Previous month:
juni 2010
Next month:
augustus 2010

Ineens kijk je anders naar de Ikea

Gerrit Komrij schreef ooit: ’Poëzie is geen tijdelijk onderdak, poëzie is kost en inwoning.’ Voor iemand die een belangrijk deel van zijn inkomen bij elkaar sprokkelt als dichter en bloemlezer is dat natuurlijk meer dan waar. Maar in dit geval gaat het er vooral om dat poëzie iets is dat altijd meereist. Of altijd zou kunnen meereizen. Vanaf het wakker worden tot en met het inslapen. Aan de ontbijttafel en bij het openslaan van de lakens. Bij het dichttrekken van de deur en het uitschakelen van de televisie.

 

Et cetera.

 

In diezelfde geest heeft festival Dichters in de Prinsentuin in Groningen het motto ’Dagelijks brood’ meegekregen. Dit keer stond het alledaagse karakter van poëzie centraal. Zoals Arjen Nolles en Rolien Scheffer het stellen in de bloemlezing Dagelijks brood: "Het woord als voeding voor de geest, het gedicht als bouwpakket." Waarmee meteen duidelijk is gemaakt dat poëzie niet kant-en-klaar wordt aangeleverd. Je moet er als luisteraar of lezer wel wat voor doen. De oren en ogen openhouden bijvoorbeeld, je laten inspireren door de ontwerper en soms zelf met ideeën komen.

ThomasMohlmannInDeIkea 
Bij de Ikea gaat dat makkelijk. Vrijdagmorgen, op de slotdag van het evenement, is het woonwarenhuis één van de festivallocaties, naast de vertrouwde theetuin en loofgangen in de binnenstad. Enigszins verdekt tussen de tafels en stoelen staan in de toonzalen zes dichters opgesteld: Thomas Möhlmann (foto: Kees van de Veen), Simon van der Geest, Fieke Gosselaar, Eelke van Es, Sacha Landkroon en Mishenu Osepa Cicilia. Hun voordrachten zijn niet zozeer op het winkelende publiek gericht, maar bedoeld voor zo’n dertig festivalgangers die zich bij de ingang ’in een kleine groep mensen zien veranderen’.

 

Niet alles gaat vanzelf, ook niet als braafjes de officiële looproute in de woonsuper wordt gevolgd. Dus leidt een gids ons allereerst naar de ’Woonkamers’ waar Simon van der Geest, tegen een achtergrond met opbergsysteem Besta/Framstra 677 (uitgevoerd in essenhoutpatroon), voorleest uit Dissus, een lenige raptekst voor alle leeftijden op basis van Homerus’ Odyssee. Voor wie er gevoelig voor is, allemaal heel fijn symbolisch, zo aan het begin van een expeditie door de dolgedraaide consumptiemaatschappij die de Ikea óók is.

 

Stop nummer twee breng ons bij Mishenu Osepa Cicilia en haar gedicht Librami, wat zoiets betekent ’bevrijdt mij’. Osepa Cicilia komt van Curaçao en dicht in het Papiamentu, een mooie taal om naar te luisteren, maar lastig om te volgen. Ineens kijk je heel anders naar de Ikea. Het bewijs wordt even later aangetroffen in de vorm van een onvervalste ready-made, hangend aan een kast:

 

23m2 gebruikte kleuren en materialen

Verf

Flexa

Wand beige

Flexa Colors muurverf

Kleur F2.10.70

 

Wand wit

Flexa Colors muurverf

Kleur HN 02.88

Vloer

Tundra Kliklaminaat

Kleur antiek effect

 

Geen tijd om zelf

Te monteren?

 

Via Eelke van Es (afdeling Verlichting) belanden we bij Fieke Gosselaar (Slaapkamers). De laatste draagt onder meer haar gedicht Riouwstraat voor: ’Klaine koamer/ zit in n deuze./ Deuze wil nait dicht,/ ze kikt dernoar.// Wilde daaier/ van Riouw sluipen/ joaren in heur bèr,/ bluizen blözzem/ in heur hoar.//En nou wieder/ fluustert ze./ op stroat wordt/ tot tiene teld.’

 

En dan is het niet ver meer naar ’Kinderland’ waar Thomas Möhlmann in een roze meisjeskamer voorleest uit de bundel Kranen open terwijl zijn debuut De vloeibare jongen zo staat opgesteld je ’m terstond wilt aanschaffen. Aan potten, pannen en washandjes geen gebrek, maar in die behoefte voorziet de Ikea niet. Vreemd. Waarom wel kasten, maar geen boeken?

 

Eenmaal de kassa gepaseerd is, krijgt Sacha Landkroon het laatste woord. Twee jaar geleden had de festivalorganisatie ’m nog weggestopt in een steeg, nu klinkt zijn stem op een van de drukste plekken in heel Groningen. Gezeten op een witte 3-zitter van het type Ektorp (Nieuwe verlaagde prijs: 299) leest Landkroon over een hand die in een broodzak met schimmel: ’Onder in de zak wonen stille fantomen/ die bonte bellen blazend huidvulkaantjes/ aan de boorden van een uitgang knagen.’

 

Thuis de gebruiksaanwijzing toch maar even goed lezen.


Over ‘Staphorst’ van Koos Geerds

StaphorstGeerds Overijssel heeft sinds begin vorig jaar een provinciedichter. Zijn naam is Koos Geerds (Ureterp, 1948) woonachtig in Dalfsen, maar opgegroeid in de streek tussen Rouveen en Staphorst. De herinnering aan die vormende jaren leverde tien jaar geleden een bundel op die nu, aangevuld met later geschreven gedichten, een heruitgave krijgt: Staphorst.

 

We hebben hier te maken met prachtig eenvoudige poëzie, heel elegant en open, met een aangenaam weemoedige ondertoon. Niks geen spuwen in de bron, verheerlijking van folklore of misprijzen over een beklemmende geloofsgemeenschap, maar warme woorden over geborgenheid, traditie en kleinschaligheid. Staphorst is een fraaie ode aan het platteland: ’als God weer bij de mensen woont,/ zal er geen stad meer zijn – dan bloeit de grond’.

 

Boek: Staphorst. Auteur: Koos Geerds. Uitgever: Arbeiderspers.


Glimlachen met Digitale Audio Booster

Popmuziek in Emmen dat is Bouke en Jan Warringa, Bert Kamping en Chris de Roo, Bernard Gepken en The Mother Lovers. Maar ook: Gestoorden uit het Noorden en Digitale Audio Booster, oftewel D.A.B. Entertainment. Vooral de laatste timmert stevig aan de weg. Op scholen, in gevangenissen en buurtcentra. Op festivals en hiphopavonden. Op YouTube en straks ook live tijdens wielerwedstrijd De Gouden Pijl.

 

Dit verhaal begint eigenlijk vier weken terug, op een zondagmiddag in Emmen vlak voor de Hema. Waar René Valke (24) – ’zeg maar Dab’ – en Michael Borsboom (17) – ’zeg maar Haag’ – het terras voor café De Brasserie gebruiken als decor voor een videoclip bij het nummer Ben bekend met talent. Camera met filter, draagbare cd-speler, microfoon. En rappen maar. Na afloop doet de cafébaas nog even moeilijk over de geschoten beelden. ’s Avonds is de clip klaar.

 

Sinds deze week wordt Ben bekend met talent getoond bij TMF. Zonder de beelden van het café, maarmet de regels ’ben de baas in de keuken/ook al kook ik niet’. "Zo snel kan het gaan", glimlachen Dab en Haag (foto Duncan Wijting). "Een rap schrijven en op beats zetten, kost even tijd. Maar met een goed idee, een duidelijk script en beetje doorwerken, kun je een clip in dag klaar hebben."

DAB 
Bijna honderd filmpjes van Digitale Audio Booster circuleren inmiddels op internet, sommige met Haag, anderen met M-Trick. "Ik heb er wel meer gemaakt", vertelt Dab. "Maar zo snel tevreden als ik in het begin was, ben ik niet meer. Dus zijn er ook een paar verwijderd." Ben bekend met talent is het eerste nummer dat landelijkwordt opgepikt. "We doen het zo: eerst Emmen, dan Drenthe, vervolgens het Noorden en dan de rest van het land. Het gaat nu ineens een stuk sneller."

 

D.A.B. Entertainment is een jaar serieus bezig, zeggen ze. "Ongeveer sinds het verschijnen van onze cd.We hebben een mixtape uit, eind augustus volgt de tweede. We hebben een eigen studio, we produceren.We geven workshops en cursussen; binnenkort ook op de muziekschool. We maken clips, voor onszelf en voor anderen, zoals Chris de Roo en Dorette. Hiphop is ons ding, maar we pakken alles aan. Als we worden gevraagd, maken we net zo makkelijk een bruiloftsreportage."

 

De workshops vormen een belangrijke peiler onder het bedrijf, niet in de laatste plaats vanwege de achtergrond van Dab en Haag. Beide hebben de middelbare school niet afgemaakt. Dab heeft vanaf zijn dertiende veel op straat geleefd. "Het ging niet altíjd goed met ons", zegt Dab. "Maar moet je nu zien", zegt Haag. "Ik word al bijna dik."

 

De grote verandering deed zich niet eens zo lang geleden voor. "Het gebeurde mij toen ik mensen ontmoette die naar mij wilden luisteren. En waar ík naar wilde luisteren", zegt Dab. "We hebben hier in Emmen nu een paar hiphopprojecten met jongeren kunnen doen waardoor wíj wat voor anderen kunnen betekenen. Dat is eigenlijk nog belangrijker dan muziek."

 

Waar Gestoorden van het Noorden zich richt op de underground en de hardcore, mikt D.A.B. op een breed publiek. "De muziek staat voorop, niet het geld.We zijn commercieel in de zin van: we willen er wel van bestaan. Dat doen we zonder mensen te shockeren, zonder onnodig schelden, vloeken en tieren. Niks tegen stoer gedoe, maar zelf vinden we dat veel te vermoeiend. We bezorgen mensen liever een glimlach."

 

 

Muzikaal staat D.A.B. voor hiphop met een feestelijk randje –meer Ali B en Lange Frans dan Osdorp Posse en Kempi. "Wat je ook van zijn muziek vindt, Ali B heeft wel een topbedrijf neergezet, daar heb ik diep respect voor", zegt Dab. "Hij knuffelt met de koningin en bokst met Máxima. Oudere mensen houden van hem, hij is overal. Iedereen kent hem. Dat wil ik ook. Wat zeg ik? Ik wil meer dan Ali B."

 

Mixtape

 

Voor de videoclips van D.A.B. Entertainment zie www.youtube.com/dabrecords. Een mixtape is te downloaden via www.rapperdab.nl. Zie ook www.dab-entertainment.hyves.nl. Het optreden tijdens De Gouden Pijl begint 10 augustus om 17.00 uur op het Noorderplein in Emmen.


Over 'Dissus' van Simon van der Geest

Dissus Hoe laat je kinderen kennismaken met ’de klassieken’? Simon van der Geest koos voor zijn rijmprentenboek Dissus voor een vrolijke raptekst vol binnenrijm waarin de omzweveringen van de Griekse held Odysseus naar een hedendaagse polder zijn overgezet. Het werkt uitstekend. Niet in de laatste plaats doordat de broodmagere Dissus en zijn reisgezelschap uit louter antihelden bestaat. Ze worstelen met herkenbare problemen: schaamte, onzekerheid, ontluikende seksualiteit, heimwee.

Ondertussen passeren alle beroemde dieptepunten de revue, van Eenoog tot Kirke, van Skylla en Charybdis (in de vorm van een kraanmachine) tot en met Windman. Zelfs voor de problematische terugkeer is een oplossing gevonden: thuis is Dissus’ plaats ingenomen door een hond. Jan Jutte leverde bij alle avonturen illustraties, in zijn bekende op Willem Busch (Max und Moritz) geïnspireerde stijl. Van der Geest treedt deze week op tijdens festival Dichters in de Prinsentuin in Groningen.

 

Boek: Dissus. Auteur: Simon van der Geest. Uitgever: Querido.


De luxeproblemen van Gerbrand Bakker

GerbrandBakker Gerbrand Bakker (Foto: Eimer Wieldraaijer) is opgetogen. Hij heeft net de laatste hand gelegd aan zijn nieuwe roman. Dat wil zeggen: er wordt nog wat gesteggeld over het juiste aantal pixels in de foto voor de omslag, maar verder is De omweg klaar en af om in oktober te verschijnen. Veel sneller dan verwacht. Immers: Juni dateert van mei 2009, Boven is het stil van 2006 en de eerste publicatie van Perenbomen bloeien wit van 1999.

Het geeft ‘m zelf ook verbaasd, zegt hij. "Laatst luisterde ik een marathoninterview af dat ik een jaar geleden aan de VPRO-radio gaf. Daarin hoorde ik mezelf binnen een kwartier tien keer ‘de omweg’ zeggen. Tien keer! Blijkbaar zat er toen al iets in mijn hoofd – dat zijn van die prachtige dingen. Weet je dat ik nu voor het eerst zelf de titel voor mijn roman heb geleverd? Normaal doet de uitgeverij dat. Die heeft daar verstand van."

En dat terwijl de storm rond Boven is het stil nog steeds niet is uitgeraasd. Meer dan 100.000 exemplaren zijn er van het boek verkocht. Volgend maand verschijnt een feesteditie. Met daarin opgenomen het juryrapport van de IMPAC, met 100.000 euro een van de grootste literatuurprijzen ter wereld. Bakker ontving de onderscheiding vorige maand in Dublin voor de vertaling van Boven is het stil als The Twin door David Colmer.

Niet eerder sleepte een Nederlands auteur zo’n prijs binnen. Twee dagen voelde hij zich trots. "Het ging heel raar. Ik wist het al een maand, maar mocht niks zeggen. Mijn ouders had ik het verteld, verder hield ik het stil. Tot ik er iets over schreef op mijn weblog. Een dag later ging de telefoon. Nee hé, dacht ik. Het zal toch niet? (...) Het geld kreeg ik in de vorm van een cheque. Ook zoiets: een cheque. Je zou denken dat zo’n bedrag elektronisch wordt overgemaakt. Maar nee hoor, ik kon met een papiertje naar de bank."

Over banken en geld gesproken: "Juni wordt in de Duitstalige pers heel lovend besproken, echt fantastisch. Het boek begint daar nu ineens te lopen. Onlangs had ik een lezing in Zwitserland. Daar kreeg ik twee briefjes van 500 euro voor. Ik met die briefjes in Nederland naar de bank. De geldautomaat weigerde ze in te nemen, dus vals waren ze niet. Het bankpersoneel gaf het advies naar het casino te gaan. Naar het casino! En dat adviseert mijn eigen bank."

Luxe-problemen zijn het. In dezelfde categorie valt de discussie met The New York Times over de inhoud van een gastcolumn. "Het vloeide voort uit het winnen van de IMPAC. Ze wilden een column over Nederland ten tijde van het WK-voetbal in Zuid-Afrika. De redacteur wist precies wat er wel en wat niet inmoest staan. Ik wilde schrijven over de vraag naar de Beessies van de Albert Heijn, maar kreeg niet duidelijk gemaakt dat Beessie een Zuid-Afrikaans woord is voor het Nederlandse beestje."

Het gaat goed met Gerbrand Bakker, laat dat helder zijn. Zo goed, dat het leed rondom de slechte ontvangst van Juni in Nederland bijna is vergeten. "Daar ben ik een flinke tijd ziek van geweest", vertelt hij over de negatieve recensies en tegenvallende verkoop. "Eerst dacht ik: ‘Het ligt aan mij. Het is gewoon niet goed genoeg.’ Maar nu ik de Duitse recensies lees, weet ik dat het anders zit. Het is de wispelturigheid. Het ene moment ben je het gesprek van de dag, het andere moment is dat voorbij. Ik ontmoet lezers die niet weten dat er na Boven is het stil nóg een roman is verschenen."

Dat zullen er nog altijd minder zijn dan zij die weten dat Bakker ook poëzie schrijft. Volgende week is hij te gast tijdens de slotdag van Dichters in de Prinsentuin in Groningen. "Ik loop er niet te koop mee," zegt hij. "Maar af en toe voel ik een aandrift tot het schrijven van een gedicht. Bijvoorbeeld als ik een zin hoor of lees die uren later nog in mijn hoofd zit. Dan schrijf ik die zin op, en zet ik er iets voor, of iets achter. Ineens is er een gedicht."

Hij is behoorlijk onzeker over zijn poëzie. "Er zijn wat gedichten gepubliceerd in Tzum. Na een verzoek stuurde ik een stapeltje op met de mededeling dat het niet erg zou zijn als er ietswerd verbeterd. Dat schaven aan een gedicht, dat vertimmeren, daar ben ik veel te onrustig voor.  Eerder dit jaar kocht ik bij de presentatie de bundel Terrein van Erik Lindner. Ik heb ‘m nu nog niet gelezen. Met korte verhalen gaat het net zo. Geef mij een roman, daar kan ik mij in onderdompelen."

Maar ermee optreden doet hij graag. "Laatst werd ik gevraagd voor de opening van een boekhandel. Misschien doe ik iets geks, kondigde ik aan. Misschien lees ik wel wat gedichten. Thuis zocht ik er tien bij elkaar waar ik tevreden over ben en vervolgens heb ik die voorgedragen. Na afloop hoorde ik dat Wanda Reisel mijn gedicht De gang heel erg mooi vond. Nou, dan wil ik graag geloven dat het wel goed zit."

Festival Dichters in de Prinsentuin wordt 28/7, 29/7 en 30/7 in Groningen gehouden. Voor het complete programma zie www.dichtersindeprinsentuin.nl. Voor meer over Gerbrand Bakker zie www.gerbrandsdingetje.nl/


Talentvol uit Drenthe

In vervolg op de eindexamenexpositie van Academie Minerva is in Galerie Vanderveen werk te zien van pas afgestudeerde beeldende kunstenaars die een band hebben met Drenthe. Het Centrum Beeldende Kunst Drenthe (CBK) zegt dat aan deze tentoonstelling twee vragen ten grondslag liggen: ‘Bestaat er zoiets als Drents talent?’ en ‘Is het opgroeien in Drenthe en/of wonen in deze provincie van invloed op de kunstenaars?’

Jong Drents Talent omvat werk van zes kunstenaars; zes schilderijen, twee tekeningen en twee ‘installaties’. Wie wat heeft gemaakt, is goed zichtbaar. Maar daar houdt het ook mee op. Titels ontbreken, documentatie is afwezig, iets van uitleg over de achtergronden van de keuze voor deze kunstenaars en hun werken is er niet. Als het CBK Drenthe een taak heeft om mensen – belangstellenden én kunstenaars – wegwijs te maken en verder te helpen, dan wordt die taak in dit geval ernstig verwaarloosd.

Gelukkig bestaat er zoiets als internet en kunnen we, alles onder voorbehoud, meedelen dat alle kunstenaars van na 1980 zijn. Van de jongste, Rebke Verheijen (Den Bosch, 1988), weten we daardoor dat ze in Zuidwolde is opgegroeid. Afgaand op haar Hyves-pagina komt Maaike Moorman uit Emmen. Joachim Nieuwhof is geboren in Drachten, woont in Groningen en won het Coba de Groot Stipendium, een beurs voor kunstenaars met Friese (!) wortels.

SaneVanDerHorst1
Meest nadrukkelijk aanwezig in Assen is Sane van der Horst (foto). Van zijn hand staan verspreid in de galerie zes beelden, allemaal afkomstig uit het circus van de slechte smaak en samengesteld uit schijnbare tegenstellingen: natuurlijke en kunstmatige materialen, dierlijke en menselijke verschijningen. Dankzij hun naargeestige uitstraling weten ze te shockeren. Op zich een prestatie, en het roept nog een vraag op ook: ‘Waarom deze agressie?’

Zowel Nieuwhof, Verheijen als Moorman leverde ieder twee werken van monumentaal formaat. Bij Nieuwhof gaat het om schilderijen waarin berkenstammetjes een hoofdrol lijken te spelen, maar het vooral om cilindervormen gaat. Verheijen en Moorman tonen zich meer gevoelig voor sfeer en vloeiende, organische structuren, waarbij de schilderijen van Verheijen bijna etherisch zijn.

Idema en De Groot vallen tussen alle geweld en omvang een beetje weg. De Groot, die een installatie maakte met een wandelende haas en een reeks foto’s waarop is te zien hoe de haas wordt geprepareerd, heeft het niet getroffen met de plek in de galerie. Idema toont zich met haar weelderige tekeningen waarin flora, fauna en lichaamsdelen een collage vormen nog het meest verwant aan de gangbare beeldende kunst in Drenthe: ietwat traditioneel, technisch zeer verantwoord en charmant bedeesd.

Uiteindelijk kan een bevredigend antwoord op eerdergenoemde vragen niet worden gegeven. Of de exposanten talent hebben, en welke invloed opgroeien of wonen in Drenthe daarbij heeft gespeeld, valt op basis van het beperkte aantal tentoongestelde werken domweg niet vast te stellen. Trouwens, wat is dat eigenlijk, talent? En heeft opgroeien of wonen niet altíjd invloed, ook in Drenthe? Laten we het er maar op houden dat deze kunstenaars zijn afgestudeerd, wat niet niks is. En verder afwachten wat er gebeurt.

Tentoonstelling: Jong Drents Talent Met Danique Idema, Maaike Moorman, Martine de Groot, Joachim Nieuwhof, Sane van der Horst en Rebke Verheijen. Te zien in:Galerie Vanderveen Koopmansplein 16. Open: t/m 25 augustus, ma 13 – 18, di – do 9 -18, vr 9 – 21, za 9 –17.


Moke hoofdact tijdens derde editie Rupspop

MokeGovertDeRoos Moke (foto Govert de Roos) is 28 augustus hoofdact tijdens de derde editie popfestival Rupspop in Emmen. Daarmee komt het aantal gecontracteerde bands voor het gratis toegankelijke evenement op zeven. Volgende week worden de laatste twee namen bekendgemaakt.

In een eerder stadium werd al de komst van Bertolf, Only Seven Left en Want Want aangekondigd. Op het affiche prijken verder de namen van lokale acts als Nuclear Driven Animals, Genetic en Oostblok. Zie ook www.rupspop.nl.


Over ‘Woordsoep’ van Erik Nieuwenhuis

Woordsoep Uitgeverij AFdH, bekend van het onvolprezen Rilke-boek, stuurde de bundel Woordsoep van Erik Nieuwenhuis. Vrolijk dwalen in de Dikke Van Dale luidt de ondertitel. En daar is veel mee gezegd: Nieuwenhuis pikt een opvallend woord uit het overweldigende taalaanbod en schrijft daar, schijnbaar improviserend, een stukje over. In de geest van A.L. Snijders – ook een auteur van AFdH.

Woordsoep is werkelijk prachtig uitgegeven. Met dank aan Martien Frijns die de illustraties bij elkaar zocht en de boekverzorging deed. Een beetje lezer kijkt de ogen uit. De stukjes van Nieuwenhuis, medesamensteller van de Groninger talentenboek 050, zijn die behandeling meer dan waard. Want: origineel, fijnzinnig, spitsvondig, virtuoos, et cetera. Gekmakend goed, zouden ze bij het reclamebureau zeggen. Laten we er maar over ophouden. Hand van de knip, koop dit boek. Of iets anders.

Boek: Woordsoep. Auteur: Erik Nieuwenhuis. Uitgever: AfdH.


Open Stal 2010: de schoonheid van ouderdom

Oldeberkoop Jaar in, jaar uit slaagt een groep Stellingwervers er in het dorp Oldeberkoop ‘s zomers tot één grote galerie te maken. Zaterdag werd de 39 editie van kunstroute Open Stal geopend. Tot half augustus is op 23 locaties werk te zien van ruim veertig kunstenaars, veelal afkomstig uit het Noorden, maar ook van daarbuiten. Alles op loopafstand.

Over het geheim van Open Stal is veel gezegd en geschreven. Voorzitter Hélène Smit wijst er in de nieuwe catalogus op dat het slagen van de kunstroute niet louter een kwestie is van de juiste kunstenaars kiezen. Het is meer dan dat, stelt ze. “Het succes is die combinatie van dat oude dorp met bijzondere locaties, inzet van vrijwilligers en dat o zo nodige geldpotje.”

Maar voor de bezoekers telt vooral de kunst. Hoe fraai Oldeberkoop ook oogt in de zomer, als de kwaliteit van getoonde werken beneden de maat is, neemt ook de belangstelling vroeg op laat af. Zonder overigens iets af te doen op de vrijwillige inzet in het dorp, welbeschouwd zijn het vooral instellingen (kerk, school, welzijnswerk, Schrieversronte) die ruimte beschikbaar stellen.

Motto van de nieuwe editie is ‘Wat een portret!’. En inderdaad, er zijn veel portretten te zien tijdens Open Stal. Zo toont Patricia van de Camp foto’s van meisjes, die net de kleuterleeftijd voorbij zijn, gevangen op het moment dat ze aan zichzelf zijn overgelaten na een confrontatie met anderen. Prachtig precair werk, in zachte kleuren, over kinderen als ontluikende, zelfstandige personen.

Ook heel sterk is 1974 van Anneliet van Beelen, een serie schilderijen op gebruikte gordijnstof. De titel verwijst nu eens niet naar het Het Beroemde Trauma, maar naar het jaar waarin Van Beelen begon met het verzamelen van pasfoto’s van naasten en bekenden. De werken zelf roepen de jaren zeventig in herinnering zoals menigeen zich het decennium uit de tijdschriften en van televisie kent: in kleur en mode, in blijheid en frisheid.

Jannes Koetsier liet zich voor zijn schilderijen inspireren door de klassieke portretten van rijke adellijke dames: freule van hier tot daar leunt glimlachend tegen de schouw terwijl de kunstenaar er alles aan doet om waar voor zijn geld te leveren en haar zo voordelig mogelijk te vereeuwigen.

Het interessante bij Koetsier zit in het weglaten van de dames. Hij schilderde de poppen en knuffels van zijn dochter in welvarend ogende interieurs: ‘Madame Hello Kitty’. Voor een kind is een knuffel een persoon, bijna net zo belangrijk en dierbaar als ouders en familie, verduidelijkt hij.

Ronduit bijzonder is een project van Mieke Werners aan de Molenhoek: een installatie, een film op YouTube en drie banieren (foto). In de tuin plaatste Werners een pop in een rolstoel: een ‘oude dame’ gemaakt van stof onder een rode doek. Op het filmpje is te zien hoe de dame onder aan een dijk bij zee wordt achtergelaten.

Vooral de banieren ogen indrukwekkend: ze tonen drie oudere mensen in hun naakte bestaan, hun marmerkleurige – gerimpeld en dooradert – lichamen blijken gemaakt van open gewerkt vilt. Het werk van Werners gaat volgens de maker over de schoonheid van ouderdom. Maar tegelijkertijd gaat het over hoe ouderdom in onze samenleving wordt overvleugeld, om niet te zeggen overschreeuwd, door een obsessie voor de jeugd.

Van een totaal andere orde, maar niet minder confronterend en verrassend, is het werk van Mathilde Hemmes aan de Oosterwoldseweg, een erotische film over een koe en lustopwekkend, zweterig spek. Het spek ligt op schalen, verpakt in lingerie en is zo gesneden dat het associeert met vrouwenlichamen.

De koe staat gewoon koe te zijn, omgeven door vliegen, in een zomerse weide. Tegelijkertijd horen we Marvin Gaye zijn Let’s get it on zingen: ‘There is nothing wrong/ with you loving me. If the spirit moves ya, let me groove ya’. Door het lijf van het beest – de geslachtsdelen, de wapperende staart, de naïeve blik – de gelikte montage, de iets vertraagde beelden en vooral de muziek gebeurt er ineens iets heel vreemds in de stal.

Open Stal

Kunst- en kijkroute Open Stal in Oldeberkoop. Te zien tot en met 17/8. Dagelijks van 13.00 tot 18.00 uur. Entree 3 euro. Kinderen t/m 14 jaar gratis. Startpunt is de kiosk aan de Oosterwoldseweg. Zie ook www.openstal.nl

 

 

 


Mede mogelijk gemaakt door… Renate Dorrestein

Leesclub Na afloop van het gesprek in haar woning in Aerdenhout vraagt Renate Dorrestein (Amsterdam, 1954) of ik misschien gebruik wil maken van haar toilet. Voor het doen van een plas, zo met het oog op de reis terug – toch gauw twee en een half uur achter het stuur. Als het aanbod wordt afgewimpeld, is de schrijfster er als de kippen bij om zichzelf te corrigeren: "Nou, ja, misschien is zo’n voorstel ook wel heel typerend voor een vrouw."

 

Zou het? Is het niet gewoon meelevend en attent?

 

Perfect passend bij een iemand die in haar werk oog heeft voor banaliteiten in alle vormen en maten.Zoals, eh, incontinentie.Want dat doet Dorrestein, al jaren: zich als journalist en auteur druk maken over zaken die door collega’s worden genegeerd. Aanvankelijk was het vooral de positie van de vrouw, om maar eens iets te noemen. Daarna het vermoeidheidsyndroom ME, waarvan ze zelf is hersteld. Inmiddels is het ook de veronachtzaming van de ouderdom, met alle ongemakken die daar bij horen.

 

In dat licht moet ook haar laatste roman De leesclub worden gezien. Als een ode aan de tienduizenden Nederlandse dames, veelal vijftigplussers, die het huis van de literatuur in Nederland overeind houden maar daar nóóit de credits voor krijgen. Ze kopen de boeken, ze lezen ze, ze verzorgen de mond tot- mondreclame, ze bezoeken de literaire avonden. Als dank worden ze mutsen genoemd en laat de gevierde schrijver zich na afloop fotograferen met een ’fris jong ding’. Nee, ze noemt geen namen.

 

Maar voor een betoog over het ouder worden, hoe interessant dat ook is, komen we niet. Reden voor het bezoek aan Aerdenhout is, jawel, een prijsvraag. Door de uitgever van Dorrestein in het leven geroepen om de verkoop van De leesclub een extra zetje te geven. En omdat opdrachtgever Dagblad van het Noorden bedrijfsmatige banden onderhoudt met haar uitgever – de wereld is nu eenmaal klein en we zijn er om elkaar te helpen, nietwaar – maken beide partijen daarvoor tijd en ruimte vrij.

 

Vermenging van literatuur, commercie en journalistiek? Niets mis mee. Zolang het maar duidelijk is en voor iedereen zichtbaar op tafel ligt, zegt Dorrestein.

 

Wat ons op het volgende brengt: in De leesclub wordt heel nadrukkelijk het whiskymerk The Famous Grouse genoemd. Eerst is het nog een fictieve sponsor van een literaire cruise. Later als het cruiseschip is vergaan, staan de hoofdpersonen bijkans te juichen als de flessen op het strand aanspoelen. Sluikreclame? Blijkens een persbericht is diezelfde The Famous Grouse de non-fictieve sponsor van een boottocht die de deelnemers aan voornoemde prijsvraag kunnen winnen.

 

Een literaire grap is werkelijkheid geworden, zegt Dorrestein. Het een volgt uit het ander. Eerst was er het boek, toen de behoefte aan het zetje, daarna de prijsvraag.

 

Nu we toch bezig zijn: hoe verhoudt deze marketingtool zich tot de advertentie voor het vrouwenglijmiddel Lubricare die zij liet opnemen in haar roman Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor? Een experiment waar vooraf goed over is nagedacht, zegt ze. Duizend euro ving haar uitgever ervoor. Een schijntje voor een boek waarvan honderdvijftigduizend exemplaren zijn verkocht.

 

Fay Weldon bracht haar op het idee met de roman The Bulgari Connection. Die werd geschreven nadat een Italiaans juwelenbedrijf de Britse schrijfster een astronomisch bedrag in het vooruitzicht stelde als ze in een roman één maal het merk Bulgari zou vermelden. Weldon ging er mee aan de haal en deed het honderden keren. Over the top. Leuk! Op haar beurt gebruikte Dorrestein een keer – onbewust – het begrip Sterrenmix in een boek. Prompt kreeg ze een doos thee thuisgestuurd. In een volgende roman gebruikte – ditmaal bewust – ze het merk Mercedes. Tevergeefs.

 

Merken opvoeren in een roman geeft literatuur iets authentieks, iets realistisch – daar is het haar om te doen. Het is een middel. Sir Arthur Conan Doyle deed het ook. Door voortdurend te verwijzen naar het alledaagse, het herkenbare, denken mensen nu nog steeds dat de detective Sherlock Holmes echt heeft bestaan en willen ze zijn huis bezoeken: 221-B Baker Street.

 

Natuurlijk, er zijn grenzen. Beweren dat een roker van Brandaris-shag gezondere kinderen krijgt, gaat haar te ver. Je moet als schrijver altijd oppassen. Niet overal op inspringen. Voor je het weet raakt het literaire werk uit het zicht. Sta je alleen nog maar in quizzen en praatprogramma’s, ingeklemd tussen de reclameblokken.

 

Maar er is nóg een reden. Renate Dorrestein mag graag tegen heilige huisjes schoppen. Debunking, noemt ze het zelf. Zoals het gangbare beeld omver trekken dat literatuur iets heiligs is, iets verhevens, en dus vrij van commerciële smetten. Neem het idee dat schrijven moeilijk en zwaar werk is, waarbij veel lijden komt kijken. Helemaal niets van waar, zegt ze. Schrijven is niet moeilijker of belangrijker dan fietsen maken of hersenchirurgie. Zelf zit ze lachend achter de tekstverwerker en levert ze met veel plezier ieder jaar een boek af. De bottomline: we doen allemaal ons stinkende best.

 

De leesclub is een relativering – dat ook. Vandaar het ontbreken van een plot, de jolige toon en de karikatuur van de leesclub als een verzameling snobistische dames die literatuur net zo hoog achten als mannen voetbal: de belangrijkste bijzaak van het leven. Vandaar de typering van de schrijver als een halfgod die te ijdel is om in de spiegel te kijken en de sneer naar de thriller waarin – in tegenstelling tot de serieuze literatuur – geen vraag ontbeantwoord blijft.

 

Vandaar het experimentele karakter: een ’rechtbanknovelle’ gevolgd door een reisgids vol aanbevelingen voor Schotland en daarna een interview waarin de schrijver zichzelf interviewt, een knipoog naar de leesdossiers waar leden van leesclubs zo gek mee zijn. In de literatuur van Renate Dorrestein is alles mogelijk. Zelfs dat wat we eigenlijk niet als literatuur beschouwen.

 

Zo dus een beetje. Pom pom pom. Leuker kunnen we het niet maken. Koop De leesclub van Renate Dorrestein. Nu in prijs verlaagd.

 

Doe mee aan de prijsvraag en noteer de bekende Nederlandse schrijvers waaruit Gideon deWit is opgebouwd. Denk bijvoorbeeld bij ’de auteur die van Italiaanse schoenen houdt’ aan Jan Siebelink. Als het been van DeWit wordt afgezaagd, denk dan aan Simon Vinkenoog. En als er een schrijver met een geit de IJssel afzakt om zijn boek te promoten, denk dan aan Arnon Grunberg.

 

Maak kans op een boottocht in het bijzijn van de schrijfster op 29 augustus. Inzenden kan tot 2 augustus. Via www.renatedorrestein.nl.