Previous month:
februari 2014
Next month:
april 2014

Papier passé? Literatuur op het scherm

ILiadAchteraf weet je pas hoe goed het was. In 2008 werd in Nederland een recordaantal boeken verkocht: 50 miljoen exemplaren. Uitgevers verdrongen elkaar bij het uitbrengen van meer nieuwe titels. Gouden tijden. 2008 was ook het jaar waarin het aan Philips gelieerd technologiebedrijf iRex de iLiad lanceerde, een leestablet met elektronische inkt, het begin van het nieuwe lezen. Het apparaat flopte.

Sindsdien gaat het bergafwaarts met Nederland Leesland. De verkoop van boeken daalde naar 41 miljoen exemplaren in 2013. Uitgevers fuseerden en haalden de stofkam door hun fondsen. Het aantal nieuwe titels werd van 21.000 teruggebracht tot 17.000 per jaar, 300 bibliotheken werden gesloten. Boekhandelsketen Polare, goed voor twintig winkels waarvan sommige met een geschiedenis tot in de negentiende eeuw, ging failliet.

IpadEr zijn altijd kansen, zeggen ondernemers. En in de boekenbranche liggen de kansen bij het lezen op het scherm. De iLiad mag dan zijn geflopt, z'n opvolgers hebben voet aan de grond gekregen, de iPad van Apple voorop. Volgens marktonderzoeker GfK hebben zeven miljoen Nederlanders een tablet en 8,5 miljoen een smartphone. In 2011 waren in Nederland 327.000 e-boeken betaald binnengehaald. Vorig jaar waren dat er 1,3 miljoen, de illegaal verspreide exemplaren niet meegerekend.

We lezen nog steeds in Nederland. Misschien wel meer dan ooit, maar dan vooral op de aanraakschermen van tablets en telefoons. En boeken kopen doen we ook nog steeds, in toenemende mate via internet. Uitgevers zoeken naarstig manieren om deze groeimarkt te bedienen. Bijvoorbeeld door van papieren boeken via internet ook een elektronische versie uit te brengen, al gebeurt dat nog niet bij alle titels.

Kleine Uil is een van de uitgeverijen die werk maakt van het lezen op het scherm. ,,Vooralsnog zijn het experimenten die ons geen geld mogen kosten”, nuanceren uitgever Peter ten Hoor en redacteur Coen Peppelenbos. ,,Niemand weet welke kant het precies opgaat. Wat we wel weten is dat het digitaal lezen eerder zal toe- dan afnemen. Digitaal groeit jaarlijks een procent. Het gaat niet zo knetterhard als iedereen beweert, maar over tien jaar is het tien procent. En tien procent is enorm.''

Erik NieuwenhuisBij de experimenten (,,We moeten het leuk vinden.”) beperkt Kleine Uil zich niet tot de inmiddels reguliere e-boeken. Peppelenbos toont op zijn iPad een op naam gesteld exemplaar van Erik Nieuwenhuis' columnbundel ‘Huis van bewaring'. Strikt persoonlijk en daarmee lastig op grote schaal illegaal te verkopen. Ten Hoor vertelt over het e-boek van de dichtbundel ‘Vallende mannen', waarbij de dichter zelf de gedichten voorleest. ,,De karaoke-versie”, typeert Peppelenbos.

In 2010 begon Kleine Uil een internetversie van literair tijdschrift Tzum, naast de papieren uitgave. Ten Hoor: ,,Om de communicatie met de lezer te vergroten.” Sinds 2012 verschijnt Tzum alleen nog digitaal. En dan niet vier keer per jaar betaald, maar dagelijks en gratis, dankzij advertenties en boekenverkoop via Bol.com. Peppelenbos: ,,Onlangs zijn we een Tzum-reeks gestart, papieren boeken met teksten die eerst op de site zijn gepubliceerd.''

Andersom gebeurt ook. Sinds een aantal weken publiceert Kleine Uil het grotesk-komisch heldengedicht ‘De Jobsiade' uit 1874 als online-feuilleton op Tzum. Met instemming van vertaler Ard Posthuma. ,,We brachten dit boek in 2007 uit, maar het werd destijds nauwelijks opgemerkt”, treuren Ten Hoor en Peppelenbos. ,,Het omzetten van de oorspronkelijke versie naar een e-boek is vrijwel geen moeite. Op deze manier is het weer beschikbaar. Je hoeft als kleine uitgever niet meer te wachten tot een boekhandelaar in Amsterdam besluit iets in zijn kast te zetten.”

Het digitaal ontsluiten van literair erfgoed is niet nieuw. In 1999 richtte de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) op, een website met vele honderden literaire teksten, van ‘Souterliedekens' van Willem van Zuylen van Nyevelt uit 1540 tot en met ‘Veldheer' van Bart F.M. Droog uit 2013. Ook de ‘Max Havelaar' van Multatuli – negende druk uit 1900 – kan via de DBNL als e-boek worden gelezen. Gratis.

Bij de DBNL gaat het om rechtenvrije teksten. Bij de ‘gewone' bibliotheek kunnen sinds januari ook meer courante e-boeken worden geleend. De openbare digitale catalogus telt op dit moment 5000 titels, volgens de bibliotheek een kwart van de in Nederland beschikbare e-boeken. Niet alle uitgevers stellen hun e-boeken aan de bibliotheek beschikbaar. En ook moet gezegd dat het lenen via de bibliotheek met veel rompslomp gepaard gaat. Gemak dient de mens, maar niet altijd.

EbookDe terughoudendheid van uitgevers heeft te maken met de lancering van een betaalde streamingdienst voor e-boeken, in de geest van Spotify en Netflix. Vorige maand kondigden de concerns Lannoo en WPG – onder meer De Bezige Bij, De Arbeiderspers, Querido, Athenaeum-Polak & Van Gennep – dat nog dit jaar in Nederland en Vlaanderen volop online digitaal gelezen kan worden. Tegen een nog onbekend bedrag per maand. Een bibliotheekabonnement inclusief e-boeken kost slechts 60 euro per jaar.

De prijs van een e-boek wordt als oorzaak genoemd dat lezen op het scherm in Nederland achterblijft bij de Verenigde Staten. Volgens schrijvers – die hun gewerkte uren niet kunnen doorberekenen – is die prijs te laag. Volgens economen – die de Engelstalige boekenmarkt als maatgevend zien – is de prijs te hoog. Een doorbraak wordt verwacht als webwinkel Amazon.com zich, mogelijk dit jaar, in Nederland vestigt en marktleider Bol.com met serieuze concurrentie te maken krijgt.

Een e-boek hoeft niet per definitie duur te zijn, het gehanteerde btw-tarief en het redactiewerk maakt veel verschil. Uitgeverij De Bezige Bij lanceerde vorig jaar de zogeheten Vleugels-reeks, korte verhalen als e-boek. Vooralsnog gaat het om vijftig titels per jaar, zowel klassiekers als verhalen van jonge schrijvers. Voor nog geen 3 euro is een originele, digitale Peter Buwalda of Maartje Wortel te koop.

Moord op de Boekverkoopster Frank Westerman
Uitgeverij Fosfor brengt ‘longreads' uit: veelzijdig leesvoer, langer dan een tijdschriftartikel, korter dan een boek. Vanuit het idee dat de moderne lezer wil weten wat hem te wachten staat, geeft Fosfor vooraf een inschatting van de uiteindelijke leestijd: om en nabij een uur. Dat is exclusief het gebruik van extra mogelijkheden, want behalve woorden biedt de ‘longread' ook foto's, plattegronden, achtergrondinformatie, een luisterboek. Zelfs bewegend beeld is mogelijk.

In de jongste Fosfor-uitgave – leestijd tachtig minuten – vertelt Frank Westerman over de dood van Marian Heij uit Wageningen, op basis van boeken uit haar collectie. Hoe Heij de boekhandel van haar ouders na lezing van ‘De eeuwige bron' van Ayn Rand tot grote bloei wist te brengen, zich in de armen van ‘Nasreddine de woestijnprins' stortte en vervolgens zelfhulpboeken begon te lezen.

De woestijnprins zou Heij hebben omgebracht, in mei dient het hoger beroep in deze Wageningse gifmoord. Heij had haar winkel voor heel veel geld verkocht. Dat was in 2008, de goede tijd, net voor de introductie van de iLiad. De titel van de nieuwe Westerman is niet minder ironisch: ‘De dood van een de boekverkoopster'. Zijn ‘longread' is alleen via internet verkrijgbaar. Voor 2,99 euro.

,,Het papieren boek zal blijven bestaan'', voorspellen ze bij uitgeverij Kleine Uil. Uitgever Ten Hoor: ,,Sinds vorig jaar geven wij geen papieren catalogi meer uit voor de boekhandel, maar zijn de aanbiedingen van ons fonds digitaal. Dat scheelt geld.” Redacteur Peppelenbos: ,,2013 was een heel goed jaar voor onze uitgeverij. We verkochten meer dan ooit, vooral dankzij het fotoboek ‘Groeten uit Groningen', een uitgave die niet als e-boek is verschenen.”

De komende jaren zal het digitaal lezen een vlucht nemen. ,,Dat kun je zien als een probleem. Maar je kunt ook proberen het hoofd te bieden aan de nieuwe omstandigheden”, formuleert Ten Hoor. ,,Je moet alles bijhouden, je moet overal actief zijn'', zegt Peppelenbos. ,,Dat is even wennen, maar het is ook een verrijking. Terug naar een centraal geleid communistisch systeem met slechts één merk hagelslag, dat wil niemand.”


Over ‘Jonge dichters van het Noorden' van Renée Luth

Stichting Beeldlijn is gespecialiseerd in documentaires over het culturele, sociale en politieke leven in Noord-Nederland. Dat levert vaak films over het literaire leven. Voor ‘Jonge dichters van het Noorden' volgde Renée Luth enige tijd de Groninger dichters Pauline Sparreboom (1989) en Joost Oomen (1990). Voor beiden is poëzie een kunstvorm die niet alleen op papier maar ook op het podium tot zijn recht moet komen.

DocuJoostOomen
Waar Oomen een dichter van de expressieve soort is, is Sparreboom meer ingetogen. Luth brengt dat als debuterend documentairemaker in beeld met interviews, opnamen van optredens en filmde de dichters in hun natuurlijke habitat. Zo zien we Sparreboom dolend door het Noorderplantsoen in de regen, en in de trein bedachtzaam pratend over het ontstaan van haar dichterschap en inspiratiebron Nietzsche. Ook maakte Luth aandoenlijke beelden van een presentatie waar Sparreboom haar debuutbundel voor haar oma signeert.

Oomen zien we in zijn kleine kamerwoning, waar hij over Lucebert vertelt. Op straat laat Luth hem met een lege koffer sjouwen. In het wild krijgt ze hem zo gek met een berenklauw te worstelen; je bent jong en je moet wat. Oomen is sowieso de grote blikvanger, niet in de laatste plaats omdat een dichter in zijn beleving als een livebandje is: onstuimig, opwindend en meeslepend.  Het is goed dat diens optredens voor het nageslacht zijn vastgelegd. Zodat Luth uiteindelijk slaagt in haar opzet: de introductie van een fris geluid uit het Arcadia der Poëten dat Groningen nog altijd is.

Film Jonge Dichters van het Noorden Regie Renée Luth Producent Stichting Beeldlijn


Erik Harteveld over de terugkeer van Groot Hunzeland

‘Groot Hunzeland!' van stichting Peerd keert terug. Drie jaar na de zegentocht door Drenthe, Groningen en Overijssel staat het theaterstuk drie dagen achtereen in het Grand Theatre. Erik Harteveld, schrijver en geestelijk leidsman, vertelt.

Groot Hunzeland

‘Groot Hunzeland!', dat ging toch over de vorming van een groot landsdeel in Noordoost-Nederland?

,,Zo ongeveer. Het is een informatie-avond met zang, dans, muziek en heilmuziek waarbij bezoekers worden meegenomen in het gedachtengoed van de beweging Groot Hunzeland. Het is geschikt voor iedereen die vindt dat de liefde voor de eigen regionale cultuur nooit verloren mag gaan.”

Waren jullie er nog niet klaar mee?

,,We hebben het destijds 25 keer gespeeld. De jongens – Albert Secuur, Jan Krol en Arthur Geesing – hadden er wel weer zin in. Vraag was of we de rekwisieten konden terugvinden. Gelukkig had iemand van stichting Peerd de turnpakjes, de vaandels en de vleespakketten keurig in een container opgeborgen.”

Waarom nu?

,,Het Grand Theatre heeft ons met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen om een reprise gevraagd. Vanwege de gaswinning en de aardbevingen is het erg actueel. ‘Groot Hunzeland!' is een stuk tegen het Westen. Anti-westen, anti-kapitalisme, anti-globalisme. Tegen de ijdeltuiterij van types als minister Ronald Plasterk die het idee van de vorming van een noordelijk landsdeel nota bene bij ons vandaan heeft. Weg met al die Louis Vuitton-tassen! Wij redden ons zelf wel. Wij weten zelf wel wat goed voor ons is. (...) Ik voel het vuur weer helemaal terugkeren.”

Krijgen we eenzelfde voorstelling als de vorige keer?

,,Destijds stonden we in dorpshuizen en zaaltjes, nu staan we op het toneel. Dat vraagt enige aanpassing, bijvoorbeeld als we het publiek erbij betrekken. Vergeleken met drie jaar geleden is de ook snelheid anders, flitsender. Verder is de samenstelling van dansgroep Walhalla gewijzigd. We schakelen een paar andere dames in voor de gloriedans, heilgymnastiek en twirling. En Bartje (Jan Krol, red.) draagt dit keer een lofzang op de veenarbeider voor. Hij moest bijna huilen toen hij hoorde dat het een nog langer gedicht is dan de vorige keer.”

Kaarten

‘Groot Hunzeland!' van stichting Peerd wordt 17, 18 en 19 maart gespeeld in het Grand Theatre in Groningen. Regie Annechien de Vocht. Aanvang 20.30 uur. Kaarten 7 tot 15 euro.


Over 'De streep' van Natascha Stenvert

De StreepIllustrator Natascha Stenvert uit Zeijen kennen we van de Kolletje-reeks en van haar prentenboeken met astronaut André Kuipers. Maar ze is ook solo-actief. ‘De streep' is na ‘Bramenjam' (2010) en ‘De (nep)beesten van Basje Berenklauw' (2012) het derde boek dat ze geheel naar eigen inzicht vervaardigde. In 23 woordloze prenten vertelt ze hier het verhaal van een oude, nagenoeg bladloze boom.

Hoewel de boom door vogels en eekhoorns druk wordt gebruikt als nest, wordt er door een man in een ruitjesblouse een streep op de stam gezet. De kijker weet dan genoeg: het einde is nabij. In de omgeving van de boom duiken steeds meer mensen op, ze ontwikkelen bouwactiviteiten, ze willen recreëren. Terwijl de seizoenen wisselen, neemt de spanning toe.

Zoals het hoort in goede boeken, loopt het ook in ‘De streep' anders dan verwacht. Minstens zo verrassend is dat Stenvert opnieuw een stap zet. Haar collagetechniek heeft in dit boek meer eenheid dan voorheen, haar prenten zijn rustiger, terwijl er meer contrasten in het kleurgebruik zitten. En nog steeds valt er heel veel te zien en te ontdekken. Voor laaggeletterden én alle andere mensen die liever vertellen dan (voor)lezen.

Boek De streep Auteur Natascha Stenvert Uitgever The House Of Books


Gesprek in Meppel

Meppel mag zich culturele gemeente van Drenthe noemen, en doet dat ook. Voor de rubriek 'Drentsigheden' reisde ik naar de poort van de provincie om te horen hoe de gewone Meppeler man op het Kerkplein de zegeningen ondergaat.

Tegenslag1Wat staat u daar sip? Last van tegenslag?

"Nee, nee. Ik concentreer mij op wat komen gaat. Normaal sta ik hier in alle rust, hooguit urineert een kroegloper mij over de schoenen. Maar 29 maart ziet het hier misschien zwart van de mensen. Dan is 'De Meppeler toren spreekt', een hoorspel waarbij de gebouwen in de stad verhalen vertellen.”

Ziet u daar tegenop?

"Ik kijk er naar uit. Het wordt het hoogtepunt van Meppel als culturele gemeente van Drenthe. En dat mag ook. Sinds wethouder Myriam Jansen in de plataan probeerde te klimmen, heb ik hier geen hoogtepunt meer gezien.”

Hoe bedoelt u?

"Begrijp mij goed, ik wil niemand voor het hoofd stoten. Maar ik had mij lekker laten maken met verhalen uit Aa en Hunze, de vorige culturele gemeente van Drenthe. Daar had je FestivalDerAa, de Drentse Bluesopera, Walkyre, de opening van het Cuby Museum. Allemaal bijzondere, nieuwe evenementen waar nu nog over wordt gesproken. In Drenthe en daarbuiten. En wat hebben wij?''

Zeg het maar.

"Oude wijn in nieuwe zakken. De officiële opening werd opgeslokt door het traditionele Grachtenfestival. Daarna kregen we Zomerzinnen, dat reist al járen door Drenthe. In september was weer er Live in Meppel, dit keer met Bløf en Asman. Aansluitend klein bier: een onthulling van een plaquette, iets met schoolkinderen, de vermagering van Bert Roodhof, een picknick, singer-songwriters bij Wybrich Kaastra, Ton Henzen die zijn haar laat groeien, exposities in De Secretarie. Allemaal prachtig, ik dank de vele vrijwilligers. Maar ik hoopte nieuwe gezichten in Meppel te zien. Vers, bruisend volk van buiten.''

Meppel weet zich anders goed bezig te houden.

"Voor Meppel werd uitgeroepen tot culturele gemeente gebeurde hier ook al vanalles. Maar er werd bezuinigd, en flink. Het provinciegeld voor de culturele gemeente moest gebruikt worden om de brokken te lijmen. Er is gekozen voor de leuze 'Meppel maakt het', maar niemand buiten Meppel merkt het. Samenwerken? Samen repareren. We schieten hier de facto niets mee op.''

De facto?

"Dat is latijn. Het feit dat ik mijn dagen op een plein slijt, wil niet zeggen dat wij hier in Meppel van de straat zijn. Dat is nu net het verschil met de rest van Drenthe. Maar nu wil ik dat u weggaat. U verpest mijn humeur met uw vragen. Geef mij de ‘Meppeler Courant' maar. Ik wil mij verheugen. Naar oud Meppeler gebruik gaat dat het beste door een hand in de zak te steken en even de kop te laten hangen. Heel even. Daarna kan de neus weer in de wind richting Zwolle.''


Dichters op portret bij Joost Bataille

Joost BatailleDe Amsterdamse fotograaf Joost Bataille had er even genoeg van om in opdracht te werken. Hij bedacht een project waarbij hij, naar eigen artistiek inzicht, (stads) dichters begon te fotograferen. Hij zocht ze op, in Nederland en Vlaanderen. Legde ze in hun werkomgeving vast in zwart-wit. Vroeg ze een gedicht te schrijven over het maken van de foto. En stelde een fraai boekwerk samen, Ik voel me verf.

Het was Sylvia Hubers uit Haarlem die hem op het spoor zette, vertelt Bataille. "Na een fotosesssie schreef ze een gedicht met de regel ‘Een fotograaf wou in mijn bovenkamer kijken’. Waarna ik mij begon af te vragen hoe het voor een ander is om gefotografeerd te worden. Soms laat je als fotograaf dingen zien waar iemand helemaal niet blij mee is. Moet je dat dan niet laten zien? Hoe ga je daar mee om?"

Dichters zijn als geen ander in staat ervaringen te verwoorden, bedacht Bataille. "Via het Poëziecentrum in Gent kreeg ik een lijst in handen met stadsdichters uit Nederland en Vlaanderen, nog in dienst of reeds afgetreden. En een stadsdichter weet hoe hij op verzoek een gedicht moet schrijven. Ik begon hun werk te lezen en als het werk me aansprak, maakte een afspraak."

Zestig dichters selecteerde hij uit de lijst. "Niet iedereen wilde. F. Starik was net afgezwaaid als stadsdichter in Amsterdam en had geen zin in weer een opdracht. Zijn opvolger, Menno Wigman, wilde wel. Hij bleek heel ervaren, wist precies met welke blik hij het best kon worden vastgelegd. Uiteindelijk heb ik er vijftig geinterviewd en gefotografeerd."

Eelke van Es Joost Bataille
Hoewel Bataille enige regionale spreiding nastreefde, zijn de dichters uit ‘Groningen’ flink vertegenwoordigd in Ik voel me verf. Oud stadsdichter Rense Sinkgraven leverde een bijdrage, net als huidig stadsdichter Joost Oomen. Eelke van Es, voormalig gemeentedichter van Emmen, liet zich fotograferen in Nieuw-Amsterdam (foto). Egbert Hovenkamp II poseerde in Assen. Lammert Voos staat er in, net als Daniël Dee en Bart F.M. Droog. "Bart Droog is zo’n beetje de uitvinder van het stadsdichterschap, daar wilde ik niet omheen."

Naast een onderzoek hoe het is om gefotografeerd te worden, is het stadsdichtersproject ook onderzoek naar wat een goede portretfoto behelst. "Op die vraag heb ik geen helder antwoord gekregen. Misschien bestaat er geen sluitend antwoord. Wat ik wel weet, en dat is helaas een cliché, is dat het een ontmoeting is. Soms duurt-ie een halve dag, soms weet je na vijf minuten dat het nooit zal klikken."

Het boek Ik voel me verf van Joost Bataille is verkrijgbaar via www.zuurkoolmetworst.nl


Maak het rijke Holland tot een wingewest

Kerncentrale
Afgelopen week werd Daniël Lohues geïnterviewd door NRC/Next en dus ook NRC/Handelsblad. Aanleiding was het verschijnen van diens nieuwe album D en de daaraan gekoppelde tournee langs de theaters. Voor wie Lohues een beetje op de voet volgt stond er weinig nieuws in. Toch is een aantal uitspraken van de bebaarde bard uit Erica goed voor een tweede leven. We citeren RTV Noord:

"Daniël Lohues heeft een interview in de NRC over zijn album D aangegrepen om te wijzen op de gaswinning in het noorden. Ook de Veenkoloniën waren volgens hem vroeger een wingewest. 'In Amsterdam zou men zich eens af moeten vragen waar hun grachtenpanden van betaald zijn', zegt hij.

Volgens Daniël Lohues is het 'een Hollandse traditie om uit een bepaald gebied geld te genereren en dat in Holland te investeren. De Veenkoloniën in het noorden, de mijnen in Limburg, dat waren net zo goed wingewesten als Indonesië en Suriname'. "

Citeren is altijd hachelijk, maar wat Lohues hier volgens mij probeerde te zeggen is dat rijkdom en welvaart niet gelijk verdeeld zijn in Nederland. En daar heeft hij gelijk in. Wie in Zuidoost-Drenthe woont, of in Noordoost-Groningen, weet er alles van.

Daar, zeg maar gerust hier, is de werkloosheid hoger, zijn de kansen op een baan minder, dalen de huizenprijzen harder, zijn meer mensen afhankelijk van een uitkering, trekken jongeren eerder weg, vestigen zich minder bedrijven, zijn minder banen, is minder werk, zijn de inkomens lager, de huizen goedkoper, de mensen armer et cetera.

Maar komt dat door het Westen, door Amsterdam? Zijn ze daar rijker doordat ze 'bepaalde regio's' hebben gebruikt als wingewest? De armoede achter de IJssel is niet minder ernstig dan voor de IJssel. Ik vrees dat de werkelijkheid iets ingewikkelder in elkaar steekt.

Neem het turf in Zuidoost-Drenthe. Inderdaad hebben veel Hollanders turf in hun kachel opgestookt. Terwijl 'wij' nog een extra trui en een paar geitenwollen sokken aantrokken, kwam een aantal Hollanders met dure financieringsmaatschappijen naar Drenthe. Ze namen arbeiders in dienst, uit Duitsland, Overijssel en Friesland, lieten ze kanalen aanleggen, groeven het veen af, stichtten dorpen die ze namen gaven als Nieuw-Amsterdam en Nieuw-Dordrecht. En vertrokken ze weer toen de kachel ook op steenkool bleek te branden.

Nee, dan de Groningers. Nadat de ommelanden waren afgegraven kwamen ook zij met hun financieringsmaatschappijen naar Drenthe, namen ook zij arbeiders in dienst, lieten ook zij kanalen aanleggen, groeven ze het veen af, stichtten dorpen die ze namen gaven als Klazienaveen en, verrassing, Klazienaveen-Noord. En vertrokken eveneens toen de kachel ook op steenkool bleek te branden. Maar waarom hoeft niemand zich in Groningen af te vragen waar de panden binnen de Diepenring en het Scholtenshuis van zijn betaald?

Ergens in de negentiende eeuw is in de Tweede en de Eerste Kamer, volgens het krakkemikkige systeem dat de Nederlandse democratie nu eenmaal is, met meerderheid van stemmen bepaald dat de opbrengsten van  bodemschatten uit Nederlands grondgebied aan de Staat toevallen. Dit betekent dat de energieopbrengsten in de vaderlandse schatkist terecht komen om vervolgens, door de gekozen regering te worden verdeeld over het land.

Daar de meeste stemmen gelden, en de meeste stemmen in Holland gehoord worden – het is me daar een geschreeuw, je moet het niet willen weten, er naar luisteren is nog veel erger – gaat het meeste geld naar Holland. Geheel volgens democratische procedures. Als we het anders willen, dan moeten we het anders regelen, via de democratische weg, met een meerderheid van stemmen. Maar dat standpunt, van de fundamentele staatkundige verandering, wordt door geen politieke partij uitgedragen.

Geld en democratie. Aan beide is eeuwig gebrek.

Maar er gloort hoop. Juist nu het Slochterenveld leeg begint te raken en de Noordoost-Groninger huizen instorten omdat fundament onder de welvaart is opgestookt. Nog even en straks komt uit 'het Noorden' helegaar geen energie meer om metrotunnels, HSL-lijnen en Zuid-assen van aan te leggen. Die paar windmolens in de omgeving van Stadskanaal  – waar komt die naam toch vandaan? – leveren nooit genoeg op om, zeg, het Amsterdamse trambedrijf overeind te houden.

Maar ook daar is een oplossing voor. Wat te denken van een kerncentrale? Bijvoorkeur zonder lek. Ergens bij de Amsterdam Arena? Scheelt ook weer transportkosten.

En dan nu: lekker van de zon genieten.


De onzichtbare stad volgens Wouter Stelwagen

Precies een jaar geleden maakte toenmalig gemeentedichter Eelke van Es een ronde door zijn werkgebied in een poging iedere woonplaats in de gemeente Emmen in een gedicht te vangen. Aangekomen in Emmen zelf schreef Van Es: ‘Emmen, met uw smoel van steen,/ de wind rolt aan van verre velden,/ dwars door uw muren heen.'

Wouter Wouter Stelwagen Cluster 2012
Ik moest aan deze regels denken na een bezoek aan de indrukwekkende tentoonstelling Fringe van Wouter Stelwagen in het Centrum Beeldende Kunst (CBK) van Emmen. Waarbij het voor buitenstaanders handig is te weten dat het CBK welbeschouwd niet in Emmen, maar in Noordbarge is gesitueerd. Wie van daaruit over de velden kijkt ziet een ‘smoel van steen' die een ingrijpende verbouwing ondergaat.

Stelwagen heeft als kunstenaar een sterke fascinatie voor gebouwen die door planologen en andere helderzienden aan de rand van de stad zijn geplant, in het overgangsgebied tussen cultuur en natuur. Op zijn Drents: op de Es. Zijn interesse gaat uit naar wat hij de ‘onzichtbare stad' noemt, en dan vooral naar bouwwerken die stilte en helderheid uitdrukken. Het zijn veelal imposante appartementencomplexen voor de massamens.

Hij legt ze vast op foto's die op groot formaat worden afgedrukt. Met als gevolg dat het unheimische van de complexen extra wordt benadrukt. En je als kijker, als vanzelf, naarstig op zoek gaat naar de mensen voor wie die flats – door projectontwikkelaars, met instemming van de overheid – zijn gebouwd. Op de 24 ‘fotowerken' die de tentoonstelling telt, heb ik er één gezien. Een vrouw, meende ik. Vermoedelijk spijbelde ze van haar werk.

In zijn toespraak bij de opening van Fringe vertelde Stelwagen dat deze pakhuizen vol lief en leed overal ter wereld kunnen worden aangetroffen, en dat het ze overal aan identiteit ontbreekt. ,,In Azië is dit soort buitenwijken massaler dan in Europa, maar het is een zelfde soort eenheidsworst aan kleurloze tekentafel-architectuur. Niets in dit soort landschappen is bedoeld om mooi te zijn, en juist dat trekt mij enorm.''

Want ze beschikken wel degelijk over schoonheid. Vooral als je van heldere structuren, duidelijke lijnen, eenvoudige ritmen en strakke vormen houdt. Van functionaliteit en overzicht, van Ordnung muss sein, voor u duizend anderen. Kortom, als je een zwak hebt voor begrippen die zijn bedacht om het leven in de juiste banen te leiden zodat we heel efficiënt optimaal rendement kunnen oogsten. En zeg nu zelf, wie wil dat nu niet?

Ondertussen heeft Stelwagen op vrijwel al zijn foto's iets vastgelegd dat het leven in de massaliteit van het beton, onder een hemel vol smog, draaglijk moet maken: een strookje groen, een jong boompje, een glimp op de verte, een mogelijk perspectief. Of de bewoners dat zo ervaren, is een tweede. Maar zoals Eelke van Es het in zijn gedicht over Emmen verwoordde: ,,Van elk gehucht dat u omgeeft/ als wolkjes in het grijs/ verneem ik dit gerucht:/ u leeft niet ver van 't Paradijs.''

Tentoonstelling ‘Fringe', fotowerken Wouter Stelwagen Te zien t/m 6/4 CBK Emmen, Ermerstraat in Emmen Open wo t/m zo 13.00 tot 17.00 uur.


Wie leest en signeert waar in Drenthe, Groningen e.o.

Boekenweek2014Ter gelegenheid van de 79ste Boekenweek treden schrijvers volop op, ze geven lezingen en signeren hun werk. Hieronder het meest complete overzicht van lezingen, spreekbeurten, signeersessies en andere activiteiten in Drenthe, Groningen en omgeving. Voor activiteiten elders zie ook www.boekenweek.nl

Vrijdag 7 maart
ASSEN Boekhandel Iwema, 19.30 uur: Jazzcombo Nyne en lezing Henk Krijnen over 'Brieven naar de groene hel' ism. Noord Houdt Woord.
GRONINGEN Boekhandel Van der Velde Groningen, 14.30: André Degen, Willem Tjebbe Oostenbrink, Laura Mijnders, Joëlle Smidt ism. Noord Houdt Woord.
LEEUWARDEN Boekhandel Van der Velde, 14.30: Willy Darktrousers, Sigrid Kingma, Pauline Sparreboom, Jan-Willem Dijk ism. Noord Houdt Woord.
RODEN Boekhandel Daan Nijman, 20.30 uur: lezing Albert Beintema over 'Eilanden. Van Andoya tot Vuurland'.
STEENWIJK Doopsgezinde Kerk, Onnastraat 10, 20.00 uur: Geert Buelens over de Eerste Wereldoorlog.

Zaterdag 8 maart
GRONINGEN Der Aa-kerk, 20.00 uur: Noord Houdt Woord met Oek de Jong, Lieve Joris, Ingmar Heytze, Auke Hulst en De Meisjes, Aly Freije, Grytsje Schaaf, Roelof Keen, Merel Morre, Jan Glas, Joost Oomen & Jan Klug, La Crème Brûlée. Presentatie: Bram Douwes.

Zondag 9 maart
EMMEN Bibliotheek Noorderplein, 13.30 uur: Schrijverscafé met Gerard Stout, Theo de Jong en John Vorenkamp.
GRONINGEN Suikerfabriek Van Heemskerckstraat 101, 14.30 uur: Lezing Redmond O'Hanlon.
ZUIDLAREN Bibliotheek, 14.00 uur: Judith Koelemeijer.

Maandag 10 maart
EMMEN Plantage Boekhandel Vermeer, 14.00 uur: signeersessie Tommy Wieringa.
ASSEN Bruna Vanderveen, 16.00 uur: signeersessie Tommy Wieringa.
MEPPEL Schouwburg Ogterop, 20.00 uur: lezing Tommy Wieringa.

Dinsdag 11 maart
BORGER Bibliotheek, 20.00 uur: Gerrit Jan Zwier.
EMMEN Bibliotheek Noorderplein, 20.00 uur: lezing Ad van Liempt.
GRONINGEN Godert Walter, 20.00 uur: lezing en interview Dick van Halsema over Leopold mmv. Bart Slijper.

Woensdag 12 maart
ASSEN Provinciehuis 13.20 uur: boekpresentatie 'Strunen in de taoltuun'door Abel Darwinkel.
GIETEN Bibliotheek 20.00 uur: lezing over IJsland door Hans en Ina Kramer
HOOGEZAND Reensche Compagnie, Tak van Poortvlietstraat 361, 20.00 uur: lezing Esmeralda van Boon over 'Vertrouw op Allah, maar bind wel je kameel vast'.

DONDERDAG 13 maart
GRONINGEN Groningse Kinderboekenhandel, 17.00 uur: boekpresentatie 'De krokomingo en andere verhalen' van Jules Plus
HOOGEVEEN Bibliotheek, 19.30 uur: Kees 't Hart over 'Hotel Vertigo' en 'De keizer en de astroloog.'
STADSKANAAL Bibliotheek 19.30 uur: Gerbrand Bakker.
STEENWIJK De Meenthe, 20.00 uur: Bert Wagendorp over 'Ventoux'.

Vrijdag 14 Maart
AMEN Café De Amer, 20.30 uur: De Literaire Hemel met Wytske Versteeg, Peter van Zonneveld, Klaas Koops, Lupko Ellen, Albert Haar en Annette Timmer.
ASSEN Boekhandel Iwema, 20.00 uur: lezing Cynthia Mc Leod over 'Hoe duur was de suiker?'.
ASSEN De Nieuwe Kolk, 19.30 uur: Boekengala met Loes den Hollander, Jan Terlouw, Sanne Terlouw, Hein Klompmaker, Ronald Giphart, Ton Peters, Kasper Peters, Ted van Lieshout, Marjan van den Berg, Marjan Berk, Jan Germs, Andre Donker, Rop Janze, Jeroen Guliker, Marcel Möring, Heleen van der Kemp, Egbert Hovenkamp, Mick van Wely, Dirk Mulder, Jacques Tichelaar, Jan Kruis, Tineke Beishuizen, Yvonne Kroonenberg, Suze Sanders, Eric van Oosterhout, Roelof Keen, Karin Bloemen, Carla de Jong, Linda Jansma, Joost Oomen, Carel Donck, Bert Natter, Janny Boerema.
RODEN Wapen van Drenthe, 20.00 uur: Frank Westerman.

Zaterdag 15 Maart
EELDE De Buitenplaats, 16.00 uur: Johan de Boose over 'Jevgeni'
GRONINGEN Boekhandel Van der Velden, 13.00 uur: signeersessie Tommy Wieringa.
HEERENVEEN Boekhandel Binnert Overdiep, 14.00: signeersessie Tommy Wieringa.
LEEUWARDEN Boekhandel Van der Velden, 16.00 uur: signeersessie Tommy Wieringa.
LEEUWARDEN De Harmonie, 20.00 uur: Boekenbal voor lezers met Bas Haring, Joost Oomen, Tommy Wieringa, Jelle Brandt Corstius, Frank Westerman, Carolijn Visser, Lieve Joris, Bert Wagendorp, Nyk de Vries, Tsead Bruinja, Das Magazin, Joke Hermsen, Redmond O’Hanlon, Arjan Hut, Joost Conijn en Rob Wijnberg. Presentatie: Roland Duong.

Zondag 16 Maart
GARNWERD Hammingh, 16.00 uur: Johan de Boose over 'Jevgeni'
SPIJKERBOOR 't Keerpunt, 15.00 uur: 'Schrievers aan de Hunze' met Frank Westerman
STEENWIJK De Meenthe, 15.00 uur: Diet Gerritsen Zingt Willem Wilmink

Maandag 17 Maart
ASSEN Boekhandel Iwema, 19.30 uur: lezing Nederlands Klassiek Verbond over Keizer Augustus.