Daniil Charms als opmaat Time Shift Festival
Op herhaling: Emmen en de Atlas voor gemeenten

Zwabberend en slingerend op weg naar het einde

Ter gelegenheid van het Nederland-Ruslandjaar lees ik voor Dagblad van het Noorden klassiekers uit de Russische literatuur – van vroeger tot nu. Aflevering 4: Moskou op sterk water van Venedikt Jerofejev.

JerofejevVan de Russen wordt gezegd dat ze grote hoeveelheden alcohol naar binnen slokken, vooral wodka. Hoewel precieze cijfers en deugdelijk onderzoek weer eens ontbreken, zou het zomaar kunnen. Want wodka ís een fijne drank als je dronken wil worden – mits de kwaliteit goed is uiteraard, maar dat geldt voor alles. Het spoelt redelijk makkelijk door, het stinkt aanzienlijk minder dan jenever en de kater valt doorgaans mee.

Vraag is waarom Russen zo graag drinken. Venedikt Jerofjev wijst in zijn roman Moskou op sterk water de wanhoop en armoede als oorzaken aan: "Het volk kan zich geen vlees veroorloven, en wodka is goedkoper dan vlees, vandaar dat de Russische boeren zuipen, ze zuipen van armoede! Boeken kunnen ze zich niet veroorloven, want Belinski en Gogol liggen nou één keer niet op de markt te koop, daar kun je enkel en alleen maar wodka krijgen."

Jerofejev was ervaringsdeskundige wat alcoholgebruik betreft. In Moskou op sterk water uit 1969 beschrijft hij wat het gebruik te weeg kan brengen, en dat is nog al wat. Zijn boek wordt wel de ultieme drankroman genoemd. De ik-figuur is van begin tot eind dronken en daartussen voortdurend bezig om nog dronkener te raken. Wat welbeschouwd een vreselijke toestand is, maar door Jerofejev ronduit meesterlijk op papier is gezet.

De vertelling begint 's ochtends in een portiek in Moskou: " 't Valt best mee, 't valt best mee,' zei ik tegen mezelf, 't valt best mee. Kijk daar heb je een apotheek, zie je wel?" Van daaruit gaat de tocht zwabberend naar aan het station, waar de ik-figuur op de boemeltrein wil stappen om in Petoesjki, 120 kilometer verderop, zijn geliefde meisje wil opzoeken. Vervolgens maken we de reis mee, en het aanhoudend gezuip in de compartimenten.

Terwijl het spoor zich steeds duidelijker aftekent, slingeren taal en gedachten van de ik-figuur alle kanten op. De ontketende stijl doet denken aan die van Louis-Ferdinand Céline, met als verschil dat Jerofejev minder cynisch en daardoor grappiger is. Hij gunt zich veel ruimte voor invallen en terzijdes, waaronder recepten voor bizarre cocktails als Balsem van Kanaän en Tranen van een Komsomolmeisjes, en grafieken over het drankgebruik van fabrieksarbeiders.

Ondertussen worden wezenlijke zaken behandeld: "Immers, is het menselijk leven niet een uiterst kortstondige zatheid van de ziel? En tegelijkertijd een soort zielsverbijstering? We zijn allemaal als 't ware dronken, alleen iedereen op zijn eigen wijze, de één heeft meer op dan de ander. En op de één werkt het zus, op de ander zo: de één lacht deze wereld in het gezicht uit, de anders schreit het uit aan de borst van deze wereld."

Als de trein de eindbestemming heeft bereikt, is de vergiftiging compleet. De ik-figuur blijkt helemaal niet in Petoesjki aangekomen, maar is weer – of nog steeds, dat kan in deze krankzinnige roman ook  – in Moskou. Waarmee het paradijs aan zijn neus voorbij is gegaan en het tragische lot van de kleine man weer eens is onderstreept. Proost!

Boek Moskou op sterk water Auteur Venedikt Jerofejev Uitgever Van Oorschot Prijs 12,50 (148 blz)