Previous month:
februari 2014
Next month:
april 2014

Mijn boekenplank met Gogol in de cloud

Ter voorbereiding op een artikel over ontwikkelingen die het digitaal lezen van literatuur mogelijk maken, probeerde ik een ebook te 'lenen' bij de openbare bibliotheek. Hoewel het gemak de mens dient, gaat dat niet vanzelf. Om te beginnen moest er worden ingelogd met een pasnummer en het bijbehorende wachtwoord. Daarna moest er een webaccount gemaakt, met een e-mailadres en een alweer wachtwoord, plus naam, adres, postcode en geboortedatum.

Toen ging er iets mis:

Foto

Na opnieuw proberen volgde er uiteindelijk een mailbericht met een link naar een pagina waarop het aanbod aan ebooks werd gepresenteerd opdat een titel kon worden gekozen. Dat aanbod was groot, zo mogen we gerust zeggen, in de afdeling literatuur leken de boeken ingevoegd op uitgever, zonder alfabetische rangorde. Een zoekfunctie voor ebooks was niet te vinden. Wel een algehele zoekfunctie, de Aquabrowser die mij al menigmaal gek heeft gekregen. Terugkeren naar het ebook-aanbod leverde het volgende op: ,,Deze activatielink is niet (meer) geldig, gebruiker is al eerder geactiveerd."

In de herkansing, na opnieuw aanmelden, lukte het om Dagboek van een gek van Gogol te kiezen, een uitgave van uitgeverij Astoria/De Vrije Uitgevers uit Leiden. Daarop volgde een scherm 'Algemene voorwaarden Online lezen', eenmaal deze poort gepasseerd, 'even geduld a.u.b', verscheen Dagboek van en gek dan eindelijk op het scherm, in een vertaling van Else Bukovska. Dat wil zeggen: we bevonden ons vermoedelijk in de cloud van eboekhuis.nl. Tot 26 maart mogen we lezen, lazen we daar.

Dagboek van een gek
Na het lezen op het scherm, kon worden uitgelogd. Het gelezen boek werd als vanzelf opgeslagen op Mijn boekenplank. Waar het de volgende keer, na inloggen, open geslagen op de laatst gelezen pagina kan worden aangetroffen. Ik ben inmiddels op bladzijde 6.

Je kunt ook streamen, naar het schijnt.

Ik woon op vijf minuten van de bibliotheek.


Over 'De laatste ontsnapping'' van Jan van Mersbergen

De laatste ontsnapping Auteur Jan van MersbergenJan van Mersbergen is een van de meest interessante Nederlandse schrijvers van de 21ste eeuw. Dat had Dagblad van het Noorden, mijn krant, in 2007 ook al kunnen roepen, maar dat jaar vergaten we zijn roman Morgen zijn we in Pamplona te bespreken. De tweede gelegenheid deed zich voor in 2011, na de verschijning van Naar de overkant van de nacht, ook toen schoot het er bij in. Daarom nu, met terugwerkende kracht.

In De laatste ontsnapping vertelt Van Mersbergen over twee vaders die met hun zoons een korte vakantie aan de Franse zuidkust doorbrengen. Ze zonnen wat, ze drinken wat en er is een soort feestavond, waar een van de vaders, Ivan, een optreden verzorgt. De volgende dag zijn Ivan en zijn zoon een dagje weg. Net op tijd voor de terugreis keren ze terug.

Aldus samengevat hebben we te maken met een verhaal waarin weinig tot niets gebeurt. Tel daar bij op dat Van Mersbergen (Gorinchem, 1971), net als in zijn vorige boeken, er een sobere schrijfstijl op nahoudt en een laag verteltempo hanteert. Kortom, 'De laatste ontsnapping' biedt niet het geweld en spektakel dat een schrijver hoog in de Bestseller 60 doet belanden.

Toch is de zevende roman van deze schrijver een subliem boek met zinderende momenten. Op de eerste plaats omdat Van Mersbergen waarachtige personages heeft gecreëerd, mannen zonder opsmuk die in zichzelf zijn gekeerd en misschien daardoor over 'n sterk ontwikkeld gevoelsleven beschikken. Op de tweede plaats omdat de afwezigheid van afleiding én het trage tempo de lezer voortstuwt, als kruiend ijs, tot de dooi intreedt.

En op de derde plaats omdat een kleine wereld wordt opgeroepen waarin grote dingen gebeuren, bezien vanuit het perspectief van kleine mensen. Niks geen heldendaden, maar vluchtgedrag om te kunnen overleven en vervolgens wroeging die plaats maakt voor een onontkoombare verantwoordelijkheid. Net als in de carnavalsroman 'Naar de overkant van de nacht' draait het om compassie, overgave en verlossing.

De laatste ontsnapping heeft zeer veel te bieden, op uiteenlopende niveaus. De sleutelzinnen staan op bladzijde 151, als Van Mersbergen een barman twee regeltjes van een 'stenciltje' laat voorlezen: ,,Nu kijken we nog in een wazige spiegel/ maar straks staan we oog in oog.'' Het verzwegen vervolg geven we gratis weg: ,,Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.''

Wat een fijn boek weer.

Boek De laatste ontsnapping Auteur Jan van Mersbergen Uitgever Cossee Prijs 18,90 euro (224 blz.)


Stuiters, bonken, spoekies, kattenogen en pinkies

Bij het leegruimen van het ouderlijk huis kwamen uit het stof allerlei voorwerpen tevoorschijn. Veelal vergeten spul uit vroeger tijden. Zoals een schoen van papier die ik begin jaren zeventig heb gemaakt als Sinterklaas-surprise. Niet geheel geslaagd, denk ik nu, nauwelijks handiger dan toen, maar toch van zekere kwaliteit. Anders zou die surprise al lang zijn vergaan of als waardeloos zijn weggegooid.

Knikkers
De vraag waarom iemand, in dit geval mijn moeder, zoiets al die jaren heeft bewaard is hier niet aan de orde. Iedere familie heeft geheimen. Trouwens, waarom zou je iets weggooien waar je ooit waarde aan hechtte: hetzij uit vertedering, hetzij door verwondering en ondersteuning van de herinnering? Wat is er tegen bewaren als je over ruimte beschikt? Waarom überhaupt iets weggooien?

Een van de laatste zaken die na 51 jaar bewoning uit huis werd gedragen, was een doos met spullen waarvan mijn moeder beweerde dat ze mij toebehoren. Er bleken vooral kinderboeken in te zitten, waarvan ik mij niet kon herinneren ze ooit te hebben gelezen. En elpees waarvan ik zeker weet dat ze nimmer mijn eigendom zijn geweest: Cor Steijn, John Woodhouse, Op losse groeven 7, Fischer Chöre, Mini-party bij Carmen, Da Capo Roberto van Roberto Delgado.

Tussen de 'rommel' ontdekte ik twee knikkerzakken, goed geconserveerd – bewaren is een kunst. Ook die zakken zijn nooit mijn eigendom geweest. Dat weet ik, omdat een van de zakken is gemaakt van een broek die ik in de zesde klas van de lagere school met ernstig veel plezier droeg: bruine corduroy, dikke ribbels, diepe zakken. Ik poseer in de broek op de klassenfoto in mijn laatste jaar van de inmiddels gesloopte lagere school.

De knikkers zijn wel mijn eigendom. Dat weet ik omdat ik ze destijds apart heb gehouden, een paar dagen voor de 'grote zomervakantie'. Het waren de mooiste exemplaren die ik in klas vijf en zes bijeen had gespeeld. Van alle soorten een paar: kleiknikkers, stuiters, minies, bammen, bommen en bonken, minispoekies, reuzenspoekies, kattenogen, pinkies – alles had een naam.

Het bestaan van het knikkerspel ontdekte ik toen de kolossale Hein-Jan Mooren wijdbeens midden op het schoolplein was gaan zitten. Luid roepend: wie niet waagt, die niet wint. Op tien, twintig centimeter van zijn kruis had hij een grote stuiter gelegd waar wij, vanaf een afstand van twintig tegels, met kleinere stuiters op mochten mikken. Wie de stuiter raakte, mocht 'm hebben. De gemiste knikkers waren voor Hein-Jan. Jaren later zou hij de houthandel van zijn vader tot indrukwekkende bloei brengen.

De dag na deze ontdekking verloor ik al mijn meegebrachte knikkers. De dag daarop boekte ik met een handvol geleend spul een dusdanig succes dat ik mijn lening kon aflossen én een klein kapitaal kon opbouwen. Ik raakte bedreven in het spel, voor het eerst en het laatst, en verzamelende tijdens speelkwartier en na schooltijd zoveel knikkers dat ik mij aan het begin van de zesde klas 'knikkerkampioen' waande. Aan het einde van het jaar zat de Omo waspoederton tot de bovenste rand vol.

Op de allerlaatste schooldag nam ik de ton mee naar het schoolplein en strooide alle knikkers uit over de grijze tegels, als een dramatisch gebaar voor de nieuwe generatie knikkeraars. Uitgezonderd dus de selectie die mij moeder al die jaren keurig heeft bewaard, in nadien genaaide kinkkerzakken, op zolder achter 'het gordijn'. En die nu door mij bewaard zal worden, precies zoals ik het van haar heb geleerd.