De streektaalwereld is een kleine wereld
Anton Heyboer maakte de dingen graag mooier

Groninger musea in het Groninger Museum

Het was een stevig bericht in het Dagblad van het Noorden van twee weken geleden: Groninger Museum richt zich weer op. Afkomstig uit provinciehuis waar was vastgesteld dat het museum ,,na enkele turbulente jaren de zaken financieel weer op orde heeft en niet langer onder curatele staat''. Het was een mooi bericht, vooral voor wie van zwarte cijfers houdt.

Maar hoe staat het museum er artistiek voor? Zijn de tentoonstellingen nog nationaal spraakmakend, of internationaal bijzonder? Vertelt het museum het verhaal van Stad en Ommeland? Laat het zien dat in Noord-Nederland interessante en prikkelende kunst wordt gemaakt? Het antwoord is niet eenvoudig: het kan beter. Gevolgd door het goede nieuws: het gaat ook beter.

De meesterwerken
Vrijdag openden de Groninger burgemeester Ruud Vreeman en cultuurgedeputeerde Bote Wilpstra een nieuwe presentatie in het museum: De Collectie. Het is – in drie woorden – een sublieme opstelling. Die verspreid over zeven zalen hoogtepunten uit de museumcollectie laat zien. Rubens, Gauguin, Warhol, Eerelman, Mesdag, de Martinitoren in zilver, Mendini, Struycken, de Goudschat van Feerwerd, De Ploeg – honderden voorwerpen.

Museumdirecteur Andreas Blühm vertelde voorafgaand aan de opening wat hem was opgevallen toen hij in 2012 solliciteerde om de gesneefde directeur Kees van Twist op te volgen: dat het museum zo weinig van de eigen collectie liet zien. De Ploeg was prominent aanwezig, maar structurele aandacht voor de verzameling in de brede zin des woords, daar ontbrak het aan.

Wat hem ook was opgevallen, was het verhaal dat het Groninger Museum met de rug naar de stad zou staan. En dat lang niet alle Groningers gewoon zijn hun museum een bezoek te brengen, dat sommigen zelfs nog nooit de trap naar beneden hebben genomen. Wat niet goed is voor een culturele instelling met een publieke taak en 4,5 miljoen euro subsidie per jaar van provincie en stad.

Toen Blühm eenmaal tot directeur was benoemd, besloot hij in te grijpen. Daar ging geen druk uit het stads- en provinciebestuur aan vooraf, vertelde hij gisteren. Daar kwam geen bezoek aan een internationaal museumcongres bij kijken, daar hoefde het museumbeleid niet voor te worden aangepast. ,,Dit hoort gewoon beleid te zijn.”

Wandelend door De Collectie vraag je je af waarom het niet eerder is bedacht. De eerste zaal is gevuld met geschilderde portretten van prominente Groningers uit het verre en nabije verleden, daarna volgt een berg opgebouwd uit zilverwerk, dan een zaal met meesterwerken uit diverse eeuwen, vervolgens een tijdlijn met archeologische/historische voorwerpen, dan drie zalen met respectievelijk moderne kunst, postmoderne en hedendaagse kunst, design en mode.

Het Groninger Museum in een notendop, gevuld met voorwerpen die in de loop der eeuwen zijn verzameld en dus het verhaal van museum, Stad en Ommeland vertellen. Alle conservatoren mochten voorwerpen inbrengen. Marcel Smalgemeijer zorgde voor een vormgeving die neerkomt op Groninger musea in het Groninger Museum. Iedere zaal heeft een compleet eigen sfeer.

Wie de slotruimte met de historiserende mode van Bernhard Willhelm en Jutta Kraus verlaat kan óf terug naar de historische portrettengalerie, óf een bezoek brengen aan De Ploeg-kunst. Die verzameling is heel fraai, maar vooral slim in het hart van De Collectie geplaatst. Met als gevolg dat de nieuwe opstelling eerder oogt als teken van continuïteit dan van een breuk met het turbulente verleden.

De Collectie is semi-permanent. Alles blijft staan tot publiek en museum er genoeg van krijgen. Andreas Blühm ging er gisteren van uit dat de nieuwe opstelling zeker twee jaar meekan. Waarna er een verversing zal plaatsvinden. Voor het zo ver is, moeten alle Groningers op bezoek zijn geweest. Om ze over de streep te trekken krijgen ze later dit jaar recht op een gratis bezoek. De mazzelaars.