Stilte voor de blues in Grolloo
Aan de redactie van Roet

Over 'Zes jaar vrijdagmiddag deel II' van Daniël Lohues

Zes Jaar Vrijdagmiddag
Ik heb beloofd iets te schrijven over Zes jaar vrijdagmiddag deel II, de nieuwe bundel met stukjes van Daniël Lohues. Maar wat?

Ik zou kunnen beginnen over de flaptekst, die geen flaptekst is, want het boek heeft een kaft van stof, waarop precies dezelfde woorden staan als op de achterkant van Zes jaar vrijdagmiddag deel I uit 2008:

'Daniël Lohues schrijft.
Vrijdagsmiddags enkel met woorden.
Het tegenovergestelde van instrumentaal.
Stukjes stilgezette tijd, noemt hij dat zelf.
Over waar hij vandaan komt en hoe hij de wereld ervaart.
Over hoe het verleden om het heden draait.
Over muziek.
Over dichtbij, ver weg, angst en hoop.
Elke vrijdagmiddag weer, hoe en waar dan ook.
De volgende dag staat het te lezen in Dagblad van het Noorden.
En nu in dit boek dat u in handen heeft.'

Het is een prima samenvatting, vind ik. Bijna afdoende. Al kan ik niet nalaten te melden dat in deel 1 in de laatste zin het woordje 'dat' nog 'wat' was.

Ik zou kunnen melden dat deel 2 een keer zo dik is. Dat Albert Rademaker wederom de illustratie op het voorplat heeft verzorgd. Wie goed kijkt, ziet dat ook bij Lohues de jaren tellen en de wangen hangen.

Ik zou kunnen melden dat Herman Finkers dit keer het voorwoord heeft geschreven. In deel 1 was dat Freek de Jonge. Finkers wijst in zijn beschouwing de nadruk op het schemerige van de stukjes, waarin het vreemde en eigene vaak te sprake komt. De Jonge had het vooral over columns, om Lohues vervolgens uit de hoek van columnisten te verwijderen met de vaststelling 'Hij is een dichter.'

In deel 2 staan twee gedichten, Verdriet en Onze man. In deel 1 stonden er ook twee. In deel 1 stond een stukje met de titel Knooin. Op Lohues laatste album, Aosem, staat een liedje dat zo heet. In deel 2 staat een stukje met de titel Slof. Op Aosem staat ook een liedje dat zo heet.

De stukjes van Lohues doen denken aan de praatjes die hij houdt bij zijn optredens. Ze zijn misschien wat langer. Hij heeft het over de natuur en over Drenthe, wat twee verschillende dingen zijn. Hij heeft het over reizen en thuiskomen, over de tegenstelling tussen stad en platteland, over muziek en mentaliteit. Hij heeft het over het geheel en de eeuwigheid. Over de relativiteit van de actualiteit.

De stukjes van Lohues bevatten altijd anekdotes die altijd anti-intellectualistisch en anti-materialistisch zijn. Je zou kunnen zeggen dat hij ze gebruikt om te laten zien dat hij zijn plek kent, dat hij wars is dikdoenerij en snakkerigheid en dat raffinement en primitiviteit heel goed samen kunnen gaan.

Los van dat alles vallen de stukjes van Lohues op door hun taal. Hij kan aldus beginnen: 'Woonde in Utrecht. Was 21 jaar. Vrijdagmiddag. Ik ging 22 worden dat weekend. Wilde graag naar huis, maar had het geld op.'

Dat laatste – 'had het geld op' – is een verdrentsing van het Nederlands, daar is Lohues heel goed in. Maar opvallende zit in het staccato. Waar Drents door sommige als dralend en zangerig wordt ervaren, is het Drents van Lohues opvallend vaak kortaf.

Wat te denken van het volgende:

'Het eerste wat ik vanmorgen hoorde was een vogeltje. Het klonk als lente. Ik ging eruit en keek naar buiten. Daar zag en hoorde ik meerdere vogeltjes. Het was laatst eventjes vriezerig en nu ietsje minder koud met zon. Die vogeltjes denken dat het lente is. Mooi spul, die diertjes. Ben dol op ze. Heb verder geen huisdieren of zo. Kippen gehad ooit. Maar die zijn stuk voor stuk verschalkt door de vos.'

Als ik zo'n alinea op de redactie zou inleveren, zou er vreemd worden opgekeken. Als Lohues het doet zijn er blij mee. Ik geloof, nee, ik weet dat hij er voor een belangrijk deel zijn populariteit aan ontleent. Zijn stukjes voor de krant worden zeer gewaardeerd, veel beter dan de mijne, al zijn er gelukkig geen harde bewijzen waar dat uit blijkt.

Alvorens iets anders te gaan doen, grasmaaien, nog even dit:

De waardering voor de stukjes van Lohues komt, denk ik, doordat ze (a) door iedereen vanaf twaalf jaar gelezen kunnen worden, (b) doordat ze over herkenbare zaken gaan, (c) die zaken in Noordoost-Nederland net even belangrijker gevonden worden dan voorbij de IJssel en (d) doordat ze een charmant-verlegen toon hebben. Vooral die toon maakt het verschil.

Dus.