VPRO Tegenlicht zoekt, eh, plattelandspioniers
De erfenis van verzetsheld Johannes Post

Moet Emmen hoofdstad van Drenthe worden?

Ik mocht als onderdeel van de Promotiedagen Drenthe in De Nieuwe Kolk in Assen een voordracht houden tijdens een ondernemersdebat. Hieronder de tekst. Bijgevoegde foto is gemaakt tijdens het feitelijke debat met als sprekers van links naar rechts Albert Smit (oud-wethouder Assen), Niels Palmers (Young Business Award), Ronald Lubbers (FC Emmen/OrangeRock, Ellen van Acht (Ziengs), Alfred Koop (Watter) en debatleider Bouke Nielsen (Dagblad van het Noorden).

Ondernemersdebat DvhN NoordZ
Toen ik vertelde dat ik een bijeenkomst zou bijwonen met als thema 'Emmen moet hoofdstad van Drenthe worden' kreeg ik nogal wat verbaasde reacties.

Zoals: Waarom geen Beilen? Of Roswinkel?

Zoals: Wat is er is mis met Assen?

Zoals: Wat heb je aan een hoofdstad?

Die laatste opmerking kwam uit Rotterdam, de stad waar ze zeggen dat zij het geld verdienen dat in Den Haag wordt verdeeld en in Amsterdam wordt uitgegeven. Daar zijn ze dan heel trots op, die Rotterdammers.

Het is een goede vraag: wat heb je aan een hoofdstad? Wat is een hoofdstad?

Een hoofdstad is Drenthe een plek waar in het openbaar besluiten worden genomen namens en voor de hele gemeenschap. Waar geld wordt verdeeld wat niet alleen ten goede komt aan die hoofdstad, maar ook aan de omgeving.

Sinds Assen hoofdstad van Drenthe is, sinds 1809 of 1814, het is maar hoe je het wilt zien, gaat dat heel aardig.

Voor die tijd was Drenthe woest en ledig. Onaanzienlijk. Niet begerenswaardig. Slechts een armoedig gewest. Met één stad: Coevorden.

Sinds Assen hoofdstad van Drenthe is, trekken nauwelijks nog bendes plunderend door de provincie Drenthe. No Surrender was de laatste. Alles ziet er groen en gladjes en aangeharkt uit. De hunebedden liggen waar ze moeten liggen. Er waren nog nooit zoveel supermarkten en kapperszaken. Drenthe lijkt af. Uit verveling is Henk Brink begonnen met het asfalteren van de Hondsrug.

Goed gedaan Assen.

En wat doet het bestuur van de provincie voor Assen terug?

Het stopt geld in het Drents Museum, zodat er jaarlijks 150.000, 200.000 mensen naar de Brink komen om archeologische vondsten en schilderijen uit landen met dubieuze regeringen te zien. China. Rusland. Noord-Korea. Verenigde Staten. Iran. Straks Italië.

Allemaal heel mooi en onschuldig.

Maar diezelfde provincie Drenthe, de bestuurders en de ambtenaren, geeft geen vergunning voor een nieuw groot winkelcentrum bij het TT Circuit. En geen geld voor een nieuwe ijsbaan in Assen. Als zich een kans voordoet om de Formule 1 naar Assen te halen, beperkt de provincie Drenthe zich tot het spreken van woorden, maar volgen er geen daden.

Daar zit je dan met je mooie parkeerterreinen en glimmende op- en afritten bij de A28 en N33. Waarom al dat geld geïnvesteerd in de FlorijnAs? Waarom in hemelsnaam het Koopmansplein nog opknappen?

Nee, dan Emmen. Kijk eens wat daar gebeurt. En dat is niet eens een stad, maar een dorp gebouwd in een moeras. Waar zelfs het gemeentebestuur aan het ondernemen is geslagen en inmiddels eigenaar is van twee parken en een schitterend plein met meer horeca dan een mens kan bijdrinken. Met daaronder een lekkende tunnel. Zoek het verband.

Hoe kan het dat in een gemeente in een van de armste gebieden van Nederland – Zuidoost-Drenthe – veel meer reuring is dan in Assen? Toeval? Heeft het met de samenstelling van bevolking maken?

Het is verleidelijk om nu over de volksaard te beginnen. Over het verschil tussen zand en veen. Over enerzijds mensen die tevreden zijn met hoe het is en daarom geen verandering willen. Over anderzijds mensen die zich moéten inspannen omdat ze met een achterstand te maken hebben. Het verschil tussen mensen die iets te verliezen hebben en die iets te winnen hebben.

Het kan zomaar zijn dat er van de ene groep getalsmatig meer in Assen wonen en van de andere groep er meer in Emmen. Met volksaard heeft dat niets te maken. Want er bestaat geen volksaard.

Verschillen hebben met omstandigheden te maken. Met gebrek. Met mogelijkheden. Met ambities. Met noodzaak. Bijvoorbeeld omdat je een eigen bedrijf moét beginnen omdat ergens in het Westen is besloten dat het filiaal waar je voor werkt wordt opgedoekt. Wat in Emmen vanwege de aard van de bedrijven vaker voorkomt dan Assen, stad van kruideniers ,  ambtenaren en dienstverleners.

Verschillen hebben te maken met mensen die iets willen. Naar iets streven. Naar zelfstandigheid. Onafhankelijkheid. Vrijheid. Een meerdaags popfestival in het voorjaar. Een ijsbaan voor kinderen in de winter. Een nieuw voetbalstadion. Iets met oud ijzer, bouwmaterialen en chemie.

In de aankondiging van dit debat las ik de suggestie dat Drenthe meer zou kunnen hebben aan een door ondernemers gedreven bestuur. Ik weet niet of dat zo is.

Het klinkt mij als het fladderen van de uil van Minerva. Wie houdt dan de ziekenhuizen op de been? Wie geeft dan Het Pauperparadijs, Mammoet en Jumping Jack een kontje? Wie komt dan op voor de zwakken en de misselijken?

Een door ondernemers gedreven bestuur doet mij denken aan de Verenigde Staten. Aan handelsoorlogen. Volgens mij moet het systeem helemaal niet anders. Het moet beter.

Via mijn werk, ik schrijf over kunst en cultuur, heb ik veel te maken met mensen die dankzij het systeem iets kunnen proberen. Iets maken. Eindjes aan elkaar knopen. Ideeën ontwikkelen. Veranderingen te weeg brengen. Kunst waar nu nog geen publiek voor is, maar in de toekomst misschien wel.

Denk aan Vincent van Gogh. Die 150 jaar geleden in Nieuw-Amsterdam werd uitgelachen maar waar nu over de hele wereld miljoenen aan worden verdiend. Behalve in Nieuw-Amsterdam. Als Van Gogh nu had geleefd, was hij dankzij het systeem niet berooid aan zijn einde gekomen. Tenminste, als hij zich aan zijn sollicitatieplicht had gehouden.

Er gaat overigens in de asfaltindustrie veel meer subsidie rond dan in de kunst, maar dit terzijde.

Afgelopen week las ik in Voetbal International over hoe FC Emmen zich probeert te handhaven in de Eredivisie. In het blad wordt gesteld dat Emmen – ik vat het even samen – sinds mei 2018 met de borst vooruit loopt. Ik las: 'Van Nooitgedacht tot Stuifzand is geen Drent te vinden die niet trots is op FC Emmen. De provincie van rust, ruimte, hard werken en gewoon doen heeft er een attractie bij.'

Ik woon in Emmen. Ik merk niks van trots en de borst vooruit. Hooguit de buik vooruit. Nieuwe attractie? Ik heb nog geen thuiswedstrijd bijgewoond. Gewoon doen? Ik zou niet weten hoe het moest.

Wat ik wel meen te merken is dat er in Emmen iets gemeenschappelijks is gegroeid. Dat een voetbalclub die tot voor kort door een paar duizend man werd gevolgd nu door tienduizend en misschien wel meer mensen wordt gevolgd. Tot in Amsterdam, Rotterdam, Doetinchem en Breda aan toe.

Dat meer mensen dan voorheen hopen dat er gewonnen wordt. Maakt niet uit wat en van wie. Wat heel iets anders is dan achteloos de schouders ophalen. Dat meer mensen dan voorheen met een trainer of doelman meeleven omdat er een familielid is overleden. Dat de familie groter is dan ooit. Dat zie ik niet in Assen. Ook niet in Hoogeveen.

Als je wint heb je vrienden. Rijen dik. Echte vrienden. Dat zie ik nu in Emmen gebeuren.

In Voetbal International mijmert de voorzitter van FC Emmen over FC Emmen als landelijk marketinginstrument en uithangbord voor Drenthe. Hij zegt: 'In Assen zijn ze op Groningen georiënteerd, in Meppel op Overijssel. Emmen is echt Drenthe, hier regelen we de dingen zelf.’

Hier regelen we de dingen zelf. Even moest ik denken aan Zuid-Italië en Limburg. Maar bedoeld werd, mag ik hopen: Emmen als het goede voorbeeld.

Dat is nog eens wat anders dan de hand ophouden. Dat lijkt op ambitie. Dat heet zelfbewustzijn.

Ineens zie zelfs ik een nieuw voetbalstadion aan de Meerdijk verrijzen. Vlak naast het Bouke Arends Zwembad. Gebouwd door een plaatselijke projectontwikkelaar. Met lichtmasten als windmolens zo hoog dat ze door Hendrikus Velzing in Klazienaveen gezien worden.

Emmen regelt het zelf. Met een beetje hulp van Cees Bijl. Die als gedeputeerde tijd heeft om de raad van commissarissen van de FC voor te zitten. Drenthe is toch al af.

De dingen zelf regelen. Het hoort bij iets in gang zetten waar niet alleen de initiatiefnemer baat bij heeft. Niet alleen Assen of Emmen, maar heel Drenthe. Inclusief Beilen en Roswinkel.

Het hoort bij mooi zo door doen. Wat anderen ook zeggen. Samen met het door de bevolking gekozen bestuur en door de bevolking betaalde ambtenaren. Misschien wordt er iets mee gewonnen. Zo niet, dan is het in ieder geval geprobeerd.