Zo houdt Driek ons nog steeds bezig
Open Stal 2010: de schoonheid van ouderdom

Mede mogelijk gemaakt door… Renate Dorrestein

Leesclub Na afloop van het gesprek in haar woning in Aerdenhout vraagt Renate Dorrestein (Amsterdam, 1954) of ik misschien gebruik wil maken van haar toilet. Voor het doen van een plas, zo met het oog op de reis terug – toch gauw twee en een half uur achter het stuur. Als het aanbod wordt afgewimpeld, is de schrijfster er als de kippen bij om zichzelf te corrigeren: "Nou, ja, misschien is zo’n voorstel ook wel heel typerend voor een vrouw."

 

Zou het? Is het niet gewoon meelevend en attent?

 

Perfect passend bij een iemand die in haar werk oog heeft voor banaliteiten in alle vormen en maten.Zoals, eh, incontinentie.Want dat doet Dorrestein, al jaren: zich als journalist en auteur druk maken over zaken die door collega’s worden genegeerd. Aanvankelijk was het vooral de positie van de vrouw, om maar eens iets te noemen. Daarna het vermoeidheidsyndroom ME, waarvan ze zelf is hersteld. Inmiddels is het ook de veronachtzaming van de ouderdom, met alle ongemakken die daar bij horen.

 

In dat licht moet ook haar laatste roman De leesclub worden gezien. Als een ode aan de tienduizenden Nederlandse dames, veelal vijftigplussers, die het huis van de literatuur in Nederland overeind houden maar daar nóóit de credits voor krijgen. Ze kopen de boeken, ze lezen ze, ze verzorgen de mond tot- mondreclame, ze bezoeken de literaire avonden. Als dank worden ze mutsen genoemd en laat de gevierde schrijver zich na afloop fotograferen met een ’fris jong ding’. Nee, ze noemt geen namen.

 

Maar voor een betoog over het ouder worden, hoe interessant dat ook is, komen we niet. Reden voor het bezoek aan Aerdenhout is, jawel, een prijsvraag. Door de uitgever van Dorrestein in het leven geroepen om de verkoop van De leesclub een extra zetje te geven. En omdat opdrachtgever Dagblad van het Noorden bedrijfsmatige banden onderhoudt met haar uitgever – de wereld is nu eenmaal klein en we zijn er om elkaar te helpen, nietwaar – maken beide partijen daarvoor tijd en ruimte vrij.

 

Vermenging van literatuur, commercie en journalistiek? Niets mis mee. Zolang het maar duidelijk is en voor iedereen zichtbaar op tafel ligt, zegt Dorrestein.

 

Wat ons op het volgende brengt: in De leesclub wordt heel nadrukkelijk het whiskymerk The Famous Grouse genoemd. Eerst is het nog een fictieve sponsor van een literaire cruise. Later als het cruiseschip is vergaan, staan de hoofdpersonen bijkans te juichen als de flessen op het strand aanspoelen. Sluikreclame? Blijkens een persbericht is diezelfde The Famous Grouse de non-fictieve sponsor van een boottocht die de deelnemers aan voornoemde prijsvraag kunnen winnen.

 

Een literaire grap is werkelijkheid geworden, zegt Dorrestein. Het een volgt uit het ander. Eerst was er het boek, toen de behoefte aan het zetje, daarna de prijsvraag.

 

Nu we toch bezig zijn: hoe verhoudt deze marketingtool zich tot de advertentie voor het vrouwenglijmiddel Lubricare die zij liet opnemen in haar roman Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor? Een experiment waar vooraf goed over is nagedacht, zegt ze. Duizend euro ving haar uitgever ervoor. Een schijntje voor een boek waarvan honderdvijftigduizend exemplaren zijn verkocht.

 

Fay Weldon bracht haar op het idee met de roman The Bulgari Connection. Die werd geschreven nadat een Italiaans juwelenbedrijf de Britse schrijfster een astronomisch bedrag in het vooruitzicht stelde als ze in een roman één maal het merk Bulgari zou vermelden. Weldon ging er mee aan de haal en deed het honderden keren. Over the top. Leuk! Op haar beurt gebruikte Dorrestein een keer – onbewust – het begrip Sterrenmix in een boek. Prompt kreeg ze een doos thee thuisgestuurd. In een volgende roman gebruikte – ditmaal bewust – ze het merk Mercedes. Tevergeefs.

 

Merken opvoeren in een roman geeft literatuur iets authentieks, iets realistisch – daar is het haar om te doen. Het is een middel. Sir Arthur Conan Doyle deed het ook. Door voortdurend te verwijzen naar het alledaagse, het herkenbare, denken mensen nu nog steeds dat de detective Sherlock Holmes echt heeft bestaan en willen ze zijn huis bezoeken: 221-B Baker Street.

 

Natuurlijk, er zijn grenzen. Beweren dat een roker van Brandaris-shag gezondere kinderen krijgt, gaat haar te ver. Je moet als schrijver altijd oppassen. Niet overal op inspringen. Voor je het weet raakt het literaire werk uit het zicht. Sta je alleen nog maar in quizzen en praatprogramma’s, ingeklemd tussen de reclameblokken.

 

Maar er is nóg een reden. Renate Dorrestein mag graag tegen heilige huisjes schoppen. Debunking, noemt ze het zelf. Zoals het gangbare beeld omver trekken dat literatuur iets heiligs is, iets verhevens, en dus vrij van commerciële smetten. Neem het idee dat schrijven moeilijk en zwaar werk is, waarbij veel lijden komt kijken. Helemaal niets van waar, zegt ze. Schrijven is niet moeilijker of belangrijker dan fietsen maken of hersenchirurgie. Zelf zit ze lachend achter de tekstverwerker en levert ze met veel plezier ieder jaar een boek af. De bottomline: we doen allemaal ons stinkende best.

 

De leesclub is een relativering – dat ook. Vandaar het ontbreken van een plot, de jolige toon en de karikatuur van de leesclub als een verzameling snobistische dames die literatuur net zo hoog achten als mannen voetbal: de belangrijkste bijzaak van het leven. Vandaar de typering van de schrijver als een halfgod die te ijdel is om in de spiegel te kijken en de sneer naar de thriller waarin – in tegenstelling tot de serieuze literatuur – geen vraag ontbeantwoord blijft.

 

Vandaar het experimentele karakter: een ’rechtbanknovelle’ gevolgd door een reisgids vol aanbevelingen voor Schotland en daarna een interview waarin de schrijver zichzelf interviewt, een knipoog naar de leesdossiers waar leden van leesclubs zo gek mee zijn. In de literatuur van Renate Dorrestein is alles mogelijk. Zelfs dat wat we eigenlijk niet als literatuur beschouwen.

 

Zo dus een beetje. Pom pom pom. Leuker kunnen we het niet maken. Koop De leesclub van Renate Dorrestein. Nu in prijs verlaagd.

 

Doe mee aan de prijsvraag en noteer de bekende Nederlandse schrijvers waaruit Gideon deWit is opgebouwd. Denk bijvoorbeeld bij ’de auteur die van Italiaanse schoenen houdt’ aan Jan Siebelink. Als het been van DeWit wordt afgezaagd, denk dan aan Simon Vinkenoog. En als er een schrijver met een geit de IJssel afzakt om zijn boek te promoten, denk dan aan Arnon Grunberg.

 

Maak kans op een boottocht in het bijzijn van de schrijfster op 29 augustus. Inzenden kan tot 2 augustus. Via www.renatedorrestein.nl.