Previous month:
januari 2009
Next month:
maart 2009

Kasper Peters presenteert ‘Kanaalkoorts’

Kanaalkoorts Sinds begin dit jaar wordt vrijwel iedere week in Groningen een dichtbundel gepresenteerd. Zondag 22 februari is het de beurt aan Kasper Peters die in popclub Vera zijn Kanaalkoorts ten doop houdt. Het is de tweede bundel van de mede-oprichter van Dichters uit Epibreren; zijn debuut Hellevaartsdagen stamt uit 2004.

 

Het programma van de presentatie vermeldt optredens van Egbert Hovenkamp II, Ivar, Rense Sinkgraven, Jurre van den Berg, Ton Peters, Nyk de Vries, The Black Hills Band, Dunne Norm en Dikke Waard, Galuh, Mannenkoor 4/5 mei en The Dirty Shambles Band. Aanvang is 16.30 uur. Toegang gratis.


Betoverd, impotent? Pak de thesaurus van Gramsbergen

EtsHeelmeester Hoe geneest een man die door betovering impotent is geworden? In de zeventiende eeuw waren de heelmeesters (afb. Museum Boerhaave) in de Nederlands-Duitse grensstreek voor geen kleintje vervaard. Als iemand zich meldde met een prangende vraag sloeg de geneesheer de thesaurus van Gramsbergen open en grote kans dat op een van de 350 bladzijden een afdoend antwoord werd gevonden.

 

Bij welke stand van de maan moet men een aderlating toepassen? Wat te doen als iemand een mug heeft ingeslikt? Ook die vragen werden in de thesaurus behandeld. Vanaf volgende week vrijdag 27 februari kan iedereen de antwoorden opzoeken, in hedendaags Nederlands. Die dag wordt het bijzondere medische handschrift voor een groter publiek ontsloten tijdens een presentatie in Gramsbergen.

 

Wanneer het oorspronkelijke manuscript precies is geschreven, is onbekend. Onderzoek na de ontdekking van het boek in 1987 wijst er op dat ten minste drie schrijvers in de eerste helft van de zeventiende eeuw hun kennis van het menselijke lichaam en hun ervaring met het ontstaan en genezen van ziekten op papier hebben gezet. De auteurs waren afkomstig uit de Duits-Nederlandse grensstreek en oefenden zelf een medische praktijk uit.

 

De thesaurus van Gramsbergen bevat onder meer honderden recepten, beschrijvingen van kruiden, dierlijke producten en mineralen waarvan medische toepassingen worden vermeld en soms ook hun nut voor huishoudelijk gebruik. Verder is te lezen dat ook magie en toverij werden ingezet om de werking van medicijnen kracht bij te zetten.

 

Het handschrift is omgezet en vertaald door Ed.E Kemperman. Uitgever van de transcriptie is de IJsselacademie Kampen. Het originele manuscript is particulier eigendom en te bezichtigen in het Historisch Cultureel Informatiecentrum Vechtdal in Gramsbergen. Zie ook

www.ijsselacademie.nl.


Toon Tellegen: De mier wil niet, maar moet

ToenNiemandTellegen Begin dit jaar werd bekend dat er na tachtig jaar een vervolg komt op de twee verhalen van A.A. Milne over Winnie de Poeh. Het nieuwe avontuur wordt geschreven door de Engelse auteur David Benedictus, die overigens eerder een luisterboek van Poeh-verhalen maakte met onder meer de stemmen van Judi Dench en Stephen Fry.

 

Eeuwig zonde dat die Britten voor zo’n klus niet over de landsgrenzen heen durven te kijken. Want als iemand in staat moeten worden geacht Poeh-beer en zijn vrienden weer eens iets ‘interessants’ te laten beleven in het Honderd Bunderbos dan is het wel Toon Tellegen, grossier in Griffels, winnaar van de Hendrik de Vries-prijs (2006) én de Constantijn Huygensprijs (2007).

 

Tellegen wordt sinds Er ging geen dag voorbij (1984) gezien als een schrijver die een groot publiek in het hart kan raken met verhalen waarin aan de hand van dieren levensvragen aan de orde worden gesteld. Hij doet dat zo speels, in glasheldere taal en ogenschijnlijk met zo’n groot gemak dat zelfs kinderen de beslommeringen van de eekhoorn, de mier, de olifant en de beer moeten kunnen volgen.

 

Waarmee niet is gezegd dat de dierverhalen van Tellegen voor iedereen geschikt zijn. Voorwaarde is dat lezers in staat zijn wezens een ziel te toe te kennen, van de aardworm tot en met het lichtvliegje. Kinderen kunnen dat tot hun twaalfde meestal heel goed, maar raken daarna besmet door de levenslange plaag van de ernst die veel fantasie en verbeelding afknelt.

 

Wie alsnog toegelaten wil worden tot de wondere wereld van Toon Tellegen, waarin dus ook de dieren liefhebben, tobben en lijden, doet er verstandig te beginnen met Toen niemand iets te doen had, in 1988 door de jury van de Gouden Griffel geprezen als ‘een geschenk uit de hemel’. Vorig jaar werd het opnieuw uitgeven, in de Gouden Griffelreeks van de Volkskrant.

 

TellegenMier Gaat het er in het ontwapenende Toen niemand iets te doen had nog redelijk knus aan toe, het zonet verschenen Het vertrek van de mier is zwaarder op de hand. Met reden: een van Tellegens belangrijkste personages, de mier, besluit van huis te gaan en laat daarmee de andere dieren in vertwijfeling achter. In korte hoofdstukjes worden hun reacties en gevoelens beschreven: ‘Ik had de mier een keer moeten uitnodigen, dacht de mossel. Hem alleen.’

 

Aanvankelijk doet Het vertrek van de mier wat structuur betreft denken aan Toen niemand iets te doen had. Dat verandert als alle dieren hun zegje hebben gedaan en Tellegen in wederom korte hoofdstukjes het wedervaren van de mier beschrijft: ‘Hier ben ik achter gekomen, dacht de mier. Ik wil niet, ik moet. Ik moet hier zijn. Ik moet naar de verte. En als ik in de verte ben moet ik nog verder…’

 

Als hij daarna, bij wijze van epiloog, de ‘aantekeningen van de mier’ laat volgen, is er geen weg meer terug mogelijk. Dit zijn niet zomaar verhaaltjes, dit is het dramatische verslag van ‘een dier’ dat de eindstreep in het zicht heeft. De mier als iemand die zich in de woestijn waant en zich hardop afvraagt hoe het nu verder moet met hem en zijn getrouwen.

 

Voor het beperkte denkraam van Winnie de Poeh is dit natuurlijk allemaal veel te ingewikkeld en leidt het af van de verlangde rust en het felbegeerde potje honing. Maar nogmaals, wat zou het prachtig zijn als Knorretje, Konijn, Iejoor en Uil hun hersens mochten laten kraken over de onvermijdelijke dingen die er werkelijk toe doen. Kan iemand die opvolger van Milne een Tellegen bezorgen?

 

Boek: Toen niemand iets te doen had. Auteur: Toon Tellegen. Uitgever: Querido Kind. Prijs: €9.50 (144 blz).

Boek: Het vertrek van de mier. Auteur: Toon Tellegen. Uitgeverij: Querido. Prijs: €16.95 (195 blz.).

 


Hemelkind van Rita Spijker: ‘Ik was zijn prooi’

Hemelkind Natuurlijk slaagde de in Middelbert woonachtige Rita Spijker er met Tussen zussen niet in het grote succes van Kreukherstellend te overtreffen. Een kwestie van verpakking; haar uitgever had het debuut als kassakoopje van € 4,95 in de markt gezet. Maar ook een kwestie van inhoud en vorm: opvolger Tussen zussen – vierde druk inmiddels – deed veel gekunstelder aan.

 

Met Hemelkind kiest Spijker (Slagharen, 1957) voor een ogenschijnlijk eenvoudige opzet. De vele perspectiefwisselingen in haar tweede roman hebben plaatsgemaakt voor het standpunt van één personage, omringd door een aantal bijfiguren. Vandaar uit wordt het verhaal verteld van een jonge vrouw, de eenzelvige Moon, die uit de stad terugkeert op de boerderij van haar jeugd.

 

De reden van de terugkeer is merkwaardig. Op het sterfbed van haar vader doet Moon een gelofte die er op neer komt dat ze voor nageslacht zal zorgen. Hoe serieus ze deze opdracht neemt, wordt duidelijk als ze zich in de armen van haar neef Henk stort.

 

Gecompliceerd wordt het als zich een regisseur op de boerderij meldt met het plan een locatievoorstelling te maken op basis van verhalen van oom Arie, de dominante vader van neef Henk. De regisseur wordt eveneens door de smachtende Moon ’gebruikt’, maar als ook bij hem resultaat uitblijft, zoekt ze toenadering tot de lichtman van het gezelschap, Chalid.

 

’Als dit een boek werd, vrouwe van de hoeve, dan werd het een streekroman’, laat Spijker de regisseur ergens zeggen. ’Laten we zeggen: een scháámstreekroman.’ Hij was van de stoel gegleden van het lachen toen hij zichzelf de vondst hoorde vertellen. Ik vond het ook grappig, maar had me onmiddellijk zorgen gemaakt over dat schamen. Waar schaamte is daar worden dingen verborgen."

 

Omwille van haar vaders wens stapt Moon opvallend makkelijk over allerlei grenzen heen. Spijker schildert haar hoofdpersoon daarmee af als een naïef en weerloos iemand. Illustratief is een scène waarin ze neef Henk zijn gang laat gaan: "Hij was een dier. Ik was zijn prooi. (…) Ik concentreerde me op het opnemen van zijn zaad." Alsof een vrouw niet weet dat je tegenwoordig geen man nodig hebt om zwanger te raken.

 

Interessant aan haar roman is dat Spijker er voor gekozen heeft flarden van een theatertekst te gebruiken om de spanning op te voeren. Maar de kwaliteit zit vooral in de dromerige bijkans magisch-realistische stijl. Spijker heeft het zintuiglijke schrijven inmiddels zo goed onder de knie dat oneffenheden het leesplezier niet hinderlijk in de weg staan. Met deze roman zet ze als schrijfster opnieuw een stap vooruit. En weet ze de verwachting te wekken dat het beste niet lang meer op zich laat wachten.

 

Boek: Hemelkind. Auteur: Rita Spijker. Uitgever: Strengholt United Media. Prijs: €17 (288 blz.) Bijzonderheid: Rita Spijker geeft 18/2 een lezing in de Bibliotheek in Emmen. Aanvang 20.00 uur. Entree: € 5 (leden), € 7,50 (niet-leden)


Noorderbreedte – Noorderland – Twist – Dust

Dust 001 Voor het buitenleven was er al zoiets als Noorderbreedte, daarna kwam Noorderland. Voor het binnenleven hadden we Twist en nu is er ook Dust. In Groningen kijken ze niet op een bladzijde meer of minder. Stuk voor stuk het goed gemaakte bladen, met een aantrekkelijke vormgeving en interessante onderwerpen. En vooral: een opmerkelijk zelfbewustzijn. Wij uit het Noorden zijn uw aandacht waard.

 

Noorderbreedte  – vijf nummers per jaar – is het langst bezig. Met steun van allerhande (natuur)organisaties en instellingen mikt het blad op lezers die milieu, ruimtelijke ordening en architectuur belangrijk vinden. Het landschap in Drenthe, Friesland en Groningen als leidend principe voor beschouwende artikelen, volgens het principe van de slow journalism. Veel tekst, verzameld door mensen met verstand van zaken. Fraaie foto’s, veelal geschoten door Harry Cock en Reyer Boxem.

 

Noorderland presenteert zich als ‘magazine over het goede (buiten)leven in Friesland, Groningen en Drenthe en net daarbuiten’. Verschil met Noorderbreedte zit in de frequentie – acht nummers – maar vooral de benadering. Het is een glossy voor het brede publiek met de nadruk op sfeer en plaatjes: wollen truien in de winter, luchtige jurkjes in de zomer, leuke dingetjes, lekkere uitstapjes. Service staat voorop. Centrale gedachte is dat consumeren ook een goed gevoel kan opleveren.

 

Van Twist is tot dusver een nummer verschenen, de tweede aflevering staat voor later dit jaar gepland. Het bookazine wil een ‘actueel, journalistiek beeld geven van de creatieve industrie in Groningen’. De stad als bolwerk voor kunstenaars, vormgevers en andere ondernemers die ‘interessante dingen’ doen en ‘mooie dingen’ maken. Modern en vol zelfvertrouwen. Opvallend: de blik is gericht op het Oosten in plaats op het Westen – vandaar ook de Duitstalige samenvatting.

 

‘Nuchter tijdschrift’ Dust begint met een nulnummer dat veel weg heeft van een handzame Twist. Opnieuw wordt Groningen afgeschilderd als een oase van creativiteit. De formule is Noorderland-achtig, maar frisser. De benadering is breed, met onder meer een reeks over jonge ondernemers, een kort verhaal van Bianca Boer en een mini-reportage van een koorrepetitie in Hoogezand. Verder: prachtige foto’s, een interview met persoonlijkheid Ola Mafaalani, een beschouwing over de Groninger als de tevreden stadsbewoner, een column, een menu.

 

Vier bladen, twee vijvers, of misschien slechts één. Want je vraagt je af of er in Stad en Ommeland wel zoveel lezers zijn voor zoveel regionale tijdschriften. Laat staan adverteerders die er hun geld in willen steken. Vier tijdschriften, één boodschap. Wij zijn zeer tevreden met onszelf en willen dat graag in woord en beeld laten zien. Vergeet het internet. Koop ze los, of neem een abonnement.


Gezien: Ninke Beunk bij Kunst Totaal Nederland

Ninke De gemeent Emmen telt volgens stichting Kunst & Cultuur Drenthe zeven galerieën en volgens het plaatselijke Centrum Beeldende Kunst 25 beeldend kunstenaars. Dat is niet bijster veel op een oppervlakte van 350 km² en een bevolking van ruim 109.000 mensen. Daar staat tegenover dat Emmen sinds enige tijd over zoiets als Kunst Totaal Nederland beschikt, een ‘uniek concept’ met een permanente expositieruimte van 3000 m².

 

Het idee achter Kunst Totaal Nederland is eenvoudig. Kunstenaars kunnen voor een half jaar tentoonstellingsruimte huren en vervolgens afwachten of iemand geïnteresseerd is in het huren of kopen van hun werk. Initiatiefnemer Rene de Groot zorgt voor de rest. Bij het selecteren van de kunstenaars draait het niet om kwaliteit of commercialiteit, De Groot kiest vooral op basis van sympathie. Staan kunstwerken en kunstenaar hem aan, dan gaat hij overstag.

 

Gevolg is een enorme hoeveelheid kunstwerken in Emmen van wisselende kwaliteit en uiteenlopende prijzen, gemaakt door zo’n zestig bekende en minder bekende kunstenaars uit binnen- en buitenland. Voor elk wat wils zeg maar, baat het niet dan schaadt het ook niet. Woest en Ledig ontdekte zaterdag in ieder geval twee interessante werken: Skyline Space (foto) en Skyline Space II. Beide zijn gemaakt door fotografe Ninke Beunk, die op het terrein van de fotomontage begeeft.

 

Kunst Totaal Nederland is vijf dagen in de week open aan de Phileas Foggstraat 28 op industrieterrein Bargermeer IV in Emmen. Zie ook www.kunsttotaalnederland.nl


Nieuwe regels voor M. Vasalis

VasalisMonument 

In Roden is vrijdagmiddag een gedenkteken ter nagedachtenis aan dichteres M. Vasalis onthuld (foto: Hilbrand Dijkhuizen). Het werk, ontworpen door Erick de Lyon, omvat een aantal ‘regels’ van steen geïnspireerd op het oeuvre van de dichteres, die honderd jaar geleden als Margaretha Leenmans (1909 - 1998) werd geboren en lange tijd in Roden woonde.

 

De bibliotheek Noordenveld, een van de initiatiefnemers van de herdenking, wil in de toekomst een breed publiek betrekken hij het werk van Vasalis. Zo wordt voor februari 2010 een interactief project ontwikkelt, zijn er plannen voor groepsarrangementen rond literair erfgoed, een Vasalis-congres tijdens Gedichtendag, een gedichtenwedstrijd en een lesbrief voor de scholen.


Dichters over M. Vasalis (deel 2)

Vandaag, 13 februari, is het honderd jaar geleden dat Margaretha Leenmans (1909 – 1998) werd geboren. Aanleiding voor Woest en Ledig om dichters te vragen over hun band met Vasalis en haar werk. Dit is deel 2.

 

Ingmar Heytze

 

IngmarHeytzeAnoukPrins “Vasalis is een van de plusminus vijftig stemmen die duidelijk in mijn hoofd meeklinken als ik zelf gedichten schrijf. Er zijn diverse directe verwijzingen in gedichten van mij naar Vasalis, zoals in De idioot in het wak en Ruimte. Eigenlijk zijn alle gedichten in haar eerste drie bundels favorieten van me. Maar vooruit, laat ik er een kiezen: Tijd. De postume bundel De oude kustlijn laat vooral goed zien dat er na die drie mijlpalen in de Nederlandse poëzie van de vorige eeuw geen nieuwe mijlpaal meer in zat. De helft van de gedichten in de bundel is meesterlijk. De andere helft haalt de bij Vasalis bijzonder hoge lat zelden of nooit.

 

Mijn ouders hadden zeker twee van haar bundels in huis, zo ben ik in aanraking gekomen met haar poëzie. Haar grootste kwaliteit vind ik de schijnbare eenvoud die het grootst mogelijke meesterschap verraadt. De moeiteloze verbinding die ze in al haar werk weet te leggen tussen de volstrekte alledaagsheid en de grote thema's van de poëzie: liefde, dood, ruimte, tijd. Vasalis is een van de meest geschikte dichters om mee uit te leggen hoe poëzie kan werken; als een manier om mensen via herkenbare taal het grote, minder herkenbare in te lokken. Samen met Ida Gerhardt kan ze wat mij betreft worden beschouwd als een van de grootste Nederlandse dichteressen van de vorige eeuw.”

 

Ingmar Heytze (1970) is dichter. Vorige week werd hij benoemd tot stadsdichter van Utrecht. Foto: Anouk Prins.

 

Elly de Waard

 

EllydeWaard “Ik heb de poëzie van Vasalis eind 1962 leren kennen, via de dichter Chr. J. van Geel. Vasalis moest je in die periode echt ontdekken. Natuurlijk hadden er wel gedichten van haar gestaan in de bloemlezingen met moderne Nederlandse poëzie, die op de middelbare school werden gebruikt, maar in besprekingen van kranten of overzichtsartikelen over poëzie kwam zij niet voor.

 

Van Geel correspondeerde met haar, via hem heb ik haar uiteindelijk ook persoonlijk leren kennen. Ik ben enkele keren op bezoek geweest in het huis te Roden. Ik vond haar een fantastische, erudiete en bewonderenswaardige vrouw. Ook mooi om te zien, zo struis. Een voorbeeld van Nederlandse trots, schoonheid en bevlogenheid, zoals je dat eigenlijk tegenwoordig niet meer ziet.

 

In de periode dat ik haar sprak was zij net het werk van de Bloomsbury-groep aan het lezen en zij sprak haar verbazing en bewondering uit over het feit dat zij zovéél hadden geschreven. Nu achteraf denk ik dat haar verbazing en bewondering daarover mede hun oorsprong vonden in het feit dat zij zelf op een gegeven ogenblik niet meer de tijd vond om te dichten.

 

Vasalis zelf zag als hoogste kwalificatie voor poëzie, dat die ‘zowel onzwaar als substantieel’ moest zijn. Aan deze normen voldoet haar eigen werk zeker. In haar poëzie wordt naar mijn idee de lijn van Slauerhoff en Nijhoff doorgetrokken naar het heden met medeneming van de vrijheden die de Vijftigers voor de poëzie veroverden. Met de lijn van Nijhoff wil ik onder meer aangeven dat haar poëzie vaak net naast de spreektaal staat, terwijl het toch in de hoogste mate poëzie is.

 

Intussen zijn het ook juist die volmaakte, haast spreektalige regels, zoals Sub Finem,  het laatste gedicht van De oude kustlijn, die haar tegenstanders tot het oordeel van banaliteit en kitsch brengen. Maar wat een grove diskwalificatie van zichzelf geven deze mensen! Het sublieme niet te kunnen onderscheiden van het banale! Om zoiets als Sub Finem te kunnen schrijven moet je een leven lang op een dieet van onzwaar en substantieel literair voedsel gestaan hebben, zoals zij dat zij zelf noemde.

 

Ik denk dat Vasalis de Nederlandse Anna Achmatova had kunnen zijn en misschien zelfs wel is, ondanks haar kleine en helaas onvoltooide werk. Ook Achmatova schreef zo schijnbaar eenvoudig dat je al snel het idee kon krijgen dat jij dat ook wel even kon. Ook Achmatova maakte een poëzie die volop profijt trok van revolutionaire poëtische vernieuwingen zonder ooit de band met het verleden uit het oog te verliezen.

 

Ik heb geen favoriet Vasalis-gedicht. Elk van haar gedichten kan op een bepaald moment, afhankelijk van stemming of behoefte, het mooiste zijn.”

 

Elly de Waard (1940) draagt voor tijdens de onthulling van het Vasalis-monument in Roden en treedt op in de Winsinghhof in Roden tijdens een Vasalis-avond. Foto: uitgeverij Podium.

 

Hagar Peeters

 

HagarPeetersLucDelagaye “Ik ben in aanraking gekomen met de poëzie van Vasalis toen ik in 2000 bij de verkiezing van de eerste Dichter des Vaderlands op televisie haar gedicht Tijd mocht voorlezen. Daar ben ik door meegesleept. Mijn favoriete gedichten zijn Tijd en De idioot in het bad. Allebei sublieme gedichten. De compassie en de empathie die eruit spreken - zo mooi gezegd, zo beeldend en krachtig in zijn eenvoud.

 

Het leven is niet te doorgronden – al doet Vasalis telkens opnieuw een poging. Meer dan om het doorgronden van het ondoorgrondelijke gaat het haar om welk gevoel van kleinheid, onvermogen, menselijk tekort dit pogen oproept; de worsteling zelf is haar belangrijkste thema. En in plaats van beschouwend te blijven tot de laatste regel, laat Vasalis tenslotte steeds haar gevoel zien; ze probeert met haar verstand te bevatten, maar dat proberen zelf is een gemoedstoestand, vaak gepaard met heftige emoties. Het lijkt erop dat ze gelooft dat deze gemoedstoestand haar dichter bij het gezochte inzicht kan brengen, dan het verstandelijk zoeken alleen.

 

Haar gedichten zijn ijl, etherisch. Ze roepen iets op dat alleen zolang je leest bij je blijft en dat telkens opnieuw, bij ieder herlezen, zich aan je openbaart. Een woord dat bij me opkomt zodra ik aan Vasalis denk, is lankmoedig. Met haar taal bouw te een vlot daar haar drijvende houdt en waarop ook wij, ieder voor zich, kunnen klimmen.

 

Er zijn wel eens geruchten geweest dat de poëzie van Vasalis verouderd zou zijn. Je reinste flauwe kul, en letterlijk erg kortzichtig. Haar poëzie is niet aan tijd gebonden want haar thema is de tijd zelf. Haar thema is ook het mens-zijn, en het leven. Tijd, mens en leven zullen ze er nog wel een tijdje zijn, en gedichten daarover zullen ons, mensen die leven, wel altijd blijven interesseren.”

 

Hagar Peeters (1972) is dichter en samensteller van de Vasalis-bloemlezing Op een vlot van helderheid. Foto: Luc Delagaye.

 

Léon Hanssen

 

LeonHanssen “De eerste poëziebundel die ik in mijn adolescentie als verjaardagscadeau schonk, was De vogel Phoenix. Het werk van Vasalis was voor mij een aansprekend signaal in de puberale wildernis van pijn en vervoering waarin ik leefde – en met mij vele middelbare scholieren. Gek genoeg kwam deze poëzie voor mij, als kind van de jaren zestig, veel harder naar binnen dan het dichtwerk van de experimentelen. De vijftigers en de daaropvolgende dichters vond ik iets zwabberigs hebben.

 

Ik heb haar nooit persoonlijk ontmoet. Wel heb ik bij het onderzoek voor mijn biografie van Menno ter Braak, die zeer prijzend over haar schreef, schriftelijk contact met haar gehad. In haar briefjes maakte zij wel een afgesloten indruk, zoals haar imago ook was.

 

Ik zie het verkennen van de onmetelijke afstand tussen het ik en de kosmos als de grootste kwaliteit van haar poëzie. Mijn favoriet is de vijf gedichten tellende cyclus Fragmenten uit Vergezichten en gezichten, een beschrijving van een lange zwerftocht van een vrouwelijk ik-figuur over het strand en in de duinen. Binnenwereld en buitenwereld weerspiegelen elkaar volkomen. Vasalis gebruikt hier een sobere, klare taal, die zeer doeltreffend werkt. Voor mij is het een van de grootste gedichten niet alleen in het oeuvre van Vasalis zelf, maar in de Nederlandse poëzie tout court.”

 

Léon Hanssen in cultuurwetenschapper en biograaf van onder anderen Menno ter Braak en Piet Mondriaan. In 2007 publiceerde hij over M. Vasalis het boek Een misverstand om in de geloven.


Vuistregels voor de verkoop van poëzie

Munten Het verhaal wil dat dichtbundels slecht verkopen, ondanks alle inspanningen. In reactie op de bespreking van Geen dag zonder gedicht ontving Woest en Ledig los van elkaar twee berichten die aantonen dat er wel degelijk veel poëzie wordt gekocht.

Een mooie aanleiding om vuistregels te formuleren die zouden kunnen leiden tot een groter bereik, hogere oplagen en stevige omzetten. Aanvullingen kunnen worden gemaild naar woestenledig@home.nl.

 

1. Schrijf poëzie voor jong en oud.

 

Uitgeverij Querido bracht donderdag het bericht dat van het poëzieprentenboek Jij bent de liefste van Hans en Monique Hagen en Marit Tornqvist meer dan 200.000 exemplaren zijn verkocht sinds de eerste druk in 2000. Hoewel aanvankelijk bedoeld voor een jong lezerspubliek en hun ouders doet Jij bent de liefste het volgens de uitgeverij ook erg goed bij volwassenen die elkaar het boek cadeau doen.

 

2. Maak uitgaven met poëzie goedkoop.

 

Deze week maakte onderzoekbureau GfK bekend dat in Vlaanderen drie dichtbundels van Marc Pairons, uitgegeven in eigen beheer, de Top 100 met beste verkochte boektitels hebben gehaald. Volgens Boekblad is het de eerste keer dat poëzie in de Vlaamse top-10 staat sinds GfK de boekverkoop in Vlaanderen registreert en de resultaten publiceert.

 

Tijdens de verkiezing van de nieuwe Dichter des Vaderlands deed Erik Menkveld een serieuze suggestie voor goedkope uitgaven met poëzie. De verkiezing was nog maar een dag achter de rug en zijn gelijk werd bewezen. De Gedichtendagbundel Waar ik jou word van Antjie Krog  – oplage 15.000, prijs €2.50 – bleek in diverse boekhandels uitverkocht.


Dichters over M. Vasalis (deel 1)

13 februari is het honderd jaar geleden dat Margaretha Leenmans (1909 – 1998) werd geboren. Aanleiding voor Woest en Ledig om dichters te vragen over hun band met Vasalis en haar werk. Vandaag deel 1.

 

Marga Kool

 

MargaKool “Ik was zestien toen ik in aanraking kwam met de poëzie van Vasalis. Ik was wanhopig verliefd, een liefde die nooit wat kon worden, en toen las ik op school Wachten in den ochtend. Dat sloeg in als een bom.

 

Ik zat te wachten in een groot en leeg café,

in bont gedoken, rillend in mijn eigen vuur.

En alle bleke kelners wachtten mee...

Ze spraken weinig met gedempte stem:

ze wacht op hem, ze wacht op hem, op hem.

 

Daarna ben ik alles van haar gelezen. Ik ben in mijn vroegste werk duidelijk schatplichtig aan Vasalis, naast Maria Neeltje Min.

 

Toen ik lang geleden hoorde dat ze in Roden woonde, was ik verrast. Een Drentse! Ik ben jarenlang van plan geweest om eens bij haar op bezoek te gaan, maar de mare, dat ze terughoudend was, heeft me er altijd van weerhouden. Ik durfde gewoon niet. Zelfs niet toen ik met mijn radioprogramma Mandielig een goed alibi had om contact met haar te leggen. Ze stond voor mij te veel op een voetstuk: in relatie tot Vasalis ben ik altijd het meisje van 16 gebleven. Stom stom! Gemiste kans.

 

De grootste kwaliteit van haar poëzie zit in de emotie, in de sfeer. Veel van haar gedichten vind ik nu erg anekdotisch, vertellerig. En de taal is nu natuurlijk ook wat ouderwets. Maar bijna alle verzen hebben regels die zich voor altijd in je hoofd hebben genesteld, en die blijven ontroeren als je ze weer leest.

 

Mijn favoriete gedicht is dus Wachten in de ochtend. Vanwege het sentiment. Maar ook De idioot in bad. Die combinatie van eerst wat afstandelijk beschrijven en dan tegelijk steeds meer van binnen uit gaan voelen. Zulke mooi gekozen woorden, rijm, metrum, de beeldspraak, het begrijpen, het mededogen: alles klopt in dat gedicht.”

 

Marga Kool (1949) vertaalde voor de bundel Is ’t vandage of gister? werk van Vasalis in het Drents.

 

Martin Koster

 

MartinKoster “Ik leerde haar poëzie kennen tijdens mijn studie Nederlands. Ik werd het werk van Vasalis bij wijze van spreken ingerommeld. En zo hoort dat ook. Ik heb haar nooit ontmoet, maar met grote regelmaat gezien in de Albert Heijn in Roden. 't Was een kranige vrouw, een rimpelige appel zoals je ze tegenwoordig niet meer ziet in de Albert Heijn. Als ik haar een tijdje niet meer zag, vreesde ik het ergste. Maar dan was ze er weer. Tot ze ging recyclen, vanzelf.

 

De grootste kwaliteit van haar poëzie zit in de bedrieglijke eenvoud en de tijdloosheid. Het verglijden van de tijd als onvergankelijk thema. Voor mijn Vasalis-vertaling in het Drents heb ik me laten inspireren door Afsluitdijk: ‘Vaart mien busse weer as een kamer deur de nacht.’ Het kiezen van een favoriet blijft moeilijk. Ik kies Sotto Voce. Als iemand 'uit de tijd' gekomen is, gebruikt men uit dit vers de mooie regels: ‘En niet het snijden doet zo'n pijn,/ maar het afgesneden zijn.’ Ook hier weer het onherroepelijke van de tijd.”

 

Martin Koster (1950) is dichter en vertaalde voor de bundel Is ’t vandage of gister? gedichten van M. Vasalis in het Drents.

 

Ronald Ohlsen

 

RonaldOhlsen “Toen ik een jaar of zestien was ging ik vaak naar de bibliotheek in Delfzijl om gedichten te lezen. Uitgeverij Wolters-Noordhoff gaf in die tijd het literaire blad Diepzee uit met op de achterkant een gedicht. Voor een van de nummers was de keuze gevallen op Sotto voce. Ik las dat en raakte zozeer onder de indruk dat ik nog precies weet op welke plek ik zat op dat moment. Ik zou de tafel kunnen aanwijzen als die er nog stond.

 

Later kwam ik erachter dat ik ben opgegroeid met een tekst van Vasalis. Niet ver van onze voordeur in de Marcus Buschstraat in Delfzijl staat een beeld in brons van Anne Dekking- van Haeften met op de sokkel staat een tekst van Vasalis. Ik zal die regels als kind wel gelezen hebben, want ik las elke tekst die ik op straat tegenkwam hardop voor.

 

In 1987 heb ik haar opgezocht in haar huis in Roden. Ze leefde nogal teruggetrokken, maar ik vond haar zeer vriendelijk en buitengewoon scherp. Ik studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de RUG en heb haar geïnterviewd voor een vak waarbij je de opdracht kreeg iemand te interviewen. Ik was een jochie van negentien en had hoge dichterlijke aspiraties. Ongelofelijk, dat ik daar aan tafel zat met een van de grootste Nederlandse dichters van de twintigste eeuw.

 

 De grootste kwaliteit van haar poëzie is de ogenschijnlijke eenvoud ervan. Haar gedichten mogen dan toegankelijk lijken, maar als je ze aandachtig bekijkt, zie je met welk een raffinement ze geschreven zijn. Neem nou: ‘Nog is het mooi, 't geraamte van een blad, / vlinderlicht rustend op de aarde,’ De keuze voor de woorden ‘geraamte’ en ‘vlinderlicht’ is bijzonder uitgekiend. Vasalis verandert hier in twee korte regels een gevallen herfstblad in een stoffelijk overschot met menselijke trekken dat, oh ironie, de mogelijkheid lijkt te hebben om op te fladderen als een vlinder. Dat is nogal wat.

 

Ik lees haar gedichten nu al meer dan vijfentwintig jaar. Eén favoriet heb ik niet. Haar oeuvre kent zoals alle oeuvres hoogte- én dieptepunten. En soms spreekt een gedicht me ineens aan terwijl het me daarvoor nooit iets zei.”

 

Ronald Ohlsen (1968) is dichter en werkt met stichting Beeldlijn aan een documentaire over M. Vasalis.

 

Anneke Claus

 

AnnekeGlas “Het eerste gedicht dat ik van haar las stond in de Dikke Dautzenberg, het lijvige boek dat ik zo'n beetje elke dag meesleepte naar de Nederlandse les op de middelbare school. Als ik me niet vergis was het De idioot in het bad. Ik deze verzen stijgt Vasalis boven zichzelf uit. Het is zonder meer een van haar meest transparante, beschouwelijke teksten en, belangrijker nog, een van haar minst psychologiserende.

 

Waar veel van haar gedichten opgebouwd zijn als een serie (natuur)indrukken gevolgd door een helder inzicht en een introspectie aan het slot, ontbreekt hier de stem van psychiater Vasalis die zich afvraagt wat het zojuist waargenomen schouwspel voor haar persoonlijk betekent. Die teruggetrokkenheid geeft de tekst iets voyeuristisch; een scherp randje, dat in andere gedichten naar mijn smaak ontbreekt.

 

Er is nog een gedicht van Vasalis dat toen ik het voor het eerst las grote indruk op me maakte: Is het vandaag of gistren, een indringende tekst over haar hoogbejaarde demente moeder. Maar dat is jammerlijk besmet geraakt toen een tante het luid snikkend voordroeg op de begrafenis van mijn oma. De gelijkenis ging op tot in de kleinste details. Een betere manier om van een kunststuk een tearjerker te maken is er niet. Ik kan dat gedicht niet meer zien of horen.

Vasalis is een meester in personificaties. Voorwerpen, planten en dieren krijgen een ziel en diepe gedachten toegedicht en gaan een geheimzinnig eigen leven leiden. In het beste geval komen daar wonderlijke, dromerige teksten van. Maar soms dicht Vasalis haar stenen, bomen en ezels teveel menselijke eigenschappen toe - dat doet inbreuk op hun anders-zijn.

 

Het is moeilijk in te schatten of aan die mindere gebreken nog iets veranderd zou zijn als Vasalis' productie niet acuut na de Tweede Wereldoorlog was opgedroogd. Ze schreef toen nog wel, maar publiceerde niet langer, omdat ze haar persoonlijke zielenroerselen in het niet vond vallen bij het drama dat zich zojuist had voltrokken. De drie bundels die ze achterliet vormen een afgemetenheid waar veel dichters van vandaag nog een puntje aan zouden kunnen zuigen.”

Anneke Claus (1979) publiceerde als dichter twee bundels en is sinds eind januari stadsdichter van Groningen. Foto: Jan Glas.