Woorden meegenomen uit het Drents Archief
Schieten op het Raadhuisplein en Atlastheater

Twee dagen na 'Carrousel' van het NNT

Carrousel Noord Nederlands Toneel
"Zag ik jou zaterdag in het Atlas-theater bij Carrousel van het Noord Nederlands Toneel?"

- Klopt, ja. Ik had in de krant goede dingen over de voorstelling gelezen en wilde met eigen ogen zien hoe die club verder gaat onder leiding van die nieuwe artistieke man, Guy Weizman. Vreemd dat ik jou niet gezien heb. Zo druk was het niet. Net geen zestig man in de zaal. Wel bijna twintig man op het toneel.

"Ik zat achteraan. Wat vond je ervan?"

- Ik weet niet. Ik wil niet meteen de schuld op anderen schuiven. Je hebt als kijker ook een eigen verantwoordelijkheid. Ik loop al twee dagen te peinzen en te piekeren waarom ik mij soms verveelde. Ik bedoel, het kan aan mij hebben gelegen dat ik het niet echt goed vond.

"Wij hebben ons kostelijk vermaakt. Het zag er prachtig uit. Vooral die lichtprojecties op dat hout van die opengesneden kom met dat draaiplateua ervoor, echt schitterend. Ik vond dat er zeer goed muziek werd gemaakt. Ik was ook erg onder de indruk van de prestaties van de acteurs. Wat moet dat voortdurende dansen zwaar voor die lui zijn geweest. Ik was blij dat ik mocht zitten."

- Zeg dat wel. Wat een slijtageslag. Ik betrapte mij er een paar keer op dat ik hoopte dat die dansers snel zouden afhaken, dat er iemand om zou vallen. Maar nee hoor, ze moesten eerst nog teksten uitspreken. Quasi-poezie en semi-filosofie, met grote gebaren uitgesmeerd door die winnaar van de Libris Literatuur-prijs, Bernard Dewulf. Het duurde maar en het duurde maar. En waar ging het over?

"Hoe bedoel je?"

Wat wilden die Dewulf en Weizman mij met deze dansmarathon duidelijk maken? Dat we allemaal verschillend zijn en om verschillende reden aan een ratrace meedoen? Prima. Het zal. Ik kon mij met niemand identificeren. Het trok aan mij voorbij. Existentieel werd het nergens – voor zover ik er iets van begreep. Ik zat erbij en ik keek ernaar en dacht aan het wegsijpelen van de tijd. Dat ik afloop applaudisseerde, was vooral uit waardering voor de inspanningen, niet uit bewondering. Ik geloof dat ik toch meer van de ontroering, dan van de uitputting ben. Meer van het dramatische en klassieke, dan van het moderne visuele theater.

"Heb je er toch iets van opgestoken."