Op komst: FestivalderAa 2017
Kunst kijken met Tom Claassen

Over ‘Een tuin in de winter’ van Anna Enquist

IMG_2049Ik lees Een tuin in de winter, waarin Anna Enquist voor de reeks Prive-domein haar herinneringen aan Gerrit Kouwenaar heeft opgeschreven. Het is een prachtig boekje, niet alleen omdat Enquist scherp en met veel inlevingsvermogen schrijft, maar vooral omdat ze op respectvolle wijze ‘iets’ duidelijk over de hermetische Kouwenaar (1923 - 2014), toch een van de grote oesters onder onze na-oorlogse dichters.

Zo komen we onder meer te weten dat het hem in toenemende mate veel moeite kostte om vriendschappen te belijden, waardoor hij egocentrisch leek, wat hij misschien ook wel was. Het stoorde hem bijvoorbeeld als mensen hem niet herkenden als de belangrijke dichter die hij volgens anderen was. Op zijn beurt kon hij, helemaal sinds de dood van zijn vrouw, moeilijk het voortouw nemen en uiting geven aan vriendschappelijke gevoelens.

Een tuin in de winter geeft behalve een liefdevol beeld van een op zichzelf gerichte man, ook een beeld van een wereldje waarin dichters, veelal vanuit Amsterdam, Nederland en Europa intrekken om voor te lezen en te eten en te drinken en weer te schrijven, voor een klein publiek en hoge achting door mensen zoals ik. Ze hebben huisjes in Frankrijk, krijgen beurzen en prijzen, staan op het podium van Poetry International en de Nacht van Poezie en doen verder weinig kwaad.

Wat ook goed aan dit boekje is (zou Wim Brands zeggen), is dat de poetica van Enquist anders is dan die van Kouwenaar. Ergens schrijft ze: “Hij zag zichzelf als constructeur en taal was het materiaal waarmee hij ‘dingen’ maakte. Ik wist daar nooit goed raad mee. Woorden zijn betekenisdragers, ze torsen associaties en connotaties met zich mee. Ze hebben met gevoelens te maken. Het idee van de constructie begreep ik wel en daarover spraken we ook graag, maar hoe hij over de bouwstenen dacht is mij nooit helder geworden.”

Deze uitgave lijkt vooral geschreven tegen het vergeten. Enquist merkt dat er steeds minder over haar vriend wordt geschreven en gesproken en wil daar iets tegen ondernemen, voor het te laat is: “Mijn herinneringen lijken wel net zo’n rommelige bende als Gerrits papieren. Alles loopt door elkaar logeerpartijen in Frankrijk zijn niet meer van elkaar te onderscheiden, alle oudejaarsvieringen worden een eenmalige dikke klont en zelfs de waterscheiding van de dood van onze geliefden biedt geen hulp.”