Ingezonden mededeling: Super Bartje op de Vamberg
Groningers schrijvers geven beelden een stem

Bagatelliseren heet in Emmen een kunst

Drenthe heeft zich de afgelopen dagen vermaakt met de Atlas voor Gemeenten, een jaarlijkse vergelijking tussen de vijftig grootste gemeenten van Nederland. Het vermaak betrof de vijftigste en daarmee laagste plek in de vergelijking voor Emmen. De grootste gemeente van Drenthe – 109.000 inwoners – zou de minst aantrekkelijke gemeente van Nederland zijn om in te wonen, aldus de onderzoekers. Onzin, monkelen de Emmenaren.

Dagblad van het Noorden en RTV Drenthe sprongen er bovenop. De provinciale omroep door Jan en alleman voor de microfoon het tegendeel van de vergelijking te laten beweren. “In Amsterdam zou ik na mijn dood mijn klompen nog niet willen achterlaten”, kraaide iemand. De grootste krant van Noord-Nederland door het onderzoek in twijfel te trekken. De gehanteerde criteria zouden veel te Randstedelijk zijn.

DanielLohues 
En zo werd de uitkomst van het onderzoek onder het zand en het veen geschoffeld. In het Dagblad van het Noorden van zaterdag vatte Daniël Lohues, nimmer te beroerd om het varkentje aan de achterste mem een extra strik om te binden, het in zijn column samen met de zin ‘Wij zijn trots op ons Emmen!’. Om daar vervolgens het slotwoord ‘Toch?’ aan toe te voegen. In Erica houden ze de deur graag op een kier.

Maar hoe twijfelachtig is de uitkomst van de vergelijking nu werkelijk? Emmen scoort volgens de Atlas slecht omdat jongeren er wegtrekken, omdat de gemeente in ras tempo vergrijst, omdat de kansen op werk minder groot zijn, omdat het culturele leven te wensen overlaat, er weinig variëteit aan restaurants is, er weinig monumenten staan en de creatieve industrie nagenoeg afwezig is.

Nieuw is het allemaal niet. De bevindingen worden in Emmen dan ook niet ontkend. Nee, het is erger, ze worden gewoon niet belangrijk gevonden. In plaats daarvan zeggen de inwoners dat hun Emmen wél aantrekkelijk is om te wonen. Lekker ruim. Niet te vol. Geen files. Je bent zo ergens anders. Mooie natuur. Fijn in de tuin. Relaxed. Vriendelijk. Monumenten worden willens en wetens gesloopt. Wat nou, geen creatieve industrie. We hebben hier de Emco!

Volgens de samenstellers van de Atlas gaat het ‘over het algemeen’ goed met de steden in Nederland. Na de leegloop in de jaren zestig en zeventig is sprake van een wederopstanding die wordt veroorzaakt door de trek van hoogopgeleiden naar de stad. “Het aanbod van onder meer theater, muziek en kunst bepaalt voor een belangrijk deel hoe aantrekkelijk een plaats is om in te wonen,” zeggen de samenstellers. “Vooral mensen met een hogere opleiding hechten daar veel waarde aan.”

In Emmen, dat overigens in de jaren zestig en zeventig juist groeide, is van die trek geen sprake. Vorig jaar nam het inwoneraantal voor het eerst af. Nu voert het te ver om het lokken van hoogopgeleiden als dé oplossing te zien voor de krimp, zoveel hoogopgeleiden zijn er niet. Feit is wel, dat het op den duur niet goed gaat met een plaats waar steeds minder mensen wonen, laat staan willen wonen. Vergelijk het met een lekke schuit. Die zal nog wel even blijven drijven, maar gaat uiteindelijk ten onder.

Een paar bladzijden na Daniël Lohues telt Marc Bootsgezel in het Dagblad van het Noorden als inwoner van Emmen hardop zijn zegeningen. “De aantrekkelijkheid van een woonplaats vang je niet in statistieken, maar in ervaringen,” schrijft hij. Ter illustratie noemt Bootsgezel het kopen van zijn eerste woning (‘betaalbaar en met grote tuin!’), de geboorte van zijn dochters, de voorzieningen in buurt, overwegend spontane, leuke en behulpzame mensen: alles wat een mens nodig heeft voor een comfortabel leven.

“Schouderophalend leg je het onderzoek terzijde.”, besluit Bootsgezel. “Het lijkt vooral het zoveelste bewijs van de dwangmatige behoefte van mensen om het leven in lijstjes te gieten. Je stapt ’s avonds de deur uit voor een avondwandeling langs het lommerrijke Oranjekanaal, dat pal achter je woning loopt. Het kon minder.”

Zie daar het probleem van Emmen in een notendop: het schouderophalen, het idee dat het ook minder kan. Wat op zich waar is, bereis daarvoor de Tweede en Derde Wereld. Het kan nóg minder. Maar het kan ook méér. Beter. Aantrekkelijker. Met een beetje ambitie, schouders eronder en belangstelling voor andere zaken dan patat en sport. 49 gemeenten in Nederland bewijzen het.

Toch?