Previous month:
augustus 2010
Next month:
oktober 2010

Over ‘Over de levensgenieter die…’ van Barbara Stok

BarbaraStok Afgaand op de enorme media-aandacht voor haar werk zou je bijna denken dat Barbara Stok wel op haar lauweren kan gaan rusten. Maar nee, in haar nieuwe boek Over de levensgenieter die haar angst voor de dood wil verdrijven, bijt ze zich al filosoferend vast in de eindigheid van ons bestaan. Fris van de lever haalt ze opnieuw grote thema’s dichterbij.

De lossere lijnvoering is wennen, vooral omdat de klare lijn altijd – ondanks experimenten met foto’s en teksten – haar handelsmerk is geweest. Aan de andere kant: voor iemand die openstaat voor nieuwe inzichten en ontwikkelingen, past zo’n ingrijpende breuk met het voorafgaande juist weer heel goed. Wederom heeft ze een knappe vorm gevonden: het persoonlijke uitgangspunt, de nuchtere toon, de citaten, de volslagen heldere redenering. Zo’n boek zou verplicht gesteld moeten worden op de leeslijsten van de middelbare school.

Boek: Over de levensgenieter die haar angst voor de dood wil verdrijven. Auteur:Barbara Stok. Uitgever: Nijgh en Van Ditmar.


Hein Klompmaker: ‘Wegdromen is zo slecht nog niet'

HeinkKlompmaker Hein Klompmaker (foto: DvhN/Duncan Wijting) is behalve directeur van het Hunebedcentrum in Borger ook schrijver van jeugdboeken over Oek, kind van de hunebedbouwers. En hij probeert wetenschappers zover te krijgen dat er opgravingen worden gedaan bij het grootste hunebed van Nederland.

 

Marum

 

"Ik ben geboren in het ziekenhuis van Drachten in 1954, maar getogen in Marum. Ik kom uit een rood nest, als jongste kind in een gezin met een broer en een zus. Mijn vader was buschauffeur, mijn moeder verdiende bij als coupeuse. We hadden het niet breed thuis. Ik ben niets tekort gekomen, maar herinner mij nog heel goed dat mijn vader in de jaren zestig thuis kwam met de mededeling dat hij 100 gulden in de week ging verdienen. Een mijlpaal. Daardoor ben ik mij altijd bewust geweest dat het ook minder kan. Toen ik zestien was reed op een tweedehands Rap, een Rotterdams Afval Product. Daar versierde je geen meisje mee."

 

Universiteit

 

"Op de middelbare school wilde ik journalist worden. Ik hield van schrijven, een opstel maken ging mij goed af. En ik had een grote belangstelling voor geschiedenis, vooral dankzij meester De Haan. Een geweldige leraar, een rasechte verteller. Maar toen ik van de Havo kwam, vonden mijn ouders Utrecht, de enige stad met een opleiding journalistiek, toch wat te ver weg voor een jongen van zeventien. Ik heb mij altijd makkelijk gevoegd. Dus werd het de lerarenopleiding in Groningen en in een moeite door een studie geschiedenis aan de universiteit."

 

Sociale geschiedenis

 

"Mijn belangstelling ging uit naar sociale geschiedenis: waarom hebben mensen zich gedragen zoals ze zich hebben gedragen, welke omstandigheden hebben daar een rol bij gespeeld? En dan was ik vooral geïnteresseerd in de keerzijde: armoede tijdens de gouden eeuw, de opkomst van arbeidersbeweging in de negentiende eeuw. Wat ik ook erg interessant vond, was de meer filosofische kant van de wetenschap. Dat je feiten hebt én interpretaties. Dat we eigenlijk bijna niets zeker weten over onze geschiedenis. Volgens Nietzsche is alles interpretatie, dat is mij te cynisch. Ik vind dat je duidelijk een scheiding moet aanbrengen tussen feiten en interpretatie, iets wat je in de media steeds minder ziet."

 

Vertelselplaat

 

"Samen met Dirk Mulder van Herinneringscentrum Kamp Westerbork ben ik groot voorstander van de terugkeer van de vertelselplaat in het onderwijs. De ouderwetse schoolplaat waar de leraar een verhaal bij vertelt, maar dan met gebruikmaking van moderne digitale techniek. Toen ik op de lerarenopleiding zat, werd er gewaarschuwd voor het gebruik van schoolplaten: ‘Je moet leerlingen bij de les houden, anders dromen ze weg’. Vervolgens kregen we leraren die alleen nog opdrachten verstrekten: ‘Sla het boek open bij hoofdstuk 4 en maak de opgaven.’ Dat wegdromen is zo slecht nog niet, denk ik nu. Ik droomde ook als de leraar vertelde. En dan speelde ik mee in het verhaal dat hij vertelde. Inmiddels hebben we nieuwe schoolplaten laten maken en zijn we zover dat het verhalen vertellen weer aandacht krijgt op de lerarenopleiding."

 

Schrijver

 

"Het idee voor Oek is ontstaan toen ik op vakantie in Frankrijk een stripboek over de prehistorie in handen kreeg over het meisje Noune. Het was geschreven door een museumdirecteur uit Parijs op het niveau van de derde klas middelbare school, maar bedoeld voor kinderen van een jaar of acht. Toen dacht ik: ‘Dat kan veel beter. Terug in Nederland heb ik Roelof Wijtsma als illustrator benaderd en ideeën op papier gezet waarmee ik naar uitgeverij Noordboek ben gestapt. Mijn veronderstelling was dat zij er een echte schrijver bij zouden zoeken. Tot mijn verrassing waren ze zo enthousiast dat ze uiteindelijk mij als schrijver hebben aangewezen. Tot Oek schreef ik alleen non-fictie. Ik heb een nieuw talent ontdekt."

 

Empatische archeologie

 

"De gedachte achter empathische archeologie is dat mensen worden geholpen zich in te leven, zodat ze zich een beeld kunnen vormen van  het leven in de prehistorie. Oek speelt daar een belangrijke rol in. Er zijn boeken, er is een televisie-serie, een musical, een film, een cd met liedjes, magneetjes. Binnenkort komen we met Fair Trade-poppen. Het is moeilijk te zeggen waardoor het precies een succes is, maar we zijn er heel blij mee. Oek is een wereld op zich geworden."

 

Prijzen

 

"We kregen eerst de Drentse Toerismeprijs, daarna de Museum Prijs en vervolgens European Union Prize for Cultural Heritage. Drie prijzen, voor drie verschillende terreinen. Nu weet ik ook wel dat er overal prijzen voor bestaan, maar het geeft aan dat het Hunebedcentrum op waarde wordt geschat, door het publiek én door vakjury's. We schroeven de bordjes met tevredenheid aan de muur. En het levert nog wat op ook: zo’n onderscheiding van de Europese Unie voor erfgoed opent vele deuren."

 

Geopark De Hondsrug 

 

"De Hondsrug is een uniek landschap, waar veel te weinig mee gebeurt in Drenthe. In 1970 is voor het laatst een boek verschenen met 'Hondsrug' in de titel. Het Geopark-project is onderdeel van een groter plan om de natuur, de geologie en de toeristische mogelijkheden onder de aandacht te brengen. Het is niet de bedoeling er een hek omheen te zetten, het is de bedoeling het verhaal van de Hondsrug te vertellen. Over schildersdorpen, over de route van Bommen Berend het landschap en de hunebedden."

 

Opgravingen

 

"Ik weet dat onze wens om te gaan graven onder het grootste hunebed van Nederland weerstand oproept. Je kunt dingen onherstelbaar beschadigen en als je wacht is er over tien jaar misschien een techniek die graven overbodig maakt. Aan de andere kant: er zijn duidelijke aanwijzingen dat er zeer interessante vondsten kunnen worden gedaan. Waarom dan niet één keer een grondig, wetenschappelijk verantwoord onderzoek? Voor mijn part met een tribune erbij en camera's. De wetenschap is nu nog erg afwachtend, maar iemand moet zijn nek uitstekend. Ik wil die discussie graag voeren."


Tatiana de Rosnay naar De Schalm in Assen

TatianaDeRosnay Op uitnodiging van Biblionet Drenthe brengt Tatiana de Rosnay vrijdag 15 oktober een bezoek aan De Schalm in Assen voor een publieksinterview. Het interview, in het Engels, begint om 20.00 uur. Kaarten kosten 10 euro. De Rosnay is schrijfster van bestsellers als Die laatste zomer, Kwetsbaar en Haar naam was Sarah. Eind oktober gaat de verfilming van laatstgenoemde boek in première in de Nederlandse bioscopen.


Een nieuw monument voor het oude landschap

Het idee dateert alweer van jaren her, een definitieve plek ontbreekt nog, maar wel is er al een ontwerp. Vorige week donderdag presenteerde 'zwerfsteenkunstenaar' Chris Booth in Borger zijn ontwerp voor een monumentale sculptuur in het oude Drentse landschap: een doorzichtige ‘capsule’ van geweven keien op een duin van honderdtien meter (illustratie Drents Landschap).

ChrisBooth 
De kosten van het land art-project worden geraamd op zeshonderdduizend euro. Een derde daarvan moet door landelijke fondsen bijeen worden gebracht, een derde door de provincie Drenthe en de gemeente Borger-Odoorn en een derde middels andere bijdragen. De aanleg van het kunstwerk neemt ongeveer een half jaar in beslag.

 

De initiatiefnemers van het project – Galerie De Omgeving in Borger, Drents Landschap, het Hunebedcentrum en kunstenaar Booth – hopen volgend jaar te kunnen starten. Idee is dat de benodigde keien voor de capsule, naar schatting 25.000 stuks met een doorsnede van twintig centimeter, deels bijeen worden gebracht door het publiek. De duin wordt gemaakt met een mix van zand en leem, en beplant met een volwassen eik.

 

Speciaal aan het ontwerp is dat de stenen met elkaar verbonden worden door staaldraad. De keien worden daartoe stuk voor stuk doorboord met een holle boor. Wie een steen inlevert krijgt in ruil daarvoor als dank de uitgeboorde kern. Booth wil op die manier twee vliegen in één klap slaan: het publiek bij zijn werk betrekken en een constructie maken die verwijst het open karakter van de hunebedden.

 

Booth heeft zich voor zijn ontwerp niet alleen door grafmonumenten laten inspireren, maar ook door het Drentse landschap en gesprekken met boeren in de omgeving en de archeoloog Tjalling Waterbolk. Zo verwijst de duin naar de vorming van het land in de ijstijd; het dorp Spijkerboor is op een vergelijkbare duin ontstaan. De boeren en Waterbolk brachten Booth op het idee van een hedendaagse landmark, zoals de hunebedden dat waren voor de vroegste agrarische gemeenschappen.

 

Het idee om in de gemeente Borger-Odoorn een project te beginnen, vloeit voort uit werk dat Booth heeft gemaakt voor het beeldenpark van Museum Kröller-Müller. Het museum op De Hoge Veluwe bracht de Nieuw-Zeelander in contact met het Hunebedcentrum, het Drents Landschap en Galerie De Omgeving. Het kunstwerk in Drenthe moet zijn derde project in Nederland worden; er staat ook een werk in Tytsjerk.

 

Booth (Nieuw Zeeland, 1948) heeft inmiddels zo’n tweehonderd sculpturen van steen gemaakt, verspreid over de hele wereld. Centraal in zijn werk staat de brug die hij wil slaan tussen hedendaagse en oorspronkelijke leefgemeenschappen. Naast Borger-Odoorn werkt hij op dit moment aan nog twee anderen grote projecten, in Engeland en Australië. Voor meer informatie: www.chrisbooth.co.nz.


Ingezonden mededeling: Kinderen en Poëzie

Ook dit najaar kunnen alle kinderen van 6 tot en met 12 jaar met een zelfgeschreven gedicht meedoen aan de landelijke dichtwedstrijd 'Kinderen en Poëzie' van het Poëziepaleis. Insturen kan tot 1 december. Uit alle inzendingen kiest de vakjury onder leiding van dichter Kees Spiering 100 winnende gedichten. Deze selectie verschijnt april 2011 in een dichtbundel.

 

Wie de hoofdprijs wint - je gedicht als kunstwerk aan de muur van je school -  maakt de jury bekend op de Grote Finaledag. Tijdens deze feestelijke bijeenkomst op zondag 17 april in de Oosterpoort in Groningen, trakteert het Poëziepaleis de 100 winnaars en hun familie op poëzieworkshops, theater en optredens door dichters. 

 

Jaarlijks doen duizenden kinderen mee aan deze dichtwedstrijd. "Kinderen hoeven niet goed in taal te zijn om mee te doen. Zij hebben veel fantasie en de meeste kinderen vinden dichten leuk. Om hun fantasie te prikkelen en om te zetten in een gedicht is meestal alleen een helpende hand nodig”, zegt Inge Kappert, coördinator van het Poëziepaleis.

 

Op de website www.poeziepaleis.nl vinden jonge dichters en leerkrachten inspiratie voor het dichten. Voor leerkrachten die meer willen, organiseert het Poëziepaleis een programma met praktische poëzieworkshops tijdens de conferentie Poëzie in de Klas. Deze vindt plaats op 6 oktober in de Openbare Bibliotheek Amsterdam OBA. 

 

Het Poëziepaleis initieert en organiseert poëzie-activiteiten voor kinderen en jongeren zoals de dichtwedstrijden Kinderen en Poëzie, Doe Maar Dicht Maar en Dichter bij 4 mei.


Poëzie hardop: Henk van Ulsen zegt Ida Gerhardt

GerhardtUlsen Ooit kocht Woest en Ledig een uitgave met het gedicht Dolen en dromen van Ida Gerhardt inclusief een cd waarop de dichteres zelf voordraagt:

 

‘Ik kom hem telkenmaal in Zutphen tegen,

een kind dat stil zijn weg gaat door de stad,

nadenkelijk van voorhoofd en van ogen.’

 

Een mooi gedicht op papier, maar luisterend naar de stem van Gerhardt blijft daar weinig van over. Sterker: wie het tien minuten zonder tandenknarsen weet vol te houden, is of doof, of beleeft er plezier aan als een roestige naald in het oor wordt geslagen.

 

Gelukkig voor Gerhardt bestond er zo iemand als Henk van Ulsen, de in 2009 overleden acteur die in 1946 een voet tussen de deur van de toneelschool kreeg door haar gedicht Het carillon te zéggen. Gerhardt, zijn leraar klassieke talen, woonde destijds op kamers bij de ouders van Van Ulsen in Kampen. Nadien correspondeerden ze met elkaar en in de jaren zeventig begon Van Ulsen optredens te verzorgen waarbij haar gedichten werden voordragen.

 

In het verhelderende brievenboek Courage! is na te lezen hoe Van Ulsen participeerde in het project Poëzie Hardop, een initiatief van Huub Oosterhuis, waarbij in theaters werk van dichters als Achterberg, Hanlo, Nijhof, Lucebert, Vasalis en ook Gerhardt werd vertolkt. Echt soepeltjes verliep dat niet. Er moest vooraf een contract komen, vond Gerhardt. Toen dat uitbleef schreef ze hem een pinnige brief:

 

“Met ingang van heden, 7 april 1973, verbied ik uitdrukkelijk elke uitzending, voordracht, opvoering of muzikale begeleiding van een tekst van mijn hand, of van enig werk waaraan zodanige tekst ten grondslag ligt.”

 

Nog geen maand later droeg Van Ulsen tijdens de Dodenherdenking op de Dam Het carillon voor. Een jaar later werd Poëzie Hardop voortgezet.

 

(In 1976 wordt het bestaan van Poëzie Hardop ontdekt door uitgever Geert van Oorschot. Er zijn dan al twaalf voorstellingen geweest waarin 36 gedichten van Vasalis zijn voordragen, er liggen plannen voor een langspeelplaat met twintig Vasalis-gedichten. Gezégd door Henk van Ulsen en begeleid voor Abbie de Quand. Na lang steggelen wordt een schikking getroffen en beurt Vasalis 600 gulden.)

 

Van Ulsen is nadien gedichten blijven voordragen. Kort voor zijn dood op 28 augustus 2009 trad hij nog op bij Galerie Mooiman in Groningen met gedichten van Gerard Reve. Iets eerder nam hij in een studio in Amsterdam, onder regie van Kees Schafrat, 38 gedichten van Gerhardt op, plus zeventien van haar bejubelde psalmvertalingen. Alle opnamen, inclusief een aantal anekdotes en toelichtende intermezzo’s, zijn nu door uitgeverij Rubinstein op twee cd’s uitgebracht.

 

Wat je ook van Van Ulsen kunt vinden – acteur, stemverliefd, aansteller – gedichten van Ida Gerhardt voordragen kon hij geweldig. De timing is goed, het timbre, het volume, de dictie, de inleving, de keuze van de gedichten, de groepering. Poëzie lezen is een ding, poëzie luisteren een ander. Maar soms wil je na het luisteren ineens weer gaan lezen.

 

Dan is er toch ergens iets heel moois gebeurd.

 

Luisterboek: Ida Gerhardt. Gedichten & Psalmvertalingen. Voorgelezen door Henk van Ulsen. Uitgever: Rubinstein.  


Het paradijs van Bart Moeyaert in Groningen

Zes jaar na De Schepping zet de Vlaamse schrijver Bart Moeyaert zijn samenwerking met het Nederlands Blazers Ensemble (NBE) voort met Het Paradijs. Opnieuw een vrije bewerking van een Bijbelverhaal. Opnieuw een reeks concerten waarbij Moeyaert op het podium voorleest, terwijl het NBE muziek van Joseph Haydn vertolkt (foto Remke Spijkers).

BartMoeyaert 
Het idee voor een vervolg ontstond in het busje dat Moeyaert en het NBE met De schepping langs de zalen vervoerde. "Na het laatste concert was de sfeer vrolijk en melancholiek", vertelt Moeyaert. "Waarop Bart Schneeman (artistiek leider van het ensemble, red.) opperde er een project in drie delen van te maken. Een week later vertelde hij door de telefoon dat het hem ernst was."

 

Was De Schepping gekoppeld aan het oratorium Die Schöpfung, voor Het paradijs wordt tijdens de vertelconcerten muziek uit Die Jahreszeiten van Haydn gebruikt. Moeyaert nam bij het schrijven van zijn versie alle vrijheid. Hij liet zich niet leiden door het Oude Testament, maar door andere hervertellingen, zoals het Dagboek van Eva van Mark Twain.

 

"We zijn allemaal met de Bijbel-verhalen opgegroeid – sommigen dwingend, anderen meer op afstand – maar de Bijbel hangt aan ons lijf. Die dwang wilde ik niet", verklaart hij. "Interessant aan Dagboek van Eva is hoe Twain beschrijft dat Eva haar verblijf in het paradijs helemaal niet als prettig ervaart."

 

In het paradijs van Moeyaert is alles groot en volgroeid. "Er is geen sprake van spruiten en botten, maar van volle bloei en volwassenheid. Er zijn geen kinderen, en er is geen dood. De luipaard rust naast het reebokje – een beetje saai dus. De man denkt dat hij de boel moet organiseren, de vrouw stelt zich daar gedienstig bij op."

 

Nog zoiets: bij Moeyaert kruipt geen slang rond. "Die had ik niet nodig. Het kwaad zit overal in. In een bolide, in het verlangen naar een tweede vrouw. Ik wil niet te veel verklappen, maar laat ik dit zeggen: De Schepping ging heel erg over mijn plaats in de wereld, Het Paradijs gaat vooral over relaties."

 

Voor de boekversie werkte Moeyaert opnieuw samen met illustrator Wolf Erlbruch, eerder maakten zij ook het prentenboek Olek schoot een beer. “Met hem het is altijd spannend: hij dwingt je steeds jezelf opnieuw uit te vinden. Toen ik hem tien jaar geleden op de Frankfurter Buchmesse voor het eerste ontmoette, zei hij: ‘Het is alsof we in de dezelfde tuin hebben gespeeld.’ Dat was helemaal raak.”

 

Voor de concerten met het NBE repeteerde Moeyaert afgelopen zomer in Amsterdam; een kwestie van ontdekken hoe zijn tekst het beste in de muziek van Haydn ingepast moest worden. “Aanvankelijk had ik niet zoveel met Haydn, maar dat is sinds De Schepping veranderd – ik ben zelf ook veranderd. Ik heb altijd van muziek gehouden, maar als het gespeeld wordt door topmusici zoals van het NBE kan zo’n liefde opbloeien.”

 

Moeyaert opereert als schrijver alsof er geen (leeftijds)grenzen bestaan. Hoe staat hij tegenover pogingen om een ander, jonger publiek bij klassieke muziek te betrekken? "Net als poëzie is klassieke muziek binnen het enorme cultuuraanbod voor jongeren een beetje het dooie broertje", zegt hij. "Als je er gewichtig over gaat doen, bereik je het tegenovergestelde van wat je wilt bereiken. Het hoeft niet altijd niet in een zwarte rok. Het mag best met een kwinkslag. Ik ben niet zo van de educatieve aanpak. Het moet op een logische, normale manier gebeuren. "

 

Als we juist hebben geteld is Het Paradijs zijn 39ste boektitel sinds zijn debuut in 1983. Een indrukwekkende productie. "Ik schrik altijd al mensen mij daar op wijzen", reageert hij. "Ik sta daar niet bij stil. Het is mijn werk, het is mijn leven. Als zich iets voortdoet, stort ik mij er op. Soms is het rustig: afgelopen jaar ben ik vier maanden onbereikbaar geweest. Toen heb ik een nieuw werk gemaakt. Dat verschijnt pas volgend jaar."

 

Het derde deel van de NBE-samenwerking laat nog even op zich wachten. Wel is al duidelijk dat wederom muziek van Haydn een belangrijke rol zal spelen, dit keer diens Die sieben letzten Worte unseres Erlösers am Kreuze. "Geen verhaal uit het Oude Testament maar een bijbeltest waarin de dood de hoofdrol speelt. Welke zeven woorden zou ik uitspreken? Of zullen het zeven namen zijn? Daar kan ik vast en zeker iets mee."

 

Vertelconcert

 

Het Paradijs van Bart Moeyaert en Wolf Erlbruch (illustraties) is verschenen bij uitgeverij Querido. Het vertelconcert van Moeyaert en het NBE met muziek van Joseph Haydn begint vrijdag om 20.15 uur in De Oosterpoort. Voorafgaand is er om 19.00 uur een inleiding.


Vinkega had ook uw dorp kunnen zijn

Haar foto’s hadden niet misstaan op de fotomanifestatie Noorderlicht, dit jaar in het teken van het platteland. Maar het boek dat Marije Kuiper als debuterend fotograaf maakte van haar geboortedorp maakt veel goed.

JanEnDoortje 
In Vinkega geeft Kuiper (27), als vormgeefster afgestudeerd aan de Academie voor Popcultuur in Leeuwarden, een onopgesmukt beeld van haar kleine geboortedorp zoals ze het aantrof na haar terugkeer uit de grote stad. "Ik vertrok op mijn 19e om te gaan samenwonen met mijn jeugdliefde,", vertelt ze. "Maar de verkering ging uit, en ik kwam weer bij mijn ouders te wonen. Het dorp bleek veranderd."

 

Kuiper trof tot haar verrassing een levendige gemeenschap aan: "Er waren natuurlijk mensen vertrokken, maar ook veel nieuwe gezichten voor in de plaats gekomen. Er waren meer ondernemingen. Toen ik wegging woonden er vijftien kinderen. Nu zijn het er veertig."

 

Tijdens de jaarvergadering in het dorpshuis ontvouwde Kuiper haar plan om het dorp te documenteren. De ontvangst was enthousiast. Daarna ging ze in de vijf straten alle 79 huizen langs voor interviews en foto’s. "Ik stelde steeds tien vragen: over hun hobby’s, hoe lang ze er al wonen, hun werk, hun bezigheden."

 

Wat haar raakte, was de onverstoorbaarheid van de dorpelingen. "Terwijl ik worstelde met de vraag hoe ik nu verder wilde, ontdekte ik dat de mensen in Vinkega precies doen wat ze willen. Dat heb ik met mijn foto’s willen vastleggen."

 

Toch lijkt er ook droevenis en beklemming uit de foto’s in het boek te spreken, niet in de laatste plaats door de combinatie met de onderschriften. 'Met hun wekelijkse potje Rummicub winnen Jan en Doortje altijd om de beurt,' lezen we bij een foto van Jan en Doortje. 'Koop probeert al jaren zijn huis te verkopen', bij een foto van Koop.

 

"Dat zegt vooral iets over jou als kijker," riposteert Kuiper. "De mensen in het dorp hebben het juist naar hun zin. Het soms makkelijk om lacherig te doen over een klein dorp. Maar het is zoals het is. En dat is juist zo moeite waard."

 

Marije Kuiper heeft inmiddels het ouderlijk huis in Vinkega weer verlaten. Ze is naar Eindhoven vertrokken, een nog grotere stad. "Op de Academie voor Popcultuur leerde ik vooral om met populaire cultuur naar buiten te treden. Ik heb dat met dit fotoboek gedaan. Nu wil ik me meer bekwamen in de fotografie.”

 

Boek

 

Het fotoboek Vinkega van Marije Kuiper is verschenen bij de Stellingwarver Schrieversronte. Zie ook www.marijekuiper.nl


Tien dichters over Het Laatste Oordeel

Hetlaatsteoordeel Tien dichters hebben op verzoek van museum De Lakenhal in Leiden een gedicht geschreven over het Het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden. Op 31 oktober dragen de tien hun gedicht voor in nabijheid van het schilderij uit de 16e eeuw: Saskia de Jong, Frank Koenegracht, Gerrit Komrij, Hagar Peeters, Ilja Leonard Pfeijffer, Alfred Schaffer, K.Schippers, Rob Schouten, Mustafa Stitou en Anne Vegter. De gedichten worden gebundeld in een bibliofiele uitgave in een oplage van 100 genummerde exemplaren. 

  

Een dag eerder vindt in de Leidse Schouwburg, naar een idee van Onno Blom, Een dodelijk avondje uit plaats, met optredens van Huub van der Lubbe, Gerrit Komrij en Ilja Leonard Pfeijffer. “Zij bezingen met duivels plezier wat wij al hadden moeten weten op de dag dat van onze geboorte: eerst Leiden zien en dan sterven. Een inktzwarte, melancholieke en spectaculaire theatervoorstelling met poëzie, proza en muziek. Dresscode: zwart,” aldus de Schouwburg.