Previous month:
juni 2008
Next month:
augustus 2008

Hoort, daar waait de muze aan

IMG_6886 Nergens wordt zoveel aan poëzie gedaan als in Groningen. Zou er iets in het leidingwater zitten? Aan de vooravond van Dichters in de Prinsentuin, een van de grootste poëzie-evenementen van ons land, zoekt dichteres en bloemlezer Hannie Rouweler (Goor, 1951) naar een passende verklaring. “Het heeft met de ligging te maken, en met de mensen”, probeert ze. “Heel aardige mensen met een goede culturele ontwikkeling.”

 

Rouweler weet waar ze het over heeft. Enkele jaren geleden verliet ze omwille van de liefde Noord-Groningen om uiteindelijk in Vlaams Limburg neer te strijken. Gedreven door heimwee zette ze zich aan het samenstellen van de onlangs verschenen bloemlezing Uit het Noorden waait ze muze aan. “Een ode aan Groningen”, omschrijft ze de bundel met werk van 75 dichters. “Omdat ik mijn hart heb verpand aan de mensen en de omgeving.”

 

België is mooi, maar Groningen mooier, vertelt Rouweler. “Het komt door het licht. Hier in Diepenbeek ben ik omgeven door het groen van de bossen, maar boven mij blijven de wolken voortdurend hangen. In Groningen, en dan met name op Het Hoge Land, trekken ze voorbij.  Maar het komt ook door het sociale leven, de kunst en de cultuur en vele vriendschappen die ik in Groningen heb opgedaan.”

 

Rouweler benaderde zo’n honderd dichters uit haar kenniskring met het verzoek de band met Groningen te verwoorden. Het overgrote deel reageerde positief, zelfs bij dichters die al lang en breed uit de stad of provincie waren vertrokken bleek nog altijd een hechte band te bestaan. “Uit de meeste gedichten spreekt veel liefde”, vat ze de inzendingen samen. “Maar daar was het mij niet om te doen. Ik wilde een bloemlezing die Groningen recht doet.”

 

En dus komen ook de minder fraaie kanten aan bod. Chawwa Wijnberg roept bijvoorbeeld de verdwenen joden van Appingedam terug en John Schoorl schreef een half ironisch, half wrang gedicht op Klinkhamer:

 

Hongerige wenkbrauwen,

zien verder

dan zijn ogen.

 

Lonkend naar Nietzsche

met Schubert voor eeuwig

aan de beugelfles.

 

Zwartgallig juichend

krijgt hij erbij

wat hij is kwijtgeraakt.

 

De prooi uit Finsterwolde

laat zijn wolven

nooit meer los.

 

Dat de speurtocht zoveel opleverde, heeft Rouweler wel en toch ook weer niet verrast. “Het saamhorigheidsgevoel in Groningen is groot”, weet ze. “Het heeft alles met de ligging te maken. Juist omdat mensen in Noorden ver verwijderd zijn van de rest van Nederland zoeken ze elkaar op in de stad. Het isolement levert ook iets op. Komt bij dat er een rijke cultuur en geschiedenis is. Voor mensen die graag hun eigen gang gaan, zoals kunstenaars, is Groningen ideaal.”

 

Er zijn dagen waarop Rouweler het Noorden hevig mist. “Vooral het literaire leven. Waar ik nu woon, is bijna niets, want alle Vlaamse steden liggen op een uur reizen; je zit zo in Antwerpen of Gent. Maar dan nog: een beetje Vlaams dichter of schrijver is op Nederland georiënteerd – daar zitten de lezers en de grote uitgevers. Ik kijk er naar uit om weer in Groningen te mogen optreden. Nu voel ik mij iets teveel ambassadeur op afstand.”

 

Festival Dichters in de Prinsentuin: 23, 24 en 25 juli in de binnenstad van Groningen. Voor het complete programma zie www.dichtersindeprinsentuin.nl. Hannie Rouweler treedt vrijdag 25 juli op. De bloemlezing ‘Uit het Noorden waait de muze aan’ is verschenen bij uitgeverij Passage. Prijs: €14.50 (96 blz.).   


'Toen ging Hotze botsen! Nee toch? Kijk maar.'

Hotze  

'De chauffeur van de takelwagen was zeker ook even niet voorzichtig.' Illustratie: Noëlle Smit

 

Luisteraars die zich met een optreden bemoeien – je moet er van houden. In de muziek kan het vreselijk uitpakken, vooral als het publiek om verzoeknummers begint te roepen, altijd om de eeuwig bekende weg. En ook omgekeerd, als een zanger om 'die handjes' vraagt, of oproept tot meezingen en meeklappen – tenenkrommende spontaniteit.

 

In de kinderwereld gelden andere wetten. Daar kan een artiest ongestraft uitnodigen tot publieksparticipatie en is het gebedel om reacties soms zelf een garantie voor een geslaagd optreden. Hoe meer interactie hoe beter. Zeker bij de allerkleinsten. Wat is een poppenkastvoorstelling zonder kinderen die Jan Klaassen krijsend waarschuwen voor de achteropkomende boef?

 

Prentenboekenmakers Tjibbe Veldkamp en Noëlle Smit hebben het een-tweetje tussen de kunstenmaker en het publiek als uitgangspunt genomen voor hun eerste samenwerkingsproject. Hotze de botskabouter is zo opgezet dat de voorlezer en het publiek – in dit geval het kind op schoot – nadrukkelijk moeten samenwerken om het beste resultaat te behalen. Dat lijkt een open deur, want als een kind niet wil luisteren (en kijken) heeft voorlezen geen enkele zin. Maar Veldkamp en Smit gaan een stapje verder.

 

Het werkt als volgt: de verteller slaat het boek open en begint aan 'een saai verhaal over een voorzichtig kaboutertje' met een kabouterhelm en een kabouterautootje. Op het punt aangekomen dat er werkelijk iets staat te gebeuren, houdt de verteller zijn mond zodat het kind wordt uitgenodigd de stilte in te vullen: 'En toen ging Hotze botsen! Kijk maar.' Uitlokking heet zoiets. In de misdaadbestrijding en journalistiek worden er opmerkelijke resultaten mee behaald en in dit geval is dat niet anders.

 

Veldkamp heeft het verhaal zo opgezet dat het lijkt alsof het kind over voorkennis beschikt. Na het voorlezen van zinnen als 'Dat gebots de hele tijd. Misschien moet jij het maar verder vertellen, als je het zo goed weet.' – zinnen die dus los staan van het verhaal – wordt het kind geacht te reageren met, bijvoorbeeld: 'Goed hoor. Hotze ging fietsen.'

 

Een beetje vreemd is dat wel, want in de regel kan de doelgroep van Hotze de botskabouter nog niet lezen, maar ook daar is wat op bedacht. Op de achterflap wordt voorlezers aangeraden het boek van Veldkamp en Smit meerdere malen voor te lezen, zodat het kind zich bewust wordt van zijn rol en uiteindelijk ook zijn tekst kan onthouden.

 

Een en ander doet nogal gekunsteld aan, misschien wel iets te gekunsteld voor een op zich dun verhaal dat sterk leunt op de ontwapenende grapjes van Veldkamp. Maar daar staat tegenover dat de interactie zich op meerdere lagen afspeelt. Naast het lezen-luisteren en de gememoreerde omgekeerde rolverdeling tussen volwassene en kind nodigt het boek tevens uit tot samen acteren.

 

Los daarvan is Hotze de botskabouter ook nog eens een prachtig boek om naar te kijken, mede door de losse lijnvoering, het sterke kleurgebruik (veel wit!) en de vrolijkmakende tekeningen met steevast veel vaart. Noëlle Smit, die al behoorlijk naam heeft gemaakt als illustratrice van boeken voor de jongste jeugd, laat zien dat de natuur haar grote inspiratiebron is. Voor zover kabouters tot de mensen gerekend mogen worden, leggen haar mensfiguren het nog altijd af tegen haar insecten. Want hoewel Hotze alle aandacht opeist, is het dit keer een lieveheersbeestje dat de show steelt.

 

Het zijn de kleine dingen die het doen.

 

Boek: Hotze de botskabouter. Auteurs: Tjibbe Veldkamp (tekst) en Noëlle Smit (illustraties). Uitgever: Gottmer. Prijs: €12,95. Leeftijd: 3+.

 

 


Jeltje van Nieuwenhoven leidt zoektocht naar Dichter des Vaderlands

Een commissie onder leiding van Jeltje van Nieuwenhoven selecteert in het najaar ‘een aantal mogelijke kandidaten’ voor de nieuwe Dichter des Vaderlands. Dat heeft mede-organisator Poetry Internationaal donderdag bekendgemaakt.

 

Naast Van Nieuwenhoven (tevens voorzitter De Poëzieclub) hebben ook Thomas Vaessens (literatuurwetenschapper), Hester Knibbe (dichter), Arjen Fortuin (redacteur NRC Handelsblad) en Bas Kwakman (directeur stichting Poetry International) zitting in de commissie.

 

De commissie stelt eerst een longlist met geschikte dichters op. Vervolgens worden minimaal drie kandidaten gekozen die in een live televisieuitzending van de NPS op 28 januari worden voorgesteld. Aan het eind van de uitzending wordt bekend gemaakt wie de nieuwe Dichter des Vaderlands wordt.

 

“De commissie streeft naar een brede keuze van kandidaten en kijkt daarbij naar verschillende genres en stijlen. Criterium van de commissie is in ieder geval, dat de kandidaten minimaal twee bundels bij een erkende uitgeverij hebben gepubliceerd”, aldus Poetry.

 

Medio september wordt bekend op welke wijze de kandidaten en de uiteindelijke Dichter des Vaderlands exact gekozen worden en hoe het Nederlandse publiek daar bij betrokken wordt.

 

De opvolger van Gerrit Komrij en Driek van Wissen wordt geacht ‘vier jaar de Nederlandse poëzie te vertegenwoordigen op binnen- en buitenlandse podia, en in te spelen op nationale gebeurtenissen die tot poëzie nopen, onder andere door publicatie van verzen in NRC Handelsblad’.

 


Boek en expositie rond schoolplaten Cornelis Jetses

SchoolplaatJetses 'Aan het Hof van Karel de Grote' (1941) van Cornelis Jetses

 

De Fraeylemaborg in Slochteren, het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam en Museum Nairac in Barneveld bereiden tentoonstellingen voor met de schoolplaten van de Groninger illustrator Cornelis Jetses (1873 - 1955). Aanleiding is een boek waarin volgens uitgeverij Kok ten Have alle wandplaten van Jetses met commentaar worden afgebeeld.

 

Aan de uitgave, die in november verschijnt, wordt meegewerkt door onder anderen bijzonder hoogleraar illustratie Saskia de Bodt van de universiteit Utrecht, de pedagoog Ina Uphoff van de universiteit Würzburg, Duitsland en de schoolplatenspecialist Lenja Crins van het Onderwijsmuseum in Rotterdam. Samensteller van Jetses aan de wand is de historicus Jacques Dane, tegenwoordig coördinator collectiebeheer van het Onderwijsmuseum.

 

Cornelis Jetses heeft in totaal 22 schoolplaten getekend. Hiervan behoren achttien platen tot de bekende lesserie Het Volle Leven uit de jaren tussen 1906 en 1911. Hij maakte twee zogeheten geschiedenisplaten, Ter Walvisvaart (1911) en Aan het Hof van Karel de Grote (1941), plus twee vertelselplaten in 1910 bij het beroemde Aap-Noot-Mies-leesplankje van Hoogeveen.

 

Als maker van school- en wandplaten heeft Jetses altijd in schaduw gestaan van J.H. Isings, een illustrator die eveneens werkte voor de Groninger uitgever J.B. Wolters, het latere Wolters-Noordhoff. In Jetses aan de wand wordt onder meer verteld hoe Jetses de beginner Isings 'mooie opdrachten' gunde en vervolgens niet meer voor de schoolplaten van de vaderlandse geschiedenis werd gevraagd.

 

Daarnaast wordt in het boek het werk van Jetses in internationaal perspectief geplaatst, onder meer door het af te zetten tegen het werk van de Zweedse kunstenaar Carl Larsson en aandacht voor de Duitse invloeden in de platen van Jetses. De Groninger illustrator bracht aan het begin van zijn carrière enige jaren door in Bremen.

 

De expositie volgt op de succesvolle reizende tentoonstelling 100 jaar Ot en Sien uit 2004 naar de tekeningen die Jetses maakte bij de leesboekjes van Ligthart en Scheepstra. De primeur is 31 januari voor het museum in Rotterdam, daarna volgt Slochteren en in het najaar is Barneveld aan de beurt.


Wat lezen wij op vakantie? Karin Slaughter!

KarinSlaughter Hoe kun je een Nederlander op vakantie herkennen? Aan een boek van Karin Slaughter. De Amerikaanse auteur van spannende boeken is deze zomer met afstand de meest gelezen schrijfster. Dat blijkt uit een woensdag gepubliceerde lijst met bestverkochte boeken in ons land.

 

Slaughter, hier op een foto van Harmen de Jong, prijkt met liefst acht titels in de Bestseller 60, de wekelijkse hitlijst van de boekhandel. Een record volgens de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Slaughters thriller Versplinterd, over een moeder die een insluiper om het leven brengt, staat inmiddels voor de tweede week op nummer een in de lijst.

 

Andere populaire titels van haar hand zijn Trouweloos, Triptiek, Zoenoffer, Onaantastbaar, Een lichte koude huivering en Onzichtbaar. Slaughter is een relatieve nieuwkomer aan het boekenfront. Na haar doorbraak in 2001 met Nachtschade geldt ze als het boegbeeld van de vrouwelijke thrillerschrijvers.

 

Gedurende de zomer lezen Nederlanders traditiegetrouw veel thrillers. Uit onderzoek in opdracht van Bol.com blijkt dat de Nederlander twee à drie boeken meeneemt op vakantie. De laatste jaren gaan echter ook steeds meer dvd-spelers, spelcomputers en laptops mee. Volgens een schatting zeult de vakantieganger 9,5 kilo elektronica mee.


Stilte, geluid, muziek en Belcampo

Belcampo Belcampo in zijn tuin bij woning in Groningen. Foto: Frank Straatemeier

 

In het kielzog van het luisterboek kruipt ook het hoorspel uit de spelonken van de vergetelheid naar boven. Centrale figuur bij deze comeback is regisseur Peter te Nuyl. Nadat hij eerder Het Bureau van J.J. Voskuil en een aantal Ollie B. Bommel-verhalen van Marten Toonder tot hoorspel bewerkte, stortte hij zich onlangs vol overgave op het werk van de schrijver Belcampo (1902 – 1990).

 

Het resultaat van die laatste missie is door de HoorSpelFabriek uitgebracht op twee cd’s. Ze bevatten vier verhalen uit het fascinerende oeuvre van de voormalige Groninger studentenarts Herman Pieter Schönfeld Wichers: Bekentenis (1934), Het verhaal van Oosterhuis (1946), Gemengd bericht (1959) en De dingen de baas (1950).

 

Dat de verhalen van Belcampo zich lenen voor vertaling naar een ander medium is niet verrassend. Zijn bekende novelle Het grote gebeuren uit 1946, over de Apocalyps in Rijssen, het Overijsselse dorp waar de schrijver opgroeide, werd in 1975 al eens voor televisie bewerkt. Die uitzending bleek zo’n groot succes dat het nooit meer goed gekomen is tussen Belcampo en Rijssen.

 

Belcampo was een op en top vertellen. In het onlangs bij uitgeverij Passage verschenen Arcadia der Poëten beschrijft Herman Sandman hoe de schrijver zijn werk liet vertalen door stadgenoot Theo van Baaren om vervolgens op de bonnefooi naar het buitenland te vertrekken waar hij verhalen vertelde in ruil voor onderdak en eten.

 

Karakteristiek aan Belcampo’s vertellingen is een fantastische, magische en soms beklemmende sfeer. In vrijwel alle publicaties over zijn werk worden vergelijkingen getrokken met Franz Kafka en de Duitse schrijver E.Th.A. Hoffman aan wiens werk hij zijn pseudoniem ontleende. Daar mag Edgar Allen Poe aan worden toegevoegd, want ook Belcampo hield ervan lezers angst aan te jagen.

 

In de hoorspelen van Te Nuyl is dit laatste wat ondergeschikt, al klinkt in de opening, Bekentenis, nog wel iets onheilspellends door. We horen de stem van Jacob Derwig in een knarsende treinwagon en worden medeplichtig gemaakt aan een duister een-tweetje tussen een burgerman en een avonturier die van identiteit wisselen. Met als slot: “Hier zit ik nu; geen van u allen weet, wie van ons beide ik ben – en ik weet het zelf ook niet meer.”

 

De soms wat plechtstatige Belcampo-taal is ook gehandhaafd in De dingen de baas, het meesterstuk op de dubbelcd. We horen Mark Rietman als vader van een gezin dat ’s morgens wakker wordt en ontdekt dat de mensen hun macht zijn kwijtgeraakt over de voorwerpen die zij doorgaans zo achteloos behandelen.

 

Die Verwandlung van Kafka, maar dan anders, want met een bonte stoet personages en een sleutelrol voor een (snel)pratende pop die de ommekeer aankondigt. Te Nuyl haalt alles uit de kast om de revolutie hoorbaar te maken en blijft daarbij opvallend dicht bij de sfeer die wij met de jaren vijftig associeren.

 

Sterk is ook Het verhaal van Oosterhuis, over een man die zich in een oerwoud verstapt en in verborgen paradijselijke wereld belandt met een grimmige keerzijde. Een prachtig scala aan verfijnde geluiden komt voorbij: een carillon, terrasgeluiden, boten in het water, de geaffecteerde stem van Krijn ter Braak, vogels, geritsel, getik en hedendaags klassieke muziek.

 

Een hoorspel bevat in de visie van Te Nuyl vier elementen: stilte, geluid, muziek en tekst. Met dit kwartet heeft de regisseur naar eigen zeggen geprobeerd de verbeelding van Belcampo te verklanken: “De tekst speelt in dit polyfone kwartet meestal eerste viool, geluid is een betekenisdrager op zichzelf, muziek is structuur en stilte het raam van de verbeelding van de luisteraar dat wordt open gezet.”

 

Op papier mag zoiets zeer gewichtig lijken, op cd pakt het soms ronduit hilarisch uit. Zoals in Gemengd bericht waarin Rob van de Meeberg verslag doet van een dodelijk verkeersongeluk. Als vorm koos Te Nuyl voor een krakerige radio-uitzending met veel gerommel en geruis, met een beetje boze wil is er een parodie op de regionale omroep in te te herkennen.

 

En zo horen de luisteraars, thuis, Van de Meeberg in een fantasievol Nedersaksisch dialect vertellen hoe twee dorpelingen, vol verwondering over een verkeersbord, met eigen ogen willen aanschouwen wat er zo levensgevaarlijk is aan een ‘levensgevaarlijk kruispunt’:

 

“Ik zegge teeng Gatjan: ‘Begriep ie dat?’ ‘Nee,’ zeg e, ‘loaws ofstapm.’ Dat derre wie.”

 

Subliem.

 

Hoorspel: Belcampo. 4 verhalen. Stemmen: Jacob Derwig, Anneke Blok, Krijn ter Braak, Syvlia Hoeks, Mark Rietman, Rob van de Meeberg e.a.. Regie en bewerking: Peter te Nuyl. Uitgever: De HoorSpelFabriek. Prijs: €29,95 (2 cd’s)


‘Wacht niet tot na het ontbijt’

WerkmanZelfportret ‘Zelfportret, half naar links‘ (ca. 1934) van H.N. Werkman

 

In de hoop jongeren iets mee te geven over kunst en cultuur worden op scholen kunstmenu’s aangeboden. Hoe ging zoiets in het Assen van 1894? “De gebroeders Werkman zijn creatief en maken hun eigen speelgoed: papieren soldaten en speelgoedrenstallen met paardjes gezaagd uit hout”, lezen we in het boek H.N. Werkman. Het complete oeuvre. “Ze hebben bovendien een speelgoeddrukpers waarop ze boekjes maken.”

 

Een speelgoeddrukpers? Bij Bart Smit in Assen verkopen ze anno 2008 geen speelgoeddrukpersen. Nooit gedaan ook. Als Hendrik Nicolaas Werkman – over hem hebben we het – in deze eeuw jong zou zijn geweest, had hij via internet een pc en kleurenprinter gekocht om met zijn broers boekjes te maken. En dan in niet Assen, want zijn moeder had als weduwe uit Leens met drie kinderen nooit bij haar zus hoeven inwonen.

 

Werkman (1885 – 1945) staat deze zomer volop in de schijnwerpers. Nadat vorige maand twee monumentale boeken rond zijn werken werden gepresenteerd en in het Joods Historisch Museum in Amsterdam een tentoonstelling werd geopend rond ‘zijn’ uitgeverij De Blauwe Schuit, wordt met ingang nu zijn ontwikkeling als kunstenaar geschetst in het Van Gogh Museum in Amsterdam.

 

Druksels luidt de toepasselijke titel van de expositie in Amsterdam, een woord voor vrij werk en werk in opdracht – in alle soorten en maten. Want Werkman begint als drukker, in 1900 in Sappemeer, en eindigt ook zo. Drie dagen voor de bevrijding van Bakkeveen wordt hij doodgeschoten door de Duitsers, verdacht van het vervaardigen van illegaal drukwerk. In de tussenliggende jaren weet hij keer op keer zijn werk te vernieuwen, van abstract naar figuratief.

 

Werkman deed en kon als drukker meer dan in zijn tijd voor mogelijk werd gehouden. Over zijn zakelijke kwaliteiten moeten we kort zijn: zijn hart ging vooral uit naar de kunstzinnige kant van zijn vak. Van groot belang in dat verband is zijn toetreding in 1919 tot de Groninger kunstkring De Ploeg.

 

Wat opvalt, is een enorme gedrevenheid. Uit een manifest dat voorafgaat aan de beroemde uitgavenreeks The Next Call, waarin hij zijn visie op kunst en druktechniek demonstreert: “Aangezien wij dus overtuigd zijn dat het nog niet te laat is, zullen wij spreken. (…) Kunst is overal. Zijgedrevenheid. voorafgaat uitgavenreeks op demonstreert: overtuigd zullen Zij wordt den mensch als het ware door de vogels op de jas geworpen. (…) Naar de dageraad, als gij pionier wilt zijn. Getuig. Spreek. Wacht niet tot na het ontbijt, uit vrees dat uw opgewarmde koffie koud zal worden.”

 

The Next Call bestaat slechts negen nummers, tot halverwege 1926, als zijn drukkerij bijna failliet is. In de jaren daarna ontpopt Werkman zich definitief tot een kunstenaar die niet in één hokje is te stoppen. Hij filosofeert, bewondert, schildert, tekent, exposeert, correspondeert, schrijft gedichten, zuigt talloze invloeden in zich op: kubisme, expressionisme, dadaïsme, constructivisme. Groningen blijkt in de jaren twintig en dertig op kunstgebied verre van geïsoleerd.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog belandt de carrière van Werkman in een stroomversnelling. Allereerst is er het contact met de vriendengroep De Blauwe Schuit, de latere clandestiene uitgeverij die de Groninger drukker bekend maakt bij literair en lezend Nederland. Daarnaast is er de schaarste aan middelen die hem dwingt tot nog creatievere oplossingen. Het leidt in 1941 tot de creatie van de Chassidische legenden, volgens velen hét hoogtepunt van zijn artistieke werk.

 

De prenten van de Chassidische legenden maakten H.N. Werkman legendarisch, net zoals Het lied der achttien dooden de dichter Jan Campert legendarisch heeeft gemaakt. Toch is Werkman nooit opgenomen in de canon van de beeldende kunst in Nederland. In het boek H.N. Werkman. Het complete oeuvre wordt uitgebreid stil gestaan bij de vraag waarom zijn doorbraak is uitgebleven, ondanks alle onmiskenbare kwaliteiten.

 

Op de eerste plaats was Werkman geen schilder, maar een drukker en daardoor voor critici lastig te definieren. Op de tweede plaats is zijn schaarse en vaak kwetsbare (druk) werk te weinig geëxposeerd om breed bekend te raken. En ten derde werd hij halverwege de vorige eeuw te veel geassocieerd met De Ploeg, met kunst die lange tijd is weggezet als een aftreksel van het Duits expressionisme.

 

Wie de expositie in het Joods Historisch Museum bezoekt, weet welk onrecht hem daarmee is aangedaan. En alsof het nog nodig is, neemt Druksels in het Van Gogh Museum het allerlaatste beetje twijfel weg. Werkman zaaide ook zonder De Ploeg en was ook zonder De Blauwe Schuit ongetwijfeld verder gekomen. Maar zoals altijd liep het net weer even anders.

 

Expositie en boek

 

‘Druksels’ met werk van H.N. Werkman is tot en met 12 oktober te zien in het Van Gogh Museum in Amsterdam. Zie ook www.vangoghmuseum.nl  Het boek ‘H.N. Werkman. Het complete oeuvre’ is verschenen bij Nai uitgevers. Prijs: 65 euro (536 blz.)


'Het Pauperparadijs' dingt naar Grote Geschiedenis Prijs

Pauperparadijs Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen is genomineerd voor de Grote Geschiedenis Prijs. Ook het eerste deel van de dubbelbiografie van Jaap en Ischa Meijer van Eveline Gans dingt naar de onderscheiding voor het beste historische boek voor een breed publiek. Dat is maandag bekendgemaakt.

 

De twee titels zijn gekozen uit in totaal 282 boeken en maken met nog elf andere titels uit wie zich in oktober winnaar mag noemen van de met 10.000 euro gedoteerde prijs. Vorig jaar, toen de onderscheiding voor het eerst werd uitgereikt, ging de prijs naar Een nieuwe wereld van Auke van der Woud.

 

In het bejubelde Het Pauperparadijs beschrijft journalist Suzanna Jansen uit Amsterdam een zoektocht naar de wortels van haar voorouders in de heropvoedingsgestichten van Veenhuizen aan het eind van de negentiende en het begin van twintigste eeuw. Haar boek behoort al weken tot de best verkochte uitgaven van het afgelopen jaar.

 

Jaap en Ischa Meijer. Een joodse geschiedenis, 1912-1956 van Eveline Gans is eveneens een familiegeschiedenis. Gans beschrijft in het eerste deel het tragische leven van Jaap Meijer, ook wel bekend als de Winschoter dichter Saul van Messel, de vader van Ischa Meijer. Het leven van deze mediapersoonlijkheid wordt in het nog te verschijnen deel twee beschreven.

 

Op de longlist prijken verder onder meer Van Agt. Biografie. Tour de force van Johan van Merriënboer, Peter Bootsma en Peter van Griensven, Jonkheer D. J. de Geer. De teloorgang van een minister-president van Henk van Osch, Sympathie voor de RAF. De Rote Armee Fraktion in Nederland, 1970-1980 van Jacco Pekelder, Mannen van gezag en De uitvinding van de Tweede Kamer 1848-1888 van Jouke Turpijn. Ook Drie oorlogen. Een kleine geschiedenis van de 20ste eeuw van Maarten van Rossem dingt mee naar de prijs.

 

De Grote Geschiedenis Prijs is ingesteld om de kwaliteit van historische boek in Nederland te benadrukken en verder te stimuleren. Juryvoorzitter is Frits van Oostrom, universiteitshoogleraar in Utrecht en voorzitter van de rijkscommissie Canon van Nederland.

 

Begin september wordt een shortlist van vijf boeken gepubliceerd en zal de jury, met verder ook Hans Renders van het Groninger Biografie Instituut, zich buigen over de uitverkiezing van de winnaar. De NPS zendt de prijsuitreiking op 6 oktober uit.


Ilja Pfeijffer onthult trede ‘Theater van de natuur’

In aanwezigheid van Ilja Leonard Pfeijffer als speciale gast wordt 6 september in Sellingen de twaalfde trede van het 'Theater van de Natuur' onthuld. Het betreft dit keer een tekst van K. Schippers. De onthulling is om 14.30 uur. Verzamelplaats is het infocentrum van Staatsbosbeheer, Dennenweg 1a in Sellingen.

 

Het 'Theater van de Natuur’ is een heuvel met op de top een uitkijk in de vorm van een draaibaar toneelkader. Met het project van kunstenaar Adriaan Nette werd in 1995 de reconstructie afgesloten van de beek Ruiten Aa tussen Ter Apel en Wessinghuizen. Jaarlijks maakt een dichter of zangers een tekst geïnspireerd vanaf de heuvel die vervolgens in een traptrede wordt gegraveerd.

 

In de woorden van Nette: ‘een entree in de wereld die wij natuur noemen en zich hier openbaart...’ Schippers werd vooraf gegaan door onder anderen Levi Weemoedt, Hagar Peeteres, Jean Pierre Rawie, Adriaan Morriën, Rutger Kopland en H.H. ter Balkt.