Previous month:
januari 2014
Next month:
maart 2014

Veranderingen, 'Noorderbreedte' vaart er wel bij

Noorderbreedte#1-2014Noorderbreedte heeft een nieuwe vormgeving, bedacht door BW H uit Leeuwarden. Het begint al met de cover: een mistig-grijze foto van Annemarie van Buuren waarop heel misschien een moeraslandschap is te zien. De titel Noorderbreedte ontbreekt, zie daarvoor ommezijde. Gelukkig is een wikkel met tekst aan de omslag geniet. Niet bepaald handig voor in de kiosk. Je moet maar durven.

Veranderingen zijn doorgaans moeilijk, maar Noorderbreedte vaart er wel bij. Met nuchtere distantie doet het blad al 38 jaar verslag van de manier waarop Noord-Nederland zich landschappelijk, ruimtelijk en sociaal-economisch ontwikkelt. Soms gebeurt dat vooruitlopend op wat nog kan komen, zoals in het eerste nummer van 2014 een plan waarin Klaas Jan Geertsema het veelgeplaagde Pieterburen met paviljoens aan zee verbindt.

Maar veelal gaat het bespiegelend, een paar verstandige passen achter het nieuws. Aankomend filosoof Anna Herngreen laat haar gedachten gaan over de sociale onrust in de bevinggebieden van Noordoost-Groningen. Ze waarschuwt voor meer volkswoede. "Burgers zijn geen partij die kan (sic) meepraten over wat wenselijk en acceptabel is, maar slechts informatiebronnen'', constateert Herngreen in haar essay. "Hun antwoorden worden onttrokken als een grondmonster aan de bodem."

Dirk Kuiken doet verslag van een knetterende ontmoeting tussen cultureel geograaf Tialda Haartsen en planoloog Jan Kleine. Gespreksonderwerp: wat te doen met de onze kleine scholen? Sluiten? Open houden? De kleine-scholensloper Haartsen hekelt de trage besluitvorming: ,,Het emmert maar door." De reactionair Jan Kleine trapt op de rem: "De krimp moet niet te pas en te onpas worden misbruikt om allerlei besluiten door te drukken."

Ook fijn: een vergelijkend warenonderzoek waarbij ruimtelijk ontwerper Wim Boetze en fotograaf Peter de Kan het Wilhelminaplein bij het nieuwe Fries Museum in Leeuwarden afzetten tegen het Damsterplein bij het hoofdkantoor van Nijestee in Groningen. "Alsof je op een brede vluchtheuvel staat", zegt Boetze over het Damsterplein. Het Fries Museum krijgt ook een veeg uit de pan: "Het negeert de context. Het is gewoon geland."

Maar er is meer. Zoals het eerste deel uit een interviewreeks met 'knappe koppen die zich in de voorhoede van het energieonderzoek bewegen'. Deel 1: gedragsdeskundige Linda Steg. Hoofdredacteur Annelies van der Goot doet de voorzichtige voorspelling dat het rijtjeshuis uit de jaren zeventig weleens kan uitgroeien 'het toppunt van hip'. Er prijkt een foto bij van de Laan van de Bork in Emmerhout. Niet bepaald een droomlocatie.

En er is het eerste gedicht van Stefan Nieuwenhuis. Geschreven over een plek waar hij 'toevallig' is beland. Een fotograaf mag vervolgens op basis van coördinaten de plek vastleggen. "Werkelijk/ Je staat erbij te kijken alsof er ook maar het geringste plaatsvindt", belooft Nieuwenhuis in zijn gedicht aan fotografie Annemarie van Buuren. Volgens Google heeft hij haar naar de Onlanden in Noord-Drenthe gestuurd. Voorheen een moeras. In de toekomst een waterberging.

Tijdschrift Noorderbreedte # 1 - 2014. Verschijnt vijf keer per jaar. Uitgever Stichting Noorderbreedte. Abonnement 37,50 euro, inclusief een of meer themanummers.


De krochten van de geest bij galerie Van Strien

Nieuwsgierig geworden door berichten dat hij lezingen geeft over het einde der tijden in de beeldende kunst, waren we naar galerie Van Strien afgereisd om het werk van Han van Hagen te aanschouwen. Van Hagen, kunstenaar uit Zuidwolde, exposeert in Nieuw-Amsterdam een serie etsen. Een nogal hachelijk avontuur. Wie etsen maakt, kan maar twee kanten op: triomferen of mislukken.

Van Hagen triomfeerde, maar niet direct. Zijn etsen van dieren (Jonge bosuil, Drents ram, Johans koeien) waren maar zo-zo. Zijn Bromvlieg oogde beter, misschien omdat de vlieg voor eeuwig uitgeteld op de rug lag en alles van waarde weerloos is. Wat de doorslag gaf, was een serie indrukwekkende ruïnes, gemaakt van puinhopen in binnen- en buitenland.

Vooral in het buitenland, want in Nederland worden overblijfselen van oude gebouwen gerestaureerd óf opgeruimd. Nederlanders kunnen niet tegen verval, vermoedelijk omdat de bouw- en vastgoedsector zich bovenmatig verveelt. Gelukkig zijn er beeldend kunstenaars als de vakman Van Hagen, die ons met hun ruïnes blijven waarschuwen voor hoogmoed en andere ondeugden.

Elders in de galerie werd die boodschap herhaald door middel van keramische sculpturen van Hedy Abeling. De in Ter Apel geboren Abeling hanteert als motto ‘Schoonheid ligt in waarheid en dat is lang niet altijd even prachtig'. Het komt onder meer tot uiting in verwrongen gezichten van klei, vol oneffenheden zoals scheurtjes en barsten. De gezichten hebben iets onnozels en onberekenbaars, balanceren tussen gekte en onschuld en slijpen een scherp kantje aan ideeën over ijdelheid.

Bobkin Vandyke BrownEn toen kwam de verrassing: de mistige schilderijen van Alexander Bobkin, een Rus die een aantal jaren geleden door Peter en Berber van Strien werd ontdekt in Nijmegen. Bobkin is afkomstig uit Siberië en heeft zich gespecialiseerd in ‘reizen in de geest'. Zijn vertrekpunt is de figuratie, maar al snel raakt hij van het padje af om ergens in de krochten van de geest verzeild te raken. Daar waar het nooit gezellig wordt, maar wel fascinerend is.

Bobkin reist niet alleen in de geest, maar ook op zijn doeken (olieverf op linnen). Blue girl toont ons een meisje in een blauwe jurk, ze laat een rode figuur met een puntmuts op een kar passeren. De zwoegende paarden zien we niet, de teugels nog net en in het luchtledige hangt een schilderijtje met een Madonna, troosteres der bedroefden. Follow me roept een jongen met een aap in herinnering, al kan het ook een hond zijn.

Een ander vervreemdend werk heet Vandyke Brown (foto), een verwijzing naar een manier waarop vroeger foto's werden afgedrukt; Bobkin doet ook aan fotografie. Maar hier is het een bruin-groenig schilderij waarop een jongen met een kaal geschoren schedel ons indringend aankijkt, de pupillen in zijn ogen hebben de vorm van speldenkopjes en doen vermoeden dat we met een alien van doen hebben, een reiziger from out of space.

Turend naar de surrealistische werken met titels als Open air, Long journey, Transit en Endless journey vraag je je voortdurend af welke richting Bobkin de kijker wil opsturen. Het bos in? Over de zandvlakte met de naar de rand van de stad die wordt geteisterd door hevige regenbuien. Naar het einde der tijden? Waar moet dat heen? Iedere toelichting ontbreekt. We zijn weer eens volledig op onszelf aangewezen.

Expositie Alexander Bobkin (schilderijen), Han van Hagen (etsen) Hedy Abeling (sculpturen) e.a. Te zien t/m 23/3 Galerie Van Strien Nieuw-Amsterdam Open vrij, za en zo 13 tot 17 uur.


Over 'Brieven 1919 – 1952' van Hendrik de Vries

BrievenLeefde Dick Leutscher nog maar, hoeder van de Groninger beschaving. Dan had hij gebeld over het boek Brieven 1919 – 1952, waarin Jan van der Vegt de dichter Hendrik de Vries (1896-1989) aan Constant van Wessem (1891 – 1954) koppelt. ’Een werkelijk práchtige uitgave’, zou Leutscher (1931 – 2013) hebben gekraaid. Om daarna, op hoge toon, uit te leggen waarom dit boek onze aandacht verdient.

Leutscher zou in herinnering roepen dat van der Vegt in 2006 de biografie van de dubbelkunstenaar De Vries publiceerde, samen met een bloemlezing uit diens gedichten. En dat hij een jaar later de brieven bezorgde die De Vries vanuit Spanje tussen 1924 en 1936 naar Nederland stuurde. Geen wereldschokkend materiaal, maar vanuit Groningen bezien literair erfgoed met een grote waarde.

Constant van Wessem speelde een belangrijke rol in de landelijke doorbraak van De Vries. Hij haalde de geïsoleerde dichter in 1918 bij tijdschrift Het Getij en gaf hem nadien als literair raadsman advies over zijn werk. De Vries, behoorlijk vol van zichzelf, maar nooit te beroerd zichzelf te verbeteren, greep de geboden mogelijkheden met beide handen aan.

Mede daardoor, maar ook doordat niet alle correspondentie van Van Wessen bewaard is gebleven, rijst het beeld op van eenrichtingsverkeer waarin af en toe een tegenligger kans krijgt er tussendoor te glippen. Eind jaren veertig worden de verhoudingen hartelijker. Van Wessen, onder meer bekend geworden door zijn biografie van Slauerhoff, lijkt evenwel weinig moeite te hebben gehad met zijn rol als 'bevriend adviseur'.

Wat Brieven 1919 – 1952 interessant maakt, is dat het boek een goed inzicht geeft in de bijzondere  schrijfprocessen van De Vries: hoe deze vanuit een soort trance tot zijn gedichten kwam. Daarbij krijgen we heel veel mee van de totstandkoming van de dichtbundel De Toovertuin, het grote werk van de magische dichter die zijn brood verdiende in het gemeentearchief van Groningen. Een buitenkansje voor de liefhebber zullen we maar zeggen.

Wat Brieven 1919 – 1952 echter tot een geslaagde uitgave maakt, is het monnikenwerk van Jan van der Vegt. Die heeft alle beschikbare informatie op knappe wijze op tafel gekregen, onderzocht en een juiste plek gegeven: in het voorwoord, in de noten, in de bijlagen, in de verantwoording en het register. Prachtig is hier een erg groot woord, maar bewonderenswaardig mag het zeker heten.

Boek Brieven 1919 – 1952. Hendrik de Vries & Constant van Wessem Bezorging Jan van der Vegt Uitgever Verloren Prijs 35 euro (336 blz.).


Lofzang op de eenvoud van Dick Bruna

Nijntje. Wie is er niet groot mee geworden? Sinds de publicatie van het gelijknamige prentenboekje in 1955 is de creatie van de inmiddels 86-jarige vormgever, tekenaar en schrijver Dick Bruna uitgegroeid tot een enorm succes. En dat alles op basis van eenvoud en herkenbaarheid. "We realiseren het ons misschien niet'', zegt directeur Geert Pruiksma van museum De Buitenplaats, "maar in sommige delen van de wereld is Dick Bruna de meest bekende Nederlander."

Nijntje
De komende maanden is de tentoonstelling Dick Bruna in Eelde te zien in museum De Buitenplaats. Geen tentoonstelling waarin het succesverhaal van Nijntje nog eens wordt verteld, waarschuwt Pruiksma. ,,We willen laten zien dat Bruna een kunstenaar is, en geen illustrator. Hij heeft voor zijn werk nooit naar illustratoren gekeken, zijn interesse ging uit kunstenaars als Matisse, Mondriaan, Rietveld. Vooral van Rietveld heeft hij veel geleerd; dat je meubels en huizen kunt ontwerpen en toch kunstenaar kunt zijn.''

De Buitenplaats biedt een oeuvre-overzicht. "Vanuit het idee dat een kunstenaar zich in zijn werk laat zien, willen we tonen wat de exposant wil laten zien. Dus niet zijn frutseltjes, maar het werk waarover hij het meest tevreden is. In het geval van Bruna ligt daardoor de nadruk op het recente werk. Al hebben we ook wel de boekjes waarop Nijntje nog vormeloos is en nog niet volledig is uitgebalanceerd.''

Drie thema's staan in De Buitenplaats centraal. ‘Wij hebben een orkest' is ontleend aan het gelijknamige prentenboek op rijm waarin Bruna voor peuters de muziekwereld ontsluit en met tekeningen verwijst naar de podium-functie van De Buitenplaats. ‘Nijntje op school' is gericht op interactie met jonge bezoekers en is gekozen om het onderwijs het museum binnen te halen.

Het meest interessante thema is ‘Nijntje in het museum' en vertelt over Dick Bruna en de kunsten. Hoe de zoon van uitgever A.W. Bruna in de jaren vijftig naar Parijs trok om kunstenaar te worden. Daar leerde hij anders met zijn materiaal om te gaan, dat knippen en scheuren is toegestaan en welk effect het scheiden van kleuren en lijn met zich meebrengt.

‘Nijntje in het museum' vertelt behalve over de prentenboeken, ook over de ontwerpen die Bruna heeft vervaardigd om het pocketboek aan de man te brengen. Zoals de omslagen van de beroemde Zwarte Beertjes-reeks, de Havank-pockets en affiches die op treinstation werden opgehangen om lezers richting kiosken te dirigeren. Waarbij het handig is om te weten dat de Bruna-winkels door een oom van Dick Bruna werden geleid.

In 1996 was het werk van Bruna voor het laatst in deze regio te zien. Onder de noemer ‘The smell of success' toonde het Groninger Museum zijn werk toen samen met dat van fotograaf Paul Huf. "Beeldende kunst zonder ideologische lading, maar gemaakt met commericiële doeleinden. Daar was toen veel kritiek op. Het was een taboe dat iemand als Bruna een museale tentoonstelling kreeg”, herinnert Pruiksma zich.

De bedenkingen van weleer leven nog steeds, zegt Pruiksma. "Het heeft met de doelgroep te maken. Vooral mensen zonder kinderen vinden het niets dat we kunst laten zien die door kinderen wordt gewaardeerd. Dat komt, volgens mij, omdat ze nooit hebben gezien hoe kinderen van kunst kunnen genieten. Natuurlijk zijn het simpele verhaaltjes met eenvoudig ogende tekeningen. Het is opperste eenvoud. Maar er zijn wel 100 stappen gezet om tot die eenvoud te komen.”

Op verzoek van uitgever Mercis is de tentoonstelling in Eelde nauwelijks van teksten voorzien. Pruiksma: "Mensen begrijpen het toch wel.'' Mercis wilde ook dat de wanden van het museum werden overgeschilderd. "Helemaal wit, terwijl wij nogal van de barok zijn. Maar goed, geen probleem, het sluit mooi aan bij interieurs van de twintigplussers en hun gezinnen. Die beginnen ook allemaal in het wit.”

Tentoonstelling

De tentoonstelling ‘Dick Bruna in Eelde' is tot en met 15 juni te bezoeken in museum De Buitenplaats, Hoofdweg 76 in Eelde. Open dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 17.00 uur


Atalanta Emmen vordert gestaag (maar ook traag)

Belevenspark
Het vordert gestaag, en traag, de bouw van het nieuwe Dierenpark op de Es in Emmen. Er wordt volop gespit en gegraven, buizen en fundamenten worden gelegd. Hoe het er straks uit gaat zien, is nog vaag, maar met een bouwtekening in de hand zou je zomaar kunnen voorstellen dat er nieuwe werelden worden gecreëerd. Volgens deze website zou het zogeheten Belevenspark eind 2015 open kunnen voor publiek.

Echter: eind vorig jaar meldde Dagblad van het Noorden dat de datum van 1 januari 2016 niet wordt gehaald: eind maart geldt als nieuwe deadline. Als oorzaak van de verschuiving werd toen de vertraagde bouw van het theater gemeld. De oplevering van het theater is van groot belang omdat het tevens als entree van de dierentuin moet dienen. Zonder entree geen entree.

Waarom de bouw van het theater is vertraagd, is niet helemaal duidelijk. Wat we sinds deze maand wel weten, dankzij Harry Leutscher van de lokale partij LEF, is dat dat een groep ondernemers uit Emmen geen bijdrage wil leveren aan de bouw van het nieuwe theater. Zij vinden dat de condities waaronder de aanbesteding wordt geregeld te veel risico met zich meebrengen.

Dat is opmerkelijk. Want wat lezen wij op de website van de gemeente Emmen als antwoord op de veelgestelde vraag 'Wat levert dit de gemeente economisch gezien op?':  "Uiteraard nemen we in de aanbestedingen de belangen van regionale ondernemers mee." Sterker, dit was een van de voorwaarden waaronder de gemeenteraad destijds geld beschikbaar stelde voor het project. 


Gemeentedichters Emmen bezingen De Ploeg

KlaasVanderMeulen
Een afvaardiging van de Gemeentedichters in Emmen droeg gisteren poëzie voor tijdens de finissage van een tentoonstelling van Kunstkring De Ploeg uit Groningen. Ze deden dat in kunstencentrum CQ, waar de afgelopen weken dertien Ploeg-kunstenaars werk lieten zien. Werken die vervolgens weer tot gedichten hadden geleid; l'art pour l'art, zo houden kunstenaars elkaar bezig. Klaas van der Meulen (foto) bracht Hoe te leven bij een schilderij van Silvia Benniks. De andere voordragers in CQ waren Cobi de Jonge, Geja Casu, Berendy Gähler, Eddy Zinnemers en Joep van Ruiten. Laatstgenoemde las tevens een gedicht voor van de verhinderde Gezienus Omvlee.


Over 'D', het nieuwe album van Daniël Lohues

LohuesEen week of wat geleden hoorde ik in het programma van Mark Dijkhuis bij radio Drenthe Daniël Lohues Op 't platteland zingen, een nummer van zijn nieuwe album. Het begon met gevoelig pianospel en het eindigde met nog gevoeliger pianospel. Daartussen zong Lohues regels als 'Ik gao nooit meer weg hier/ 'k gao hier nooit meer vort/ Ik gao nooit meer weg hier/ geleuf niet dat dat wordt'. Het leek verdraaid Harm en Roelof wel. Ik kreeg er natte ogen van.

Ik dacht: waar je mee om gaat, word je mee besmet. Als een muzikant veel in de theaters komt, gaat die muzikant na verloop van tijd klinken als zachte kussentjes en rood pluche. Zijn muziek raakt besmet door het gedimde licht. Zijn teksten worden beïnvloed door het geroezemoes in de foyer en beschaafde applaus na afloop. Wie veel in de theaters komt, wordt op den duur zoetig en sentimenteel.

Ik dacht: Op 't platteland belooft weinig goeds.

De afgelopen week ben ik in het gezelschap van Daniël Lohues vrijwel iedere dag van Emmen naar Groningen gereden. Ik aan het stuur, jakkerend over de Hondsrug. Lohues via Soundcloud op de smartphone met een kabeltje het dashboard in en, hup, via de luidsprekers weer naar buiten. Modern gedoe, maar het ging prima.

Dit alles dankzij Dagblad van het Noorden dat een deal met hem heeft gesloten: de krant mocht bij wijze van uitzondering vooraf nummers van de nieuwe plaat laten horen. Die nieuwe plaat heet D.

Op 't platteland is het derde nummer op D. Het wordt gevolgd door Achter 't huus. Het refrein van dat liedje is mogelijk nog zoeter: 'Achter 't huus/ alles peis en vree hier achter het huus/ Achter 't huus/ onder dizze sterre ben ik thuus/ beetie vuurtie branden/ wat wo'j nog meer dan?'

Ik zag het meteen voor me: Daniël Lohues achter zijn huis, op een aardappelkistje met een fles bier, in een joggingbroek met sportschoenen zonder veters een beetje fikkie stoken. Zonder vergunning oefenen voor de tijd van de paasbulten.

Lohues en het platteland. Wie zijn columns in Dagblad van het Noorden leest, weet er alles van. Volgens Lohues is het platteland de beste uitvinding sinds de ijstijd. Veel beter dan de stad, waar iedereen in het hoogste tempo langs elkaar heen leeft en altijd het hoogste woord wil hebben. Of gelijk. Nog beter, allebei: het hoogste woord én gelijk. Waarop Lohues dan kan reageren met het befaamde: 'Meneer zal wel geliek hebb'n.'

En daar geef ik hem groot gelijk in.

Ondertussen staan op D nog meer zoete nummers. Mis mien engel bijvoorbeeld. En Zo schier, zo mooi, zo lief. Met de regels: 'In het licht van heur iphone/ lek ze op 'n schilderij/ van 'n Italiaanse schilder/ uut 1500 volgens mij/ ze kek mij an en lacht wat/ Gien idee waorumme/ Ze rilt, ik pak 'n deken/ en doe heur die umme'. Goede vondst dat van die iphone en die Italiaanse schilder. Slim ook om dat vuurtje uit te laten gaan en vooraf die deken klaar te leggen.

Naarmate Lohues en ik zo tussen Emmen en Groningen heen en weer reden, soms hard, soms nog harder, begon ik mij af te vragen wat er tegen is op zoet. Mozart, om maar iemand te noemen, was ook verzot op zoet. De Beach Boys waren zoet op hun best. Frank Sinatra, toch geen kleine jongen, is groot geworden op zoetigheid. Waarom zou Lohues, de bebaarde bard uit Erica, dat dan niet mogen?

Gisteren op de terugweg, ter hoogte van Zuidlaren, toen Lohues voor de zoveelste keer Joezölf inzette – 'Al zöt gien starveling joe lopen/ al zöt 'n hond joe nog niet staon/ Gooit iederiene joe van Facebook/ terwijl je niks verkeerd hebben daon' – betrapte ik mezelf dat ik mee zat te zingen. Niet al te fraai. En tamelijk luid. In het Drents dat een Hollander nooit machtig zal worden: 'Je hebben ja altied nog joezölf/ joezölf joezölf'.

Bij Gasselte liet ik het gaspedaal opkomen. Waarom zo moeilijk doen bij een nieuwe plaat van Daniël Lohues? Hij brengt jaarlijks een nieuw album uit, net als Jannes. Bij Jannes haal je de schouders op, maar bij Lohues moet je er zonodig iets van vinden. Terwijl Jannes ook gewoon een moeder heeft, van het platteland komt en dat platteland trouw is gebleven. Waarom dat kritische? Dat zeurderige? Wie wordt daar wijzer van?

Naar mate de nummers van D vaker voorbij kwamen – er staan er vijftien op – werd D steeds beter. Na vier keer Niks is meer weerd as vandaage dacht ik niet meer aan Wolfgang Goethe en Bob Dylan, maar luisterde ik naar het harmonicaatje. Na vijf keer 'Weet da'k wat vergeten ben, maar ben vergeten wat' vergat ik de pianoman Billy Joel en dacht ik aan de gitarist Bernard Gepken. Na zes keer Zunde, zunde, zunde dacht ik: Zonde, zonde, zonde. Dit soort melig hillbillygedoe jaagt de moderne vrouw naar de stad. Dit soort gejengel maakt mannen tot poor lonesome cowboys a long, long way from home.

Ik dacht: De muziek van Lohues klinkt zo vertrouwd omdat hij goed naar anderen kan luisteren. Naar hoe het moet en kan. En hoe hij daar als liedjesschrijver z'n voordeel mee doet. Ik dacht: al die lui die beweren dat ze geen Drents verstaan, of willen verstaan, die zeuren maar wat. Die krijgen hier toch maar mooi een onbetaalde cursus Nedersaksisch waar ze bij het Huus van de Taol zeer tevreden mee moeten zijn.

En ik dacht: zo'n Beyoncé dat is wel een heel mooie vrouw, ook zonder joggingbroek en fles bier, maar die bejubelde muziek van haar is toch wel heel erg geproduceerd. Terwijl dit, deze zoetigheid uit Zuidoost-Drenthe, overloopt van muzikaliteit, bol staat van citaatjes uit de popgeschiedenis en knikjes naar bekende en minder bekende componisten. Dat is veel meer waard.

We reden voorbij Borger, Ees, Exloo, Odoorn. Klijndijk naderde. Het Valtherbos lag links. WKE rechts. Emmermeer begon. Het Noordeind. In de verte zag ik de neonreclame van de MediaMarkt. Ik dacht aan het platteland van Lohues. 'Waor de leeuwerikkies dansen/ Hoog in de zomerlucht/ Waor ik in de gruune wiekswal/ Zachies schrei of diepe zuch/ Gien mense wet dit plekkie/ Waor dat zo prachtig kan/ Allennig hier. Allennig hier/ Op het platteland'.

En ik dacht: houden zo Daniël Lohues. Mooi zo door doen.

Thuis bleek het veel te koud om fikkie te stoken. Het hout was nat. En nergens een leeuwerikkie te zien.


Cultuur in Drenthe: er gaat ook veel goed

Ontslagen, sluitingen, bezuinigingen. Tegenvallende resultaten, reorganisaties. De cultuursector in Drenthe kraakt en piept aan alle kanten. (Illustratie: Pluis

Pluis Cultuur in Drenthe
Bericht in Dagblad van het Noorden: ‘Glasmuseum Veenhuizen moet deuren sluiten'. Bericht over de sluiting van het Grafisch Proeflokaal in Orvelte, een week eerder: ‘Cultuur mag niks meer kosten'. Bericht in de krant een week daarvoor: ‘Het is erop of eronder voor De Amer'.

Rapport uit januari over De Nieuwe Kolk in Assen: exploitatie valt duurder uit dan begroot, geraamde bezoekersaantallen zijn te optimistisch, gebruikers van het cultuurcomplex werken onvoldoende samen. Hoogeveens plan, ook uit januari: kunstencentrum Scala, theater De Tamboer, museum De 5000 Morgen en Het Podium gaan samenwerken om een gemeentelijke bezuiniging van 350.000 euro op te vangen.

December 2013: theater Het Hek van de Dam in Ekehaar sluit de deuren, de organisatie is het jarenlang sappelen en de hoge huur beu. Eveneens december 2013: kunstenaarsvereniging Verkuno in Roden levert de sleutel in van expositieruimte het Koetshuis. Even verderop in hetzelfde Roden schrijft de directeur van Kinderwereld aan een reddingsplan om haar museum financieel gezond te krijgen.

Aan de oostkant van Drenthe, in Valthermond, staat muziekboerderij Onder de linden te koop. Zangeres Marion van den Akker hoopt dat een nieuwe eigenaar het werk wil voortzetten dat zij en haar overleden man, pianist Rian de Waal, in gang hebben gezet: een podium in de Veenkolonieën voor professionele klassieke muziek met landelijke allure.

Nog meer sombere berichten: het afgelopen jaar hebben de Drentse kunstencentra CQ, ICO en Scala een deel van hun personeel moeten ontslaan, er is geen geld meer voor lessen aan volwassenen. Vrijwel tegelijkertijd zijn in Emmen, Assen en Hoogeveen bibliotheekfilialen gesloten, terwijl in andere gemeenten vestigingen zijn ondergebracht bij andere instellingen.

Heeft de cultuursector in Drenthe een probleem?

"Het cultureel landschap staat er beter voor dan tien jaar geleden'', zegt Johan de Noord van expertisecentrum K&C uit Assen. "Het Drents Museum brengt blockbusters. We hebben met het Gevangenismuseum, Kamp Westerbork en Hunebedcentrum een uniek museumbestel. In veel plaatsen is de sector rechtstreeks getroffen door bezuinigingen van Rijk. In Drenthe hebben we er met PeerGrouP een landelijk gesubsidieerd gezelschap bij gekregen.''

Er gaat veel goed, zegt burgemeester Eric van Oosterhout van de gemeente Aa en Hunze, wijzend op De Drentse Bluesopera, FestiValderAa, Walkyre in Eext. "Maar soms hebben mensen niet meer de puf om door te gaan, zoals bij theater Het Hek van de Dam. En soms besluit iemand dat de tijd er opzit, zoals de eigenaar van De Amer. Dan is het geweldig om te zien, dat er een crowdfundingsactie op touw wordt gezet.''

We hebben het ergste gehad, meent directeur Douwe Zeldenrust van kunstencentrum Scala in Meppel en Hoogeveen. "Het is vervelend als je mensen moet ontslaan, maar er ligt nu een fundament waarmee we meer jonge mensen bereiken en beter kunnen inspelen op veranderingen in de vrijetijdsbesteding. Ik heb het idee dat gemeentebesturen inzien dat een cultuursector van groot belang is om mensen te binden. Dat cultuur voor reuring zorgt en een plaats doet bruisen en swingen.''

Dat inzicht blijkt niet uit de cijfers die het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) eind vorig jaar publiceerde over gemeentelijke uitgaven aan cultuur. Alle Drentse gemeenten korten: op bibliotheken, op educatie, op musea, op kunsten. Assen, Hoogeveen en Meppel voorop. Iris Offringa van VOF Cultuur, adviesbureau voor de cultuursector uit Hoogeveen: "Dat is niet typisch Drents. Dat gebeurt ook in Overijssel.''

Offringa ziet een landelijke tendens: het rijk legt bezuinigingen op aan gemeenten en die bezuinigen vervolgens op kunst en cultuur. "Wat soms makkelijk gaat, omdat het draagvlak is afgenomen. Kunst en cultuur slokken maar subsidie op – dat is zo'n beetje het idee. De franje is eraf. En ik ben bang dat er na de gemeenteraadsverkiezingen nog een bezuinigingsronde aankomt. Omdat cultuur voor gemeenten geen kerntaak is.''

De Noord van K&C: "Vraag is hoe je met kortingen omgaat. Als de gemeente Noordenveld te weinig geld heeft voor Kinderwereld in Roden, waarom steken de gezamenlijke gemeenten dan niet de koppen bij elkaar, als dat museum zo de moeite waard is? Waarom worden bedrijven niet bij dit soort discussies betrokken? Als de overheid niet meer alles kan betalen, wordt het tijd voor een omwenteling waarbij ondernemers en particulieren de verantwoordelijkheid nemen.''

Cultuurbestuurder Albert Haar uit Zuidwolde: "Cultuur laat zich in Drenthe niet eenvoudig organiseren. Het is hier geen Groningen, waar je bus de bus pakt of op de fiets stapt en mensen met gelijke culturele interesses elkaar eenvoudig vinden. Het publiek is anders dan in de stad. Je moet in Drenthe altijd in de auto stappen. En je moet weten hoe de hazen lopen.''

Soms moet iemand de regie nemen. Bijvoorbeeld bij de Drentse theaters. Bert Naarding, voormalig theaterdirecteur in Assen, schrok toen hij van de problemen in De Nieuwe Kolk vernam. " 'Doe de tent maar dicht', was mijn eerste reactie. En daarna: 'Tijd dat er masterplan voor de Drentse theaters komt'. In het verleden kwamen we als theaterdirecteuren keer per jaar bij de gedeputeerde. Die vroeg dan hoe het ging. Daarna ging iedereen weer zijn gang.''

In Hoogeveen is minder geld voor theatervoorstellingen, in Assen valt het bezoek tegen. Schouwburg Ogterop in Meppel draait redelijk. In Emmen wordt een groot nieuw theater gebouwd. Naarding: "Er zijn heel veel theaterstoelen in Drenthe, en er komen er nog meer bij. Als je de bezetting op orde wilt krijgen, moet er verregaande samenwerking komen. Met een gezamenlijke administratie, gezamenlijke inkoop van voorstelling en specialisaties.''

De Noord ziet dat de spoeling dunner wordt. "De culturele mogelijkheden zijn de afgelopen jaren toegenomen, maar de bevolking krimpt. Waar je vroeger alleen in de steden naar het theater kon, heb je tegenwoordig in bijna elk dorp een voorstelling of concert in een boerderij of kerk. Neemt in Vries de belangstelling voor concerten in de Dorpskerk af? In Beilen gaat de Stefanuskerk voor cultuurpubliek open.''

Veel komt aan op continuïteit, meent Albert Haar. "Je kunt wel enthousiast iets beginnen, maar de tijd dat vervolgens de overheid dat enthousiasme overneemt en in stand houdt, ligt achter ons. Culturele initiatieven staan en vallen bij de liefde van de enkeling die er in slaagt mensen aan zich te binden. Een gunfactor is heel belangrijk. De Amer heeft achthonderd vrienden. Het Cuby-museum in Grolloo driehonderd.''

Haar zag de afgelopen jaren in Drenthe veel nieuwe initiatieven van de grond komen. De Amer kreeg bijvoorbeeld concurrentie van 't Keerpunt in Spijkerboor, Klein Paradiso in Echten, VanSlag in Borger en CocoMaria in Veenhuizen – allemaal kleine podia voor ambachtelijke muziek. "Als mensen doorkrijgen dat er veel gebeurt in Drenthe, levert dat meer publiek op. Maar meer onderscheidend aanbod kan geen kwaad.''

Kan het niet een beetje minder? "Dat is een begrijpelijke reactie'', zegt burgemeester Eric van Oosterhout. "Toen ik Nederlands studeerde, deed ik in de Koninklijke Bibliotheek onderzoek naar literatuur tussen 1928 en 1931. Daarvan was opvallend weinig te vinden. Wat bleek: door bezuinigingen in die jaren waren door de bibliotheek nauwelijks boeken in de collectie opgenomen. Zo'n gat krijg je nooit meer opgevuld. Wees voorzichtig met wat je meent te kunnen missen.''

Maar niet alles kan uit, vult Bert Naarding aan. "Dat zoiets als het Grafisch Proeflokaal in Orvelte ophoudt te bestaan, is heel jammer. Maar wat moet je als er geen geld en geen belangstelling is? Het avontuurlijk ingestelde publiek is nooit omvangrijk geweest in Drenthe, en die groep wordt eerder kleiner dan groter. Sommige dingen hebben hun tijd gewoon gehad. Helaas.''

Het is nu even moeilijk, maar er is perspectief, zegt Iris Offringa. "De cultuursector is strijdvaardig en creatief. Kunstenaars kunnen als geen ander verhalen vertellen. En de behoefte aan verhalen blijft. De tijd van kunst om de kunst lijkt nu even voorbij. In plaats daarvan zie je dat kunstenaars verbindingen aangaan met economie, met toerisme en met de sociale sector. Vooral die creativiteit zal er voor zorgen dat het op termijn goed komt.''

Naschrift

Directeur Wybrich Kaastra van Schouwburg Ogterop in Meppel laat weten dat de Drentse theaters 'aan de achterkant samenwerken met behoud van ieders identiteit aan de voorkant'. Tevens hecht Kaastra eraan te benadrukken dat het in Ogterop meer dan redelijk gaat: "Sinds 2010 is het aantal bezoekers jaarlijks gestegen, en zelfs 20% gegroeid, dat noem ik ronduit goed in plaats van redelijk. Juist in deze tijd is dit een ontwikkeling tegen de stroom in. En ook het huidige seizoen gaat beter als ooit tevoren, op dit moment zijn er al meer kaarten verkocht dan het hele vorige theaterseizoen."


De tijd staat stil in 'Maandewark/Oeze Volk'

MaandewarkAan de Nederlandse taal is goed te zien hoe de tijden veranderen. Sla maar eens een boek, krant of tijdschrift van een halve eeuw geleden open; de wereld van toen lijkt oud, de wereld van nu jong – vraag niet hoe het kan, maar geniet er van.

In het Drents is dat anders. Lees bijvoorbeeld in het jongste nummer van Maandewark/Oeze Volk in de rubriek 'Uut de olde deus' eerst het gedicht 't Wit hoesie van Grietje Clewits uit 1959. En lees daarna elders het gedicht Veurjaorsverlangen van Gerdina uit 2013. De gedichten verschillen vijftig jaar, maar taal, vorm en thema zijn vrijwel identiek.

In Drenthe staat de tijd soms stil, met name in Maandewark/Oeze Volk. Vorig jaar stond het voortbestaan van het blad even ter discussie, maar begin januari maakte voorzitter Anne Doornbos van het Huus van de Taol bekend dat alles voorlopig blijft zoals het was.

En zo is Maandewark/Oeze Volk nog steeds het oudste en grootste Drentstalige tijdschrift. Voor wie houdt van nieuws, onenigheid en andere zaken van voorbijgaande aard is dat wellicht lastig te begrijpen, maar 2000 abonnees vernuveren zich al jaren met teksten waarin gezelligheid en behoud – en dan vooral van het Drents – voorop staat.

Zo lezen we in het eerste nummer van de 59ste jaargang onder meer over wat Dick Blancke op zijn geheime Franse landgoed met het wild en de jacht te stellen heeft, hoe de treinreiziger Bas Luinge duurder uit is in Grolloo, wat Harm Jan Lessche op de brink van Zuidwolde zag en dat Jan Hollenbeek Brouwer uit de tijd is gekomen.

Wat nooit uit de tijd gaat, is brommers kieken. Terwijl iedereen tegenwoordig op een scooter rijdt, schrijft Hennie Stokker-Stadman dat ze het bij een Puch Maxi houdt. Moet kunnen. Ook veelzeggend is de omslag van Maandewark/Oeze Volk. Daarop prijkt een foto van een dik pak sneeuw. Sneeuw? Dat is iets van wel heel erg lang geleden.

Tijdschrift Maandewark/Oeze Volk Jannewaori – febrewaori 2014 –1. Verschijnt zes keer per jaar. Uitgever Huus van de Taol. Abonnement 13 euro.