Vallende mannen: Even zweven en de daling begint
Schrijvers en theater op 24ste Schrijversfestival

Jan Siebo Uffen wil geloofd en geloofd worden

JanSieboUffen Tekstdichter en voordrager Jan Siebo Uffen (Noordlaren, 1943) is met twee titels genomineerd voor de Dagblad van het Noorden Streektaalprijs: de kleine roman Blui en de cd Eerdappelbloud die hij met Arnold Veeman maakte. Maar hij was ook betrokken bij Psaalms en Gezangen – eveneens genomineerd. Kleinkunst in het Gronings dus. (foto DvhN/Duncan Wijting)

Noordlaren

"Mijn vader was timmerman, een kleine aannemer in Noordlaren. Import;mijn beide ouders komen uit het Oldambt. En dat merkte je. Zeker in het begin kreeg hij in het dorp geen enkele opdracht. Tot ik naar school ging, sprak ik uitsluitend het Gronings van mijn ouders. Dat zal er aan hebben bijgedragen dat ook ík mij import voelde – want wat spreken ze in Noordlaren: Zuid-Gronings, Noord- Drents? Het Nederlands dat ik kende, had ik opgepikt via de radio. Ik kon elk hoorspel nazeggen."

Verteltraditie

"Ik denk dat ik mijn literaire interesse van mijn moeder heb. Ze had alleen lagere school en kon niet makkelijk lezen, maar in de krant las ze alle rubrieken die mijn vader oversloeg. Simon van Wattum, met de vinger bij de regel. Mijn ouders zijn opgegroeid binnen een echte verteltraditie. Mijn opa aan vaderskant kende veel liederen uit het hoofd. Mijn opa aan moederskant vertelde sprookjes, inclusief de delen die de gebroeders Grimm hadden weggelaten."

Handbal

"Er werden thuis twee dingen enorm gestimuleerd: lezen en sport. Hoe krap we het ook hadden, er was altijd geld voor boeken. Maar we moesten ook echte kerels worden. Voetbal, volleybal, handbal. Ik heb tot mijn vijftigste handbal gespeeld, als doelman, en op mijn 52ste maakte ik mijn comeback. Nu doe ik aan tennis en af en toe aan zaalvoetbal. Ik móet twee keer in de week sporten, anders word ik jennerig en humeurig."

Journalist

"Als jongen wilde ik journalist worden, of beeldhouwer. Dat laatste was mij ingefluisterd door een tante. Journalistiek sloot aan bij mijn interesse voor taal. Veel werk heb ik er niet van gemaakt. Ik was vooral met andere dingen druk. Verhalen schrijven, versjes maken. Aan krantjes meewerken. Toneelspelen? God, kan ik dat ook? Concerten bezoeken in het Westen. Art Blakey, Miles Davis. Ik heb héél lang over de HBS gedaan. Ik denk wel eens aan mijn ouders, die dat allemaal zagen gebeuren, terwijl ik totaal geen idee had wat een geld ik hen kostte."

Dwarsigheid

"Tussen mijn papieren ontdekte ik laatst een verhaal dat ik op de mavo in Zuidlaren moet hebben geschreven: het was in het Nederlands, maar de dialogen waren in het Gronings. Toen was ik daar blijkbaar al mee bezig. Een serieus debuut? Ik deed M.O. Nederlands aan de universiteit, noem het een versnelde lerarenopleiding, en kreeg tijdens een stage op het Winkler Prins-college in Veendam de kans om een Gronings verhaal in een Fries tijdschrift te publiceren. Allemaal dwarsigheid. Bij Radio Noord werd me verteld dat ik gezellig Gronings moest schrijven, waar luisteraars lekker koffie bij konden drinken. Waar je bij kon stofzuigen, reageerde ik. Ik voelde mij echt een angry young man."

Gronings

"Onze familie komt uit Winschoten en daar werd heel bewust Gronings gesproken. Zo goed mogelijk en dat zo lang mogelijk proberen vol te houden. Als je Nederlands sprak, was je een dikke eigenwijze. Door goed te luisteren, leerde ik de grammatica en ontdekte ik het bestaan van wat ze ‘de groene volgorde’ noemen. Ik ben zeker geen puritein – een computer is gewoon een computer. Ik wil het zo zorgvuldig mogelijk doen, met gevoel en verstand."

Kleinburgerlijk

"Schrijven in Nederlands en Gronings ging mij beide goed af. Natuurlijk wilde ik bekend worden. Naar Amsterdam! Maar mijn mond was groter, dan mijn benen lang waren. En er zat een zweempje kleinburgerlijkheid bij: in Groningen weet je wat je hebt. Naarmate ik meer in het Gronings ging schrijven, en daar waardering voor kreeg, had ik iets van ‘ik blijf, hier ben ik bijna iemand’. Ik heb altijd alle ruimte gekregen: in de kranten, op de radio, in tijdschriften."

Onderwijs

"Het was nooit mijn bedoeling in het onderwijs terecht te komen. Ik ben niet zo frikkerig. Toch is het goed bevallen, vooral het overdragen en het vertellen. Wat zeker meegespeeld heeft, is dat ik als tekstschrijver en dichter altijd het gevoel heb een rol te moeten spelen. Je vertelt via je teksten, via personages. Voor de klas, en later op de Pabo, was ik altijd wie ik echt was. Op mijn 61ste ben ik gestopt."

Vrumd volk

"Ik heb naar schatting honderd gedichten in het Gronings geschreven, naast honderden liedteksten. Het is niet altijd aan te geven, wat het verschil is tussen het een en ander. Liedteksten zijn mij erg dierbaar. Als een gedicht wordt gelezen, gebeurt dat in stilte. Maar van een liedtekst krijg je meteen mee of het werkt, helemaal als het voor publiek gezongen wordt. Het is directer. Natuurlijk is niet alles even geslaagd. Maar het komt regelmatig voor dat ik teruglezend denk: ’Dat is toch aardig gedaan’. Vooral over de teksten voor het Vrumd volk van De Koning en De Dame ben ik nog altijd zeer tevreden."

Arnold Veeman

"Ik leerde Arnold Veeman kennen toen hij mij belde om een Groninger tekst voor zijn liedje Mon petit cherie. Zijn tekst was erg middelmatig, maar de melodie was volstrekt natuurlijk, alsof het er altijd was geweest. Ik vroeg wat hij er voor over had, maar er was geen geld. Toen stelde ik voor dat hij mij aan Kroezebetje van Annie M.G. Schmidt zou helpen, een onvindbaar verhaaltje dat in de jaren zestig als reclameopdracht was gemaakt. Twee dagen later lag het op de mat en kon ik er niet meer terug. Zo is Mien lutje laif ontstaan waar Arnold in 2002 de liedjeswedstrijd ‘Goudzuiken’ mee geeft gewonnen. Arnold kan overal muziek onder zetten, lijkt het wel. Hij heeft een enorm talent."

Prijzen

"Ik ben beladen met prijzen. Vooral in het begin. In de jaren zeventig en tachtig kon ik geen scheet laten of ik kreeg er een prijs voor. Na tien gedichten werd mijn oeuvre al bekroond. Mijn hele oeuvre! Maar het blijft leuk. Met optreden kun je soms nog iets verdienen. Maar schrijven kost geld, vooral de schrijver. Je doet het dus voor een belangrijk deel voor de eer. Alleen al daarom is het prettig genomineerd te worden. Ik wil geloofd worden en geloofd worden."