Previous month:
april 2013
Next month:
juni 2013

Een klein, gerafeld kussentje mét spelden

Uit vrees voor een nat pak door regen stapte ik De 5000 Morgen binnen, het museum van Hoogeveen. Musea zijn perfecte schuilplaatsen. Het is er doorgaans rustig, niemand jaagt je op, er valt altijd wat te zien. De toiletten zijn er schoon en je kunt vertrekken wanneer je wilt. In Hoogeveen gaat dat eenvoudig, de toegang is geheel gratis.

Na een tijdje scharrelen kreeg ik in een van de stijlkamers een hand van Ida Henstra. Ze stelde zich voor als coördinator. Of ik misschien iets wilde weten? Goed: het mooiste en meest bijzondere voorwerp van het museum dan? Die vraag overviel haar. Ze was geen conservator, vertelde ze. Maar als ik haar even tijd wilde geven, dan kon ze iets bedenken.

Ik stapte een gang binnen waar een expositie was ingericht met knipsels en foto's van het koningshuis. Merkwaardig genoeg stond er ook een fiets, een vélocipède uit de negentiende eeuw. Een deur verderop trof ik een keuken aan, ingericht met voorwerpen die je in iedere oudheidskamer aantreft: fornuis, strijkbout, kolenkit, wafelijzers. Het keukenraam bood zicht op een groot, verlaten museumcafé.

Ida had nagedacht. Ze had iets groots en duurs kunnen kiezen, zei ze. De schilderijen van Andreas Gerrit Jacobsen, de studies van Albert Steenbergen, het heidelandschap van Sientje Mesdag, het werk van Gerard van der Weerd. De replica van de boot van Pesse. Ze had voor de modellen van de scheepswerfjes kunnen gaan, gemaakt ter herinnering aan de veertien werven die Hoogeveen ooit telde – maar die waren in bruikleen van de historische kring.

Hoe groot was de collectie eigenlijk? 10.000 stuks? Er was in het verleden veel te veel verzameld. De zolder stond vol, vertelde Ida. Van lang niet alles is bekend wat het precies is, en wat het met Hoogeveen te maken heeft. Onderzoek kost tijd. En geld. Daarbij: het draait niet alleen om het bestuderen van voorwerpen. Een museum moet ook open willen zijn. Er is ook zoiets als een sociale functie.

Geboortekussen
Ondertussen haalde ze uit een statige kast een klein kussentje van linnen tevoorschijn, met gerafelde franjes van kant. Motiefjes in de vier hoeken, een kroontje boven een embleem en daaronder het jaartal 1788. Destijds cadeau gedaan als speldenkussen bij de geboorte van een meisje. In de hoop dat het meisje later zou gaan handwerken. Door wie? Dat zou ze even moeten nazoeken.

Wat het kussentje bijzonder maakt, vertelde Ida, is dat de spelden die de versieringen vormen nooit zijn verwijderd. Zo zuinig moet het meisje op haar geboortecadeau zijn geweest. Al kan het natuurlijk ook dat ze niet van handwerken hield. Of dat ze al dood was, voor ze het ter hand kon nemen. We weten het niet, en zullen het nooit weten. We kunnen het alleen bekijken. Omdat het in Hoogeveen bewaard is gebleven.

Museum De 5000 Morgen. Hoofdstraat 9 Hoogeveen. Di t/m za 10.00 – 17.00 uur. Zo 13.00 – 17.00 uur. Zie ook www.5000morgen.nl


KAPKAR van Frank Havermans bij Borger

BrandweerKazerneBorger
Een maand nadat langs de N34 bij Borger het beeld De kop van Borger van Willem Kind is geplaatst, is langs diezelfde N34 bij de brandweerkazerne van Borger een beeld van Frank Havermans verrezen. Het is een spannend 'ding' dat ergens heel in de verte aan het monster van Loch Ness doet denken. KAPKAR heet het beeld. Het is voorzien van een lichtbak die wordt ingeschakeld op het moment dat de brandweer moet uitrukken. Nu maar hopen dat zoiets nooit nodig is. De onthulling van KAPKAR moet nog plaatsvinden.


Woest en Ledig in New York

In de hoop dat niemand er last van heeft gehad, verkeerden we een paar dagen in het buitengebied. In New York meer precies.

Manhattan
Alwaar we bij aankomst op Manhattan ontdekten dat we geen toegang kregen tot het via internet gehuurde  'Nice Apartment with Great View of Times Square, Free Wifi'. Onze 'host' bleek nergens te vinden, en mocht volgens de baas van het appartementencomplex  sowieso niet onderverhuren aan derden. Sorry maar helaas. We can't help you. Foetsie 800 dollar. Gelukkig vonden we voor 225 dollar per nacht een stoffig hotel, waar een van ons op de grond mocht slapen.

De volgende dag toch maar fietsen gehuurd en over de Brooklyn Bridge getrokken. Daarna Ground Zero bezocht, waar we ter plekke werden rondgeleid door slachtoffers. Juist op de dag dat een nieuwe, nog hogere toren het hoogste punt bereikte. Ook met de veerboot langs het Vrijheidsbeeld gevaren. Door Central Park gewandeld. In de metro gezeten. Winkels en restaurants bezocht. Meters gemaakt. Wat een toerist zoal doet.

Massoud HassaniEn zoals voorgenomen in het MoMA rondgekeken. Waar in een reusachtig gebouw een werkelijk sublieme verzameling moderne en hedendaagse kunst is bijeengebracht. Zoals – verrassing!  – de mijnenjager die Massoud Hassani heeft ontwikkeld aan de Design Academy in Eindhoven. Maar ook geweldige schilderijen van Italiaanse futuristen en videokunst met circusolifant van de Schot Douglas Gordon.

Al met al te veel om in een dag te bekijken. En je moet zoveel entree betalen – 25 dollar – dat je de volgende dag niet meer durft. Of kunt. Volgende keer weer? Ja, volgende keer weer. Maar eerst kijken of we die 800 euro voor het verboden appartement nog ergens kunnen terughalen. En daarna flink sparen.


Over 'Het wonderland van Lewis Carroll'

LewisCarrollIn Het wonderland van Lewis Carroll neemt Carel Peeters leven en werk van de Britse schrijver Lewis Carroll (1832 – 1898) met ons door. Hij doet dat in stukken die eerder in Vrij Nederland hebben gestaan en zonder problemen los van elkaar gelezen kunnen worden. Tezamen geven ze caleidoscopisch beeld van een caleidoscopisch mens.

Zelf spreekt Peeters van een prismatische persoonlijkheid, iemand met veel kanten die niet altijd harmonieerden. Carroll was wiskundige, deken, uitvinder, bedenker van spelletjes, pamflettist, conservatief, liberaal, theaterbezoeker, kindervriend, uitgever, initiatiefnemer van de vaste boekenprijs, en tevens bedenker van de losse stofomslag van boeken.

Bovenal was hij schrijver. Van bijna honderdduizend brieven. Van gedichten. En van drie boektitels die honderd jaar na zijn dood nog steeds leven: Alice in Wonderland, Through the looking glass en The hunting of the snark. Carroll werd rijk van zijn pen, maar stond tegelijkertijd een groot deel van zijn leven rood bij de bank. Geld speelde geen enkele rol, hij gaf het graag aan anderen.

Zijn Alice in Wonderland, waarin een meisje van 12 in botsing komt met een onbegrijpelijke wereld, kan op veel manieren gelezen worden – ook dat maakt het tot een voortreffelijk boek. Onder meer als karakterschets: "Het aantrekkelijke van Alice is de combinatie van haar parmantigheid, verlegenheid, verbazing en haar moed om zich van tijd tot tijd te weer te stellen tegen die rare wereld van volwassenen."

Uiteraard staat Peeters stil bij het meisje dat Carroll inspireerde bij het bedenken van Alice en hem vroeg haar avonturen op te schrijven. Ze heette Alice Liddell, ze was een jaar of 10 toen de auteur haar in de functie van 'speeloom' het beroemd geworden verhaal vertelde tijdens een boottochtje. Speeloom. Zou zoiets tegenwoordig nog kunnen bestaan?

Carroll had iets met meisjes. Hij schreef ze brieven, ging met ze naar het theater en nodigde ze uit voor etentjes waarbij niemand anders aanwezig mocht zijn, om 'het gesprek' niet te verhinderen. Je kunt er van alles van denken, en dat is ook gebeurd. Peeters doet moeite om ook het onschuldige karakter te benadrukken. Verliefd, of niet verliefd. De feiten zijn zoekgemaakt en verdwenen, we zullen het nooit precies weten.

Andere dingen weten we wél, mede dankzij Het wonderland van Lewis Carroll. Bijvoorbeeld met welke schilderijen Carroll zich graag omringde: de romantische naar de Middeleeuwen lonkende sentimentele kunst van prerafaëlieten. Hoe hij brochures en pamfletten schreef, onder meer tegen de vivisectie. Hoe hij als formeel creationist worstelde met de evolutietheorie; in zijn bibliotheek stonden 19 boeken van en over Charles Darwin.

"Als Lewis Carroll honderd jaar later was geboren, zou hij columnist zijn geweest. Hij bemoeide zich met van alles en wilde over veel een mening hebben", schrijft Peeters. In de wereld van Alice had zoiets inderdaad gekund, een schrijver die na zijn dood columnist wordt. Het kan altijd gekker. Gelukkig is het in werkelijkheid anders gelopen.

Boek Het wonderland van Lewis Carroll Auteur Carel Peeters Uitgever De Harmonie Prijs 17,90 euro (272 blz.)


Daar is-ie weer: Bas Jan Ader

JacobusBosBasJanAder1Als je eenmaal zijn naam en werk kent, kom je 'm overal tegen: Bas Jan Ader (1942 – 1975). De laatste tijd vaker dan voorheen. Zo trof ik vorige maand in het vernieuwde Rijksmuseum, in de bovenzaal met kunst tussen 1950 en 2000 zijn video I'm too sad to tell you. En vorige week op het omslag van de nieuwe bundel van Jacobus Bos, Het geluk van een jeugd, zag ik de foto Fall 2 uit 1970, waarop we Ader een gracht in zien rijden.

Met een bladzijde verder de notitie: "Uitgeverij Wereldbibliotheek is er niet in geslaagd de rechthebbende van de omslagfoto te achterhalen. Eenieder die meent rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht contact op te nemen met de uitgeverij." Waarbij het inderdaad een interessante vraag is wie het recht mag doen gelden op het werk van de in 1975 spoorloos verdwenen kunstenaar.

Vorig jaar was het helemaal bal, wat Ader betreft. Met een reeks kunstuitingen in Groningen, waarbij Ader werd herdacht en als inspiratiebron diende voor een nieuwe generatie. En het jaar daarvoor de dichtbundel Vallende mannen van Coen Peppelenbos met onder meer het gedicht De valkunstenaar: 'Vallen is loslaten/ het moment bepalen/dat je je overgeeft/ aan zwaartekracht.// Ik ben te verdrietig/ om je te vertellen/ dat.' Waarbij ik mij meen te herinneren dat Peppelenbos ook een roman over de valkunstenaar in de pen heeft.