Previous month:
september 2021
Next month:
november 2021

Wereldliteratuur en het platteland

Leentje Vandemeulebroecke   Ludo Simons  Annette Timmer
Afgelopen vrijdagavond beleefde De Literaire Hemel in café De Amer met publiek de start van het twintigste seizoen. Tot het tegendeel is bewezen, is De Hemel daarmee het langst bestaande literaire café van Noord-Nederland. Hulde daarvoor aan Albert Haar en Annette Timmer, die er van meet af aan bij zijn.

De formule is al die jaren gelijk gebleven. Steeds worden drie gesprekken gevoerd over literatuur, schrijvers en recent verschenen boeken. Afgelopen vrijdag waren Lévi Weemoedt (Het nut van Lodesteijn), Dirk Wolthekker (Verre verwachtingen), Leentje Vandemeulebroecke en Ludo Simons (Stijn Streuvels Ingooigem) te gast.

Laatstgenoemde, Simons, bleek niet alleen getrouwd met de kleindochter van Stijn Streuvels, over wie het vrijdag in Amen ging, Streuvels, niet die kleindochter, maar tevens onder meer (oud)hoogleraar boek- en bibliotheekwetenschappen aan de universiteit in zowel Antwerpen en Leuven.

Op de vraag van Timmer waarom Streuvels het nog steeds verdient gelezen te worden zei Simons dit:

'Zijn boeken hebben op jonge leeftijd een diepe indruk op mij gemaakt. Toen ik later de wereldliteratuur van Tolstoj, Dostojevski en Hamsun las, vond ik hun boeken evenwaardig aan die van Streuvels. Zijn boeken zijn weliswaar voor een belangrijk deel gesitueerd in West-Vlaanderen, vooral het platteland, maar een deel ook in de stad, maar de waarde van een schrijver wordt niet bepaald door de plaats waar zijn verhalen zich afspelen, maar door wat een schrijver daarvan maakt, door de manier waarop hij dat doet en door wat hij erover schrijft. Ook als het bij Streuvels over boeren gaat, over landarbeiders en werklieden, de manier waarop hij daarover schrijft, gaat het over leven en dood en alles wat daar mee samenhangt, en zijn geen andere thema's in de wereldliteratuur die de moeite waard zijn.'

Omdat toeval bestaat, hebben de bazen van Netflix zopas besloten om de film Mira via hun streamingsdienst beschikbaar te maken. De film van regisseur Fons Rademakers uit 1971 is gebaseerd op Streuvels' roman De teleurgang van den Waterhoek uit 1927 en vertelt over Mira die vanuit Parijs terugkeert naar het dorp Waterhoek waar een deel van de bevolking de vooruitgang vreest. Hoofdrollen werden gespeeld door Willeke van Ammelrooy en Jan Decleir.


Voor de koningin aan naar Viva La Frida!

In het Drents Museum is voor de tentoonstelling Viva Las Frida! een tracé in de vorm van een spiraal uitgezet. Foto Marcel Jurian de Jong
Om koningin Máxima niet voor te voeten te lopen, mocht ik  woensdag al rondkijken op de tentoonstelling Viva La Frida! in het Drents Museum. Daar ging een reeks toespraken, bedankjes en een korte film aan vooraf. Na afloop, weer in het thuiskantoor, zette ik mij aan het schrijven van een stuk dat vandaag in de papieren en digitale versie van Dagblad van het Noorden staat. Het begint zo:

'Voert het te ver om Frida Kahlo – na Maria – de meest afgebeelde vrouw ter wereld te noemen? Afgaand op de enorme hoeveelheid spullen met haar gezicht die overal ter wereld te koop wordt aangeboden, van sokken tot met posters, valt er wat voor te zeggen. Niet voor niets bestaat er een uitdrukking voor haar aanwezigheid alom: Frida Mania.

In de meeste gevallen gaat die manie gepaard met een explosie aan kleuren. Als Kahlo (1907 – 1954) voor het koopkrachtige massapubliek wordt afgebeeld, gebeurt dat met het vrolijke spectrum van de regenboog. Met bloemen, met een strik in het haar boven de doorlopende wenkbrauw. Met rode lippen en een snorretje. Met uitbundigheid die wij als Zuid-Amerikaans opvatten.

Het mag gedurfd heten dat Perspekt Studio's voor de expositie Viva La Frida! in Assen heeft gekozen voor een ingetogen vormgeving waarmee de nadruk wordt gelegd op de kunstwerken en objecten die aan de manie vooraf zijn gegaan. Neem de kleur van de tentoonstellingswanden. Die is niet azul zoals de muren van het Blauwe Huis in Mexico-stad waar Kahlo de meeste tijd van haar leven heeft doorgebracht. Die is aanzienlijk donkerder. Drents blauw.'

Meer in de krant en achter de betaalmuur. De foto's zijn van Marcel Jurian de Jong


De Literaire Hemel keert terug in Amen

Lévi Weemoedt (c) Tjeerd Visser RV tot 12-12-2023Na een seizoen vol improvisaties keert De Literaire Hemel komende vrijdag, 8 oktober, terug in café De Amer voor schrijversinterviews mét publiek. Te gast zijn dit keer Lévi Weemoedt, Dirk Wolthekker en Leentje Vandemeulebroecke. Interviewers zijn Annette Timmer en Joep van Ruiten.

Vandemeulebroecke is de kleindochter van Stijn Streuvels (1871 – 1969), een van de grote schrijver en vernieuwers uit de Vlaamse en dus Nederlandstalige letteren. Vandemeulebroecke schreef het nawoord in Ingooigem, Herinneringen uit Het Lijsternest, een recent verschenen deel in de Privé-domeinreeks van De Arbeiderspers.

Journalist en historicus Wolthekker is auteur van Verre verwachtingen, een boek waarin hij het leven reconstrueert van Roelfina Wolthekker uit Groningen die na het verlaten van het weeshuis in haar geboortestad aan het begin van de vorige eeuw de wereld introk en in Chili eindigde.

Van Lévi Weemoedt (foto Tjeerd Visser) verscheen eind september het boek Het nut van Lodesteijn, een vervolg op De ziekte van Lodesteijn uit 1986. In Het nut wordt verteld hoe een werkloze leraar oude talen zijn weg zoekt in de hedendaagse maatschappij. Is er nog wel plaats voor hem, of leeft hij te veel in het verleden?  Later deze maand verschijnt van Weemoedt een nieuwe dichtbundel, Het leven is zo eenzaam niet.

De muziek in De Amer wordt verzorgd door pianist Maarten Koekkoek. Verder is het handig om te weten dat kaarten online kunnen worden gekocht www.literairehemel.nl en dat bij de deur wordt gecontroleerd met behulp van de CoronaCheck-app. Toegangsprijs is 18,50 euro, inclusief twee consumpties. Aanvang 20.15 uur. Reserveren via reservering@literairehemel.nl


Aan Eva Broekmann ligt het in ieder geval niet

Eva Broekmann
Afgelopen zaterdagmiddag woonde ik in de bibliotheek van Emmen een deel bij van De Uitdaging, een initiatief dat door de organiserende Stichting Taalpodium Emmen ook wel Taalmaand wordt genoemd. Dit vermoedelijk ter vergroting van de verwarring onder het potentieel nieuwsgierige publiek.

Toen ik plaatsnam op een van de stoeltjes was het niet erg druk in de bibliotheek. Na aftrek van individuele organisatoren en deelnemers telde ik in de gauwigheid acht vrijwillige toeschouwers en toehoorders. Eerder was het Taalmaand-symposium over de toekomst van de streektaal, waar De Uitdaging mee zou beginnen afgelast wegens gebrek aan belangstelling.

Een geringe opkomst. Hoe kan zoiets? Was er iets mis gegaan bij de pr-afdeling?

Ik moest denken aan een interview met topambtenaar Gerrit Kamstra voor de Drentse cultuur in de zaterdageditie van Dagblad van het Noorden. "Drenten kijken over het algemeen héél erg de kat uit de boom. Maar daar moet je [als aanjager of organisator van culturele activiteiten] dwars doorheen, anders lukt het niet", had Kamstra in de krant opgemerkt.

Hoe je als provinciaal gesubsidieerde of ongesubsidieerde cultuurorganisatie ergens 'dwars doorheen' kunt, en wat dat precies betekent, legde de cultuurambtenaar niet uit in het interview. Wellicht was het hem door de dienstdoende journalist van DvhN niet gevraagd, dat kan natuurlijk ook.

Met de kwaliteit van het programma van De Uitdaging had de geringe belangstelling weinig tot niets te maken. Zo zag ik eerst de voortreffelijke zangeres Martijje Lubbers en haar begeleider Tony Hoying optreden. En mocht ik daarna luisteren naar voordrachten van de gemeentedichters Berendy Gähler en Eva Broekmann.

Met name die laatste viel in positieve zin op. Ik had haar al een tijdje niet meer gezien en gehoord; wel gelezen – begin dit jaar is haar debuutbundel Overpeinzers verschenen. Broekmann bleek zich te hebben ontwikkeld tot spoken word-artiest, met bijpassende gebaren en intonaties. Wat mij verbaasde, was het gemak waarmee ze ook haar oudere teksten bij wijze van remix van een modieuzer geluid heeft voorzien.

Eddie Zinnemers deed de presentatie. Hij greep de gelegenheid aan aandacht te vragen voor activiteiten die later deze maand plaatsvinden onder de paraplu van De Uitdaging: verschillende taalpubquizzen, het open Drents Kampioenschap Scrabble, een filosofiecafé, een bijeenkomst met slammers en als afsluiting het Nederlands Kampioenschap Light Verse op 31 oktober. Zie verder www.taalpodiumstem.nl.

Wat Zinnemers ook deed, was het schaarse publiek oproepen protestbrieven te sturen naar de Emmer Courant, het weekblad waar de gemeentedichters van Emmen al jaren een halve column met hun teksten mogen vullen. Aan het einde van de Taalmaand houdt dat op. De gemeentedichters verliezen daarmee hun papieren podium. Waarom dat is, vertelde Zinnemers er niet bij.

Kunst en cultuur in Drenthe, het is en blijft raadselachtig.


Wat raves en poëzie gemeen hebben: eenzaamheid

Oblivion (2016) Anne de Vries
Aangekomen op de bovenste verdieping van het spectaculaire Eesti Kunstimuuseumi in Tallinn – een ontwerp van de Finse architect Pekka Vapaavuori, opgeleverd in 2006 – bleek daar een duistere tentoonstelling over rave-cultuur gaande: Terve öö üleval. Reivikultuur lähivaatlusel. Trof ik het even.

De opening van de tentoonstelling werd gevormd door twee schermen met geluidloze videobeelden van een dansfeest gefilmd door Bogomir Doringer: I dance alone. Rechts zag ik vanuit vogelperspectief een eenling dansen. Links werd vanuit datzelfde perspectief een dansende meute getoond. Zo had ik het niet eerder bekeken.

Exhibition Proposals (1995)  Jeremy Deller
Het tweede 'werk' – Exhibition Proposals – bleek een reeks affiches van fictieve evenementen gemaakt door Jeremy Deller, een Brits kunstenaar. Mijn oog bleef onder meer hangen bij de belofte van een avond in Manchester over of met de poëzie van Shaun William Ryder, in mijn huis niet alleen bekend als voorman van Happy Mondays en zanger van 24 hour party people, maar ook van Black Grape en als solo-artiest.

Later tijdens mijn bezichtiging bekeek ik van diezelfde Deller de documentaire Everybody in the place waarin de Britse rave-cultuur van de jaren tachtig en negentig wordt verklaard aan een groep Britse studenten. Zeer interessant, ook omdat Deller onder meer een overtuigend verband weet te leggen tussen het neerslaan van de Miners' strike (oppressie) en de opkomst van de Travellers (vrijheidsverlangen).

Buzz Club Liverpool (1996) Rineke Dijkstra
Ik trof in Tallinn ook twee Nederlandse kunstwerken aan. De eerste was het diorama Oblivion waarvoor Anne de Vries een hardstyle-feest op schaal heeft nagebouwd. Het tweede werk was een video-installatie van Rineke Dijkstra die in de jaren negentig bezoekers van feesten in Liverpool en Zaandam uitnodigde om zich los van de massa in een aparte ruimte te laten filmen.

Rhythm is rhythm (2021) Kiwa
Wat mij zeer beviel aan de tentoonstelling was het abstracte en conceptuele karakter. Van een kunstenaar met de naam Kiwa werd bijvoorbeeld Rhythm is rhythm getoond: een minimale installatie opgebouwd uit twee draaitafels, een mengpaneel en twee lichtwerken. Geen geluid, Derrick May's Strings of life mochten we er zelf bij bedenken.

Aftermath (2016) Anna Lena Krause
De video Hydra Decapita van The Otolith Group geïnspireerd op de Afro-Futuristische theorieën van het duo Drexciya ging mij iets te ver. De Aftermath-serie van Anna Lena Krause kon ik daarentegen beter plaatsen, vermoedelijk omdat het hier zwart-wit fotoportretten betrof van bezoekers aan een Duitse technoclub.

Weer buiten het museum vond ik ergens op internet een interview met curator Kati Ilves. Een interviewer stelt daarin dat de videowerken in de tentoonstelling het ondergrondse nachtleven esthetisch en poëtisch verbeelden en wil vervolgens weten wat raves en poëzie gemeen hebben.

Daarop zegt Ilves het volgende:

"Ik denk dat er in beide een enorm potentieel voor vrijheid zit. Van alle kunstvormen is poëzie misschien wel de meest onbeperkte – het stelt je in staat te zijn wie je bent. Een goede rave heeft hetzelfde effect. Deze ervaring is volledig uniek - het is individueel, maar het poëtische karakter ervan ligt in het feit dat het een collectieve ervaring van eenzaamheid is."