Bert Natter: sierlijk debuteren doe je zó
Rutger Kopland is er nog en kan het nog

Tweede brief aan Theo Knippenberg

Geachte Theo Knippenberg,

 

Max&Moritz Toen uw antwoord op mijn vorige brief uitbleef, vreesde ik even dat ik met mijn opmerking over de druk en de nietjes uw toorn had gewekt. Maar kort geleden bezorgde de post een nieuwe aflevering van Bulkboek. Op de achterzijde van het blad zag ik dat in de tussentijd afleveringen zijn verschenen over verhalen van maximaal duizend woorden (nr. 8/9) en over ontdekking van de aarde (nr. 10). Ook u zit nog steeds niet stil.

 

Met de toezending van nummer 11 had u mij niet blijer kunnen maken. Dankzij Jan Blokker senior had ik begin dit jaar al vernomen dat het werk van Wilhelm Busch weer in de belangstelling staat. Het door u aangehaalde artikel van Carel Peeters in Vrij Nederland over de draaideurcrimineeltjes Max en Maurits was mij echter ontgaan. Hoezeer ik ook mijn best blijf doen, je kunt niet alles lezen.

 

Peeters’ suggestie dat Wilhem Busch (1832 – 1908) met zijn tekeningen bij de avonturen van Max en Maurits de aanzet heeft gegeven tot het ontstaan van het stripverhaal gaat echter veel te ver. Laat het de Egyptenaren en de makers van wandkleden in de Middeleeuwen niet horen. Maar dat Busch met zijn duo de tijd ver vooruit was, daar zal ik geen speld tussen steken.

 

Puk&Muk Al lezend en kijkend in Bulkboek 11 moest ik ineens denken aan Puk & Muk, een olijk tweetal dat vanaf de jaren dertig vooral op katholieke jongensscholen in Zuid-Nederland een grote populariteit wist te bereiken. Toegegeven, Puk & Muk zijn veel onschuldiger dan Max & Maurits, en hun verteller Frans Fransen had veel meer woorden nodig dan Busch om zijn punt te maken. Maar waar het mij om gaat, zijn de overeenkomsten.

 

Vooral de uiterlijke gelijkenissen zijn treffend: ondeugende knaapjes met ronde gezichten en mopsneuzen. Het kan niet anders, dacht ik, dat tekenaar Carl Storch van het bestaan van Max & Moritz op hoogte was. En ja hoor, na enige speuren op internet, de grabbelton voor ieders gelijk, ontdekte ik de onderlinge band. Storch bedacht zijn Puk & Muk in 1905 en werkte een tijd voor Fliegende Blätter, het Duitse tijdschrift waar ook de avonturen van Max & Maurits zijn gepubliceerd.

 

Geen geval van plagiaat misschien, wel van verregaande invloed en voortborduren op andermans succesvolle pad. Nooit is er eens nieuws onder de zon. Al moet ik er niet aan denken wat er van al die katholieke Puk & Muk-lezertjes terecht zou zijn gekomen als zij op jonge leeftijd met het originele venijn van Busch waren geconfronteerd. Aan sommige avonturen moet een mens niet te vroeg beginnen. Maar voor Max & Mauritz is het nooit te laat.