Op komst: Erato Muziekfestival Meppel
Het boekenvak, booktok en de Nederlandse taal

Over 'Oranje. Hoe een klein dorp groot kan zijn'

Oranje. Hoe een klein dorp groot kan zijn
In de bioscoop van cultuurmausoleum DNK te Assen woonde ik woensdagavond de première bij van Oranje. Hoe een klein dorp groot kan zijn, een documentaire van regisseur Sander Francken over de periode dat in het dorp Oranje aan het Oranjekanaal ineens honderden asielzoekers kwamen te wonen.

De 150 dorpelingen werden in 2014 volledig overvallen door de komst van de tijdelijke bewoners, helemaal toen het verhaal de ronde deed dat 1400 vluchtelingen zouden neerstrijken in een asielzoekerscentrum bij wat bekend staat als voorheen Speelstad Oranje. Het werden er uiteindelijk 600. In 2017 waren ze allemaal weer verdwenen.

Francken vertelde na afloop van de première dat er geen script en geen budget aan zijn film ten grondslag hebben gelegen. Hij was door producent Robbert van Lanschot gevraagd in Oranje te komen filmen, financiering en montage was van latere zorg. Uiteindelijk hebben de gemeente Midden-Drenthe en de provincie samen met Van Lanschot de portemonnee getrokken.

Hoewel Oranje vorig jaar op het Noordelijk Film Festival in Leeuwarden in de Noorderkroon-competitie werd bekroond als 'beste documentaire' zou ik het geen heel goede film willen noemen. Naar mijn mening blijven te veel vragen over de komst en het vertrek van de asielzoekers onbeantwoord en is er te weinig 'focus'. Daarbij is de film ook nog eens te lang: anderhalf uur.

Graag had ik bijvoorbeeld vernomen hoe de recreatiehuisjes bij Speelstad Oranje destijds in beeld zijn gekomen als opvangplek en welke rol de burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe daarbij hebben gespeeld. Is er voor betaald? Zijn ze gedwongen door toenmalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff? In plaats daarvan waren er niet altijd even samenhangende beelden van verhitte vergaderingen in de Tweede Kamer en het gemeentehuis in Beilen.

Het verhaal van Oranje is het verhaal van meer dorpen met asielzoekers: aanvankelijk is er veel angst en weerstand, later blijkt het allemaal enorm mee te vallen en hadden de gasten best langer mogen blijven. Waarom het na twee jaar alweer voorbij was, wordt niet verklaard. Wie weet wordt morgen bekendgemaakt dat in Oranje een dezer dagen honderden Afghanen kunnen worden ondergebracht.

Gelukkig komen er in de documentaire echte mensen voor. Zoals Walid Khatba en zijn gezin. Francken filmde deze violist uit Syrië ook nadat hij Oranje moest verlaten en uiteindelijk via een kazerne Nijmegen in Duitsland is neergestreken. Daar heeft hij inmiddels een plek gekregen bij een orkest terwijl zijn vrouw arts aan de slag is gegaan – iets wat in Nederland blijkbaar niet mogelijk was.

En is er veel aandacht voor Jan Voortman, die als eigenaar van een tuincentrum tegenover Speelstad Oranje de vluchtelingen omarmt en hen levensmiddelen begint te verkopen. Voortman kan zich goed in anderen verplaatsen en groeit uit tot de held van de film, de man die laat zien dat in Drenthe mensen wonen met een groot hart. Tot hij ziek wordt en sterft. Terecht heeft Francken zijn documentaire aan hem opgedragen.