Previous month:
juli 2013
Next month:
september 2013

Drèents voor alle leeftijden

FrankBaktEenEiNog even en het kleine Ter Verpoozing uit Peize geeft per jaar meer Drentstalige boeken uit dan het grote Het Drentse Boek uit Beilen. Of die boeken veel gekocht en gelezen worden is een tweede, maar de achterliggende gedachte is een goede: streektaal heeft alleen bestaansrecht als die streektaal levend wordt gehouden en, bijvoorbeeld, wordt uitgegeven.

Sinds dit jaar worden de uitgaven van Ter Verpoozing (lees: Gerard Stout) via boekhandel Plantage in Emmen en boekhandel Iwema in Assen vervaardigd en verspreid. We hebben het hier dus over printing-on-demand, een ideaal procédé voor de niche-markt die streektaal nu eenmaal is. Wat daarbij opvalt, is dat de Ter Verpoozing-uitgaven qua drukkwaliteit en vormgeving nauwelijks voor Het Drentse Boek onderdoen.

Nieuwste titel uit het Verpoozing-fonds is Frank bakt een ei, wederom van Gerard Stout, een man die het schrijfttempo van Simon Vestdijk evenaart – zonder hulp van een stofzuiger. Dit keer komt hij met een met foto's verluchtigd veurleesboek met vijf verhalen waarin de hoofdrol is weggelegd voor een jongen van een jaar of vier. Helemaal raak: wie als kind twee (of meer) talen hoort, wacht een gezegende toekomst.

Frank is een wies kereltie, 'n knipmussie voor wie de wereld helemaal open ligt. Hij kan zich nog verwonderen over het bakken van een ei, een kleurling in de trein, de verschillen tussen mamme en pappe en de raadselachtige werking van het lichaam. Hoogtepunt is een smeuïg verhaal over obstipatie: Het gattie in de bips blef dicht hoe stief as Frank ok drukt. Moeder weet raad: zunnepitteolie.

Sommige details lijken afkomstig uit een (te) ver verleden. Soms is geen sprake van een plot en blijven de verhalen schetsjes. Daar staat tegenover dat het Drèents van Stout voor iedereen te volgen is. En dat de schrijver nergens door de knieën gaat, zich niet naar zijn doelgroep buigt. Waardoor lezers en luisteraars – jong en oud – de kans krijgen zich op te richten.

Boek Frank bakt een ei Tekst en foto's Gerard Stout Uitgeverij Ter Verpoozing Prijs 12,50 euro (62 blz.)


'Holt' en 'Hout': Schilderen met beitel en tak

Aili ZhangDaar is ze weer. Nadat Aili Zhang begin dit jaar verraste met een zes meter brede tekening van takjes in het Stedelijk Museum Assen voor Hedendaagse Kunst (SMAHK) heeft ze er nu een gemaakt voor Centrum Beeldende Kunst in Emmen. Vijf dagen heeft Zhang er aan gewerkt, en een paar avonden. De takjes zijn afkomstig uit het Noorderplantsoen in Groningen. Ze zijn zwart geverfd en met kleine spijkertjes op de muur getimmerd. Een voor een.

Reinterpretating painting heet het werk van Zhang, opgeleid aan het Frank Mohr Instituut, de masteropleiding voor beeldend kunstenaars in Groningen. Anders dan in Assen heeft ze in Emmen een staande variant gemaakt. Wederom een prachtig kunstwerk: een landschap met een breekbare, serene uitstraling, geïnspireerd op een Chinese traditie van landschapstekenen.

Het is één van de blikvangers van de dubbeltentoonstelling Holt en Hout waarmee het CBK in Emmen de zomer doorkomt. Een voortreffelijke tentoonstelling, dat ook nog eens. Terugkomen kan nooit kwaad, maar één bezoek maakt al duidelijk dat kunstenaars in dit tijdperk vol bits en bytes nog lang niet op hout als materiaal zijn uitgekeken en dat het gebruik nog steeds tot bijzondere resultaten kan leiden.

Detlef Waschkau
Dat bewijst ook de Duitse kunstenaar Detlef Waschkau met zijn panelen waarop hij eerst met pigmenten schetsen heeft gemaakt om die vervolgens uit te houwen. Met zijn beitel schildert hij postindustriële taferelen. We zien mensen wandelen in een onpersoonlijk winkelcentrum annex kantorencomplex; we zien ook een drieluik waarop een man met een mondkapje een tijdschrift leest en mijmerend vanuit zijn werkkamer naar buiten staart.

Elf jaar geleden zette het CBK in Emmen eveneens de tanden in het hout; toen met twee opeenvolgende tentoonstellingen. Eerst een overzicht met werk van Holt, de vereniging der noordelijke hoogdrukkers die dit jaar het vijftienjarig bestaan viert met een reeks tentoonstellingen. Eerder werden in dat kader al Delft, Nieuw-Buinen en Orvelte bezocht, na Emmen volgen nog Arnhem, Steenwijk en Ameland.

Van de hout-kunstenaars die in 2002 beelden, schilderijen, sieraden en meubels lieten zien, keren Nico Gerberzon en Gert Sennema terug. Van Gerberzon zijn nu ironische sculpturen te zien die de tentoonstelling een vrolijke toets geven: een fors stuk chocola, een bandenwipper, een fles WC Eend, een gaskraan uit zijn serie 'Slochterenbeelden'.

GertSennema
Getuige het gastenboek mag Sennema zich de publieksfavoriet noemen. Hij sleepte die titel binnen op basis van een sculptuur van een jongetje dat op het matras van zijn bedje staat. Op het eerste gezicht een vertederend beeld, maar wie in de ogen van het jongetje kijkt ziet nog iets anders: paniek, verlatingsangst, vrees. Naast het jongetje staat een beeld van een bedremmeld meisje op een tapijt, en even verderop een verkrampte jongen met ouwelijk gezicht op een schildpad, getiteld Festina Lente. Ook zij ogen allesbehalve gelukkig.

Daar is in Emmen geen enkele reden voor.

Expositie 'Holt en Hout' met werk van verschillende kunstenaars en hoogdrukkers Te zien CBK Emmen Ermerweg 88b Emmen Open t/m 1/9 (Holt) en 8/9 (Hout) wo – zo 13.00 tot 17.00 uur.


De ontregelende kunst van Mirjam Veldhuis

MirjamVeldhuisVerrassing in Stadskanaal. In de watertoren – bouwjaar 1935, niet meer in dienst – is deze zomer verspreid over vier verdiepingen een tentoonstelling te zien met keramische objecten van Mirjam Veldhuis uit Stadskanaal. Advies vooraf: treedt binnen en laat al uw ideeën en opvattingen varen over hoe kunst eruit zou moeten zien.

Het lijkt nergens op wat Veldhuis maakt, ze borduurt voort op de opvattingen over anti-kunst van Lucio Fontana (1899-1968). De titel van haar tentoonstelling, Witte Olifanten, als verwijzing naar iets uitzonderlijks, is goed gevonden. Je zou de objecten in de watertoren fantasiefiguren kunnen noemen. Soms doen ze denken aan koraalrif, maar net zo vaak aan parasieten en vergroeiingen.

Dat alles heel bewust, vertelt Veldhuis tijdens een rondleiding. "Ik probeer het zo onbepaald mogelijk te houden, zodat je blijft kijken. Was het niet Albert Waalkens die zei dat kunst door de oogjes naar binnen gaat? Het is een tamelijk intuïtief gebeuren. Tijdens het maken rol ik van het een in het ander. Het geeft een contrast met dagelijks bestaan waarin alles vaak zo gestructureerd moet."

De objecten van Veldhuis zijn gedurfd en verwarrend, misschien wel juist omdat een kijker naar verhalen en houvast verlangt. "Ik hou enorm van verhalen, maar niet in mijn kunst", zegt Veldhuis. Het is dan ook tevergeefs zoeken naar maatschappelijke thema's in haar werk. "Geëngageerde kunst? Interessant, hoor, maar gaat u verder. Ik heb wel ideeën over de maatschappij, maar mijn objecten zijn geen beelddragers."

Ze vertelt over een tentoonstelling in Oldenburg, met kunst gemaakt in de tijd er nog een West- en een Oost-Duitsland bestond. "Daar zat een Oost-Duits filmpje tussen met een man die zonder kleren het water in rent en er weer uit loopt. Heel ongewoon. Dat je dacht: 'Maar wat is dít?' Ongrijpbaar en juist daardoor voor het Oost-Duitse regime erg provocerend. Dat maakte diepe indruk op mij."

InTheFlesh
Veldhuis (Voorschoten, 1961) volgde in de jaren tachtig een kunstopleiding aan de keramiekafdeling van Minerva in Groningen. Eind jaren negentig besloot ze haar manier van werken om te gooien. "Ik begon kleiconstructies te bouwen, zo hoog dat ze door de zwaartekracht instortten. Het gaf me het gevoel dat ik met klei in de lucht aan het tekenen was, dat ik dat potloden- en kwastengedoe niet meer nodig had."

Haar objecten ontstaan zonder plan vooraf. "Het materiaal zelf is een belangrijke inspiratiebron. Soms ontstaat een visueel gegeven uit een doodsimpele handeling. Soms werk ik door op wat ik eerder hebt gemaakt. Een object is klaar op het moment dat het jezelf gaat verbazen." Vrijblijvend is dat allerminst, zegt ze. "Er gaat een hoop planning aan het maakproces vooraf."

Behalve de buitenissige vormen vallen de veelkleurige glazuren op. "Ik moest vroeger nooit iets van glazuur hebben. Ik was true to material, de kleur van het materiaal moest het zijn. Maar de mogelijkheden van glazuur zijn enorm, er gebeurt van alles in zo'n oven waar je geen grip op hebt. Soms is het moeilijk te beoordelen of iets is gelukt, daar speel ik ook mee. Wat volgens de traditie fout is, kan ik heel mooi vinden."

SkinMatters
Haar werk laat zich op verjaardagen en partijen lastig uitleggen. "Het hangt er natuurlijk van af of mensen er ontvankelijk voor zijn. Het best is het als ik er een plaatje bij kan tonen. Ik heb een tijd visitekaartjes gehad met héél kleine afbeeldingen. Daar kwam prachtige gesprekken uit voort. 'Wat is dat?', vroegen mensen. En dan kon ik ze dit verhaal vertellen."

Tentoonstelling

De tentoonstelling Witte olifanten is tot half september te bezoeken in de watertoren van Stadskanaal. Melden bij het Streekhistorisch Centrum Stadskanaal, Ceresstraat 2. Open di tot en met vrij 13.00-17.00 uur, zo 14.00-17.00 uur. Zie ook www.mirjamveldhuis.nl.


Skatalites in Emmen: tsjkedu, tsjkedu, tsjkedu

Het jaarlijkse Full Colour Festival in Emmen werd zondag afgesloten met een optreden van de permanent toerende Skatalites. Inderdaad, de legendarische skaband en hitmachine die in de jaren zestig op Jamaica meespeelde bij opnamen van onder meer Toots and The Maytals, Prince Buster en The Wailing Wailers, en eind jaren zeventig in Engeland werd uitgeroepen tot founding fathers van de ska.

Skatalites
Van de oorspronkelijke bezetting is niet veel over, alleen alt-saxofonist Lester Sterling doet nog mee. De rest is al jaren overleden, dus ook organist Jackie Mittoo en zanger Jackie Opel. Desondanks stonden in Emmen acht muzikanten op het podium. Bandleider Sterling had naast een ritmesectie op leeftijd drie jonge(re) blazers meegenomen, en na drie kwartier kwam zangeres Dorreen Shaeffer ook nog opdraven.

De setlist zat slim in elkaar. De band speelde veel nummers uit de periode dat gewerkt met studiobaas Coxsone Dodd en verder wat novelty-hits. Maar echt spannend wilde het niet worden. Terwijl er goed en strak werd gespeeld, professioneel zeg maar. Hat lag vooral aan de sound, aan het genre. Ska leent zich nauwelijks voor afwisseling: het ritme is zo dwingend dat alle solo's ondergeschikt zijn aan het eoogde effect.

En toch had het wel wat: Skatalites in Emmen. Er kwam een gemêleerd publiek op af, van rollatorduwers tot kleuters, en alles wat daartussen zit, met de nadruk op veertig plus. Onder wie Eddie 'Speedy' Huizing, van voorheen De Boegies, Jammah Tammah en later ADHD Spietmobiel. Die zijn mooiste blauwe pak van zolder had gehaald en schijnbaar achteloos aan de voeten van Lester Sterling een paar passende moves maakte.  


Prettige kennismaking met Het Houten Huis

Op festival Noorderzon een kijkje genomen bij Het Houten Huis, het nieuwe theatergezelschap voor de jeugd (en volwassenen) in Noord-Nederland. Over HHH doen veel opgewonden geluiden de ronde, onder meer in Dagblad van het Noorden. Ik had ze nog niet gezien, ook omdat ze tot dusver nog niet veel onze kant op zijn gekomen.

HetHoutenHuisDroogland
Op Noorderzon speelden ze Droogland, een voorstelling voor tien jaar en ouder die buiten het Noorden in elkaar is gezet. Vandaar wellicht dat Het Houten Huis ook de naam Speeltheater Holland voerde. Speellocatie was een schijnbaar loos veldje bij het Noorderstation tegenover een begraafplaats, een plek waar je volkstuinen zou vermoeden.

Op het veldje waren twee huisjes gebouwd, van hout inderdaad. Uit het ene kroop een overall met een bokken-masker, uit het andere kwam later een jurk met een geitenkop. De overall wilde groente telen, in speciaal daarvoor gecreëerde perkjes, maar de waterpomp werkte niet mee. De jurk wilde paren, daartoe schoof ze haar rok omhoog en bood ze zonder omhaal haar lichaam aan.

Van wat daarna gebeurde, verklappen we alleen dat er een mooie dramatische wending volgde. En al die tijd werd er niet gesproken, maar wel live muziek gemaakt. We zagen de bok en de geit bewegen zoals bokken en geiten dat kunnen, driest en schokkerig, maar vergaten daarbij niet dat er echte mensen in de overall en jurk verstopt zaten. Het zag er fraai uit, dat moet gezegd. Na een half uur was het voorbij, en ook dat was precies goed.

Kortom, een aangename kennismaking met Het Houten Huis. Binnenkort met hetzelfde Droogland te zien op het Axis Festival, 21 en 22 september in Assen


De onverzettelijke Ai Weiwei

AiWeiWieWat opviel aan de internet-persconferentie met de Chinese kunstenaar Ai Weiwei, dit voorjaar in het Groninger Museum, was zijn onverzettelijke houding. We zagen hem via Skype geroutineerd en onderuit gezakt in beeld verschijnen. Alsof het de normaalste zaak is dat een van de bekendste kunstenaars ter wereld de media in het geheim te woord moet staan. En op alle vragen had Ai Weiwei een afdoend antwoord – nergens keek hij nog van op.

Die onverzettelijke houding zit ook in het boek dat de Britse journalist Barnaby Martin over hem schreef. In Engeland verschenen als Hanging man. The arrest of Ai Weiwei is bij de Nederlandse vertaling gekozen voor Een dissident in hedendaags China. Waardoor de indruk wordt gewekt dat we op de eerste plaats met politiek van doen hebben. Daar valt iets voor te zeggen. Maar zouden we zonder de kunst in Ai Weiwei geïnteresseerd zijn?

Zo ja, noem dan de namen van 55 Chinese intellectuelen die in 2011 met Weiwei werden gearresteerd op verdenking van, tja, van wat? Na betaling van een borgsom – zie daarvoor de tentoonstelling Fuck off part 2 in het Groninger Museum – werd de gevangenschap van Weiwei omgezet in huisarrest. Wat er met anderen is gebeurd, veelal mensenrechtenactivisten, we weten het niet.

Barnaby heeft de arrestatie aangegrepen om op een losse, persoonlijke toon over het leven van Weiwei te vertellen. Het is een even fascinerend als ontluisterend verhaal. Het gaat terug naar diens schilderende vader Ai Qing (1910 – 1996), die in de jaren dertig in de gevangenis uitgroeide tot een populair dichter en later, onder Mao, werd verbannen en gedwongen tot het wonen in een gat in de grond en het schoonmaken van wc’s.

We lezen over de rol die Ai Weiwei eind jaren zeventig in de Chinese kunstwereld speelde, over zijn vertrek naar de Verenigde Staten en zijn terugkeer naar China op het moment dat daar, onder Deng Xiaoping, grote veranderingen plaatsvonden. Rond de millenniumwisseling is Weiwei een van de sleutelfiguren in de Chinese kunstenaarswereld. Een paar jaar later volgt zijn internationale doorbraak. Daarna valt hij bij de Communistische Partij in ongenade.

Barnaby voerde lange gesprekken met Weiwei, die in het boek als sfeerverslagen zijn weergegeven. Voordeel daarvan is dat we een beeld krijgen van de omstandigheden waaronder Weiwei in China zijn kunst maakt. Nadeel is dat – zonder wederhoor, uiteraard – een surrealistisch en soms absurdistisch beeld wordt opgeroepen van ongrijpbare machthebbers in een land waarin mensenlevens weinig waard zijn, en autonome kunst nog minder.

Wat Weiwei drijft, lezen we tussen de regels. Als hij zijn kunst opgeeft is hij verloren. Als hij toegeeft ook.

Boek Ai Weiwei. Een dissident in hedendaags China Auteur Barnaby Martin Uitgever Ambo Prijs 19.95 euro (222 blz.) 


We zien ons in een duif veranderen

Duif2Noorderzon heet een moedig festival. Omdat het naast een overdaad aan horeca – gezellig, gezellig – voorstellingen programmeert waar je lang op mag en kunt kauwen. Zoals Duif van Dinanda Luttikhedde, een combinatie van film met live-muziek en gedichten op een bijzondere plek: het clubhuis van duivensportvereniging De Luchtbode in de Oosterparkwijk in Groningen.

Eerst verzamelen we ons bij een benzinestation, waar we door gids Romke van der Velde worden meegenomen naar 'de duiventuin' – denk aan een volkstuincomplex, maar dan voor duivenmelkers. Hij laat ons rondkijken bij de hokken van oud-buschauffeur Aljan Siekman, tegenwoordig geheel en al in de duiven. Poppenkontjes noemt hij ze. Siekman is een voorstelling op zich.

Maar we moeten naar het clubhuis, waar verspreid over drie schermen een documentaire wordt vertoond over een man en zijn duiven. Net als in de vorige film van Luttikhede, Onland, zit er geen duiding in de documentaire, geen voice-over, geen interviews. Trage beelden vol herhaling worden aangevuld met geïmproviseerde live-muziek. Soundscapes zijn het, af en toe onderbroken door Friestalige gedichten.

Wat we zien mag geen reclame voor een onschuldige hobby genoemd worden. De man in de film, Douwe Jongboom uit Hoensbroek, heeft van de duivensport een levensvervulling gemaakt. Het huishouden schiet er bij in, zullen we maar zeggen. Zijn duiven zijn met nog 25.000 andere 'poppenkontjes' per vrachtwagen naar Frankrijk gebracht, duizend kilometer verderop. Het wachten is op een behouden thuiskomst.

We zien de man in de film roken, telefoneren en internetten. We zien hem 'de berichten' volgen. We zien hem naar de lucht turen. De geluiden die hij uitbrengt, zijn niet te verstaan, hooguit te begrijpen. Een goedmoedig mompelen is het. Stilzitten kan kan de man niet. Voortdurend drentelt hij heen en weer door zijn kleine, betegelde achtertuin waarin alle luxe lijkt opgeofferd aan vogels en voer.

Heel langzaam zien we de man in een duif veranderen. En wij veranderen met hem mee. Onze ogen schieten alle kanten op, onze koppen draaien. Instinctief worden we één. We beginnen te schuifelen op onze bankjes. We proberen een geheel te construeren aan de hand van de schermbeelden. Kijken achterom naar de leden van fanfare Avanti. Naar opzij waar Mike Kramer en de broers Kleefstra hun vervreemdende geluiden produceren.

We zoeken houvast. Noem het een vliegrichting. Uiteindelijk komt alles goed, uiteraard. De man in de film wordt na vijf uur drentelen herenigt met 'het vrouwtje'. "Goed gedaan! Daar ben ik wel blij mee", horen we hem zeggen. Hij glimlacht en is voor het eerst goed verstaanbaar. Dan beloont hij haar met voer en laat haar terug in het hok. Dan gaat ook voor ons de deur weer open.

Gebeurtenis film/performance 'Duif' van Dinanda Luttikhedde ikv festival Noorderzon Met Mike Kramer, Jan Kleefstra, Romke Kleefstra, Romke van der Velde, fanfare Avanti en anderen Gezien 17/8 Oliemuldersweg 8 Groningen Nog te zien 24/8 en 25/8 Cultura Nova Heerlen


Asterix en Obelix in het Stripmuseum

Jongens waren we, maar rare jongens. Tien, elf, twaalf, dertien jaar. Alle seizoenen lezen – 's morgens, 's middags en s' avonds. Op de bank, op de vloer, op het toilet. Altijd hongerig. Vooral naar strips. Die overal rondslingerden, maar nooit kwijtraakten. Die na verloop van tijd veranderden in een losbladig systeem met ezelsoren. Zodat we met verjaardagen en Sinterklaas precies wisten wat we op onze verlanglijsten moesten zetten: nog meer strips.

AsterixEnObelix
Het stripboek beleefde in Nederland zijn hoogtij in de jaren zeventig en tachtig. Dat gold zeker de avonturen van Asterix en Obelix, die in de jaren zestig door tekenaar Albert Uderzo (1927) en scenarist Rene Goscinny (1926 – 1977) zijn bedacht en vervolgens de wereld hebben veroverd. Inmiddels telt de reeks 34 albums. Plus een aantal speciale uitgaven en films met onder anderen Gerard Depardieu als Obelix. In oktober volgt een nieuw deel: Asterix en de Picten.

Rond het vermetele tweetal is nu in het Stripmuseum in Groningen de tentoonstelling Asterix & Obelix met de Franse slag te zien. Hoewel niet meer zo populair als vroeger – de glorietijd van de avonturenstrip is voorbij, tegenwoordig doen gag-strips het beter – spreken de helden uit het kleine, vrijgevochte, naamloze Gallische dorpje nog altijd tot de verbeelding. Onlangs werd Asterix opgevoerd in de strip DirkJan. Hij bleek een heuse vrouwenmagneet, veel meer dan de zonnebadende Bert.

De tentoonstelling behandelt aan de hand van zeven willekeurige thema's het ontstaan en de ontwikkeling van de Asterix-reeks: 'vechtpartijen en vuistslagen', 'personages', 'dieren', 'in beeld gebracht', 'illustraties voor de pers', 'sfeerbeelden' en 'helemaal Uderzo'. Getoond worden schetsen, storyboards, ingekleurde strips, een film, merchandise, een aantal decorstukken verwijzend naar het begin van de jaartelling en tekstpanelen over Goscinny en Uderzo.

DeZiener
De van oorsprong Franse tentoonstelling heette aanvankelijk Uderzo in extenso, en diende als hulde aan Uderzo. In het Stripmuseum ligt de nadruk niet op de maker(s), maar op de tekeningen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de prominente plek voor een reeks grote reproducties van illustraties waarmee Uderzo klassieke schilderijen heeft gepersifleerd. Zoals De Vrijheid leidt het volk van Eugène Delacroix, De anatomische les van Rembrandt en De boerenbruiloft van Pieter Brueghel de Oude.

Uderzo tekende De bruiloft voor Asterix en De Belgen, een in meerdere opzichten cruciale uitgave. Het is het laatste boek met teksten van Goscinny, die in 1977 na een hartaanval overleed, maar kort daarvoor in conflict was geraakt met uitgever René Dargaud. Het leidde tot een juridisch gevecht, dat door Dargaud werd gewonnen. Waarop Uderzo met de dochter van Goscinny besloot een eigen uitgeverij te beginnen.

In de ogen van veel fans is het daarna bergaf gegaan met Asterix: de albums na 1980 halen niet het niveau dat door het tandem Uderzo-Goscinny werd bereikt. Wat vooral veel zegt over de kwaliteiten en inbreng van de overleden scenarist. Goscinny, die ook de verhalen van Le Petit Nicolas schreef, bestond het als geen ander om twee doelgroepen te bedienen: kinderen die zich vermaakten met de gevechten tegen de Romeinen en volwassenen die genoten van de vele culturele verwijzingen.

Onder de titel Asterix, de vrolijke wetenschap is een boekje verschenen waarin Jaap Toorenaar de verwijzingen ontsluit. Om te beginnen de namen van de personages, die voor Franse lezers veelzeggender zijn dan voor Nederlanders – terwijl in de vertaling soms iets verloren gaat, soms iets gewonnen wordt. Zo heet de nauwelijks geliefde bard aanvankelijk Assurancetourix, wat de Fransen lezen als verwijzing naar de allriskverzekering. In de latere Nederlandse uitgaven verandert dat treffend in Kakafonix.

Veel persiflages op historische en populaire Franse figuren gaan over de Nederlandse hoofden heen. Gelukkig spelen veel avonturen ook in het buitenland, zodat we in De Britten terloops de Beatles kunnen tegenkomen, in De grote oversteek Laurel & Hardy herkennen, in Cleopatra zien hoe de sfinx van Gizeh van zijn neus wordt verlost en hoe in Hispania door Obelix het idee voor Carnac wordt gelanceerd.

Leerzaam zijn de albums zeker, bijvoorbeeld om het Romeins getallensysteem onder de knie te krijgen. Of anders voor sportjournalisten. Zo is sinds De ronde van Gallië al duidelijk dat de Tour de France op verboden middelen wordt verreden en dat doping ook in atletiek bijna gewoon is. Zie daarvoor De Olympische Spelen. Wie wil weten waarom het onrustig is in het Midden-Oosten zie De Odyssee waarin ene Nulnulnix in voorkomt die op Sean Connery lijkt.

Wereldwijd zijn 350 miljoen albums van Asterix en Obelix verkocht, waarvan twintig miljoen exemplaren in Nederland. Waardoor het begrijpelijk mag heten dat Uderzo in 2006 werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Officieel voor zijn verdiensten voor de stripwereld, het historische en klassieke onderwijs én de Europese eenwording. Officieus óók voor zijn bijdragen aan het stille geluk, plezier en welbevinden in onze huiskamer.

Tijd voor een feestmaal.

De tentoonstelling Asterix en Obelix met de Franse slag is tot en met 3 november te zien in het Nederlands Stripmuseum in Groningen. Open di – zo 10.00 tot 17.00 uur. Het boek Asterix, de vrolijke wetenschap van Jaap Toorenaar is verschenen bij uitgeverij Arboris. Prijs €19.95 (144 blz.) 


Het nieuwe verbinden op Noorderzon

Festival Noorderzon dus. Met tot en met 25 augustus veel performing arts en nog heel veel meer horeca – zonder eten en drinken wil het niet. We bezochten zaterdag drie voorstellingen:  Tot de schijt ons doodt van De Groeten, Duif van Dinanda Luttikhedde en Groeten uit Tilburg, Texas van Tom America en P.F. Thomése.

Noorderzon
De dames van De Groeten zagen we drie jaar geleden voor het eerst. Toen in Eexterzandvoort waar ze in een camper de muziekvoorstelling Groeten uit mijn wereld speelden, over jongeren die het platteland vaarwel zeggen. Tot de schijt ons doodt is gesitueerd in een container en kan daardoor iets meer publiek trekken. Zaterdag zaten we met zijn twintigen te puffen en te zweten.

De voorstelling vergoedde veel zoniet alles. De Groeten bracht ons in een razend tempo een bruisende voorstelling over vreemdgaan en relatieperikelen, over het 'nieuwe verbinden'. De kracht zat 'm de uitbundige uitstraling en vooral in de liedjes. Alles bont en Nederlandstalig en afkomstig uit het bakje kleinkunst, gestoeld op knappe samenzang en voorzien van een gulle lach en kleine traan.

Duif speelde in een duiventuin in de Oosterparkwijk, op een kwartier fietsen van het plantsoen. Het bleek in veel opzichten een typische Noorderzon-voorstelling: ongewoon en ongrijpbaar, maar juist daardoor de moeite waard. Maker Dinanda Luttikhedde filmde Duif bij een duivenmelker in Hoensbroek en vertoonde  haar documentaire in Groningen met live-muziek en poëzie.

Plaats van handeling was het clubhuis van duivensportvereniging De Luchtbode. Kort daarvoor werden we door en over het complex geleid en brachten we een kort bezoek aan de duivenhokken van een voormalige buschauffeur die tegenwoordig geheel 'in den duif' is. Een schitterende kerel, zo op het eerste oog. Voor een uitgebreid verslag zie maandag Dagblad van het Noorden.

Het grootste plezier beleefden we in de Desdemona-tent tijdens het Literaturia-programma. Voor de zaterdagavond had programmeur Stefan Nieuwenhuizen en zijn Buro05  P.F. Thomése en Tom America weten te strikken. Volgens de brochure zouden de twee Brabo's 'met elkaar en zichzelf in gesprek gaan', dit alles onder de titel Groeten uit Tilburg, Texas. De praktijk bleek anders: losser en nog beter.

Thomése las voor uit eigen werk - J. Kessels. The Novel, Het Bamischandaal en Schaduwkind  - ironisch, hilarisch, plat en dan weer verrassend ontroerend en scherpzinnig. America wisselde af met zijn staaltjes geluidkunst: een proeve van zijn Tilburgse-volkstaalproject, een herinnering aan zijn beginjaren als muzikant en uitleg van een Amsterdamse fotograaf over diens werkwijze.

Hoogtepunt was een gezamenlijk geluidsessay waarbij America zinnen uit een tekst van Thomése van klank voorzag en op scherm projecteerden. Waarna Thomése de draad oppakte, verder las en weer losliet – de draad van zijn essay. Over dat ons beeld van onszelf nooit het beeld is van hoe wij zijn en hoe wij onszelf willen zien. Niet alleen inhoudelijk zeer sterk, maar ook als vorm indrukwekkend en ontroerend.

In een poging een deel van al dat moois te bewaren voor later, maakten we stiekem geluidsopname van Thomése en America. Thuisgekomen speelden we die af, en genoten we opnieuw. Maar toch anders. Daarna draaide we de cd met liedjes uit de voorstelling van De Groeten. Ook die haalden het niet bij de ervaring ter plekke. Duif verschijnt pas volgend jaar op dvd.