CBK Drenthe uitgekleed in een nieuwe jas
Aan Eelke van Es gaan we veel plezier beleven

Over ‘De dag dat de krant viel’ van Peter ter Horst

PeterTerHorstDagbladen hebben het moeilijk in Nederland. In De dag dat de krant viel beschrijft Peter ter Horst (1959) hoe een journalist dat beleeft. Hij doet dat op de vlotte toon van iemand die schoon schip wil maken. Middels een chronologische, anekdotische beschrijving van zijn carrière: van beginnend journalist bij de Haagsche Courant tot en met hoofdredacteur van Intermediar.

Tegenwoordig is Ter Horst zelfstandig communicatie- en media-adviseur en debatleider. Werken bij de krant was voor hem ooit een jongensdroom die waarheid werd. Het bleek een nachtmerrie toen hij als hoofdredacteur ontdekte dat zijn stadskrant speelbal was van het wispelturige Wegener-concern uit Apeldoorn.

Volgens uitgeverij Balans valt deze loopbaan samen met ‘de hoogtijdagen en de neergang van de krantenjournalistiek'. Dat lijkt overdreven. Het is niet de krant die valt, maar de even ambitieuze als egocentrische Ter Horst – in zijn boek een aanhanger van het adagium ‘een feest is pas een feest als ik er ben geweest'.

Veelzeggend is dat hij zijn 'hoogtijdagen' niet in Den Haag heeft beleefd, maar bij NRC/Handelsblad en in het buitenland. En dat hij zijn waarde als journalist ontleent aan de grootheden die hij heeft ontmoet (Bono, Springsteen, Mandela) en verre brandhaarden. Het gaat fout als hij terug in Nederland zijn pen inwisselt voor een agenda die door aandeelhouders wordt bepaald.

Vanaf dat moment zijn niet langer de verslaggeving en feiten zijn grootste zorgen, maar het rendement en geld van anderen. Hét probleem van de Nederlandse krant in een notendop, meent Ter Horst. Je zou het door alle sombere berichten bijna vergeten: journalistiek draait niet om grootheden en geld, journalistiek draait om het verspreiden van deugdelijke berichten.

Boek: De dag dat de krant viel. Auteur: Peter ter Horst. Uitgever: Balans. Prijs: 18 euro (255 blz.)