Van dorpshuis tot mfa en kulturhus
Problemen waar Emmen het over moet hebben

Over Emmen en het Atlas voor Gemeenten-onderzoek

Vrijdagmarkt Emmen
Of ik iets wilde zeggen over de slechte positie van Emmen in het jongste onderzoek van Atlas voor Gemeenten? Ik dacht na. Alweer? Was er iets veranderd ten opzichte van de vorige onderzoeken waarin de vijftig grootste gemeenten jaarlijks met elkaar worden vergeleken op meer dan vijftig punten? Volgens mij niet. Emmen was weer eens onderaan geëindigd.

Voor de vorm hekelde ik de onderzoeksopzet. Zei ik dat het, bijvoorbeeld, vreemd is Emmen te diskwalificeren op het geringe aantal vooroorlogse woningen. Wat kan Emmen er aan doen dat het na 1945 spectaculair begon te groeien, toen ergens werd besloten dat ook Zuidoost-Drenthe een industriekern moest worden? Waarna in hoog tempo voor die tijd uiterst moderne woonwijken werden gebouwd als Angelslo en Emmerhout?

Zei ik dat de bereikbaarheid van Emmen pas als slecht beoordeeld kan worden als daarmee de bereikbaarheid ten opzichte van de Randstad wordt bedoeld. Vanuit Borger, Ter Apel, Hoogeveen en Coevorden is de bereikbaarheid uitstekend. Vanuit Duitsland gezien, toch geen onbelangrijk land in de wereld, is de bereikbaarheid vele malen beter dan die van, zeg, Den Haag.

Merkte ik op dat Emmen welbeschouwd helemaal niet in het onderzoek van Atlas voor Gemeenten moest worden meegenomen, omdat Emmen als plaats slechts 56.000 inwoners telt. Pas als de bewoners in omringende dorpen als Emmer-Compascuum, Nieuw-Amsterdam en Klazienaveen worden meegeteld komt Emmen als gemeente in de buurt van de 100.000 inwoners die voor de Atlas worden gehanteerd.

Om het gesprek een beetje gaande te houden, citeerde ik burgemeester Eric van Oosterhout. Die heeft tegen Dagblad van het Noorden gezegd dat hij nog nooit door een Emmenaar erop is aangesproken dat Emmen geen Rijksmuseum of restaurants van de buitencategorie heeft. Hij vertelde er niet bij wat dat  zegt over de interesse van Emmenaren voor de meer aangename kant van het leven in het algemeen en de belangstelling voor kunst en cultuur in het bijzonder.

Ook zei ik iets over zijn opmerking dat hij tijdens de vrijdagmarkt wordt gevraagd hoe het met hem gaat. "Kom daar eens om op de Albert Cuypmarkt", had Van Oosterhout gezegd, bedoelend dat in Emmen sprake is van naoberschap en in Amsterdam niet. Nou, zei ik, als Van Oosterhout ooit nog eens burgemeester van Amsterdam wordt, reken maar dat hij dan op de Albert Cuyp door Amsterdammers zal worden aangesproken. Op van alles en nog wat.

Ineens werd ik nieuwsgierig naar de vragen die van Van Oosterhout op de vrijdagmarkt door burgers worden gesteld. Zouden die over zijn gedroomde nieuwe raadzaal gaan, over de nog steeds gitzwarte pieten in Emmen, over de belabberde staat van het Rensenpark, over het zorgwekkende onderzoek dat de Rabobank onlangs presenteerde over de achterblijvende economische ontwikkelingen in Zuidoost-Drenthe en wat er met dat onderzoek wordt gedaan?

Het is dat ik, vanwege besmettingsgevaar niet graag de vrijdagmarkt bezoekt, maar mocht ik Eric van Oosterhout weer eens een keer tegen het lange lijf lopen dan zal ik eerst naar zijn welbevinden informeren en daarna of iedereen in Emmen zo schitterend woont als hij Weerdinge. Vervolgens zal ik hem vragen naar het bedrag dat de gemeente Emmen iedere maand moet betalen om attractiepark Wildlands in de benen te houden. Geld dat ook aan de verbetering van de 'sociaaleconomische variabelen' had kunnen worden besteed.

Over de Atlas voor Gemeenten zal ik niet beginnen.