Het merk LINDA. en de Nederlandse samenleving
Nederlandse IJslandschappen

Brief aan Henk Folkerts

Geachte Henk Folkerts,

Bij het verwerken van de grote hoeveelheden papier die zich steeds weer in mijn woning verzamelen, viel mijn oog op jouw column in de EmmenNu van afgelopen donderdag. Kunst… stond er boven. In het stukje vertel je over jouw bezoek aan de afgelopen zondag beëindigde tentoonstelling Grensgebieden van kunstenaarsgroep de-Passage in het Centrum Beeldende Kunst aan de Ermerweg.

Henk Folkerts

'Na afloop voelde ik me behalve teleurgesteld nogal onzeker en erg dom,' schrijf je. Daarna leg je uit hoe dat volgens jou komt. Het zou te maken hebben met een begeleidend A4-tje vol elitair taalgebruik en kunst die je omschrijft als 'onduidelijk broddelwerk'. Ook schrijf je dat kunst moet 'prikkelen, uitdagen en je aan het denken moet zetten'. En: 'dat kunst je niet moet ergeren, maar wat bij je naar boven moet halen'.

Nu heb ook ik de Grensgebieden bezocht. Al zaten er een paar prima werken tussen, zoals Exodus van Sourdine Jarram, de Gebrande klok van Frank Halmans en zelfs de door jou verfoeide, want te hoog geprijsde witte konijnenslaapkamer van Lidy Jacobs, vond ik hem niet echt geslaagd. Dat zat niet in de afzonderlijke werken of de manier waarop die werken tentoon werden gesteld, die was keurig als altijd. Het zat in een gebrek aan lokale relevantie: waarom juist deze groep op dit tijdstip met dit werk naar Emmen gehaald?

Maar het gaat mij hier om jouw kijkervaring. Ik zou graag meer willen weten over de stelling dat kunst niet moet ergeren, maar iets naar boven moet halen. Jij suggereert dat zoiets niet is gebeurd in het CBK. Vreemd genoeg heeft het wel tot een narrige column geleid, eentje waarin 'prikkelen' gelijk wordt gesteld aan 'prettig', 'aangenaam' en 'gezellig', maar 'ergernis' uit den boze zou zijn. Noem het maar niets.

Halverwege je column schrijf je dit: 'Ik word bij deze zaken ongemakkelijk. Dan denk ik: Heb ik wat gemist?'

Dat zou zomaar kunnen.

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat Marcel Duchamp in New York een poging deed een gesigneerd urinoir geëxposeerd te krijgen. Hij deed dat onder meer om er achter te komen wat een kunstwerk tot kunst maakt. Is dat de kunstenaar, of is dat het voorwerp? Is het de ruimte waarin kunstwerken worden getoond, zoals een museum of een galerie, of het publiek, hoe klein ook?

De pot werd aanvankelijk geweigerd. Toch was de actie een belangrijk succes. Het liet een ontwikkeling zien: dat de gedachte bij en over een kunstwerk belangrijker kan zijn dan het kunstwerk zelf. Anders gezegd: dat aan een origineel concept in sommige gevallen meer artistieke waarde toegekend mag worden dan aan een knap gemaakt en op de werkelijkheid lijkend schilderij van, zeg, een blote vrouwenrug.

Het zal met het onderwijs te maken hebben dat slechts een kleine groep ('elite') van de daad van Duchamp op de hoogte is en daar ook begrip voor wil opbrengen. Anders kan ik niet verklaren waarom er anno 2017 met ergernis wordt gereageerd op kunst die iets anders wil voorstellen dan wat wij al eeuwen weten: hoe bijvoorbeeld een mistig heidelandschap er uit kan zien. Waarom bij grote groepen mensen begrippen als 'leuk' en 'mooi' zwaarder wegen dan 'interessant' en 'uitdagend'.

Afgelopen zaterdag publiceerde NRC/Handelsblad een interview met Thierry Baudet, voorman van de partij Forum voor Democratie. In het stuk wordt hij, Baudet, onder meer geconfronteerd met zijn uitspraak dat de architect Rem Koolhaas 'de grootste misdadiger tegen de menselijkheid' zou zijn. Baudet reageert daarop als volgt:

„Dat was natuurlijk met een dikke knipoog, een hyperbool. Koolhaas is gewoon een representant van een dominante tijdgeest waarin onze esthetiek is ontspoord. Ik denk dat iedereen die niet ideologisch gebrainwasht is, dat ziet. Wat wij nu aan moderne kunst en stedenbouw tot stand brengen, komt voort uit dezelfde mindset als ons migratie- en multiculturalismebeleid. Er is een knak gekomen in het grote beschavingsproject van het Westen; de destructie van de afgelopen honderd jaar. Maar ik sta in de traditie van de drieduizend jaar daarvoor. De tijd van Homerus tot James Joyce, van Odysseus tot Ulysses. Die wil ik behouden, beschermen.”

Van EmmenNu naar NRC/Handelsblad, het lijkt nogal een sprong. Ik maak hem bewust omdat ook Baudet iets heeft gemist. Maar anders dan bij jou, Henk, beperkt het zich bij Baudet niet meer tot ergernis. Hij verbindt er vergaande conclusies aan. Baudet heeft het idee omarmt dat we – 'als dit zo doorgaat' – de rand van het ravijn passeren. Met alle gevolgen van dien. Inmiddels denkt dat hij premier moet worden en 'het grote beschavingsproject van het Westen' moet redden.

Hoor mij, o Heer, help mij genadig/ Bekroon mij met Uw gunst gestadig.

Als Baudet het niet als hyperbool heeft bedoeld, houdt de ontwikkeling van de kunst met terugwerkende kracht op in 1922, het jaar waarin Ulysses is verschenen. Stel je eens voor wat er gebeurt als deze man het voor het zeggen krijgt in Nederland. Weg vooruitgang. Weg ontwikkeling. Weg mogelijkheid om grenzen ter discussie te stellen en, indien gewenst, te verleggen.

Dus: snel terug naar het Centrum Beeldende Kunst, paleis van de verbeelding in Emmen, de enige serieuze plek in Zuidoost-Drenthe waar professionele kunst wordt getoond die niet op de eerste én laatste plaats speciaal voor de vrije markt is bedoeld. Het goede van zo'n plek is dat je er niet (altijd) naar de mond wordt gepraat, maar dat er (in gunstige gevallen) iets tegen je wordt gezegd wat je nog niet eerder hebt gehoord.

Dat kan gepaard gaan met irritatie en agressie bij de kijker. Vraag is dan vervolgens waarom jou dat overkomt. Want zo werkt het: goede kunst roept vragen op. En goede kijkers worden beloond met gratis antwoorden. Tel je uit je winst.

Dan nog even over dat A4-tje. Ook ik heb het geprobeerd te lezen. Ook ik werd er niet wijzer van. Jammer en helaas. Het belooft vaak weinig goed als kunst het van de bijsluiter moet hebben. Aan de andere kant, en dat weet jij heel best: het is niet iedereen gegeven om helder te schrijven. En nu moet ik echt ophouden, want het oud papier moet nodig het huis uit. Morgen valt er weer een nieuwe EmmenNu in de bus.