Tien plekken om aan Rutger Kopland te denken
Blote keien van Adri Verhoeven op De Hondsrug

Menno Wigman houdt zijn hart vast

MennoWigmanDanielCohenWoensdag begint de vijftiende editie van Dichters in de Prinsentuin. Wederom met groene en grijze dichters, verspreid over drie dagen, op verschillende locaties in de stad Groningen. Zoals Menno Wigman (foto: Daniel Cohen), de zelfverklaarde achterneef van Gerrit Komrij en Jean Pierre Rawie.

Lees je de bundels van Wigman, dan rijst het beeld op van een getormenteerde dichter, van een man die het leven geen lolletje vindt en daar zonder omhaal woorden aan geeft. Maar krijg je diezelfde Wigman aan de telefoon dan valt dat beeld in duigen, dan blijkt de poète maudit een monter figuur met onmiskenbaar vrolijke trekjes.

Op zich begrijpelijk, want het gaat Wigman voor de wind. Productiever dan ooit, mede dankzij het stadsdichterschap van Amsterdam. En luid bejubeld, om zijn begin dit jaar verschenen bundel Mijn naam is Legioen. "Vierde druk alweer", constateert hij tevreden. "Mijn vorige bundel, Dit is mijn dag, werd ook goed ontvangen en haalde drie drukken, al ging dat niet zo snel als bij deze."

Alles is relatief, maar het kan dus nog, succesvol dichter zijn in Nederland. Wigman slaagt er – bijvoorbeeld – in met poëzie waarin het gebruik van metrum opvalt. Net als Gerrit Komrij en Jean Pierre Rawie, met wie hij een voorliefde voor maatpakken deelt, staat hij in een eeuwenoude traditie. Kenners geven hoog op van zijn techniek. Wigman leerde het door buitenlandse poëzie te vertalen, door zichzelf te dwingen het metrum in het Nederlands te handhaven.

De meest memorabele dichtregels in de Nederlandse poëzie zijn geschreven in vijfvoetige jambes, doceert hij. ‘Domweg gelukkig, in de Dapperstraat', ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid.' "Het geeft een gedicht stuwkracht, het maakt een gedicht prangend, dwingender. Met als gevolg dat er iets blijft hangen. Je maakt het je als dichter daarmee niet gemakkelijk, maar het levert veel op. Als het geslaagd is, is het ook écht geslaagd."

Waarmee niet is gezegd dat hij een afkeer heeft van gedichten zonder vaste vorm. "Dan zou ik een afkeer hebben van vier-vijfde van de Nederlandse poëzie. Van iemand als Remco Campert kun je moeilijk beweren dat het geen goed dichter is. De Franse dichter Jacques Roubaud sprak begin deze eeuw van de internationale terreur van het vrije vers. Sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog schrijft men in Nederland vrijwel zonder uitzondering ‘ongebonden' – je kunt dus zeggen dat het vrije vers inmiddels behoorlijk altmodisch is."

Wat mogelijk ook bijdraagt aan de goede ontvangst van zijn poëzie, is het rauwe realisme in zijn gedichten. Of zoals deze krant eerder schreef: dat Wigmans gedichten zo waar zijn. In Mijn naam is Legioen heeft het zich vertaald in regels als ‘Lelijk, zo lelijk, ja, steeds lelijker/ bewegen we ons door de binnenstad./ De goede handel die ons lichaam was/ vervloog en bijna elke winkelruit/ verspreekt zich en beledigt nu je hoofd.' In gedichten met titels als Soms voel je bijna dat je leeft en Massavaccinatie.

Wigman biedt weinig hoop, nooit gedaan ook. "Ik ben sinds mijn achttiende niet meer veranderd. Wel ouder geworden, maar niet volwassener," vertelt hij. "De wereld is er ook niet mooier op geworden. Niet dat mijn leven zich van catastrofe naar catastrofe sleept. Als ik uit mijn raam kijk, zie ik jonge moeders met kinderen fietsen. Maar ik zie ook woest toeterende automobilisten die elkaar naar het leven staan. En dat fascineert mij."

Hij begint over Schopenhauer; dat het lezen over een droefgeestig wereldbeeld een opgetogen gevoel kan opleveren. Hij moppert op het opgelegde pandoer van de vrolijkheid. "Alles moet leuk zijn, maar lang niet alles is leuk." Even krijgen we het over de economische crisis en de oorzaken daarvan, de inhaligheid – een onderwerp waar al zoveel woorden over vuil zijn gemaakt.

Daarna vertelt hij over zijn verblijf als schrijver in residence in een psychiatrische instelling in Den Dolder en de weerslag daarvan in Mijn naam is Legioen. Over zijn fascinatie voor de poëzie die in gesloten instellingen wordt geschreven, over het contact met patiënten en de moeite die het hem soms kostte ze op afstand te houden. "Ik hou mijn hart vast als straks de bezuinigingen op de psychiatrie worden doorgevoerd en mensen zoveel mogelijk thuis opgevangen moeten worden."

Terug naar Amsterdam, waar Wigman sinds begin jaar stadsdichter is, als opvolger van F. Starik. Het bevalt hem goed. "De opdracht is per jaar zeven gedichten schrijven, ik zit nu al op zes. Ik probeer het zo te doen dat de gedichten ook zonder directe aanleiding gelezen kunnen worden, dat ik ze later in een gewone bundel kan opnemen. Niet dat wat ik schrijf voor de eeuwigheid is bedoeld, maar een houdbaarheid van een jaar of negen streef ik wel na."

Zijn meest recente stadsgedicht droeg hij voor tijdens de herdenking van Gerrit Komrij. Het werd geschreven op verzoek van de familie. "Ik ben er een week mee bezig geweest, ter voorbereiding heb ik heel veel van Komrij herlezen. Het vreemde was: toen ik weer thuis was, drong het pas echt tot mij door wat een groot gemis zijn overlijden betekent. Niet alleen voor de familie en zijn vrienden, maar ook voor de literatuur. Grote kans dat de poëzie in Nederland weer aan belang zal inboeten."

Tijdens Dichters in de Prinsentuin zal Wigman een ander stadsgedicht voordragen, over de vele doden die in Amsterdamse grachten worden aangetroffen; dat heeft ook een plek heeft gekregen in de festivalbundel. Daarnaast brengt hij een keuze uit Mijn naam is Legioen, uiteraard. Het wordt zijn derde bezoek aan het festival. "Wat Dichters in de Prinsentuin sympathiek maakt, is de combinatie van bekende en onbekende dichters, professionals en amateurs naast elkaar. Ik bewaar erg goede herinneringen aan het festival, niet in de laatste plaats aan de nazit."

Festival

Dichters in de Prinsentuin begint woensdag 25 juli om 16.00 uur met een poëziewandeling. Startpunt VVV Grote Markt in Groningen. Daarna op verschillende plekken in Groningen. Voor alle tijden, locaties, deelnemende dichters de festivalbundel zie www.dichtersindeprinsentuin.nl Menno Wigman treedt vrijdag, op de slotdag, twee keer op: om 15.45 uur in de loofgangen in de Prinsentuin en om 20.30 uur bij De Souffleur aan de Kruitlaan. Zijn bundel Mijn naam is Legioen is verschenen bij uitgeverij Prometheus.