Goed voornemen
De eerste verrassing van het jaar

Andreas Blühm over het Groninger Museum

AndreasBlühmNa alle sombere berichten over het Groninger Museum verscheen in mei een licht aan het einde van de tunnel. Het museum kondigde de komst van een nieuwe directeur aan, de opvolger van Kees van Twist en interim George Verberg. Tot ieders verrassing geen Nederlander, maar een Duitser: Andreas Blühm (foto: DvhN).

Het ruikt ernstig naar verf in de directiekamer van het Groninger Museum. De lucht wordt niet veroorzaakt door schilderijen, maar is afkomstig uit de boekenkast. Blühm heeft er twee, beide zijn goed gevuld, voornamelijk met kunstboeken. Op de rug van zijn laatste aanwinsten lezen we: Marc Bijl. In case you didn't feel like showing up, De collectie Veendorp en Nordic Art.

In mei werd hij gepresenteerd, in september ging hij aan de slag en inmiddels is Blühm als directeur van het Groninger Museum aan zijn derde tentoonstelling toe. Toch voelt alles nog als nieuw, zegt hij. "Als ik de trap van het museum afloop, vraag ik mij na de laatste treden steeds weer af: ‘Moet ik hier nu naar links, of moet ik hier naar rechts? Al kan dat natuurlijk ook door het ontwerp komen."

Niemand had vooraf bedacht dat de opvolger van Frans Haks, Kees van Twist en interim George Verberg afkomstig zou zijn van het Wallraf-Richartz-Museum in Keulen. Een specialist negentiende eeuwse kunst, die eerder voor het Van Gogh Museum in Amsterdam werkte. Waarom hij solliciteerde? "Vanwege de diversiteit," zegt Blühm. "Ik ben nooit eerder directeur geweest van een museum dat zowel Chinese hedendaagse kunst als Groninger archeologie kan tonen."

Het was niet het meest gunstige gesternte waaronder hij aantrad. Het museum had te veel geld gespendeerd in een tijd dat juist minder moest worden uitgegeven. "De turbulentie was enorm. Het team is nog steeds onder de indruk van de crisis, vooral ook omdat een aantal mensen moest vertrekken", vat de directeur samen. "Er moet nu een antwoord komen op de vraag of je met minder mensen hetzelfde kunt blijven doen."

Kunst verkopen, zoals in Rotterdam wordt geopperd, is geen optie. "Een museum moet verzamelen, bewaren, onderzoeken en tonen. Op korte termijn kan het even aantrekkelijk zijn werk te verkopen. Maar als je voor die verleiding bezwijkt, beland je in een valkuil waar je nooit meer uit komt. Je zet de sluizen open. Want waarom zou iemand jou nog een werk nalaten, als ook maar een kleine kans bestaat dat jij dat werk later gaat verkopen?"

Blühm heeft iets anders in gedachten. "Het ritme moet omlaag. We zijn geen autofabriek. Het gaat in een museum niet alleen om productie. George Verberg heeft als interim-directeur met een aantal pijnlijke ingrepen het pad geëffend voor een goed functionerend museum. De komende twaalf maanden wil ik zo min mogelijk veranderen. Het is nu van belang om de organisatie stabiel te laten zijn."

Vooral de Groninger collectie krijgt de komende periode extra aandacht. "Tijdens een bezoek aan het depot heb ik een zeer omvangrijke en interessante collectie gezien. Die gaan we teruggeven aan het publiek. We zitten nu in een fase waarbij voorstellen over tafel gaan hoe we meer verbinding met Groningen kunnen krijgen. In het najaar van 2013 moet dat zichtbaar worden."

Het spraakmakend spektakel blijft. "Het tonen van hedendaagse kunst én de Groninger collectie is geen onmogelijke spagaat. Die twee maken het museum juist interessant. Wat we willen, is dat het publiek na Marc Bijl doorloopt naar De Ploeg – en omgekeerd. Dat we bezoekers langer vasthouden. Trouwens, wat is hedendaagse kunst? Bij de een begint dat na de Tweede Wereldoorlog, bij de ander in de jaren zestig."

Veel hangt af van hoe kunst en erfgoed worden gepresenteerd. "Frans Haks hing in 1994 oude meesters op. Hij deed dat op een manier waardoor je bijna vergat dat het oude meesters waren." Het Groninger Museum is meer dan een museum voor brutale kunst, wil Blühm maar zeggen. "Het grote publiek komt voor conservatieve, academische kunst naar Groningen. Voor Repin, voor het Russisch landschap, voor de fatale vrouwen van Waterhouse. En nu dan voor Nordic Art."

Tot slot de vraag of hij zich al een beeld heeft gevormd van de mentaliteit in Groningen. Blühm denkt even na: "Daar kun je in zijn algemeenheid niets over zeggen. Ik zie eigenlijk alleen maar individuele mensen." En zegt dan: "Van Groningers wordt gezegd dat ze gereserveerd zijn. Ik heb daar eigenlijk nog niets van gemerkt. Groningers verwachten veel van het Groninger Museum. Tegelijkertijd zijn ze er trots op. Volkomen terecht, denk ik."