Aan Eelke van Es gaan we veel plezier beleven
Olivier B. Bommel is Amerikaan, Tom Poes een hond

Over ‘De dood en het peloton. Wielergedichten'

WielergedichtenWie aan gedichten over wielrennen denkt, denkt al snel aan Jan Kal. Die debuteerde in 1974 met de bundel Fietsen op de Mont Ventoux: 'dichten is fietsen op de Mont Ventoux,/ waar Tommy Simpson nog is overleden./ onder zo tragiese omstandigheden/ werd hier de wereldkampioen doodmoe.' Het gedicht is inmiddels een klassieker, óók omdat Kal het destijds aandurfde de volstrekt a-modieuze sonnetvorm te gebruiken.

Bijna veertig jaar later komen Rob Boudesteijn, Gezienus Omvlee, Ben Hoogland en Ton Peters met De dood en het peloton, een bundel sonnetten waarin ze coureurs bezingen die vroegtijdig aan hun einde zijn gekomen. Onder hen voornoemde Tommy Simpson, die op De Kale Berg 'zomaar' van zijn fiets viel. Maar ook Bertje Oosterbosch (gestorven aan een hartkwaal), Gerrie Knetemann (idem), Marco Pantani (eveneens).

Tientallen renners worden afgelegd, soms meerdere per gedicht. Allemaal in dezelfde vorm, zonder dat gewenning optreedt. Op de eerste plaats omdat de gedichten sterk anekdotisch zijn. De vier dichters halen behalve beroemdheden tal van obscure types van onder het stof, namen omgegeven met allerlei fijne details waar de wielersport zo populair om is geworden.

Wat te denken van de eerste Tour-dode, Adolphe Hélière (1888 – 1910), die tijdens een rustdag het leven liet na een duik in de zee waar hij werd gebeten door een reuzenkwal? Of van Jaoquim Augostinio (1943 – 1984), die met een gebroken schedel een wedstrijd uitreed en 400 kilometer verderop in een ziekenhuis stierf? De vermeende zelfmoord van Louis Ocana (1945 – 1994), de Afrikaanse vakantiedood van Frank Vandenbroucke (1974 – 2009)?

Minder geslaagd is de vormgeving van de bundel. Zo wordt ieder sonnet voorafgegaan door een korte biografie waarin feitelijke gegevens zijn opgenomen die in het gedicht terugkeren. Waardoor je soms twee keer hetzelfde voorgeschoteld krijgt, maar dan in een andere vorm, en de suggestie wordt gewekt dat de gedichten niet op zichzelf kunnen staan. Hier had een slimmer gebruik van noten of index uitkomst moeten bieden.

De dood van Wouter Weyland, vorig jaar in de Giro, is niet meegenomen. En dat is misschien wel zo verstandig. Want er spreekt opvallend veel 'genoegen' uit de gedichten. Enerzijds voor de wielersport en de bijbehorende tragiek, anderzijds voor de genadeloze eindmeet en dichttechniek. Binnenkort ook bij u in de buurt. Dat wil zeggen: de dichters, hopelijk niet de dood.

Boek: De dood en het peloton. Auteurs: Rob Boudesteijn, Gezienus Omvlee, Ben Hoogland en Ton Peters. Uitgever: Passage. Prijs: 14,90 euro (96 blz). Optreden: 27/4 Oude RKZ, Emmastraat 15 Groningen om 20 uur. Voor meer optredens zie www.uitgeverijpassage.nl