Tweede editie Dichters in het Donker
Steenwijk

Over 'Zuidoost Drent' van Jaap Lamfers

In het zomernummer van het Drents letterkundig tiedschrift Roet worden schrijvers uitgenodigd het hoofd te breken over de Drentse identiteit. Hoewel ik niet zeker weet of ook ik mij tot 'de schrijvers' mag rekenen, heb ik besloten een bespreking te maken zoals ik ze vaker in Roet heb zien staan: geschreven vanuit het idee dat het een kleine gemeenschap is waarin we leven en we na lezing met elkaar verder moeten, al was het alleen maar vanwege naoberschap.

In dit geval gaat het niet om een van de vier boeken die jaarlijks wordt uitgegeven door Het Drentse Boek, tevens uitgever van Roet, maar een beschouwing over het lied Zuidoost Drent en de bijbehorende videoclip die singer-songwriter Jaap Lamfers samen met percussionist Peter Deiman, producer Jeff Zwart en een reeks gastmuzikanten heeft gemaakt ter gelegenheid van Emmen als culturele gemeente van Drenthe.

 

Over de Drentse identiteit gesproken: alleen al de naam van Lamfers is mooi. Volgens de Nederlandse Familienamenbank kwam Lamfers in 2007, recentere tellingen zijn er niet, 128 keer voor in Nederland. En dan niet alleen in Drenthe en de rest van het Noorden waaronder West-Friesland, maar ook op de Veluwe en de grote hoop die in Drenthe 'het Westen' wordt genoemd. Overal dus zo'n beetje, gemiddeld genomen.

In de clip zien we een vlotte man van een jaar of vijftig met goeie kop en een koffer op de nek een slordig onderhouden grasveld oplopen, sommigen zullen de voormalige savanne van de oude dierentuin in Emmen herkennen. De man opent zijn koffer, haalt er een gitaar uit en begint de snaren te beroeren. Daarbij kijkt hij stoïcijns in de camera, heft zijn kin omhoog en dan, onverwachts, als een flits, verschijnt het verlaten belastingkantoor van Emmen in beeld.

De stemming zit er meteen goed in.

Wat volgt zijn beelden die geschoten zijn op drie locaties: de voormalige savanne dus, het plein met het voormalige belastingkantoor en de Hoofdstraat van Emmen op het moment dat er een markt gaande is. We zien dat Jaap zingend een gratis broodje krijgt, een hap neemt en iets wegslikt. We zien de camera om hem heen draaien en krijgen gewone, zeg maar gerust alledaagse mensen op de gebruikelijke gevorderde leeftijd in beeld.

De regisseur, Thomas Nauw, heeft hier de houding weten te vangen die je vaker ziet in reportages over plekken die door stedenbouwkundigen en planologen als periferie worden aangeduid. Verbaasde om niet te zeggen verlegen blikken die de vraag 'Wat mot dat?' verraden. Een bijzonder soort ongemak. Alsof 'men' betrapt wordt bij het inladen van kilo's kaas, zakken vol droge worst, stroopwafels en een portie kibbeling met dubbel saus terwijl 'men' van een klein pensioentje moet rondkomen.

Jaap Lamfers
Dan gebeurt opnieuw iets verrassends. Jaap is even van de markt geraakt en loopt nu het terras van café De Brasserie op waar hij wordt herkend door een leeftijdgenoot. Ze geven elkaar een high-five, alsof ze beide net een beslissend punt hebben gescoord, waarmee wordt niet duidelijk. Mogelijk hebben ze de avond daarvoor bij Leo en Gerrit aan de bar een weddenschap afgesloten: als jij morgen zingend met een gitaar over het terras durft te lopen, krijg jij van mij later een biertje.

Het is gezellig in Emmen. En het wordt nog gezelliger.

In het tweede deel van de clip is de sfeer bijna uitbundig. Jaap loopt met zijn gitaar langs de marktkraam van de CD Hal uit Ruinen, slaat de aanbieding van goedkope wenskaarten in de wind, deel nog een high-five uit, negeert nog meer verbaasde blikken en laat zich steeds vaker filmen op het prijswinnende Raadhuisplein, met zicht op de ingang van het nieuwe theater en Wildlands Adventure Zoo Emmen.

Aldus worden oud en nieuw verbonden. We zien enerzijds het vergrijzende volk op de markt waar veel in beweging is, maar de tijd wonderbaarlijk stil lijkt te staan. We zien anderzijds het kunstwerk van Nick Ervinck en een groep schoolkinderen, zingend, bewegend met de handen in de lucht. De zingende Jaap en zijn gitaar vormen het middelpunt. Op het Raadhuisplein gooit de singer-songwriter de armen dramatisch in de hoogte. In het slotbeeld loopt hij weg, draait zich nog een keer om op de Savanne.

Hij zwaait. Naar ons. Mensen met een verbaasde blik.

Dan de tekst. Lamfers stelt zich met zijn eerste regels keurig voor, alsof hij een vreemdeling treft op een verjaarsfeest dat nog op gang moet komen: 'Ik weet niet of je mij ook kent/ Ik ben gewoon een Zuidoost Drent/ een Zuidoost Drent'. Daarna volgt uitleg over het decor waarin de vreemdeling is beland: 'Vroeger had je hier moeras/ men won hier turf en later gas'.

Vervolgens komt er iets wat op een verdediging lijkt, maar niets anders is dan reclame, uitleg en handleiding ineen: 'Voor ons is dit ons paradijs/ van jong tot oud van kleur tot grijs./ We hebben het hier voor elkaar/ met mensen van hier en daar/ Als je een Zuidoost Drent ontmoet/ dan hoor je moi als men je groet.'

Plus: 'Voor wie wat wil is hier niks mis/ omdat hier heel wat mogelijk is/ als Zuidoost Drent./ Het kostte heel wat jaren werk/ maar nu staan wij hier samen sterk./ Aan naoberschap zijn we gewend/ omdat een ieder elkaar kent./ Vandaar geluk is heel gewoon/ Ik ben zo blij dat ik hier woon.'

Tot slot stelt Jaap zich nog een keer voor, mogelijk dat de vreemdeling op de verjaarspartij doof is, vandaar wellicht ook de inzet van het kinderkoor en de toenemende bombast: 'Ik weet niet of je mij ook kent/ ik ben gewoon een Zuidoost Drent/ een Zuidoost Drent'. Om te besluiten met een herhaling van zetten die ook mag worden opgevat als ererondje: 'Het gaat hier steeds van mond tot mond/ wij leven hier op goede grond/ En daarom gaan wij ervoor/ Een zuidoost Drent gaat altijd door/ als Zuidoost Drent.'

Het knappe aan Zuidoost Drent is, volgens mij, dat hier twee dingen tegelijk worden bereikt. Jaap Lamfers vertolkt precies dat wat Zuidoost Drenten het liefst over zichzelf vertellen, zonder in details te treden, zonder poespas en dus zonder zichzelf te kijk te zetten. En de manier waarop hij dat doet – met tekst, beeld en geluid – sluit naadloos op het bestaande beeld dat die anderen reeds van Zuidoost-Drenten hebben.

Hiermee stuiten we op de diepere laag in dit nummer.

Lamfers lijkt zich er terdege van bewust dat er alleen in algemene termen over identiteit geschreven en gezongen kan worden. Deed hij dit niet, zou hij specifiek over inwoners van Klazienaveen, Diphoorn of Exloo zingen, dan zou hij andere inwoners van Zuidoost-Drenthe discrimineren, in positieve of negatieve zin. Of een karikatuur creëren, van zichzelf of van anderen, wat ook geen recht doet aan de werkelijkheid.

In plaats daarvan kiest hij met zijn Zuidoost Drent voor het benaderen van het midden, in de buurt van een zandgat of trilveen, ook wel bekend als het vervaarlijke verdwijnpunt. Dat is niet alleen knap gedaan, dat is, zoals de Britten graag zeggen, briljant gevonden.