Leest Weerlicht van Jante Wortel
Op zoek naar het paradys, bij Oranjewoud

Poze 20, over (beeldende) kunst die koud laat

Erfzonde Poze 20
Dankzij uitgeverij Ter Verpoozing uit Peize ontving ik een exemplaar van het onregelmatig verschijnende tijdschrift Poze. Dit keer betreft het een speciale editie, nummer 20, een book-a-zine met flappen getiteld Il y un dieu des…

In het voorwoord schrijft de samensteller en belangrijkste auteur van het tijdschrift, Gerard Stout, onder meer dit:

‘Vooral bij hedendaagse beeldende kunst raak ik snel verveeld. De afbeelding heeft zelden haakjes om aan me te hechten. De titel en verhalen bij de beelden komen me gezocht voor. Wat is de onderliggende boodschap? Wat wil de kunstenaar of schrijver over de wereld en zichzelf kwijt. Ik ben wel nieuwsgierig, maar vind geen verbinding.

Mijn lichaam reageert niet of nauwelijks op een plaatje of beeld. Mijn geest wringt zich in bochten op zoek naar duiding. Misschien is mijn chromosomenpakket niet voorzien van geschikte antennes, net als sommige mensen onvatbaar zijn voor bepaalde kwalen vanwege het ontbreken van uitsteeksels waar ziektemakers zich aan kunnen hechten. Altijd gerookt en geen kanker. Geen tegenslagen en altijd zeuren.’

Verderop schrijft hij:

‘Van muziek heb ik weinig kaas gegeten. Besprekingen van cd’s, hedendaagse herrie en uitvoeringen van klassieken zijn mogelijk nog cryptischer voor mij dan beeldende kunst. Ik begrijp er niet veel van. Van populaire liedjes, als ik de teksten al kan verstaan, raak ik niet in extase. Ze bieden geen troost, zorgen niet voor deemoedigheid, ootmoedigheid of genade. Enkele Gregoriaanse gezangen bevallen me, van wege de teksten.’

Om zijn ‘ongevoeligheid’ te demonsteren voert Stout in zijn tijdschrift een blinde man op die met de pratende herdershond Kasper vijftien schilderijen en sculpturen gaat bekijken. Wat volgt zijn gesprekken bij plaatjes. De hond beschrijft, de man interpreteert en reageert. De lezer leest en mag er het zijne of hare van denken. Want zo is Stout dan ook weer wel.

Bij een schilderij getiteld Erfzonde, maker mij niet bekend, gaat het gesprek aldus:

‘En Kasper, wat zie je,’, vraag ik. ‘Ik tast in het duister.’

‘Woef, woef, waf. Ik probeer een waardeoordeel achterwege te laten en me te beperken tot een fenomenologische beschrijving van het kleurrijke naïeve tafereel van een keukenstoel met een labyrintische biezen zitting voor een raam. In het venster op de wereld is een kruisbeeld te zien met een spectrale stralenkrans. Primaire kleuren. Een paars gordijn, opengeschoven, hangt aan zeven ringen aan een houten roede.

‘Paars is de boetekleur,’ zeg ik. ‘Kasper…’

‘In de linkerbovenhoek hangt een postzegel met een biddende prelaat. Een kaars op een hoge staander is gedoofd. De frankeringswaarde van de postzegel is 40-45 met een swastika tussen de getallen.’

‘Schuld en boete,’ zeg ik. ‘Misdaad en straf.’

‘Het zijn jouw woorden,’ antwoordt Kasper. ‘Naast de stoel, op een biezenmat met Azteken patroon ligt een kerkboek opengeslagen. Op de linkerpagina Adam met erectie, op de rechterpagina Eva met haar oorsprong open gespreid. Het leeslint is een slang. Wie geknield plaatsneemt voor deze keukenstoel heeft het volle zicht op de schepping. Het leven begint zodra het Boek wordt dichtgeslagen.’

Wat opvalt aan de stukjes in Poze 20 is dat Stout uitstekend kan kijken en weergeven, niet alleen wat hij ziet, maar ook wat hij bij de afbeeldingen denkt. Ik durf zelfs te stellen dat zijn beschouwingen beter leesbaar zijn dan wat ik doorgaans aan interpretaties van beeldende kunst in kranten en tijdschriften aantref. Hij ouwehoert niet, maar beschrijft letterlijk en associeert. Dat roept de vraag op waarom hij meent dat hij ‘niets kan’ met beeldende kunst, muziek en poëzie.

Het antwoord zit, denk ik, in de zelf gestelde taak van het begrijpen. Veel kunst – schilderijen, muziek, gedichten – moet je niet willen begrijpen, maar ondergaan. Dat is voor hoger opgeleiden geen eenvoudige opgave. Het begrijpen kan voor sommigen het meeleven in de weg te staan. Kunst beleven is vaak een kwestie van overgave. Vaak schieten woorden domweg tekort. Vaak is dat beter. Verstandiger.

Vooral in geval van kunst waar geen idee, maar een 'proces' aan ten grondslag ligt. Kunst waarin het draait om de grofstoffelijke trilling en de, eh dinges. Vooral in geval van slechte kunst.  

Zet af dat hoofd.