Previous month:
maart 2014
Next month:
mei 2014

D, of hoe een muzikant een lezer leert kijken

D Daniel Lohues
Tijdens een interview over zijn nieuwe album D werd Daniël Lohues gevraagd of die D naar zijn voornaam verwijst. Dat mochten we zelf invullen, luidde het antwoord van de bebaarde bard uit Erica. En tijdens een ander interview vertelde Lohues dat het hoesontwerp van D is gebaseerd op een tegeltje dat hij had ontdekt in het Drents Museum.

Woensdag bracht ik een bezoek aan het museum in Assen. Ineens, na het nuttigen van twee kroketten en een cappuccino in café Krul, viel het oog op de tegelwand van de oude ingang. Nooit eerder gezien. Zo zie je maar hoe een mens met de ogen in de zak kan lopen. En hoe een muzikant een lezer kan leren kijken. In het museum staat de D dus voor Drenthe.


Over 'Zelfportret in brieven' van Willem Wilmink

Voor een bespreking in Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant lees ik Zelfportret in brieven van Willem Wilmink (1936 – 2003). Het boek verschijnt volgens een persbericht van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar op 1 mei. Na de biografische schets van Eslbeth Etty te hebben overgeslagen, uit vrees dat zij de pret zal bederven, ben ik nu op bladzijde 236. Wilmink heeft net met de brede zwier van Vondels dichtwerk een brief geschreven aan Harry Bannink.

Wilmink
Ik ben al jaren geïnteresseerd in werk en leven van Wilmink. Op welk moment die interesse is ontstaan, kan ik niet goed achterhalen. Het moet met zijn teksten voor De Stratenmaker-Op-Zee-Show en J.J. de Bom (voorheen De Kindervriend) te maken hebben, want in de ouderlijke woning hadden wij in den beginne slechts drie boeken: de bundel Prietpraat met mopjes uit Libelle, Alle kroegverhalen van Carmiggelt en Capriolen van Bomans.

Diezelfde Bomans wordt in 1962 in een brief aan Emmy Fischer door Wilmink de les gelezen omdat hij, Bomans dus, geschreven zou hebben dat Hans Christian Andersen altijd een kind was gebleven. ,,Jammer", schrijft Wilmink. ,,maar als kinderen iets niet kunnen, dan is het voor of over kinderen schrijven – daarvoor moet je afstand nemen, en kinderen kunnen niet uit het huisje van kun ziel kruipen, zoals wij."

Dertig bladzijden verder schrijft Wilmink over de commotie rond het huwelijk tussen Beatrix en Claus. Zeer zinnige dingen brengt hij te berde, vooral tegen het zwart-wit-denken: ,,Wie over de Tweede Wereldoorlog wil spreken hoort daarbij de nadruk te leggen op het feit dat gewone, fatsoenlijke mensen langzamerhand af konden glijden, misleid als ze waren door ene uiterst systematische propaganda."

Fijn zijn ook de opmerkingen over het onderwijs. Wilmink was geen groot docent, vooral organisatorisch liet hij steken vallen. Daar stond tegenover dat hij veel mensen heeft geïnspireerd. ,,Waarom wordt van ons organisatorisch vermogen vereist terwijl we op zoveel andere gebieden van het onderwijs dan de organisatie van zeer veel nut zouden kunnen zijn. Waarom moet je als schoolmeester als akela optreden?"

Zelfportret in brieven betreft een keuze uit zijn correspondentie, gemaakt door zijn weduwe Wobke en uitgever in ruste Vic van de Reijt, ter voorbereiding op een biografie door Elsbeth Etty. Over de privébesognes van Wilmink ben ik tot dusver weinig meer te weten gekomen dan in het teleurstellende boek Hier is prins zonneschijn staat. Waarom zijn eerste huwelijk stukliep, ik weet het niet. Dat hij aan de drank raakte, lees ik tussen de regels. Dat hij in een midlifecrisis belandde, verneem ik uit de voetnoten.

En toch verveel het geen moment. Dat komt - onder meer - door zijn onzekerheid over zijn academisch niveau en zijn hekel aan snobisme. Maar ook dankzij een prachtige brief waarin hij Peter van Gestel vertelt over de overeenkomsten tussen textielarbeiders van J.J. Cremer uit Leiden en de Drentse veenarbeiders die later naar Enschede zijn getrokken waar 'het water uit de muur kwam'. En uiteraard zijn grote bewondering voor Hendrik de Vries.

Zo. En nu weer snel verder. Met, alweer, een brief aan Leendert Witvliet.


Holland Dada in Drachten: subliem allergaartje

K. Schippers Holland DaDa 1974Zondag een bezoek gebracht aan de Holland Dada-expositie in  Drachten. Het verslag staat vandaag, maandag, in zowel Dagblad van het Noorden als de Leeuwarder Courant. Het was mijn eerste bezoek aan Museum Dr8888, en dat viel zeker niet tegen. Het museum, gevestigd in een oude school, is een verademing vergeleken met de omringende wanhoopsarchitectuur in het Hoogeveen van Friesland.

De tentoonstelling vloeit voort uit een gift van K.Schippers. Die schonk vorig jaar aan het museum het archief dat hij aanlegde voor zijn monumentale boek Holland Dada uit 1974. Foto's van foto's, knipsels, reproducties, brieven, uitgaven vormen de basis voor een tentoonstelling waarin Drachten met Groningen, Weimar, Zürich, Berlijn en Parijs wordt verbonden.

Naast de werken uit het Holland Dada-archief worden ook bruiklenen uit particuliere collectie en stukken uit de collectie van museum Dr8888 zelf getoond. Oneerbiedig gezegd is het een een subliem allergaartje, maar wel van het interessante soort.

Aan vrijwel alle aan Dada gelieerde (Nederlandse) kunstenaars wordt aandacht besteed, op uiteenlopende wijze. Dus ook aan Otto van Rees, Paul Citroen, Kurt Schwitters, Theo van Doesburg, H.N. Werkman en uiteraard de gebroeders Evert en Thijs Rinsema, zonder wie dit alles in Drachten nooit te zien zou zijn geweest.


Kandidaten gezocht: Amateurkunstprijs Emmen 2014

Cultuurweb EmmenCultuurweb Emmen is op zoek naar amateurkunstenaars of -verenigingen die het afgelopen jaar in Emmen op een bijzondere wijze nieuwe doelgroepen hebben bereikt of een bijzondere samenwerking zijn aangegaan. Kandidaten kunnen tot 1 mei onder vermelding van contactgegevens met een korte motivatie worden voordragen via info@cultuurwebemmen.nl.

De Amateurkunstprijs 2014 omvat 1500 euro, een geldbedrag dat moet worden geïnvesteerd in een project of de vereniging. Vorig jaar ging de prijs naar Kunstrijk Emmen, een werkgroep van de stichting Grote Kerk Cultuur Emmen. De nieuwe winnaar wordt 24 mei bekendgemaakt.


Groninger kerkverhalen volgens Sytse van der Zee

,,Tijdens zijn rondreis door het Groninger wierdenlandschap ontmoette Liudger de blinde zanger Bernlef. Deze was erg geliefd onder de bevolking en had een prachtige stem, maar zong heidense liederen. Toen Liudger met hem sprak over bekering zei Bernlef: ,,Als die God van jou echt zo machtig is, toon mij een teken." Liudger legde vervolgens zijn handen op de ogen van Bernlef en sprak een gebed uit.

Toen hij zijn handen verwijderde merkte Bernlef tot zijn grote verbazing dat hij kon zien. Hij knielde aan Liudgers voeten en vroeg hem hoe hij hem kon bedanken. Liudger verlangde geen giften, maar vroeg hem mee te reizen als levende bewijs van de macht van God. Bernlef stemde hiermee in en reisde mee om het geloof te verkondigen. Aldus slaagde Liudger er in de bevolking tot het Christendom te bekeren en vele kerken te stichten."

Liudger En Bernlef
Veel van die kerken in het Groninger landschap lopen leeg, dat weten we. Maar leegstand hoeft niet automatisch tot verval te leiden. De Stichting Oude Groninger Kerken (SOGK) houdt al 45 jaar kerkgebouwen en hun omgeving in stand, van orgel tot graf. Door onderhoud, door nieuw gebruik en vooral door de erfenis van Liudger en Bernlef op steeds weer een andere manier onder de aandacht te brengen.

Voor het negende lustrum vroeg de stichting Sytse van der Zee (Deventer, 1955) elf illustraties te maken bij elf verhalen over de kerkgeschiedenis van Groningen, waaronder het verhaal van de bekering van Bernlef. De illustraties zijn samen met de verhalen in Pictura te zien op de tentoonstelling Van waterspuwer tot hondenslager, op groot formaat in de bovenzaal. In de benedenzalen wordt getoond op welke wijze de stichting het erfgoed de afgelopen heeft belicht.

,,We wilden een combinatie van modern en traditie”, vertelt Van der Zee tijdens een rondleiding over de gedachten achter zijn illustraties. ,,We hebben er voor gekozen op A4-formaat tekeningen te maken op papier, die tekeningen in de computer te bewerken en vervolgens op groot formaat te reproduceren. We hebben het natuurlijk vooraf getest, maar het is altijd weer bijzonder als zoiets goed uitpakt.”

Het is niet voor het eerst dat Van der Zee een opdracht voor de SOGK vervulde. Begin jaren negentig maakte hij al een prent bij de uitgave De droeve moeder van Aduard van Remco Ekkers, bedoeld om donateurs te werven. Met diezelfde Remco Ekkers werkte hij samen voor De Blauw Geruite Kiel, de legendarische kinderkrant van Vrij Nederland. ,,Daar is het voor mij min of meer begonnen”, zegt Van der Zee.

,,Ik heb mijn tekeningen gemaakt op meetpapier", vertelt Van der Zee. ,,Het zorgde voor structuur om op te tekenen, maar het zorgde ook voor kleur. Ik heb een partijtje op de kop getikt toen boekhandel Edzes in Groningen ermee ophield. Afgelopen zomer ben ik bergen op het meetpapier gaan tekenen, toen werd duidelijk welke bijzondere visuele effecten dit papier kon opleveren.”

Onderbroken door andere werkzaamheden, is Van der Zee ruim een jaar met de tentoonstelling bezig geweest. ,,Mijn opdracht was het werk van de stichting toegankelijk te maken. Om tot een goede illustratie te komen, moet je lezen en begrijpen, zodat je de boodschap in een zin kunt samenvatten. En dan begint het fantaseren. Je zou bijna een contemplatieve bezigheid noemen.”

Prenten en catalogus

De tentoonstelling Van waterspuwer tot hondenslager met tekeningen van Sytse van der Zee is tot en met 18/5 te zien in Pictura in Groningen. Open wo t/m zo 13.00 -17.00 uur. De gelijknamige catalogus is verschenen als keerboek met daarin, naast verhalen en tekeningen, beschrijvingen van elf culturele projecten van de Stichting Oude Groninger Kerken. Prijs 15 euro. De elf illustraties van Van der Zee zijn los te bestellen voor 25 euro per stuk. Zie ook www.philipelchers.nl


Uit de lucht, terug op aarde, in de tuin

De afgelopen dagen was Woest & Ledig tijdelijk uit de lucht. Ongewenst en ongevraagd. Oorzaak was een computerstoring ergens in de Verenigde Staten bij het bedrijf dat via raadselachtig beveiligde computerverbindeingen software levert om onze berichten en foto's op de juiste wijze via internet gepubliceerd te krijgen in Drenthe en daarbuiten. Ergens was er een verbindig verbroken.

De Amerikanen spraken van een reeks DdoS-aanvallen, gepleegd door vijandige computers van buitenaf, waarbij niet duidelijk werd gemaakt welk doel achter deze attacks schuil hingen. Computerbedrijven in de VS schijnen steeds vaker last te hebben van vijandige aanvallen, wat iets zegt over het wereldbeeld aldaar. Amerikanen kunnen niet zonder angst en dus ook niet zonder aanvallen.

Uit de Lucht
De ongevraagde rust leidde hier tot de mogelijkheid naar iets anders te kijken dan naar een beeldscherm. Wat ook wel eens aardig is. Zo ontdekte ik, tussen de vallende bloesem en de opwaaiende pollen, in de voortuin dat onze rode boom momenteel op zijn roodst is. En dat ik nu wel ongewenst veel weet van technology companies suffering distributed denial-of-service attacks, maar de naam van onze rode boom schuldig moet blijven.


Maaike Meijer schrijft biografie F. Harmsen van Beek

Maaike Meijer gaat de biografie schrijven van de dichter en illustrator F. Harmsen van Beek uit Garnwerd, ook wel bekend als Fritzi. Dat heeft uitgeverij De Bezige Bij mede namens de erfgenamen van Harmsen van Beek bekendgemaakt. De publicatie staat gepland voor eind 2017, vooruitlopend verschijnt in 2015 een schrijversprentenboek. Eerder schreef Meijer, hoogleraar in Maastricht, de biografie van M. Vasalis.

Volgens Meijer daagde Harmsen van Beek de grenzen van het instituut kunst voortdurend uit. ,,Ze bewoog zich met een consequente recalcitrantie dwars door hoge en populaire cultuur, slechtte niet alleen de grenzen tussen spreektaal en poëzie, tussen het verhevene en het platte, tussen mens en dier, kind en volwassene, maar ook die tussen kunst en ambacht, tussen kunst en dagelijks leven.”

Fritzie Harmsen van Beek wordt tot de grootste dichters van Nederland gerekend. Ze oogste bewondering van collega's als A. Roland Holst, Remco Campert, J. Bernlef en Hugo Claus. Ze leefde teruggetrokken in Garnwerd en overleed in 2009 in Groningen. Twee jaar geleden verscheen haar verzameld werk, In goed en kwaad. Over haar tijd in ‘t Gooi werd eerder een boek geschreven door Annejet van der Zijl, Jagtlust.


De Drentse Portret Federatie (DPF) opgericht

Drenthe is een kunstenaarsgenootschap rijker: De Drentse Portret Federatie (DPF). Het betreft een samenwerking tussen Drentse kunstschilders en Drentse schrijvers. Dat is zondag bekendgemaakt tijdens de finale van beeldend kunstconcours Het Portret van Drenthe in galerie Wildevuur in Hooghalen.

Commissaris van de koning Jacques Tichelaar onthulde daar drie portretten gemaakt door Adriana Mast, Eke Krabben en Anneke Verstegen. Initiatiefnemers van de DPF zijn Peter Hiemstra van kenniscentrum K&C uit Assen en kunstschilder Gerard van de Weerd uit Hoogeveen. Meer dinsdag in Dagblad van het Noorden.


Over 'Onverzamelde gedichten' van Chr. J. van Geel

Van Geel OnverzameldHet grote drama in het leven van de dichter en beeldend kunstenaar Chr. J. van Geel – voor zover wij weten – was een brand die zijn woning verwoestte. Heel zijn levenswerk teruggebracht tot as en snippers. Van Geel (1917 – 1974) probeerde daarna de draad weer op te pakken, maar het beste was voorbij – twee jaar later was hij dood.

Een stichting houdt de herinnering aan Van Geel levend, met een stijlvolle website in wording en (her)uitgaven. Onverzamelde gedichten is de jongste vrucht van de goede werken, een stevige bundel met gedichten die Van Geel nog wilde publiceren. Ooit. Wat onder meer opvalt is de lengte van z'n gedichten; Van Geel hield steeds meer van het kleine.

Veel van wat hij schreef, verwijst naar een bescheiden en overzichtelijk leven, met uitzicht op een tuin en af en een wandeling bij maanlicht, verder weg van het woelen en het rumoer. Een beetje mijmeren en een beetje denken, en weemoedig zijn over de vergeefsheid van het bestaan: ,,Wie leeft is met niets bezig,/ je hoopt op wat nooit komt/ om niet te zien dat er niets is.’’

Boek Onverzamelde gedichten Auteur Chr. J. van Geel Uitgever Van Oorschot