Drummen en Walvoort in De Fabriek
Joost Oomen: Dichter als blijvende toestand

Gevolg zonder oorzaak

Ter gelegenheid van het Nederland-Ruslandjaar lees ik voor Dagblad van het Noorden klassiekers uit de Russische literatuur – van vroeger tot nu. Aflevering 3: In anderhalve kamer van Joseph Brodsky.

BrodskyKun je boeken van Russen die niet in Rusland wonen en niet in het Russisch geschreven zijn tot de Russische literatuur rekenen? Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky werd in 1940 in het toenmalige Leningrad geboren, werd in 1972 door Leonid Brezjnev uitgewezen en emigreerde naar de Verenigde Staten waar hij vijf jaar later het staatsburgerschap verwierf.

Zijn gedichten schreef hij in het Russisch, zijn essays in het Engels. De drie 'autobiografische novellen' die tezamen In anderhalve kamer vormen, behoren tot zijn essayistische werk. Welbeschouwd is hier geen sprake van een 'klassieker', het is de vraag of Brodsky wel zoiets als 'een klassieker' heeft geschreven. In anderhalve kamer is vooral een introductie tot een virtuoos schrijver waar je een leven lang plezier aan kunt beleven.

Brodsky's verhouding tot Rusland was gecompliceerd. Hij schrijft: "Dat land met zijn schitterende geïnflecteerde taal die in staat is om de subtielste schakeringen van de menselijke ziel uit te drukken, met een onvoorstelbare ethische gevoeligheid (een gunstig gevolg van een overigens tragische geschiedenis), had in zich een cultureel, spiritueel paradijs te worden, een uitverkoren beschavingswerktuig. In plaats daarvan werd het een saaie hel, met een aftands materialistisch dogma en zielig consumptief gescharrel."

Waarbij het goed is te weten dat Brodsky joods was en zich niet kon voegen naar het Sovjet-regime. Dat hem in 1964 tot vijf jaar dwangarbeid veroordeelde wegens parasitisme, het niet hebben van een vaste baan – kom daar nog maar eens om. Hij had toen een aantal gedichten gepubliceerd die niet zozeer anti-Sovjet waren als wel van een onafhankelijke, scherpzinnige geest getuigden. Brodsky kon en wilde geen slaaf zijn, zo moeten we het samenvatten.

In anderhalve kamer laat overtuigend zien waar hij voor stond, als mens, denker en schrijver. In de eerste novelle beschrijft hij zijn verhouding tot de Sovjet-samenleving, in de tweede zijn liefde voor taal en literatuur en in de derde de jaren bij zijn ouders. Die laatste novelle, het titelstuk, is hartverscheurend. Brodsky vindt hier woorden voor de tragiek van ouders, die werden terneergedrukt door 'het systeem' en dus door het leven. En geeft als banneling lucht aan een universeel gevoel van ontheemding:

"In wisselende mate begeert ieder kind de volwassenheid en hunkert het ernaar uit zijn huis weg te gaan, weg uit zijn beklemmende nest. Weg! Op naar het echte leven. De wijde wereld tegemoet. Op naar een zelfstandig bestaan. (…) Dan, op een dag, als het zijn nieuwe werkelijkheid beheerst, als het zijn zelfstandige bestaan vorm heeft gegeven, verneemt het plotseling dat het oude nest is verdwenen, dat degenen die hem het leven hebben geschonken dood zijn. Op die dag voelt het zich een gevolg dat opeens geen oorzaak meer heeft."

Boek In anderhalve kamer Auteur Joseph Brodsky Uitgever De Bezige Bij Prijs antiquarisch verkrijgbaar (122 blz.)