Previous month:
september 2021
Next month:
november 2021

Isa Zwart als ISZA in Klein Paradiso te Echten

Isa Zwart alias ISZASinds ik werd verrast door haar stem tijdens een theatervoorstelling van Loods13 in Nieuw-Weerdinge, ergens in 2016, volg ik Isa Zwart – inmiddels is ze actrice, liedjesschrijver en zangeres.

Onlangs werd ze nog verloot tijdens een benefiet voor eerdergenoemd Loods13 en komende zaterdag treedt ze op in Klein Paradiso, oftewel d’Olde Karke aan de Zuidwolderweg 8 in Echten. Dat doet ze onder de naam ISZA. Citaat uit een persbericht:

'ISZA brengt met persoonlijke nummers een mystieke wereld in beweging. Zorgvuldig gewogen Nederlands teksten, warme klanken van een akoestische gitaar en dreigende elektronica zorgen voor een bijzondere combinatie van geluid en tekst. ISZA legt rauwe emoties bloot en zoekt naar muzikale en tekstuele verbinding. Met de ijzige perfectie van Bon Iver, de hartstocht van Billie Eilish en de intimiteit van Lizzy McAlpine weet ISZA van begin tot eind te boeien.'

De laatste keer dat ik haar zag optreden, afgelopen maart via een laptop gestreamd vanuit Hoogeveen, moest ik denken aan Eefje de Visser. Hoe dan ook, Zwart ontwikkelt zich als artiest nog steeds. Volgens de organisatoren van Kleine Paradiso zal ze in Echten 'een intieme semi-akoestische set ten gehore brengen'. Aanvang 20.00 uur. Reserveren is verplicht via info@delibre.nl.


Voorleesavond 45 NAP en NK Light Verse in Emmen

Lichtvoetig VDe door Stichting Taalpodium Emmen (STEMM) geïnitieerde Maand van de taal in Emmen nadert het einde. De laatste loodjes bestaan uit een voorleesavond, het Nederlands Kampioenschap Light Verse en de presentatie van een bundel met gedichten bij dat kampioenschap (foto). Twee stukjes uit twee persberichten:

'De voorleesavond 45 NAP verhuist dit jaar van de voormalige vuilstort Emmerschans naar de bibliotheek aan het Noorderplein. Op vrijdag 29 oktober draagt een aantal bekende Emmenaren tussen 20.00 en 23.00 uur hun lievelingsgedichten of uit de mooiste boeken voor. De presentatie is in handen van brommerdichter Kasper Peters. De toegang is deze avond vrij. Wel is een coronabewijs verplicht.'

Vervolgens:

'De jury van Lichtvoetig, het Nederlands kampioenschap light-verse dichten, heeft de genomineerden voor de finale op 31 oktober in Emmen bekendgemaakt. De strijd gaat tussen Elyn Doornenbal (Utrecht), Jaap Bakker (Zwolle), Niels Blomberg (Almere), Niek Kalberg en Bart Schmittmann uit Groningen, Wim Meyles (Sint Pancras) en Robin Veen en Peter van der Vlis uit Amsterdam.

De finale begint zondag 31 oktober om 14.00 uur in café Groothuis in Emmen. De presentatie wordt verzorgd door Lucré Corman en Eddie Zinnemers. De finalemiddag wordt muzikaal en vocaal opgeluisterd door cabaretière Dorine Wiersma. Toegangskaarten à 15 euro kunnen worden besteld via taalpodiummm@outlook.com.'


Wie troost de huilende bruiden van Oldambt?

Luisterwandeling Huilende bruiden Peergroup 4
Vorige week vrijdag werd ik in Club Chantall in Klein-Ulsda door twee dames ontvangen om even later huilende bruiden te bewonderen. Na dik een uur keerde ik tevreden huiswaarts.

Huilende bruiden is de naam van een vijf kwartier durende luisterwandeling die kunstenaar Tom Tieman namens locatietheatergezelschap Peergroup heeft uitgestippeld tussen Klein-Ulsda en Bad Nieuweschans. Met bruiden worden afgebladderde pilaren bedoeld aan de voorzijde van sommige kolossale boerderijen aldaar.

Luisterwandeling Huilende bruiden Peergroup 2
Tieman vertelt tijdens de wandeling over de graanrepubliek, ook van het bekend van gelijknamige het boek van Frank Westerman uit 1999, en over wat gebeurde toen de gouden tijd voor Oost-Groninger boeren weer voorbij was. De boerderijen bleven staan, sommige nog even fraai als ooit. Velen raakten in verval. Tieman vertelt over behoud van erfgoed en de schoonheid van verval.

Al jaren breken boeren, burgers en bestuurders het hoofd over hoe het verder moet met die boerderijen in Oldambt – er staan er vele tientallen. Ze zijn als een molensteen om je nek, hoorde ik Frank Westerman vertellen tijdens de wandeling. Hij bedoelde dat het eventueel opknappen en in stand houden zo'n beetje een volledige baan is. Wie wil dat? En wie kan dat betalen?

Luisterwandeling Huilende bruiden Peergroup 1
Geïnspireerd door de wandeling schreef collega Maaike Borst onlangs een fraai artikel over dit onderwerp. Als toegift houdt Dagblad van het Noorden komende maandag een bijbehorend debat getiteld Parels in het landschap of rotte kiezen. Ik mag de boel in banen zien te leiden of te houden.  

Plaats van handeling is Mellemaheerd, Hamdijk 9, Bad Nieuweschans. Met bijdragen van Tom Tieman, Boelo ten Have, Annemarie de Groot, Herman Sandman, Hans van der Lijke, Rob Hendriks, Otto Knottnerus en anderen. Inloop 19.30 uur, aanvang 20.00 uur. Toegang na coronavrijwaringsbewijs. Vol is vol.


Luisteren naar de Denker des Vaderlands

Paul van Tongeren
Ik bezocht het Filosofiecafé van Emmen. Dat had ik al veel eerder willen doen, maar door de coronamaatregelen waren er geen eerdere mogelijkheden. Dit was het allereerste filosofiecafé in Emmen. Nu belandde ik op de eerste rij in de Grote Kerk van Emmen voor een lezing van Denker des Vaderlands Paul van Tongeren. Achter mij zaten zo'n tachtig mensen. Een stukje verderop zaten er ook een paar.

Uitverkochte zaal. Niks geen bezoekhuiver zoals je die aantreft in het theater en bij concerten met klassieke muziek. Hier werd voorzien in een behoefte. De organisatoren oogden blij en opgelucht.

Volgens mijn ticket zou Van Wonderen spreken over de betekenis van verwondering. Zijn lezing bleek echter te gaan over het wonder van betekenis, zo heet ook het boekje dat bij zijn benoeming tot Denker des Vaderlands is verschenen. Een klein verschil, en zoals vaker in de filosofie hebben kleine verschillen  gevolgen.

Ik zou hier graag een samenvatting van de - boeiende, om niet te zeggen 'interessante' - lezing willen geven. Maar ik doe dat niet, omdat ik daar niet toe in staat ben. Dat ik in die kerk op de eerste rij zat, wil niet zeggen dat ik alles goed kon volgen. Verre van. Luisterend Van Tongeren dwaalden mijn gedachten regelmatig af. En als ze niet afdwaalden vroeg ik mij af of ik het wel goed begreep en of ik het wel goed verstond.

Regelmatig ook vroeg ik mij af of wat Van Tongeren beweerde wel juist was. Hij zei het wel, maar klopte het? Was het door hem wel goed doordacht? Kon er ook iets zinnigs tegenin gebracht worden? Ik probeerde het, maar waarom? Waarom kon ik niet gewoon aannemen wat hij daar losjes stond te beweren? Terwijl de Denker des Vaderlands onverstoorbaar voort sprak, raakte ik soms piekerend een beetje achterop en was ik daarna een tijdje druk met aanklampen.

Na de pauze – de lezing van Van Tongeren duurde een uur, hij deed het grotendeels uit zijn hoofd – mochten er vragen gesteld worden. De eerste ging over de zin van het leven, de tweede over hoe de mens verwijderd raakt van de oorsprong, de derde of het verschil tussen van betekenis zijn en betekenis nemen, de vierde over hoe het kan dat depressieve kunstenaars soms toch kunst kunnen maken. Enzovoorts.

Wat mij tijdens het vragenmoment opviel was dat de Denker des Vaderlands door sommigen werd bejegend als een soort orakel, als iemand die de antwoorden wel weet. Wat ik mij na afloop tijdens het napraten met het glas in de hand weer eens bedacht, was dat iedereen alles op zijn of haar eigen manier probeert te bedenken en te verwerken, dat er tussen al die interpretaties altijd ruimte blijft om weer iets anders te bedenken en te beweren. En samenvatten onmogelijk is.

Volgende keer weer.


Nieuw festival, volledig gewijd aan de poëziefilm

Banner Nederlands Poezie Festival
Via een omweg ontving ik post over een nieuw filmfestival: Het Nederlands Poëziefilm Festival. Het evenement, opgezet door Hans Heesen en Helmie Stil, speelt zich 6 november af in de Luxor-bioscoop in Zutphen

Vertoond worden zeventig films gebaseerd op gedichten van onder anderen Delphine Lecompte, Tsead Bruinja, Ester Naomi Perquin, Remco Campert, Heidi Koren, Dean Bowen en Moya De Feyter. Voorst zijn er speciale programma’s gewijd aan Tom America (zie hieronder), Pat van Boeckel, Sjaan Flikweert en Rauwkost Collective.

Op het programma staan verder het beste van Zebra Poetry Film Festival Berlijn en Motionpoems USA, animatiefilms, scholierenfilms naar gedichten van en optredens van Iduna Paalman, Ingmar Heytze, Naomi Montroos en Wout Waanders, presentaties van Stichting Granate en Feest der Poëzie en gesprekken met filmmakers.

Uiteraard wordt ook een award uitgereikt: de Nederlands Poëziefilm Festival Prijs voor de beste Nederlandse Poëziefilm van het afgelopen jaar. In de jury zitten Lemuel de Graav, Adriana Ivanova, Nafiss Nia en Merijn Schipper. Zie verder deze link.

 


De Groene overbrugt de kloof tot in de brievenbus

Hoe Den Haag uit Nederland verdween

Ik trof een ongeadresseerde De Groene Amsterdammer in mijn brievenbus: nummer 41, jaargang 145. Daar keek ik van op, want ik heb al jaren geen abonnement meer op dat onafhankelijk weekblad. Ik zegde destijds op vanwege een gebrek aan leestijd. Mijn abonnement op de digitale nieuwsbrief hield ik aan.

Waarom juist dit nummer mij ongevraagd werd toegestuurd, was niet moeilijk te achterhalen. Op bladzijde 20 begint onder de kop 'Hoe Den Haag uit Nederland verdween' een lang artikel over de kloof tussen stad en platteland, een onderwerp dat mij zeer interesseert. Het is geschreven door Coen van de Ven op basis van onderzoek van De Groene en Follow The Money.

Hoewel het stuk in Zeeland begint en eindigt, heeft veel van wat Van de Ven schrijft (ook) betrekking op Drenthe en Groningen. Pijnlijker nog, de krant van vandaag – dinsdag – opent ermee: 'Noorden wacht het langst op operaties'. In De Groene wordt het probleem onder meer inzichtelijk gemaakt met twee tabellen. Zie hierboven.

Ik raad iedereen, mede met het oog op de naderende gemeenteraadsverkiezingen, zowel De Groene Amsterdammer als Dagblad van het Noorden te lezen. En prijs mij in de tussentijd gelukkig dat beide uitgaven Zuidoost-Drenthe opnieuw hebben bereikt. Want ook de bezorging van journalistieke kwaliteitsproducten wordt aan de rand van het land steeds lastiger.


Het boekenvak, booktok en de Nederlandse taal

Boektok-banner Boekhandel Donner
Anton Scheepstra werd ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van zijn uitgeverij Passage geïnterviewd door Enno de Wit van Boekblad. Het interview is hier na te lezen. Dit is de slotalinea:

'Als probleem waar te weinig aandacht voor is, ziet hij [Anton Scheepstra] de afnemende belangstelling voor Nederlandse literatuur: ‘We hebben het over ontlezing, maar jongeren lezen nog steeds, vaak in het Engels. Terwijl literatuur in het Nederlands lezen een verrijking is voor je taal. We zijn daar als boekenvak niet alert genoeg op.’

Na lezing van die laatste woorden moest ik denken aan een stukje in de Volkskrant eind augustus waarin talkshowhost en recensent Grietje Braaksma in de hoedanigheid van bedrijfsleider van Broese in Utrecht vertelde hoe haar boekhandel de zomer was doorgekomen. Ik vond het terug in het Volkskrant-archief:

‘Voorspoedig. De impact van #booktok op jongenplatform Tiktok – een community waar jongeren over boeken praten – is immens. Er komen plotseling groepen pubers als sprinkhanen naar Broese en ze halen alle kasten leeg! Youngadult, veel Engelstalige, maar ook Nederlandstalige boeken. We laten nu in sneltreinvaart boeken uit Engeland komen, omdat we het anders niet kunnen aanvullen. Zo zie je: lezen moet niet worden opgelegd door volwassenen, het moet uit de groep zelf komen. Deze ontwikkeling is een enorme opsteker voor het boekenvak.’

Een paar weken eerder had het Het hart van Nederland een item gebracht waarin hetzelfde werd gemeld, in de ronkende taal waarmee de commerciële televisie bekend is geworden, net als Grietje Braaksma: 'Gebruikers van de app Tiktok zijn massaal aan het lezen geslagen. Onder de noemer Booktok delen kinderen massaal hun favoriete boeken en sommige titels zijn daardoor niet aan te slepen'. 't Kon minder.

De bijbehorende beelden waren opgenomen bij Broese. Het bedrijf van Braaksma is niet de enige boekhandel die gelukkig is met Booktok. Zie daarvoor deze link en lees dan ook het artikel dat in het Parool heeft gestaan, de hoofdstadskrant waar ontwikkelingen en andere hypes uit de Verenigde Staten dankzij de nabijheid van Schiphol net iets eerder aanspoelen dan in de rest van Nederland.

In het item van Het hart van Nederland kwam ook Soraya Riem in beeld. Namens een niet nader genoemde uitgeverij probeerde ze ook Nederlandstalige boeken onder de aandacht van jongeren te  brengen te brengen. Een maand later dook de zeer enthousiaste Riem op in de Volkskrant, in een stukje over de Boekenweek van Jongeren. Daar werd ze niet alleen opgevoerd als 'de bekendste Booktokker van Nederland' maar tevens als 'eventmanager' bij uitgeverij Lebowski.

Wat Passage blijkbaar nodig heeft, is een Tiktok-account. En meer Engelstalige young-adult titels. For sure. Een eventmanager heeft de uitgeverij al dertig jaar.

Terug naar de uitspraak van Scheepstra dat de aandacht voor Nederlandstalige literatuur afneemt. Afgaand op de titels in de Bestseller 60 – aan een Nederlandse vertaling wordt al jaren gewerkt – zou het zomaar waar kunnen zijn. De meest recente lijst met beste boekverkopen telt veel kinder- en jeugdboeken, maar vaak is de afdeling Nederlandstalige literatuur slecht vertegenwoordigd. Dat geldt overigens ook de boekenpagina's in NRC Handelsblad en de Volkskrant waar vertalingen uit het Engels doorgaans meer aandacht en ruimte krijgen dan Nedlit.

Twee jaar geleden verscheen Against English, een boek waarin dertig schrijvers en wetenschappers verzet aantekenen tegen de verengelsing van de Nederlandse taal en maatschappij. Dat boek heeft nooit de Bestseller 60 gehaald. Er is ook geen sequel van verschenen, laat staan dat Soraya Riem is gevraagd dit pamflet bij de leeshongerige jeugd via de socials aan te prijzen.

Soms denk ik dat het boekenvak in Nederland – kranten incluis – nauwelijks geïnteresseerd is in de Nederlandse taal, maar alleen in het eigen voortbestaan.

Voor liefhebbers en andere cultuurpessimisten: klik hier. Of nog beter: verlaat het scherm. Onmiddellijk. Lees een boek.


Over 'Oranje. Hoe een klein dorp groot kan zijn'

Oranje. Hoe een klein dorp groot kan zijn
In de bioscoop van cultuurmausoleum DNK te Assen woonde ik woensdagavond de première bij van Oranje. Hoe een klein dorp groot kan zijn, een documentaire van regisseur Sander Francken over de periode dat in het dorp Oranje aan het Oranjekanaal ineens honderden asielzoekers kwamen te wonen.

De 150 dorpelingen werden in 2014 volledig overvallen door de komst van de tijdelijke bewoners, helemaal toen het verhaal de ronde deed dat 1400 vluchtelingen zouden neerstrijken in een asielzoekerscentrum bij wat bekend staat als voorheen Speelstad Oranje. Het werden er uiteindelijk 600. In 2017 waren ze allemaal weer verdwenen.

Francken vertelde na afloop van de première dat er geen script en geen budget aan zijn film ten grondslag hebben gelegen. Hij was door producent Robbert van Lanschot gevraagd in Oranje te komen filmen, financiering en montage was van latere zorg. Uiteindelijk hebben de gemeente Midden-Drenthe en de provincie samen met Van Lanschot de portemonnee getrokken.

Hoewel Oranje vorig jaar op het Noordelijk Film Festival in Leeuwarden in de Noorderkroon-competitie werd bekroond als 'beste documentaire' zou ik het geen heel goede film willen noemen. Naar mijn mening blijven te veel vragen over de komst en het vertrek van de asielzoekers onbeantwoord en is er te weinig 'focus'. Daarbij is de film ook nog eens te lang: anderhalf uur.

Graag had ik bijvoorbeeld vernomen hoe de recreatiehuisjes bij Speelstad Oranje destijds in beeld zijn gekomen als opvangplek en welke rol de burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe daarbij hebben gespeeld. Is er voor betaald? Zijn ze gedwongen door toenmalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff? In plaats daarvan waren er niet altijd even samenhangende beelden van verhitte vergaderingen in de Tweede Kamer en het gemeentehuis in Beilen.

Het verhaal van Oranje is het verhaal van meer dorpen met asielzoekers: aanvankelijk is er veel angst en weerstand, later blijkt het allemaal enorm mee te vallen en hadden de gasten best langer mogen blijven. Waarom het na twee jaar alweer voorbij was, wordt niet verklaard. Wie weet wordt morgen bekendgemaakt dat in Oranje een dezer dagen honderden Afghanen kunnen worden ondergebracht.

Gelukkig komen er in de documentaire echte mensen voor. Zoals Walid Khatba en zijn gezin. Francken filmde deze violist uit Syrië ook nadat hij Oranje moest verlaten en uiteindelijk via een kazerne Nijmegen in Duitsland is neergestreken. Daar heeft hij inmiddels een plek gekregen bij een orkest terwijl zijn vrouw arts aan de slag is gegaan – iets wat in Nederland blijkbaar niet mogelijk was.

En is er veel aandacht voor Jan Voortman, die als eigenaar van een tuincentrum tegenover Speelstad Oranje de vluchtelingen omarmt en hen levensmiddelen begint te verkopen. Voortman kan zich goed in anderen verplaatsen en groeit uit tot de held van de film, de man die laat zien dat in Drenthe mensen wonen met een groot hart. Tot hij ziek wordt en sterft. Terecht heeft Francken zijn documentaire aan hem opgedragen.


Hoeveel cultuurpodia kan een provincie (ver)dragen?

Chinese-propagandaposter-tijdens-de-Culturele-Revolutie
In de Groninger editie van Dagblad van het Noorden las ik dat komende jaren op het Groninger twaalf kultuurhoezen worden geopend. Bedoeling is dat met geld uit Nationaal Programma Groningen, zeg maar het aardbevingscompensatiefonds, in leegstaande gebouwen ruimte wordt gemaakt voor laagdrempelige culturele activiteiten.

Citaat uit het stuk, geschreven door Erik van der Veen: "Van brei- en fotoclubs tot muzieklessen of oudereneducatie. Ook koren en beginnende bandjes moeten er kunnen repeteren en optreden. Ook de gemeente of politie zou er spreekuur kunnen houden, maar alleen in plaatsen zonder dorpshuis."

Kultuurhoes is Gronings voor kulturhus, een van oorsprong Scandinavisch concept dat al een aantal jaren in Overijssel wordt toegepast. In Drenthe staan ze ook, maar daar worden het – o taalarmoede – multifunctionele accommodaties (mfa's) genoemd. In wezen is het weinig anders dan een voorzetting van het aloude op sommige plaatsen nog steeds bestaande dorpshuis.

Mijn aandacht gaat vooral uit naar door de belofte van culturele activiteiten en de opmerking dat de kulturhoezen in Groningen geen concurrent willen zijn. Concurrent van wat? Van de dorpshuizen, mfa's en ook bibliotheken vermoedelijk, want ook daar worden laagdrempelige culturele activiteiten georganiseerd.

Hoeveel podia voor culturele activiteiten kan een provincie (ver)dragen? De afgelopen jaren zijn, zowel in Groningen als in Drenthe, op tal van plekken zaaltjes geopend voor culturele activiteiten – vooral door particulieren. De afgelopen twee maanden haalden drie nieuwkomers de krant: De Theaterschuur in Linde, D'Rentmeester in Valthermond en Huis Orlando in Den Horn.

Denkend aan wat ik op dit vlak in Drenthe ken, vul ik aan met Klein Paradiso in Echten, De Amer in Amen, Vanslag in Borger, Nijend24 in Anderen, 't Keerpunt in Spijkerboor, Odeon in 2e Exloërmond, het Rensentheater in Emmen en de Vegafabriek in Kolderveen. Deze zalen en podia zijn allemaal verschillend, voelen zich allemaal anders. Wat hen bindt is dat ze kleinschalige optredens mogelijk maken.

Ze doen dat naast de grote gesubsidieerde theaterzalen en dat is heel mooi en goed. Er zit evenwel ook een keerzijde aan, vrees ik. Kleine zaaltjes kunnen namelijk weinig mensen bergen en halen daardoor zo weinig geld op dat het lastig wordt om artiesten fatsoenlijk te betalen. Een beginnende bandje zal daar niet moeilijk over doen, maar vroeg of laat raakt ook een beginner gevorderd.

Die kan dan mooi doorstromen naar de grotere theaters, denk je dan. Maar dan doet zich een nieuw probleem voor. Hoe raken die door de overheid gesubsidieerde en door betaalde krachten bestierde zalen vol als in de omringende dorpen kultuurhoezen zijn geopend die allemaal eigen culturele activiteiten bieden? Laagdrempelig. Gezellig. Ons kent ons. Met hulp van vrijwilligers. Niet duur. Een mens kan maar op een plaats tegelijk zijn.

Misschien loopt het allemaal wel los. Moed houden. Denk aan wat Mao Zedong ooit zei, de man van zowel de Grote Sprong Voorwaarts als de Culturele Revolutie: Laat honderd bloemen bloeien. Laat honderd stromingen strijden.