Previous month:
maart 2018
Next month:
mei 2018

Een tuintje

Bij wijze van experiment, of misschien uit verveling, probeerde ik een klein stukje grond onder ons keukenraam te bewerken. Toen dit min of meer gelukt leek – wat in de grond zit, hoort in de grond –  begaf ik mij naar de plaatselijke  groenwinkel. Daar kocht ik twee plantjes Rheum Rhabarbarum, twee plantjes Cucumis Sativus, twee plantjes Apium Graveolens en een potje met iets waarvan de naam mij is ontschoten en dat ik derhalve wil aanduiden als 'onduidelijk struikje'.

Tuintje Week 18 2018 (2)
Toen alles was geplant, werden voor middernacht zware buien met kans op onweer voorspeld.


150-jarige Helmers jubileert met 'Het Varkensparadijs'

Ik ontving mail van Paul Abrahams, (eind)redacteur en vormgever Kanaalstreek en Ter Apeler Courant en daarnaast actief in het verenigingsleven van Gieten. Abrahams wilde theatergroep Helmers onder de aandacht brengen. Hij had daartoe een persbericht opgesteld over de nieuwste voorstelling van de groep (foto Saskia Jans), het 'bijzondere theaterproject' Het Varkensparadijs.

Het Varkensparadijs spelersgroep. Foto Saskia Jans
Ik las dat het stuk van 19 tot en met 23 september onder regie van van Yolly van Kan vijf keer bij molen in Gieten wordt opgevoerd als een docu-drama over de vroegere varkensslachterij Udema. "Een geromantiseerd verhaal over een voormalige belangrijke werkgever in de wijde omgeving van Gieten", aldus Abrahams, die daarmee ongewild de roman Familievlees van Martin Hendriksma in herinnering riep.

Citaat uit het persbericht: "De jubileumvoorstelling wordt op het terrein nabij molen de Hazewind voor het voetlicht gebracht. Er worden twee tribunes geplaatst met plek voor maximaal 250 theaterliefhebbers. Bezoekers hebben een keuze uit vijf soorten toegangskaarten. Zoals onder meer een Vroege vogel ticket, een Spekkoper ticket en een ticket voor een bijzonder Varkensarrangement."

Tot zover de ingezonden mededelingen. Voor kaartjes verwijs ik naar de website www.theatergroephelmers.nl.

Helmers blijkt dit jaar 150 jaar te bestaan en lijkt mij vernoemd naar Jan Frederik Helmers (1767 –1813). Deze in Amsterdam geboren dichter en zakenman werd begin negentiende eeuw bekend door De Hollandsche natie, een uiting van vaderlandsliefde toen ons vaderland nog door de Fransen werd bestuurd. Volgens Lotte Jensen, die een boek over hem schreef, is dit 'een van de meest nationalistische gedichten uit de Nederlandse literatuur'.

"Met veel gevoel voor retoriek betoogt Helmers dat geen ander volk een roemrijker verleden kent dan het Nederlandse. Michiel de Ruyter, Willem van Oranje, Abel Tasman, Joost van den Vondel en vele anderen leveren het bewijs dat Nederland grote helden heeft voortgebracht. Of het nu gaat om oorlogsvoering, zeevaart, wetenschap of kunst, op al deze terreinen hebben de Nederlanders uitgeblonken. Zij hebben dan ook alle reden om trots te zijn op hun vaderland, aldus Helmers: ‘Bemint uw vaderland, vereert uw voorgeslacht!’

Bij deze dan.

Met 150 jaar is Helmers een van de oudste rederijkersverenigingen van Drenthe, of althans een voortzetting daarvan. De oudste is Borger (1866) uit Borger, vernoemd naar de gelijknamige dichter. Daarna komt De bloem (1867) uit De Wijk, gevolgd door Helmers (1868) en dan Zweeloo (1893) uit Zweeloo. Verder heb je - voor zover ik weet - nog de De heidebloem uit Valthe, Ees uit Ees en Gewone Addertong uit Emmen, maar daar weet ik nu even geen oprichtingsjaren van.


Birth, school, work, death – The Godfathers

 

 

En nu samen:

'Been turned around till I'm upside down
Been all at sea until I've drowned

And I've felt torture, I've felt pain
Just like that film with Michael Caine

I've been abused and I've been confused
And I've kissed Margaret Thatcher's shoes

And I been high and I been low
And I don't know where to go

Birth, school, work, death
Birth, school, work, death

(Gitaarriffs)

And heroin was the love you gave
From the cradle to the grave

Boys and girls don't understand
The devil makes work for idle hands

I cut myself but I don't bleed
'Cause I don't get what I need

Doesn't matter what I say
Tomorrow's still another day

Birth, school, work, death
Birth, school, work, death

(Ad-libs en gitaarsolo)

Yeah I been high and I been low
And I don't know where to go

I'm living on the never never never
This time it's gonna be forever

I'll live and die don't ask me why
I want to go to paradise

And I don't need your sympathy
There's nothing in this world for me

Birth, school, work, death
Birth, school, work, death

(Riffs en solo)

Birth, school, work, death
Birth, school, work, death

(Ad libs)

Birth, school, work, death
Birth, school, work, death'

De Britse stoere jongensband The Godfathers treedt 9 juni op tijdens Retropop in Emmen. Of er nog kaarten zijn, weet ik niet. Wel is er een bijlage die verspreid is bij Dagblad van het Noorden. Ik ben vooral benieuwd hoe massaal de regels 'Doesn't matter what I say/ Tomorrow's still another day' worden meegezongen. En of When Am I Coming Down ook wordt gespeeld.


Leest 'Blokken' van Bordewijk en Hachmang

Voor een bespreking in Dagblad van het Noorden lees ik Blokken van Ferdinand Bordewijk uit 1931. Dat lezen doe ik niet voor het eerst. Ruim dertig jaar geleden deed ik dat ook al, toen als onderdeel van een Nijgh & Van Ditmar-uitgave met ook Knorrende beesten en Bint. Blokken was een beetje weggezakt moet ik bekennen, net als Knorrend beesten. Van Bint (openingszin: 'De Bree zijn denken was hoekig en nors.)' is meer blijven hangen.

Blokken Hachmang
De versie die ik nu lees is een verstripping door illustrator en grafisch ontwerper Viktor Hachmang. Het concept van de blokken keert in vrijwel al zijn illustraties terug en roept af en toe – uiteraard - ook het werk van De stijl en Mondriaan in herinnering. Er komt, om met Gerard Reve te spreken, geen normaal mens in voor. In plaats daarvan heeft Hachmang een soort hoekige Archie-types tot leven gewekt, mannen en vrouwen van staal.

Kijkend en lezend valt op hoe sterk de taal in Blokken is. Voor zijn beschrijving van zijn stadstaat gebruikt hij een bijzondere expressionistische poëzie: 'Het dikke vernis van de staat kon de oorspronkelijke kleuren niet doven.' En: 'De staatsdenkbeelden gistten in de ingewanden der naburen met klein gerommel van slecht verteerde spijsbrij, de staat was een standvastig gevaar voor het endocrien evenwicht der wereld.'


Over 'Dembrandt' van Marc van der Holst

Dembrandt  Marc van der HolstUitgeverij Atlas Contact stuurde een exemplaar van Dembrandt, een boekje van Marc van der Holst op zakformaat.

Volgens de flaptekst schrijft 'schrijver, muzikant, striptekenaar en cultheld Marc van der Holst (1973) kort proza in o.a. verhaal en dichtvorm'. "Zijn zeer korte verhalen, gedichten, recepten, readymades enz. verschijnen iedere dinsdag op de Dag in dag-uitpagina van de Volkskrant."

Daar heb ik ze wel eens zien staan. Maar nooit kwam ik ertoe ze ook te lezen. Een mens moet niet alles willen.

Bladerend in Dembrandt stuitte ik op een afdeling Drenthe. Zij, de afdeling, werd als volgt ingeleid: 'Niet ver van de kust van Overijssel ligt het eiland Drenthe (golven slaan melodramatisch tegen de rotsen). Je kunt hier niet pinnen (wolken drijven in fast forward over uitgestrekte akkers). Elke wegbewijzering ontbreekt (een buizerd vangt een veldmuis). Laat alle hoop varen, enz.'

Dat trok mijn aandacht, dat kon leuk worden.

Ik las Kleine naoorlogse geschiedenis van Drenthe, met onder meer de zin 'In 2010 poetste Ger van Elk een vloer op in het SMAHK (Stedelijk Museum Assen voor Hedendaagse Kunst).' Ik las Elvis in Drenthe en Gezicht op Drenthe. Ik las Loves comes to town, waarin liefde het op een comazuipen zet en zes uur later wakker wordt in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Ik las de gedichten Basho in Drenthe en Hitomaro in Drenthe met respectievelijk de regels 'IK MAOK JE HERSTIKKE DOOD' en de strofe 'Onder een hunebed/ gebouwd door reuzen/ slaap ik met mijn hoofd/ tussen de stenen'. Ik las de Kleine toeristengids voor Assen-Oost, het zkv Blues in Grolloo, het gedicht O Drenthe en tot slot de regels 'Vanaf het dek zie ik Drenthe aan de horizon verdwijnen. Vaarwel, Drentse stranden. Vaarwel Drentse bergen. Vaarwel Drentse vrouwen. Vaarwel (tranen)'.

Na dit alles staarde ik enige tijd uit het raam, besloot dat het welletjes was en ging weer aan het werk.


Aan tafel met Peter Middendorp (2)

Peter Middendorp
Vandaag in de cultuurbijlage van zowel Dagblad van het Noorden als de Leeuwarder Courant het al eerder aangekondigde interview met Peter Middendorp over Jij ben van mij, zijn nieuwe roman, al ging het ook over zijn vorige roman, Vertrouwd voordelig:

Op een van de eerste bladzijden in je roman staat Jij bent van mij is fictie. In je vorige roman, Vertrouwd voordelig, staat dat niet. Waarom zo nadrukkelijk?

"Omdat het verschil tussen waargebeurd en fictie door lezers soms als lastig wordt ervaren. Er lijkt een trend gaande die steeds meer waargebeurde literatuur oplevert. Zie jij nog wel eens een romanschrijver op televisie? Ik zie alleen schrijvers op televisie die autobiografisch schrijven. Als je geïnterviewd wordt, gaat het alleen maar over jou. Ik hoorde laatst een jonger iemand zeggen: ‘Mijn generatie heeft geen verbeelding meer. Mijn generatie schrijft letterlijk op wat is gebeurd.’ Een roman vergt iets van een lezer."

Het lijkt nu een waarschuwing.

"Het is ook omdat Vertrouwd voordelig mij een hoop gelazer heeft opgeleverd. Ik wil dat het nu voor iedereen duidelijk is. Vertrouwd voordelig is liefdewerk en gaat over een jongen die overal had kunnen opgroeien. Als je een beeld wilt neer zetten, heb je ook een tegenbeeld nodig, ook om tot een ontwikkeling te komen. In Vertrouwd voordelig wordt haat op haat gestapeld. Haat tegen een vader. Haat tegen de Blokker-winkel waarin de jongen opgroeit. Haat tegen Emmen en Drenthe. Aan het einde heb je een subtiele omwenteling: hij ontdekt een mogelijkheid om te ontsnappen, een liefde voor literatuur.

Mijn start was slecht met Vertrouwd voordelig, omdat in een interview met de Volkskrant het verschil wegviel tussen fictie en non-fictie. Dat is ook mijn fout geweest. Ik heb mij er door laten meeslepen. Ik voelde me een soort verloren zoon die door de voordeur werd binnengehaald, in de vestibule in elkaar werd geslagen en via de achterdeur weer naar buiten werd getrapt."

Volgens mij heb je dankzij de heisa rond Vertrouwd voordelig je naam kunnen vestigen. Ik heb lange tijd gedacht dat het interview in de Volkskrant ‘spin’ was, het bewust een bommetje gooien om iets voor elkaar te krijgen, zoals ze dat in de politiek doen. Ook omdat jij jarenlang voor De Pers columns hebt geschreven over dat soort spelletjes en technieken.

"Dacht je dat? Nah! Dit komt totaal onverwacht. Als mensen aan je motieven gaan twijfelen… Ach jongen, zo slim ben ik niet! Je geeft een interview en dan ontploft zoiets."

Er staat meer in de krant.


De toekomst van het Drents

Flip de KamIn de krant van vandaag, donderdag, veel aandacht voor de Drentse taal. Collega Leonie Sinnema, die onlangs een cursus Drents heeft gevolgd, wat voor haar pleit, sprak met Jan Germs van het Huus van de Taol over een enquête onder 1172 leden van het zogeheten Drents Panel.

Uit dit onderzoek blijkt, zo meldt de krant, dat het aantal Drents sprekenden niet afneemt en dat Drenten over het algemeen een stuk positiever over hun taal is dan tien jaar geleden. Vorige week stuurde Germs al een persbericht de wereld in met de belangrijkste bevindingen:

  • 94% van de inwoners van Drenthe verstaat het Drents gemakkelijk tot vrij aardig. Een enkeling kan het niet verstaan;
  • 59% spreekt het Drents goed tot vrij aardig;
  • Jongeren praten minder vaak Drents, maar 53% spreekt het wel;
  • 77% zou het jammer vinden als het Drents verdwijnt en vindt het een belangrijk onderdeel van onze cultuur;
  • 59% is trots op het Drents;
  • 42% vindt dat basisschoolkinderen Drentse les moeten krijgen;
  • 88% van de Drenten kent het Huus van de Taol.

In het verlengde van dit goede nieuws las ik de nieuwe uitgave van Zinnig, het door het Huus uitgegeven Drents tiedschrift. Ik las vooral het interview van DvhN-streektaalprijswinnaar Leny Hamminga met Flip de Kam. Deze gepensioneerde hoogleraar Economie van de publieke sector bestiert in Taarlo een restaurant, Van Tarel heet de uitspanning.

De Kam, die volgens Wikipedia in Sassenheim is geboren, vertelt met aanstekelijk plezier over zijn bezigheden en plannen. In het Drents, twee pagina's achtereen:

'Karel en ik wille graog lezingen organiseren. Interessante mèensken naor Taorl haolen. Nout Wellink bijveurbeeld en Edith Schipper. Zij hef een biezundere klus klaord deur de grui van de zörgoetgaoven te beteugeln. Ook wil wij een podium geven an goeie muzikanten. Hier achter het restaurant is een prachtige grote rietgedekte kapshuur. Meugelijk gao wij daor een biologische markt holden.'

Prachtig toch die toekomst. Dan te bedenken dat De Kam thuis, bij zijn vader en moeder in Coevorden, nooit geleerd heeft om Drents te spreken. Dat hij volgens zeer betrouwbare bron helemaal geen Drents spreken kan. Gelukkig kunnen ze het bij het Huus  als geen ander.  


Als dank voor het toegestuurde boek

'Cirkels rond de waterpomp' Jur MellemaMet belangstelling las ik op de opiniepagina in de Volkskrant een stuk waarin Taede A. Smedes recensenten oproept geen, wat hij noemt 'publishing on demand' (pod) boeken te bespreken. Daarna las ik ook de verschillende reacties op het stuk en de modderige nasleep.

Vervolgens besloot ik geen gehoor te geven aan de oproep.

Hoewel ik geen honderden boeken per jaar bespreek, word ik bestookt met boeken die via het pod-procédé zijn geproduceerd. Ook ik worstel met die uitgaven, vooral als ze zijn verschenen bij uitgeverijen die lijken te beknibbelen op begeleiding van schrijvers, eindredactie, correctie, druk- en bindkwaliteit en/of marketing.

Soms is het lastig te besluiten wat ik ermee aanmoet. Vaak doe ik er er uiteindelijk helemaal niets mee. Aan dit nietsdoen kunnen tijdrovende discussies vooraf gaan, per mail, per telefoon, aan de balie van ons kantoor aan de Lubeckweg. Dat hoort erbij. Het werk van een boekbespreker bestaat nu eenmaal ook uit nee-zeggen.

Gaandeweg, ik doe dit werk bijna twintig jaar, ben ik tot de conclusie gekomen dat het pod-procédé voor een krant geen criterium is om boeken te negeren. Want hoewel soms slecht en slordig geproduceerd, worden ze net zo vaak wél goed en verzorgd gemaakt. Daar kom je pas achter als die boeken worden toegestuurd, zodat ze kunnen worden beoordeeld.

Bij voorbaat mogelijkheden uitsluiten - dingen, onderwerpen, zaken, mensen - is volgens mij uit den boze. Journalistiek is keuzes maken. Net als recenseren. Iemand moet het doen. Wat niet wil zeggen dat het fijn is van alles ongevraagd toegestuurd te krijgen.

Schrijvers en uitgevers, pod of niet, die om aandacht voor hun waar vragen, kunnen van mij het volgende antwoord verwachten: 'Onze aandacht gaat in eerste instantie uit naar recent verschenen titels die een band hebben met het verspreidingsgebied van onze kranten, Drenthe, Friesland of Groningen. Dat kan er op neerkomen dat de auteur een band heeft met ons verspreidingsgebied, of dat het onderwerp betrekking heeft op Noord-Nederland.

Daarnaast gaat onze voorkeur uit naar titels uitgegeven door reguliere uitgevers. Dat is niet omdat boeken van niet-reguliere uitgevers kwalitatief beneden de maat zouden zijn, bij de amateurs lopen ook geweldige voetballers rond, dat is om een schifting aan te brengen in het enorme aanbod.

Jaarlijks verschijnen naar schatting 27.000 verschillende titels in Nederland. Die komen niet allemaal tot ons, gelukkig niet, toch moeten we scherp selecteren. Uiteraard staat het u vrij om uw boek aan ons aan te bieden. Weet daarbij wel: de krant is, anders dan het internet, niet van elastiek. En onze tijd is beperkt. Net als de uwe.'

Wordt dit niet begrepen, dan gebruik ik deze: 'Aandacht van de krant is als regen. Soms valt er veel, soms valt er niks. Soms komt het met bakken uit de lucht, dagen, weken achtereen. Daarna wordt het droog en heel misschien gaat het miezeren, of motregenen. Niemand heeft er grip op. Het komt ongevraagd, nooit zoals we willen.'

Dan nog zullen er schrijvers en uitgevers zijn die zich nergens iets aantrekken, soms uit onwetendheid, soms uit overtuiging van eigen importantie. Een brutaal mens heeft de halve wereld. Vorige week ontving ik een mail over het boek Cirkels rond de waterpomp van Jur Mellema. Het betrof een luxe uitgave met meer dan 80 kleurenfoto’s voor 15,95 euro, verschenen bij uitgeverij Heijink.

De mail ging gepaard met de volgende wervende tekst: 'De waterpomp: nostalgie, plaats van ontmoeting, cultureel erfgoed, monumentaal geschenk, kunstwerk of kitsch. De bron voor bluswater en volksgezondheid; fase tussen put en waterleiding. Volop stof tot bezinning en een gids voor een leuk dagje toeren.'

Misschien geen recensie, wellicht wel een verhaal. Als ik tijd over heb, zal ik Jur eens bellen.


Van wolven en mensen

En zo sta je ineens op een foto in je eigen krant omdat je de avond daarvoor in een schaapskooi te Balloo bruggetjes probeerde te slaan tussen mensen die zijn begaan met wolven en schapen. 

Eenmaal weer thuis mocht ik uitleggen of de wolf in Nederland mag blijven. Het antwoord op die vraag was makkelijk gegeven: ja, dat mag de wolf, want de wolf is een beschermd dier. Wat dat ook waard mag zijn in een land waar de natuur wordt doorsneden door A- en N-wegen.

Spoeddebat Balloo
Ik heb het door het invallende duister niet goed kunnen zien, maar op de vraag of iemand in de kooi wel eens een loslopende wolf in Nederland heeft gezien, stak van de naar schatting tweehonderd aanwezigen één hand persoon een hand op. Op de vraag wie van de aanwezigen in de kooi graag eens een keer in Nederland een wolf zou willen zien, stak bijna de helft een hand op.

Het ging tijdens het eerste Spoeddebat van Dagblad van het Noorden, daar heb ik het hier over, vooral over de vraag of boeren en buitenlui schade vergoed krijgen als de wolf zijn 'ding' gedaan heeft. Dat 'ding' is dan in het wild een hapje van het een of 't ander nemen. Wat meestal neerkomt op een stukje tam schaap, want die zijn te grazen te nemen. Voor de mogelijke schade zijn regelingen bedacht en in de maak.

Over de wolf zelf ging het veel minder. Wat logisch is, want over wolven hebben boeren, burgers noch buitenlui iets te vertellen. Die komt en gaat, oorspronkelijk uit Polen en sinds de val van de muur uit Duitsland steeds vaker deze kant op. Zaterdag werd bij Appelscha nog 'een op een wolf gelijkend dier' gesignaleerd. De door hem of haar veroorzaakte schade wordt op dit moment wetenschappelijk onderzocht, met DNA-sporen en al.

Wat bij mij, na de bijeenkomst in Balloo maandagavond, is blijven hangen, is een ietwat terloopse opmerking van Glenn Lelieveld van Wolven in Nederland: dat honden in Nederland vele malen meer schade veroorzaken dan de wolf. Als de veehouder geluk heeft, en de hondenbezitter zich schuldbewust meldt, wordt ook die schade geregeld. Zonder protocollen, zonder tussenkomst van de overheid en zonder Spoeddebat.