Prof. Dr. Ir. Akkermans rapporteert
Nog door bijna niemand gelezen

Over 'Het bezinksel' van Jan Kostwinder

KostwinderTot voor kort had ik nog nooit van Jan Kostwinder (1960 – 2001)  gehoord. Dat veranderde toen Chrétien Breukers via De Contrabas reclame begon te maken voor de Scheurkalender van de poëzie waarop Kostwinder in 2013 het weekend van 8 en 9 juni toebedeeld heeft gekregen. Kort daarop stuurde Nico Keuning van uitgeverij Reservaat een bericht rond over Het bezinksel van de waarheid, een boekje met een keuze uit de polemieken, portretten en brieven van Kostwinder.

Geboren in Oude Pekela, schreef Keuning. Hij voegde toe dat het omslag van het boek was ontleend aan een schilderij van Otto Krol, de broer van Gerrit Krol. Of ik genegen was aandacht te besteden aan Het bezinksel van de waarheid, daar kwam het op neer. Omdat Keuning een neus heeft voor interessante, marginale, figuren in de Nederlandse letteren (Jan Arends, Bob den Uyl, Johhny van Doorn) hapte ik toe.

Het kunstwerk van Otto Krol blijkt Wandelaar te heten en doet denken aan het expressionisme van de jaren dertig. Het boekje bevat stukken over Jean Pierre Rawie, Adriaan Morrien en Joost Zwagerman. Maar ook ‘portretten’ van Raymond Carver en Dylan Thomas, plus een paar brieven en een hilarisch verslag van een poëzieavond in Delft met de Maximalen, waarbij recensent Michael Zeeman een emmer vissenkoppen over zich uitgestort had gekregen.

Uit de inleiding van Chrétien Breukers en Hein Aalders maak ik op dat Kostwinder geen makkelijke jongen was – voor anderen en zichzelf niet. Hij had slechts vier jaar in Oost-Groningen gewoond, waar hij Jan de Vries heette. Daarna verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij in de jaren tachtig Nederlands studeerde en het literaire tijdschrift Adem oprichtte. “Een bekende schrijver is Jan Kostwinder niet geworden”, concluderen Breukers en Aalders. Nieuwsblad van het Noorden kopte bij zijn overlijden: ‘Zong te zacht om op te vallen’.

Afgaand op de polemieken in Het bezinksel van de waarheid valt het met dat zachte zingen best mee. Kostwinder was een mopperaar, iemand die bedriegers wilde ontmaskeren, maar dat weinig overtuigend aanpakte. Zijn aanval op Rawie leest nu als volslagen misplaatst. Zijn drukte om Morriën mag dan scherp zijn geschreven, je vraag je af welk doel de herrie dient. Welschouwd is alleen de besnijdenis van Joost Zwagerman – ‘de Ron Brandsteder van de literatuur’ – interessant.Vooral omdat in het stuk de ballon van de Maximalen piepend leegloopt.

Waar ik vooral van genoten heb, is zijn portret van Dylan Thomas. Kostwinder schreef het in 1991 voor tijdschrift Preludium op basis van een bezoek aan de streek in Wales waar Thomas verliefd werd op de Ierse danseres Caitlin Macnamara, waar hij Under Milk Wood schreef en zich doodzoop. Het stuk had niet misstaan in een eerdere uitgave van uitgeverij Reservaat, Het verloren huis, over woon- en werkplaatsen van schrijvers met een zekere cultstatus.

Het genot zit bij het Thomas-portret in de zorgvuldig gedoseerde biografische gegevens en de toetsing aan het heden zoals Kostwinder dat destijds aantrof. Hij schenkt ons zinnen als ‘Tragisch eigenlijk, kind te blijven terwijl alle anderen volwassen zijn geworden’ en een typering van Zuid-Wales met de opmerking dat ‘de mensen er meer van drank dan van werken houden’.  Eveneens intrigerend: ‘Dylan Thomas is een industrie geworden’.

Dat laatste zal Jan Kostwinder wel altijd bespaard blijven. Aan de andere kant: een klein, postuum eerbetoon is soms ook mooi.

Boek Het bezinksel van de waarheid. Polemieken, portretten en brieven Auteur Jan Kostwinder Uitgeverij Reservaat Prijs 17,50 euro (160 blz.)