Holland Dada in Drachten: subliem allergaartje
Rip it Up - Orange Juice

Over 'Zelfportret in brieven' van Willem Wilmink

Voor een bespreking in Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant lees ik Zelfportret in brieven van Willem Wilmink (1936 – 2003). Het boek verschijnt volgens een persbericht van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar op 1 mei. Na de biografische schets van Eslbeth Etty te hebben overgeslagen, uit vrees dat zij de pret zal bederven, ben ik nu op bladzijde 236. Wilmink heeft net met de brede zwier van Vondels dichtwerk een brief geschreven aan Harry Bannink.

Wilmink
Ik ben al jaren geïnteresseerd in werk en leven van Wilmink. Op welk moment die interesse is ontstaan, kan ik niet goed achterhalen. Het moet met zijn teksten voor De Stratenmaker-Op-Zee-Show en J.J. de Bom (voorheen De Kindervriend) te maken hebben, want in de ouderlijke woning hadden wij in den beginne slechts drie boeken: de bundel Prietpraat met mopjes uit Libelle, Alle kroegverhalen van Carmiggelt en Capriolen van Bomans.

Diezelfde Bomans wordt in 1962 in een brief aan Emmy Fischer door Wilmink de les gelezen omdat hij, Bomans dus, geschreven zou hebben dat Hans Christian Andersen altijd een kind was gebleven. ,,Jammer", schrijft Wilmink. ,,maar als kinderen iets niet kunnen, dan is het voor of over kinderen schrijven – daarvoor moet je afstand nemen, en kinderen kunnen niet uit het huisje van kun ziel kruipen, zoals wij."

Dertig bladzijden verder schrijft Wilmink over de commotie rond het huwelijk tussen Beatrix en Claus. Zeer zinnige dingen brengt hij te berde, vooral tegen het zwart-wit-denken: ,,Wie over de Tweede Wereldoorlog wil spreken hoort daarbij de nadruk te leggen op het feit dat gewone, fatsoenlijke mensen langzamerhand af konden glijden, misleid als ze waren door ene uiterst systematische propaganda."

Fijn zijn ook de opmerkingen over het onderwijs. Wilmink was geen groot docent, vooral organisatorisch liet hij steken vallen. Daar stond tegenover dat hij veel mensen heeft geïnspireerd. ,,Waarom wordt van ons organisatorisch vermogen vereist terwijl we op zoveel andere gebieden van het onderwijs dan de organisatie van zeer veel nut zouden kunnen zijn. Waarom moet je als schoolmeester als akela optreden?"

Zelfportret in brieven betreft een keuze uit zijn correspondentie, gemaakt door zijn weduwe Wobke en uitgever in ruste Vic van de Reijt, ter voorbereiding op een biografie door Elsbeth Etty. Over de privébesognes van Wilmink ben ik tot dusver weinig meer te weten gekomen dan in het teleurstellende boek Hier is prins zonneschijn staat. Waarom zijn eerste huwelijk stukliep, ik weet het niet. Dat hij aan de drank raakte, lees ik tussen de regels. Dat hij in een midlifecrisis belandde, verneem ik uit de voetnoten.

En toch verveel het geen moment. Dat komt - onder meer - door zijn onzekerheid over zijn academisch niveau en zijn hekel aan snobisme. Maar ook dankzij een prachtige brief waarin hij Peter van Gestel vertelt over de overeenkomsten tussen textielarbeiders van J.J. Cremer uit Leiden en de Drentse veenarbeiders die later naar Enschede zijn getrokken waar 'het water uit de muur kwam'. En uiteraard zijn grote bewondering voor Hendrik de Vries.

Zo. En nu weer snel verder. Met, alweer, een brief aan Leendert Witvliet.