vertrouwd koetsier, een span paarden, en een erg stevig rijtuig, dat overal door en overheen kon op die uitgestrekte zwerftochten op ongebaande wegen’ op stap ging. 'De oude boomen en die prachtige riet-bedekte schaapskooien, zij heeft ze net zoo veel geschetst, tot ze hun structuur nu uit het hoofd kent, weet hoe 't alles in elkaar getimmerd is.’”

Het schilderij is verkregen via een particuliere schenking en illustreert ‘de grote kleurbeheersing waarmee de kunstenaar succes had in binnen- en buitenland’, aldus het museum. Sientje Mesdag-van Houten was een van de weinige professionele vrouwelijke kunstenaars van haar tijd. Ze studeerde samen met echtgenoot Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) in Brussel en schilderde stillevens, portretten en landschappen. 


Sieger Baljon loopt met Broncode vooruit op Into Nature 2023

Broncode-compact-2000x754
In aanloop naar een nieuwe editie van de kunstmanifestatie Into Nature vindt zondag 4 september tussen Buinen en Exloo een publieke bijeenkomst plaats rond Broncode van kunstenaar Sieger Baljon. Citaat uit het persbericht:

“De ervaring bestaat uit een geluidswandeling die je inleidt in de wereld van de broncode. Op de locatie helpen de medewerkers van Into Nature je op weg en je kan de link bij het informatiebord scannen. Neem ook je oordopjes en een opgeladen mobiele telefoon mee voor een complete ervaring. Er is ruimte om kennis te maken en na te praten met de kunstenaar tijdens een kopje thee, koffie, of fris met wat lekkers. Kom bij voorkeur op de fiets. Toegang is gratis.”

Baljon werkt al een tijdje aan Broncode, blijkt ook uit bovenstaande afbeelding afkomstig van de website van festival Welcome to the village in 2021. Het werk is een installatie/performance in cirkelvorm waar je in kunt stappen. De cirkel telt 254 posities die verwijzen naar twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders, zestien betovergrootouders, 32 oudouders, 64 oudgrootouders en 128 oudovergrootouders. Nog een citaat:

“Het werk is als het ware een kruising tussen kompas en tijdmachine, die onze afkomst en onze toekomst helpt visualiseren. Je wordt hier als bezoeker bij geholpen door een inspirerende tekst. Kom 4 september naar ons toe, zoom uit in de tijd en wandel rond in de menigte van zeven generaties voorouders, of kantel je perspectief en kijk zeven potentiële toekomstige generaties in de ogen. Kan dit ons bevrijden van ons kortetermijndenken en ons leren goede voorouders te zijn voor de toekomstige generaties?”

De duur van de Broncode-ervaring is een half uur. Na een moment om 14.00 uur met een korte introductie door Hilde de Bruijn, artistiek leider van Into Nature, start tot 17.00 uur ieder half uur een nieuwe groep.


Bezocht de vierde editie van Folly Art Norg

Wachthuisje Kees Valentijn
Ook omdat ik voor mijn krant, Dagblad van het Noorden, wilde weten wie tot winnaar zou worden uitgeroepen bezocht ik zondag de slotdag van Folly Art Norg.

Reeds halverwege de (wandel)route constateerde ik opnieuw dat het een geweldig initiatief is: goed georganiseerd met goed gemaakte (kunst)werken die voortdurend de vraag oproepen wat nu precies een folly is en zou moeten zijn.

Het Buytenhuys (2022) Gertje Dormans Foly Art Norg
Na afloop vernam ik uit eerste hand dat Het Buytenhuys van Gertje Dormans uit Maastricht de hoofprijs van de vierde editie zou krijgen. Dormans bouwde uit gebruikte materialen een folly met vier buitenruimtes en een open dak waarop balconhekken staan zonder balcon. Het huis van de zogeheten ‘missionaris van het hergebruik’ werd door de vakjury geprezen om zijn gelaagdheid.

"Het werk is niet alleen in de materialisering heel goed en in de beleving heel mooi, maar heeft ook een verhaal waar iedereen iets van kan maken", aldus landschapsarchitect Mathijs Dijkstra namens de jury. "Als maatschappij bouwen we een huis voor onszelf, maar met alles wat op ons afkomt is het de vraag of we nog wel beschermd zijn."  

Twee follys werden uitgeroepen als winnaar van de publieksprijs: het wachthuisje Gedachtengang van de in Londen woonachtige Gerdien Halfman en het spiegelwerk Wonderwall van Erik van den Berg uit Norg.  

Gedachtengang Gerdien Halfman

Wonderwall Erik van den Berg


Open Stal Olderberkoop 2022

Arjen Boerstra
Op de valreep nog even naar Open Stal in Oldeberkoop geweest, nog altijd de langst bestaande kunstroute van Nederland.

Ergens had ik gelezen dat de 51ste editie compacter zou zijn dan de voorgaande route. Wandelend van tentoonstellingslocatie naar tentoonstellingslocatie bleek dat inderdaad het geval. Ik miste minimaal vijf plekken: geen tuin en stal van boerderij Hof, geen textielwinkel Hawar, geen consistorie, geen schoolgebouw De Tjongeling, geen plek bij de tennisvereniging.

Waarom moeilijk doen als iets een keer krimpt? Waarom zou alles altijd groter moeten worden? Het hele jaar de mond vol hebben over consuminderen en als we dan een keer met minder moeten zien rond te komen, letterlijk in dit geval, voelen we ons tekort gedaan.

Bij navraag in de kiosk bleek het verkorten van de route een reactie op klachten over de 50ste editie. Die was met 23 locaties als te lang ervaren. Dit keer telde Open Stal 16 tentoonstellingsplekken. De CAV-fabriek zat daar – gelukkig – opnieuw bij. Misschien wel voor het laatst, want hij zou zo maar verkocht kunnen worden. En dan komen plekken als Hawar en boerderij Hof meteen weer van pas en in beeld.

Dat de consistorie niet bezocht kon worden, had een heel andere reden. Er is een familie uit Oekraïne in ondergebracht. Die schuif je niet zomaar opzij. We blijven hopen dat tijdelijk is.

Annemarie Busschers
Dan over de kunst. Wat sprong eruit? Op weg naar huis, terugblikkend, dacht ik aan de portretten van Annemarie Busschers. Hoewel ik haar schilderijen vaker heb gezien, en daardoor (bijna) vertrouwd ben met haar potentieel verouderingsproces, was het opnieuw confronterend om achter de met groot vakmanschap gemaakte portretten een aantal van de geportretteerden te herkennen: dit keer Annabel Birnie, Dorothea van der Meulen en even verderop Patty Wageman.

Blij verrast werd ik in de MFA Mejander door de geluidsobjecten van Ad van Aart, die van oude stofzuigers en pijpen een orgel heeft gebouwd dat met knoppen bediend kan worden. Er schuilt geen groot componist in mij. Ook heel goed vond (en vind) ik het werk van Cisca Poldervaart, gelaagde grafiek met daaroverheen een voile, zodat het extra diepte krijgt.

Ad van Aart

Cisca Poldervaart

Bij de installatie SOIL22 van Boerstra Engineering, een nagemaakte gasboorput op de Doevekaampe (foto boven), van niemand anders dan Arjen Boerstra vond ik de begeleidende tekst bijna nog beter dan het werk zelf:

‘Boerstra Engineering is betrokken bij het welzijn van onze bodem. De bodem als een mengsel van organisch materiaal, mineralen, gassen, vloeistoffen en organismen die samen het leven in stand houden. Door hoop en vertrouwen weer hoog op de agenda te plaatsen, zijn er out of the box gecreëerde methodes ontwikkeld om wie en wat we zijn te evalueren en onderhevig te maken de nieuwe exploraties: alles met het oog op een beter bestaan en met de blik gericht op een toekomst die alle verwachten zal overstijgen’.

In het Molenbosch was het gezichtsveld van het portret dat Gert Sennema in 2010 in een boomstam heeft gesneden weer kleiner geworden.

Volgend jaar weer.

Gert Sennema


Alweer een niet-bestaand probleem opgelost. En waar blijft dat kunstwerk?

Emmerschans N391 Foto Berry Huzing-Majoor
In de Drentse editie van Dagblad van het Noorden staat vandaag een stuk over dronefotograaf Berry Huizing-Majoor uit Emmer-Compascuum. Berry heeft luchtfoto’s gemaakt van de totstandkoming van de aansluiting Emmerschans op de N391.

Niet alleen de Facebook-vrienden van Berry zijn blij met de foto’s, ook de gemeente Emmen, de provincie en wegenbouwer KWS kijken er graag naar. En dat is te begrijpen: ze geven een mooi overzicht vanuit een ander perspectief.

Op een van de foto’s in de krant, zie hierboven, is goed te zien hoeveel ruimte de wegenbouwers voor hun klus tot hun beschikking hebben. Vrijwel niets stond en staat in de weg om ervoor te zorgen dat het autoverkeer straks ongehinderd van Emmerschans naar Emmer-Compascuum of van Emmen naar Ter Apel kan gaan.

Het roept de vraag op waarom er een aansluiting moest komen. Wat mankeerde aan de rotonde die er lag? Stonden er files? Was er sprake van een gevaarlijke situatie? Hoeveel doden en gewonden zijn hier gevallen? Hoeveel botsingen hebben zich voorgedaan? Doen zich straks dergelijke situaties nooit meer voor?

Als het te maken heeft met een achterliggende wens om Zuidoost-Drenthe via een 'doorstroomroute' met Oost-Groningen te verbinden, met mogelijke economische winst, dan is wellicht ook de vraag gepast of 1 procent van de bouwkosten wordt gebruikt voor een bijpassend kunstwerk.

De gemeente Emmen, de provincie en wegenbouwer KWS zullen er ongetwijfeld anders over denken en ik kan mij voorstellen dat er automobilisten zijn die het fijn vinden dat ze straks niet langer snelheid hoeven te minderen om van A naar B te komen, maar ook hier lijkt mij met veel beton en asfalt een niet-bestaand probleem opgelost.


Met kunstenaars praten over verstilling

George Meerten Anjet van Linge
Op zondag 21 augustus 12.00 uur, de laatste dag van de tentoonstelling Een gevonden mens bij kunstruimte Campis in Assen, gaat Joep van Ruiten, cultuurjournalist voor het Dagblad van het Noorden, in gesprek met de kunstenaars Anjet van Linge en George Meertens. De toegang is vrij, aanmelden is niet nodig.

Over de tentoonstelling:

“Wie zijn wij als mens? Hoe raken we elkaar, hoe laten we ons vinden, en door wie?

In een wereld die snelheid waardeert, nodigt het werk in deze tentoonstelling uit tot stilstaan en waarnemen.

Anjet van Linge en George Meertens vinden hun inspiratie veelal in verstilling. Welke vragen, vormen en kleuren komen er naar boven wanneer de innerlijke stem tot uiting komt?

Het werk van beeldhouwer Anjet van Linge wordt ook wel beschreven als spiritueel minimalisme. Vaak begint het met een vraag die Van Linge in de steen verkent. Soms is er eerst de steen en openbaart de betekenis van het werk zich gaandeweg: ze laat het materiaal spreken. Er ontstaan vormen die eenvoud, ritme en stilte ademen: samen vertellen ze een verhaal.

Het beeld dat langzaam ontstaat, nodigt Van Linge keer op keer uit tot een niet-weten: tot stil worden en kijken, zien wat er al is. Het beeldhouwen is voor haar altijd een ritmische meditatie: een uitnodiging tot verkennen van vragen die er zijn, over bijvoorbeeld wat ons identiteit geeft en waar ons thuis is.

George Meertens brengt geregeld zijn tijd door in een cisterciënzerabdij, waar hij heeft ervaren hoe heilzaam een dagelijkse routine kan zijn. Deze helende routine vertaalt zich naadloos naar zijn werk, wat is opgebouwd uit zich steeds maar weer herhalende handelingen. Laag na laag geeft hij kleur en structuur aan het doek. “Bij het schilderen wordt het oppervlak bedekt om iets zichtbaar te maken”. Een paradox die Meertens keer op keer fascineert.

Waar zijn schilderijen op het eerste gezicht uit één kleur en vlak lijken te bestaan, lijkt het of de doeken na een grondiger observatie beginnen te leven: voor de aandachtige toeschouwer openbaren zich oneindig veel opties.

Een gevonden mens is een verkenningstocht in stilte. Soms leiden die verkenningen tot een moment waarop werkelijkheid, verbeelding en symboliek samenvallen: tot heling wellicht. Zo nu en dan worden we gevonden.”