Previous month:
juli 2010
Next month:
september 2010

Moe, murw en daas in Kasteel Nijenhuis

Na een paar bezoekjes aan Museum de Fundatie in Zwolle toch maar eens gaan kijken in kasteel Nijenhuis bij Heino, de plek waar Dirk Hannema (1895 – 1984)  zijn kunstverzameling voltooide en nog altijd een groot deel van zijn collectie getoond wordt. Dat viel niet helemaal mee. De meest spectaculaire stukken zijn blijkbaar destijds naar het paleis aan de Blijmarkt verhuisd. Daarbij is het kasteel op de eerste plaats een kasteel, leuk en aardig om te zien, maar niet bepaald ideaal voor het tonen van kunst.



BirkenachBronner

Maar gelukkig is er zoiets als Eastsite 2010, een tentoonstelling hedendaagse sculpturen in de tuinen rond het kasteel. Eastsite omvat werk van acht verschillende kunstenaars die het grote gebaar niet schuwen en voornamelijk monumentale beelden leveren. Zoals een opvallende sculptuur van hout ín een boom gemaakt door André Kruysen en de zogeheten Sculpturillus van Cathy Weyders van textiel en ijzer: een blauw gevaarte met allerlei tentakels, maar ook ‘architectuurstudies’ van Pjotr Müller en een reusachtige kroon van Benedikt Birckenbach.

  

AnnekeWilbrink Daarnaast, of eigenlijk bovendien, is in het koetshuis een expositie met kosmische landschappen van Anneke Wilbrink te zien. Wilbrink schildert hedendaagse landschappen, en dan zo dat je als kijker wordt geconfronteerd met de daarbij behorende hectiek: de schreeuwerige drukte van een treinstation, de verradelijke kalmte van een industrieterrein, de agressie van een schijnbaar pittoresk havenje, de waanzin van een fly-over. Laag over laag, veel kleuren, veel diepte.

 

Wilbrink (Zwolle, 1973) is zacht gezegd nogal productief. Want behalve in het koetshuis is ook in het kasteel werk van haar hand te zien. Zoveel zelfs dat overdaad weer eens schaadt en dan ook nog eens opgehangen in kleine ruimte in een toch al met kunst overladen kamertjes. Enfin, uiteindelijk werd Woest & Ledig er toch wel wat moe, murw en daas van. Terug in de tuin werden we beloond met het Hildebrand-monument van Jan Bronner, een beeldengroep die al jaren op het gras een plek gevonden heeft en ineens heel verfrissend bleek te werken.


Een engel, net onder de rook van Zwolle

GlazenEngelDuncanWijting Bij de opening in 2004 toonde landgoed Anningahof bij Zwolle de ambitie om een van de belangrijkste beeldentuinen in ons land te worden. De zevende jaargang laat goed zien hoe oprichter Hib Anninga daarin is geslaagd: liefst 150 beelden in de uitgestrekte tuinen en de inmiddels twee galeries. En dan geen objecten waarbij het louteromesthetica draait, maar ook kunst die de hersenen doet kraken.

Werk van zeventig kunstenaars toont het Anningahof dit keer. Daar zitten mensen tussen van wie sinds het begin beelden zijn te zien, zodat zichtbaar wordt hoe genadeloos de tijd en de elementen met buitenkunst omspringen. Maar ook 32 nieuwe beelden zoals van Yasser Ballemans, Wouter Cox, Karin van Damen Ruud Kuier. Steeds is het nieuwe bloed aanleiding om het oude lichaammet nieuwe ogen te bezien.

Een van de meest intrigerende beelden is alwat ouder en staat binnen: een bijna levensgroot mensfiguur dat met het hoofd in een emmer staat, ondersteboven dus. Het beeld, My head is only house unless it rains van Herman Lamers, lijkt gemaakt van dof, lichtblauw getint glas. Aanraken mag niet, maar een knappe kerel die het laten kan – het glas blijkt dan kunststof.

Er gaat een merkwaardige werking uit van My head is only house unless it rains. Vanwege de titel uiteraard, ontleend aan een liefdeslied van Captain Beefheart, waarin zoiets wordt gezegd als ‘ik zal mij vooral niet laten weerhouden’. En vanwege die ongemakkelijke pose.

Lamers heeft nog vijf andere beelden in de Anningahof. Sommige, zoals een ijzeren bloem van vijf meter hoog (zonder titel), een albino stier op een bootje die gevangen wordt gehouden door drie vogels van glas (Fanfare) en het neonbeeld Olifant op het slappe koord, een ‘illusie over macht en onhandigheid’. Nieuw dit jaar is NO, vier monumentale letters van hout en polyester, een beeld ‘ter bevestiging van de ontkenning’.

Het allernieuwste werk van Lamers is ronduit spectaculair en staat er nog maar net; eigenlijk is het een restproduct van een beeld dat vorige maand in het hart van Zwolle is geplaatst. Op de Grote Markt staat De glazen engel, een figuur van 3,5meter hoogte, met water en zand uit glas gesneden. De Anningahof toont zijn oorspronkelijke omgeving: 350 gestapelde glasplaten van 1 centimeter dik.

Wie er lang naar kijkt, en de zon op de groenige kolom ziet schijnen, ziet zich voor steeds meer raadsels geplaatst. De glaskolom van Lamers (foto Duncan Wijting) doet denken aan holografie en de bodyscan, wonderen der moderne techniek. Maar vooral aan het hele oude. Engelen reizen al sinds het Oude Testament met de mens mee, sinds Jakob zijn broer Esau bedroog en moest vluchten.We hebben er zelfs beelden bij: grote sterke mannen, met vleugels op hun rug, boodschappers tussen hemel en aarde.

Engelen ’bestaan’ niet, toch zijn ze er. Het onmogelijke is dus toch mogelijk.

’Beelden 2010’ te zien Landgoed Anningahof, Hessenweg 9 in Zwolle. Open t/m 31/10 wo. t/m zo. 13.00 tot 18.00 uur. Entree volwassenen € 7 (inclusief catalogus), kinderen € 3. Zie ook www.anningahof.nl

 

 

75 jaar: de mars van Penguin

Penguin Sommige ideeën zijn zo briljant dat het achteraf onbegrijpelijk is waarom ze niet eerder zijn bedacht. Allen Lane, medewerker van de Britse uitgeverij The Bodley Head, had zo’n idee in 1935. Hij wilde boeken produceren die iedereen in zijn zak kon stoppen en bij kiosken verkopen voor de prijs van een pakje sigaretten. Lane mocht het idee uitvoeren, te beginnen op 30 juli met tien titels. Een collega tekende het logo voor de serie: een pinguïn. Binnen een jaar waren er drie miljoen boeken met een papieren rug verkocht.

 

75 Jaar later is Penguin Books een van de grootste uitgeverijen ter wereld. Onderdeel van het beursgenoteerde mediabedrijf Pearson, opererend vanuit zeven landen, met een omzet van meer dan een miljard euro. De uitgeverij voert een baaierd aan merken: Hamish Hamilton, Putnam, Berkley, Viking, Dorling Kindersley, Puffin, Ladybird en Rough Guide.

 

De boeken van Jamie Oliver verschijnen bij Penguin, maar ook die van Roald Dahl en Vladimir Nabokov. De afgelopen 75 jaar zijn ook Nederlandse auteurs uitgegeven, in het Engels. Dat leverde twee bestsellers op: Diary of a young girl van Anne Frank en The Discovery of Heaven van Harry Mulisch. Andere Nederlandse Peguins zijn Multatuli van Max Havelaar, Bitter Herbs van Marga Minco en Rituals van Cees Nooteboom.

 

ArielTheLifeOfShelley Bij Penguin mogen ze graag benadrukken dat zij in de jaren dertig de boekenwereld op de kop hebben gezet. De kiem voor die omwenteling werd honderd jaar eerder gelegd met de verbetering van het onderwijs, ’slimmere’ drukpersen en de opkomst van bibliotheken en leesgezelschappen.Wat Lane deed, was het boek van zijn harde kaft ontdoen en boekenleners tot boekenkopers maken. Zijn eerste uitgave was Ariel or the Life of Shelley van André Maurois, een van oorsprong Franse biografie van de Britse dichter Shelley uit 1924.

 

WhatHitlerWants Na het succes van de eerste tien (her)uitgaven, begon Lane in 1936 voor zichzelf. De oorlogsdreiging deed zijn bedrijf goed; vooral het boek What Hitler Wants van E.O. Lorimer werd een bestseller. En toen de oorlog eenmaal was uitgebroken, bleken de soldaten van Britse en Amerikaanse leger een ideale afzetmarkt. In de jaren na 1945 werd vervolgens Europa veroverd met de zogeheten Penguin Classics – wereldliteratuur, nu eens niet in het Duits of Frans, maar in de nieuwe lingua franca, het Engels.

 

AClockworkOrange Penguin liet zich van meet af aan voorstaan op goede smaak. Met name het uiterlijk van de boeken is veelgeroemd. Aanvankelijk ging het vooral om herkenbaarheid: oranje en witte banen voor fictie, groene en witte voor misdaadromans, rood en wit voor drama, blauw en wit voor biografieën. In 1947 gaf het bedrijf de Duitse graficus Jan Tschichold opdracht vijfhonderd titels van een nieuwe vormgeving te voorzien. Tschichold stelde daarbij ook de zogeheten Penguin Composition Rules samen, tot op de dag van vandaag een inspiratiebron voor vormgevers.

 

De uitgeverij is goed geweest voor een aantal fikse rellen, zoals rond Lady Chatterley’s Lover. Hoewel geschreven in 1928 kon de vermeend pornografische roman van D.H. Lawrence pas na een rechtszaak in 1960 in Engeland worden gepubliceerd. Penguin verkocht prompt 3,5 miljoen exemplaren. In 1988 volgde de opschudding rond de publicatie van The Satanic Verses van Salman Rushie waarna de schrijver door islamitische fundamentalisten vogelvrij werd verklaard en moest onderduiken. Recenter is het terughalen van de spraakmakende, maar verzonnen autobiografie Love & Consequences van Margaret Selzer.

 

Na de dood van oprichter Allen Lane in 1970 werd Penguin, toen al meer dan tien jaar genoteerd aan de beurs in Londen, gekocht door Pearson, eigenaar van The Financial Times. De uitgeverij was op dat moment goed voor meer dan honderd series en verkeerde in financiële problemen. Een reeks bezuinigingen, reorganisaties en fusies volgde. Maar het hoofdmerk bleef bestaan en behield zijn uitstraling als leverancier van kwaliteitsboeken voor een lage prijs. Ook nadat andere uitgeverijen in staat bleken nog veel fraaier vormgegeven boeken te produceren.