Bij een interview met Jante Wortel
Naar Museum Jan voor Saskia Boelsums

Museum Arnhem is nog steeds te klein

Autorittratto (1993) Alighiero e Boettie
Omdat ik er toch was, besloot ik een kijkje te nemen in het vernieuwde Museum Arnhem. Met de fiets tegen de bult op, afstappen en parkeren, meteen de tuin in.

Dat laatste was niet de bedoeling. Het liep zo, omdat ik de ingang niet meteen kon terugvinden en wel die tuin had gezien. Het gras oogde droog. De zoden leken los te raken. De beelden in de tuin, en dat waren er nogal wat, konden niet verhullen dat het er een beetje droevig uitzag. Ondanks het publiek in de zon op het terras van Café Pierre.

Ik probeerde mij in de schoenen van de conservator beeldentuin te verplaatsen. Hij of zij zal niet altijd gelukkig zijn met haar of zijn functie. Wel over goede sculpturen beschikken, maar niet over een passende omgeving om die sculpturen tot hun recht te laten komen.

Ik heb een zwak voor Museum Arnhem. Dat heeft niets te maken met Pierre Janssen, de oud-journalist die het museum in de jaren zeventig met fascinerende televisiepraatjes ‘op de kaart’ zette. Dat heeft te maken met de collectie neo-realisme, met schilders waarvan niet helemaal duidelijk was of ze goed of fout waren in De Oorlog.

En dat heeft te maken met Liesbeth Brandt Corstius die in de jaren tachtig en negentig als museumdirecteur nadrukkelijk koos om kunst van vrouwen te tonen. Zo leerde ik Charley Toorop waarderen. En naar sieraden kijken.

Ik heb een paar jaar in Arnhem gewoond. Bezoek aan Museum Arnhem zorgde er mede voor dat het plezierige jaren waren. Museum Arnhem was in die tijd een lastig gebouw. Nu het museum (opnieuw) vernieuwd is, is het gebouw weliswaar groter geworden, maar nog steeds lastig.

Hoe het anders had gemoeten weet ik ook niet, misschien deed ik als als bezoeker van de vernieuwbouw iets verkeerd, dat kan heel goed, maar wat ik belangrijk vind aan een museum is het gevoel dat je er een rondje kunt lopen. Dat lukte niet. Ik ging heen en ik ging dezelfde weg terug.

Beeld van de tentoonstelling Ten minste houdbaar tot Museum Arnhem
In de tussentijd zag ik twee tentoonstellingen. De eerste, Tenminste houdbaar tot, oogde nogal vol. Weer thuis kwam ik tot de ontdekking dat middels tweehonderd werken een poging was gedaan te laten zien op welke manieren kunstenaars de natuur verbeelden. Citaat van de website:

‘Welke verhalen vertellen de landschappen, stillevens, planten en dieren over de relaties tussen mensen en natuur door de eeuwen heen? Welke verhalen vertellen ze niet… en waarom niet? Er zijn kunstwerken die de uitbuiting van land en van mensen die erop leven aan de kaak stellen, vroeger en nu. Andere verbeelden een duurzame toekomst voor al het leven op aarde.’

Inderdaad, dat is nogal breed.

Bij mijn bezoek aan de tweede tentoonstelling, Van links naar rechts, kreeg ik opnieuw het gevoel dat Museum Arnhem – net als Museum De Fundatie in Zwolle en dus anders dan het Drents Museum in Assen – te klein is voor wat het wil zijn. Maar ook: wat een rijkdom dat het er is en kan bestaan. Wat is Nederland toch een fijn museumland.

Vleeskar (1925) Johan van Hell

Gelukkig werd mij ditmaal, aan de hand van de collectie neo-realisme, een concreter verhaal verteld. Nogmaals een citaat van de website:

‘De economische crisis van 1929 en de machtsovername van Hitler in Duitsland in 1933 raakten ook de kunst en de kunstenaars in Nederland. Door deze periode van politieke polarisatie verdwenen vooral sociaal geëngageerde en activistische kunstenaars voor lange tijd uit de kunstgeschiedenis.

Met Van Links Naar Rechts presenteert Museum Arnhem een inclusiever beeld van het Interbellum dan voorheen. Herontdekkingen van progressieve kunstenaars zoals Berthe Edersheim, Harmen Meurs en Nola Hatterman, die voorheen letterlijk en figuurlijk links bleven liggen, worden getoond tegenover bekende namen als Willink, Raoul Hynckes en Pyke Koch.’

Na het verorberen van dit hoofdmaal bezocht ik nog een paar zalen waarvan ik nu niet meer weet welke functie ze hebben en doel ze dienen, vermoedelijk iets met educatie. (Heerlijk om eens niet als cultuurjournalist in een museum rond te lopen, maar gewoon zoals de meeste mensen leeghoofdig rondbanjeren.) Daar zag ik videowerk van Hans Op de Beeck. Daar knapt een bezoeker altijd van op.