Over 'Met Bunner groet' van Rouke Broersma
Overal Toyisme, om te beginnen in Emmen

Ger Siks is een vrij man

GerSiksNa jaren in de luwte is er weer een grote tentoonstelling te zien met werk van de Groninger kunstenaar Ger Siks (foto DvhN/Duncan Wijting). In het Drents Museum. Het zou wel eens zijn laatste kunnen zijn.

Klein van postuur, groot van reputatie. Gert Siks (Bourtange, 1942) is een opvallende verschijning in de Noordelijke kunstwereld. Met een uitgesproken mening, ook over anderen. Henk Helmantel? "Aardige jongen, maar waarom altijd weer die God erbij gesleept?" De Klassieke Academie? "De oudedagsvoorziening van Tom Hageman." Alfred Hafkenscheid? "De Culturele Prijs van Drenthe voor effectbejag."

Eigenlijk is het een wonder dat Siks een grote tentoonstelling in het Drents Museum heeft. "Harry Tupan wilde aandacht besteden aan de Fuji Art Association - als conservator vindt hij dat belangrijk. Flauwekul. De Fuji Art Association is nooit belangrijk geweest. Wij wilden destijds gewoon een clubje oprichten, en een keer in het jaar iets doen. Voor onszelf. Als kunstenaarsgroep heeft het nooit invloed gehad. Ja, op het welslagen van Galerie Wiek XX. Maar verder niet."

Het wonder is dat hij het zelf nog mag meemaken. Vijf jaar geleden werd Siks in het ziekenhuis onderzocht. "De arts zei: ‘Die blonde vrouw, is dat uw dochter? Ik vertelde hem dat Trudy (Kramer, red.) mijn partner is. Waarop de arts vroeg of er nog andere naasten waren. Ik vertelde over mijn zoon. Die moest ik erbij halen, zei de arts. Hij sprak niet meer mét mij, maar óver mij. Hooguit vier maanden had ik nog. Vier dagen als de tumor zou overslaan naar mijn hoofd."

Ben je bang?

"Nee," zegt hij op een toon die twijfel moet uitsluiten. "Je weet dat het een keer is afgelopen. Ik ben 65 jaar schadevrij door het leven gegaan. Dan moet je niet klagen, vind ik." Kuren ondergaan wil hij niet. "Ik heb te vaak gezien waar dat toe leidt. En het helpt toch niet." Hij legt zijn handen op zijn buik en grijnst. "Ik woog 44 kilo toen ik uit het ziekenhuis kwam. Moet je nu zien."

Ger Siks groeide op in oost-Groningen, in een gezin waar niet werd gesproken – hij uitte zich in tekeningen. Op de lagere school was hij een slechte leerling, maar tegen alle adviezen in stuurde zijn vader hem naar de ULO in Ter Apel. Daar werd zijn tekentalent erkend. Daar werd hij op het spoor van Evert Musch en Academie Minerva gezet. Na zijn afstuderen en een reeks baantjes werd hij in 1967 docent op Minerva.

In 1995 zwaaide hij af. "Directeur Petri Leijdekkers vertelde dat ze iets vreemd hadden verzonnen op het ministerie: docenten ouder dan vijftig jaar, die veertig uur per week les gaven, mochten met behoud van salaris stoppen als ze meer dan 25 jaar onafgebroken hadden gewerkt. ‘Maar ja, die docenten bestaan in Nederland niet,' zei Leijdekkers. Waarop ik zei: ‘Ik ken er één.' " En zo kon Siks op zijn 53ste met pensioen.

Kun je voorstellen dat zoiets afgunstig maakt?

Lachend: "Ja hoor."

Wat vind je ervan dat mensen nu door moeten na hun 65ste?

Harder lachend: "Dat vind ik heel goed."

"Toen ik van mijn eerste vrouw scheidde, zei ze: ‘Maar je heb wel altijd hard gewerkt.' En dat was ik met haar eens. Ik ben opgezadeld met een enorm arbeidsethos. Als schooljongen had ik acht weken vakantie en dan zorgde mijn vader ervoor dat ik zeven weken bij een boer werd ondergebracht. Mij werd niks gevraagd, maar ik vond het volstrekt normaal. We zijn op de wereld om te werken."

Hij vertelt over de verplichte gang naar het arbeidsbureau, waar hem als 50-plusser werd gevraagd wat hij wilde worden. Antwoord: burgemeester, maar dan alleen in Groningen. En tambour-maître bij een meisjes-fanfare. En hij vertelt over zijn kunstenaarschap. "Het maken van een tekening met kleurpotlood is erg moeilijk. Je kunt het niet afraffelen. Als je een fout maakt, moet je opnieuw beginnen. Het is geen olieverf. Ik doe weken over één tekening."

Zijn manier van werken is maniakaal. "Heb ik altijd al gehad. Ik móet tekeningen maken, ik móet bezig zijn. Niet de makkelijkste weg kiezen, maar de beste willen zijn. Daarom maak ik geen aquarellen; sinds William Turner heeft dat geen enkele zin meer. Ik schrijf ook gedichten en wordt wel eens gevraagd die uit te geven. Nu ken ik veel dichters, en ook heel goede dichters. Dan ga ik daar niet aan beginnen."

Eigenwijs.

"Ik ben helemaal niet eigenwijs. Ik ben hooguit overtuigd van mezelf. Maar dan ook alleen van mezelf."

De dood van Klaas Faber, de oorlogsmisdadiger, komt ter sprake. En de tijd dat Siks met journalist Klaas van Wier op oud-nazi's jaagde. Eind jaren zeventig, de meest waanzinnige jaren van zijn leven. "Klaas is er aan onderdoor gegaan, ik bijna. Op een nacht werd ik wakker en wist ik mijn naam niet meer, ik kon ook niet meer praten. Ik ben de trap afgegaan en naar buiten gelopen om naast de deur te kunnen lezen wie er in mijn huis woonde. Alsof er iets geknapt was in mijn hoofd."

Siks is gespecialiseerd in portretten. In het Drents Museum hangen veel bekende gezichten uit de kunstwereld, niet allemaal even flatteus afgebeeld. "Een portret is altijd een oordeel. Het vertelt wat ík in de ander zie. Alles vertelt iets, vooral over mezelf. Het is allemaal therapie. Van alles weet ik precies de betekenis. Aan de kijker om die er uit te halen. Maar ik geef de sleutel nooit helemaal af."

We hebben het over de Noordelijke Figuratieven, een aanduiding voor de schilders die sinds de jaren zeventig de kunsten in Drenthe, Friesland en Groningen domineren. Een raar etiket, vindt Siks. "Alsof er tweehonderd jaar geleden in het Noorden niet figuratief werd geschilderd. Het is bedoeld voor de verkoop. Tachtig procent van de kunstenaars werkt commercieel. Ik niet. Ik werk niet voor de verkoop. Nooit gedaan. Ik heb wel veel verkocht."

Bijna al zijn tekeningen in het Drents Museum hebben iets hards en onheilspellends. Het zit in de kleuren, in de sfeer en de toon, maar ook in de onderwerpen, de blik van zijn geportretteerden, zijn verwijzingen naar geweld. Siks wil niet behagen en schoonheid interesseert hem niet. "Er is al genoeg schoonheid. Daar hebben ze mij niet voor nodig," zegt hij.

Hij vertelt over het boek dat over hem is verschenen: Griezelige perfectie. "Idee was dat het eerste exemplaar bij de opening van de tentoonstelling zou worden aangeboden aan de commissaris van de koningin. Ik wilde het tweede exemplaar voor Trudy en het eerste voor mijn zoon. ‘Dan weet je eindelijk wat je vader gedaan heeft', zei ik hem. Waarop mijn zoon vertelde dat hij drie bedrijven leidt, met achthonderd man personeel. Ik hoorde het voor het eerst. Ik heb mij nog nooit zo dicht bij hem gevoeld."

Bij het verlaten van het museum zegt Ger Siks: "Ik hoor wel eens dat mensen bang voor mij zijn. Wonderbaarlijk hè? Ik begrijp dat niet goed. Ik ben alleen maar een vrij man. Waarom zouden mensen dan bang van mij moeten zijn?"