Over ‘De aankomst’ van Shaun Tan
A.L. Snijders blikt vooruit op Nederland Leest

Springerig denken met Tsead Bruinja

Tsead Bruinja trekt door het land om aandacht te vragen voor zijn dichtbundel Binnenwereld buitenwijk. Donderdag was hij in Groningen. Vandaag, vrijdag, staat een verslag van zijn bezoek in Dagblad van het Noorden. Hieronder een iets langere, verbeterde versie. (Die moeten er soms ook zijn.)

De Martinistad is vertrouwde grond voor Bruinja (Rinsumageest, 1974). Na zijn middelbare school studeerde hij er Engels, slikte er drugs en stond aan de wieg van onder meer festival Dichters in de Prinsentuin. Hij leerde er in het Fries schrijven, vertelt hij aan presentator Rense Sinkgraven van het poëzieprogramma ‘Dichter van geluk’, in de bibliotheek van Groningen.

Tsead1
"Ik werkte bij festival Winterschrift in 1999. Vlak voor aanvang liep ik boekhandel Scholtens Wristers binnen. Daar hadden ze een mooie kast met Friestalige poëzie. Ik pakte een bundel van Albertina Soepboer, Gearslag. Ik las, maar kwam er niet in. Toen het festival was afgelopen, de stress voorbij, ging ik terug naar die kast en probeerde ik het opnieuw. Toen lukte het wel. Daarna heb ik mijn eerste Friese gedicht geschreven."

Het moment waarop hij zijn eerste gedicht schreef, weet hij ook nog. "In een bubbelbad in bungalowpark Huttenheugte bij Dalen. Ik was veertien en verliefd. Ik was toen altijd verliefd, soms op meerdere meisjes tegelijk. Ik wilde eigenlijk een liedje schrijven, in het Engels. High heeled lady walking down the street. I can’t help listening to the sound of her feet. Zo begon het."

Tsead Bruinja is een van de boegbeelden van de Nederlandse poëzie. Graag geziene gast op festivals, tot in Nicaragua aan toe. De ene keer met Nederlandstalig werk, de andere keer met Friese gedichten, vaak ook allebei. Zijn nieuwste bundel, Binnenwereld buitenwijk, is in het Nederlands.

"Er staan drie gedichten in die oorspronkelijk in het Fries geschreven zijn", vertelt hij. "Die Friese originelen zijn zijn net als de Nederlandstalige orginelen online te beluisteren. Ik heb in Soundcloud een playlist aangemaakt – mooie Engelse woorden allemaal. Een afspeellijst op een geluidwolk."

Bruinja bestrijkt met zijn taal de hele wereld. En ook: hij springt van binnen naar buiten. "Zo sta ik in de wereld. Ik denk springerig", reageert de dichter. "Ik kijk naar buiten en naar binnen. En probeer dat te rijmen. Ik probeer na te gaan waarom ik denk zoals ik denk. Ik probeer de wereld enigszins te bevatten en te begrijpen. Alles is materiaal."

Binnenwereld buitenwijk bevat een aantal opvallend geëngageerde gedichten. Is hij niet bang dat zijn poëzie door engagement snel dateert? "Het is prima om snel gedateerd te zijn", zegt Bruinja. "Als deze bundel volgend jaar gedateerd is, schrijf ik gewoon een nieuwe. Waarom zou je gedichten schrijven voor de eeuwigheid? Dan ben ik er toch niet meer. Ik communiceer liever met mensen die nu leven."

Het gesprek komt op intuïtief schrijven. "Een gedicht moet er in principe in een uur staan. Dan kan ik nog wel iets doen, maar niet te veel. Een eerste gedicht is bij mij een muzikale eenheid, er zit een muzikale boog in, het is in een bepaalde toonsoort en een bepaald ritme geschreven. Ik probeer gedichten in één adem te schrijven."

Dan wil iemand weten wie hem zoal beïnvloedt. De nieuwe dichters, zoals Maarten van der Graaff en Frank Keizer misschien? Bruinja staat overal voor open. "Ik ben een totaal beïnvloedbaar mens. Ik ben niet de Robert Paul van de poëzie, maar ik hoor mij soms dingen zeggen in de stijl van die-en-die. Ik ben een na-aper, een imitator. Daar schaam ik mij niet voor. Ik wil gewoon alles iedere keer net iets beter doen."