Neie aovond rond het neie Drèentse lied
Rawie, Mirck en Niemöller in De Literaire Hemel

Jan Ketelaar last, schrijft, en gaat dan weer lassen

Ketelaar Jan Ketelaar (Hoogezand, 1959) is vooral bekend als beeldend kunstenaar. Maar vrijdag doet de in Drachten woonachtige ‘potzenmaker’ mee aan het nationale kampioenschap Poetry Slam in Utrecht, een voordrachtwedstrijd voor podiumdichters met een vakjury en een applausmeter.

 

Al zenuwachtig?

 

“Ik sta op met zweet in mijn handen en ik ga naar bed met zweet in mijn handen. Ik ben nu druk bezig tekst uit mijn hoofd te leren. Dat gaat goed. Maar het is nog niet vlekkeloos. Het nationale kampioenschap bestaat uit drie ronden, twee van drie minuten en een van acht minuten. Er zijn tien deelnemers. Na de eerste ronde volgt er commentaar van een vakjury en gaat de helft van de deelnemers door.”

 

Hoe belandt een beeldend kunstenaar bij een poetry slam?

 

“In Trouw stond een advertentie voor een slam in Amsterdam. Er werden dichters gezocht met podiumangst zonder rijmdwang. Dus ik zeg tegen mijn vrouw: ‘Zal ik eens?’ Het pakte goed uit. Tijdens mijn optreden was het doodstil, je kon de ventilator horen zwiepen. Het leverde een wildcard op voor de Amsterdamse finale. Die heb ik gewonnen. Met mijn optreden maakte ik Simon Vinkenoog nog aan het huilen. Hij zat in de jury.”

 

Hoe krijg je zoiets voor elkaar?

 

“Wat moet ik zeggen? Mijn gedichten zijn een beetje praterig, en soms venijnig. Ik heb een rustige voordracht, zonder veel stemverheffingen en wilde gebaren. Het klinkt negatief, en zo bedoel ik het niet, maar sommige slammers lijken gorilla’s. Die slaan zich op de borst en springen in het rond. Het is een merkwaardig wereldje. Vooral op internet gaat het er fel aan toe. Ik ben een outsider. In de beeldende kunst ben ik ook een outsider.” 

 

Schrijf je al lang gedichten?

 

“Niet zozeer gedichten. Ik schrijf al 35 jaar, maar daar ben ik nooit mee voor de dag gekomen. Ik heb twee boeken op de plank liggen. Het schrijven verandert: door de tijd leer je beter zeggen wat je denkt. Als ik aan het lassen ben, schiet mij wel eens iets te binnen, dat schrijf ik dan op, en dan ga ik weer lassen. Ik was nooit zo met poëzie bezig. Ik ben ook niet zo’n lezer. Ik heb twee boeken waar ik veel in lees: de Bijbel en een bloemlezing met de titel Door mij spreken verboden stemmen.

 

Hoe verhoudt het zich tot je beeldende werk?

 

“Ik zie mijn gedichten ook als potzen, als serieuze grappen. Het is een goede poot van mijn bedrijf. Het de beelden gaat ook goed, alsof mijn vette jaren zijn aangebroken. Ik heb het er heel druk mee. Vorige week heb ik voorgedragen bij de opening van een tentoonstelling. En nu willen mensen die gedichten op papier hebben. Maar er is nog geen bundel. Die komt pas in 2010. Of misschien eerder, als het in Utrecht goed gaat.”