Previous month:
mei 2008
Next month:
juli 2008

‘Een beetje doen alsof je God bent’

TjibbeTjabbes Vorig maand verscheen het nieuwste boek van Harm de Jonge uit Boerakker: Tjibbe Tjabbes’ Wereldreis. Het ‘fictieve non-fictie boek’, waarvoor hij samenwerkte met illustrator Fiel van der Veen, beschrijft hoe in de achttiende eeuw een wetenschapper bijzondere dieren voor een nieuwe zondvloed probeert te redden.

 

De geoefende lezer kan in Tjibbe Tjabbes’ Wereldreis Jules Verne, Herman Melville, het reisverslag van Abel Tasman, de Bijbel en Darwin in herkennen. Maar bovenal is het een typische Harm de Jonge, een met veel taalliefde voor vertelplezier samengestelde uitgave voor alle leeftijden waarin de belangrijke thema’s uit zijn werk aan de orde komen.

 

Juf Stubbe

 

“Ik ben een zoon van een schippersechtpaar en was acht jaar toen ik naar de lagere school ging, een school voor schipperskinderen. Twee jaar te laat. Ik geloof niet dat ik er iets aan over gehouden heb. Mijn eerste juf was juf Stubbe, een wonderbaarlijk engelachtige verschijning, met gouden haar. Ze was zo mooi dat ik dacht dat de hemel gevuld zou zijn met juf Stubbes. Alle jongens in de klas waren verliefd. Dat ging zo ver, dat het een strijd werd wie haar fiets in het rek mocht zetten. Dan stonden we haar bij het hek op te wachten. Later holden we haar over de brug tegemoet om als eerste een hand op haar fiets te kunnen leggen.”

 

Eenzaamheid

 

“In al mijn boeken speelt het belang van vriendschap een grote rol. In Tjibbe Tjabbes’ Wereldreis zijn het professor Tjabbes en schipper Hotze Horzelhaak die elkaar zoeken. Het heeft ongetwijfeld met mijn kinderjaren op de boot met mijn ouders te maken. Het kwam bijvoorbeeld voor dat we een dag in Dusseldorf waren en ik even met een jongetje van mijn leeftijd kon spelen, maar de volgende dag vertrokken we weer. Eenzaam? Als kind besef je het niet, maar het vormt je wel. Later, toen ik in Groningen op school zat, ging ik in de weekeinden terug naar mijn ouders. Na afloop zette mijn moeder mij in Maastricht op de trein naar Groningen en werd een vreemde gevraagd of-ie een beetje op mij wilde letten.”

 

Woutertje Pieterse

 

“Bij de uitreiking van de Woutertje Pieterseprijs voor Josja Pruis werd een groepsfoto gemaakt van alle winnaars van de afgelopen twintig jaar. Ineens verkeerde ik in het gezelschap van kanonnen als Guus Kuijer en Toon Tellegen, schrijvers waar ik een grote bewondering voor heb omdat ze op een literaire manier iets proberen te vertellen. Op de foto sta ik in hun midden. Het iets wat je graag wilt, maar als het je dan overkomt, is het een merkwaardige ervaring. Josja Pruis is mijn beste verkochte boek - het wordt niet alleen door kinderen, maar ook door volwassenen gelezen – de belangstelling is nog steeds heel groot.”

 

Knikkers

 

“Schrijven is een manier om je leven te documenteren. Mijn boeken zijn autobiografisch in de zin dat ze biografietjes bevatten van mensen die ik ben tegengekomen. Zo iemand als Brakker uit Tijgers huilen niet heeft echt bestaan. Hij liep op een dag het schoolplein op en vroeg of hij mee mocht spelen. Hij leende onze knikkers en won alles. Heel indrukwekkend. Het Peergeheim, de voorloper van Josja Pruis, gaat over een vroeggestorven jongen die ik heb gekend. Ik wil zo iemand een gezicht geven.”

 

Ontlezing

 

“Er bestaat een neiging om mijn werk als moeilijk te omschrijven – daar kan ik mij kwaad over maken. Want wat is moeilijk? W.G. van der Hulst werd ook niet als moeilijk ervaren. Het heeft te maken met de tijd waarin we leven, denk ik. Er is een zwaar gesubsidieerde stichting in het leven geroepen om het lezen te bevorderen, stichting Lezen, terwijl het leesonderwijs op de pedagogische academies de nek om is gedraaid. 25 jaar geleden moest je als onderwijzer in opleiding twintig boeken per jaar lezen, tachtig boeken in totaal. Pedagogen schaften die verplichting af, omdat lezen iets zou zijn wat een leraar toch wel in zijn vrije tijd doet. Nee dus. Van iemand die geen boeken heeft gelezen, kun je ook niet verwachten dat hij het plezier van lezen op kinderen kan overbrengen.”

 

Filosofie

 

“Ik geef kinderen graag een voorzetje op de grote dingen. In Tjibbe Tjabbes’ Wereldreis doe ik dat door vraagtekens te plaatsen bij het bijbelverhaal over de Ark van Noach, door vragen te stellen over God. Filosofie hoort er bij. Je als kind niet alleen leren rekenen en lezen, maar ook leren nadenken. Een schrijver hoef je niet af te dalen naar het niveau van het kind, je kunt het kind ook leren klimmen. Op de grens tussen kennen en niet-kennen leer je het meest.”

 

IJdelheid

 

“Ik kon relatief vroeg stoppen op de lerarenopleiding, sindsdien ben ik fulltime schrijver. Het is allemaal hartstocht. Spelen met taal. Scheppen. Je doet toch een beetje alsof je God bent. Natuurlijk ben ik ijdel. Zo’n foto waarop mijn achterhoofd wordt getoond, heb ik liever niet. De publiciteit is het minst leuke - zeker als het over mij gaat, en niet over mijn werk. Ik was in Gent op een Kinderjuryfeest en er komt een meisje naar mij toe dat een boek wil kopen. Blijkt dat ze te weinig geld heeft. Dus ik zeg: jij krijgt dat boek zo wel. Is het boek uitverkocht. Ik haar adres gevraagd en thuisgekomen een exemplaat opgestuurd. Een echte Groninger doet wat hij zegt. Gisteren schreef haar vader hoe blij ik haar had gemaakt. Dat is de aandacht die mij streelt.”

 

Boek: Tjibbe Tjabbes’ Wereldreis. Auteur:Harm de Jonge. Uitgever: Van Goor. Prijs: €14,95 (144 blz.)


Uit het oog van mij zei God

Driehistories Jaarlijks verschijnen tienduizenden boeken en slechts een enkeling valt op door zowel inhoud als uiterlijk. 345 Drie Histories van uitgeverij AfdH is zo’n boek. Gerrit Krol leverde voor de uitgave drie op de bijbel geïnspireerde, minimalistische gedichten, zijn dochter Ellen maakte er textielillustraties bij en vormgever Martien Frijns zorgde voor de verpakking: een stoffen omslag, een luxe wikkel, een opengemaakte rug, verschillende lettertypen en papiersoorten.

 

Slechts vijfhonderd exemplaren zijn gemaakt van deze kandidaat voor de titel best verzorgde boek van het jaar. Prijs per stuk: 55 euro. Duur? Het is maar hoe je er naar kijkt. Voor hetzelfde bedrag zit je nog niet eens op de derde rang bij de musical Tarzan in Scheveningen. Exclusief reis- en bespreekkosten. Uitgever Paul Abels spreekt van een kunstwerk-in-oplage. “Wij denken eerst aan het boek”, zegt hij. “En daarna pas aan de markt.”

 

Het initiatief voor 345 Drie Histories lag bij Gerrit Krol. Eind jaren zeventig schreef hij op een hete dag op kantoor een gedicht over Adam en Eva met louter drieletterwoorden. Weer later kwamen daar nog twee andere gedichten bij, eveneens geïnspireerd op de bijbel, ditmaal met vier- en vijfletterwoorden. “Die drie wilde hij nu bundelen,” vertelt zijn dochter Ellen. “Omdat ik ooit voor zijn verjaardag een uitgave van het eerste gedicht had gemaakt, kwam hij bij mij.”

 

De in Amsterdam werkende Ellen Krol belandde met haar plannen bij de uitgever in Enschede en werd prompt gevraagd een bijdrage te leveren aan een boek met Rilke-gedichten in het Nedersaksisch. Twee maanden nadat die uitgave werd bekroond met de Dagblad van het Noorden Streektaalprijs kon 345Drie Histories in de lucht gehouden worden. “Wat zal ik er van zeggen”, lacht de kunstenares. “Dat dit het mooiste is wat ik tot nu toe heb gemaakt?”

 

Als beeldend kunstenaar maakt Krol ruimtelijk werk, animatiefilms en illustraties. Voor 345 Drie Histories vervaardigde ze van lapjes textiel bij elk gedicht twee collageachtige verbeeldingen van bijbeltaferelen. “Mijn favorieten zijn de voorstelling waarop Adam en Eva uit het paradijs worden verdreven, vanwege het kuifje van de verbaasde Adam en die lekkere ronde Eva, en de illustratie waarop Kaïn zijn broer Abel de schedel inslaat, vanwege de zwarte kant die zich uit Kaïn losmaakt.”

 

Vader Gerrit is met de bijbel opgegroeid, voor dochter Ellen is de bijbel op de eerste plaats een boek van mensen. “We spelen beide met teksten die andere mensen als heilig zien, dat klopt”, reageert Ellen Krol. “Maar het is wel met respect gedaan. Mijn vader en ik hebben er niet iets compleet anders van gemaakt. Dat er nu wat humor in zit, daar is volgens mij niets mis mee.”

 

Bijbelteksten zoals over de verdrijving uit het paradijs, de broederstrijd en ook de geboorte van Christus behoren tot de meeste verbeeldde teksten ter wereld. Ellen Krol heeft zich bij het maken van haar illustraties niet laten leiden door voorbeelden, zelfs niet ter inspiratie. “Ik wilde het echt uit mezelf halen”, zegt ze. “Maar het smaakt wel naar meer. Ik zou nu wel eens een kinderbijbel willen illustreren.”

 

Boek: 345 Drie Histories. Auteurs: Gerrit Krol (gedichten) en Ellen Krol (illustraties). Verzorging en concept: Martien Frijns en Paul Abels. Uitgever: AfdH. Prijs: 55 euro (36 blz.).

 

 


Festival Jazz Vibes krijgt vervolg

Festival Jazz Vibes gaat op herhaling. Dat heeft theater De Tamboer maandag bekendgemaakt op basis van de geslaagde eerste editie, afgelopen zaterdag in Hoogeveen. Ruim achthonderd bezoekers woonden in De Tamboer optredens bij van onder meer Trijntje Oosterhuis, New Cool Collective, Kim Hoorweg, Room Eleven, dj Sem van Gelder en Joost Swart’s Tetra met gastvocaliste Francien van Tuinen. De volgende editie van Jazz Vibes staat geprogrammeerd voor zaterdag 6 juni 2009.


Festival Zomerzinnen: mooi dat het kan

De eerste editie van Zomerzinnen mocht dan vorig jaar in Wezup enorme drommen op de been hebben gebracht, grote vraag was of dat succes in Veenhuizen herhaald kon worden. Een festival naar een andere locatie verplaatsen is niet zomaar iets, daarbij vond het evenement zaterdag plaats in misschien wel het drukste weekend van het jaar en er werd nu ook nog eens entree gevraagd.

 

Maar zie: om en nabij de duizend mensen waren naar het Gevangenismuseum gekomen om iets mee te pikken van een overladen programma. Net als vorig jaar prijkten grote namen op het affiche, de nadruk lag op schrijvers van ‘spannende boeken’: Jan en Sanne Terlouw, René Appel, Lieneke Dijkzeul, Tineke Beishuizen, Elvin Post. Tomas Ross had zich afgemeld, Charles den Tex was op de valreep toegevoegd.

 

De openingsact kwam uit de cabarethoek. Erik van Muiswinkel is geen groot zanger, maar als voorman van een prima band en liefhebber van literaire teksten weet hij goed met welk muziekrepertoire een lezerspubliek vermaakt moet worden. ‘Hoogtepunt’ van zijn optreden was een lange uitvoering van De nozem en de non, compleet met typetjes als Willem van Hanegem, Anton Geesink, Toon Hermans en Paul van Vliet.

 

Vergeleken met Wezup zat de programmering slim in elkaar; er kon nu werkelijk geshopt en gezapt worden. Zo zagen we Jan Veenstra en Geert-Jan Braber een amusante mini-meezing-moord-musical in de luchtkooi opvoeren, werden we door de twee bewakers van PeerGroup langs een geestdodende chaingang naar een monoloog gevoerd en hoorden we Erik Harteveld en Jan Meiborg een ongepolijste blues zingen in een steriel conferentiezaaltje.

 

Voor de grote namen waren bijpassende tenten opgericht. Suzanna Jansen trok volle bak, bij Jan en Sanne Terlouw mocht niemand meer bij, Adriaan van Dis gaf twee keer voor driehonderd man een gelikte one-man-show. Elvin Post hield daarentegen een handvol bezoekers bezig met een presentatie volgens het principe ‘petje op petje af’ en dansgezelschap Vloeistof zette rond een oude Lada een alleraardigste opvoering neer van de voorstelling Hondengeluk.

 

Toch wilde het maar niet spannend worden in Veenhuizen, laat staan bruisen. Dat lag niet zozeer aan de genodigde schrijvers en de opzet van het evenement als wel aan de locatie. De binnenplaats van het Gevangenismuseum bleek domweg te groot om een festivalsfeer te doen ontstaan. Wie niet aan de lippen van een auteur hing, doolde verloren over gras en grint. Een tijdelijk verblijf in een voormalig gesticht is toch iets anders dan in een pittoresk gehucht.

 

Los daarvan: mooi dat het kan, zo’n professioneel opgezet festival, met professionele schrijvers, waarbij een deel ook nog eens professioneel wordt betaald. Het publiek wil wel. Waar de volgende editie van Zomerzinnen plaatsvindt, is nog niet duidelijk, maar dat-ie er komt staat vrijwel vast. Misschien wel in Dierenpark Emmen. Op basis van het nieuwe boekenweekmotto ‘Tjielp Tjielp - De literaire zoo’ kunnen ze daar dan mooi aantonen dat cultuur en dieren inderdaad fatsoenlijk door één deur kunnen.

 


Literatuurfestival TaalTheaterNacht stopt ermee

De TaaltheaterNacht, het oudste literatuurfestival in Noord-Nederland, stopt er mee. Na achttien afleveringen heeft de organisator, Stichting Taalpodium Emmen, besloten verder te gaan met kleinschalige evenementen op verschillende locaties.

 

Het besluit volgt op een aantal edities met teruglopende publieke belangstelling en beperkte mogelijkheden om in Emmen een modern literatuurfestival te houden. Na een bloeiperiode in theater De Muzeval werd de TaaltheaterNacht de laatste jaren in de Grote Kerk van Emmen gehouden. “Een schitterende ruimte, maar te statisch”, aldus Stichting Taalpodium Emmen.

 

Om het literaire klimaat in Zuid-Drenthe op niveau te houden, gaat de stichting nu bijeenkomsten beleggen met kleinere programma’s op verschillende locaties. De eerste bijeenkomst vindt 17 september plaats in Markant in Emmen rond het thema ‘gemeente- en stadsdichters’. Daarna volgt een bijeenkomst in de synagoge van Emmen rond ‘joodse literatuur en cultuur’ en een bijeenkomst gericht op jongeren rond ‘rap en hiphopcultuur’.

 

Voorzitter Tim de Poel zegt in een reactie nog steeds niet goed te begrijpen waarom de belangstelling voor de TaalTheaterNacht de laatste jaren zo is afgenomen. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig trok het festival in De Muzeval vele honderden bezoekers, de laatste editie in de Grote Kerk nog geen 150. “De programmering is altijd goed geweest, we hebben altijd met grote namen gewerkt, daar lag het niet aan.”

 

Volgens De Poel hebben het gedwongen vertrek uit De Muzeval en het wegvallen van de provinciale steun de teloorgang van het festival bespoedigd. Het theater in Emmen moest worden verlaten vanwege slecht onderhoud aan het gebouw, de provinciale steun viel weg omdat Drenthe een tweede literair festival van de grond wilde tillen, Zomerzinnen. Dat evenement vindt zaterdag plaats, in het Gevangenismuseum in Veenhuizen.

 


Van Dis en Francine Oomen op Het Tuinfeest

Theater Bouwkunde heeft de programmering voor poëziefestival Het Tuinfeest in Deventer bekendgemaakt. Op het programma van de elfde editie staan dertig namen onder wie Adriaan van Dis, die onlangs een bibliofiele bundel heeft uitgebracht, en Francine Oomen, die eerder dit jaar debuteerde met poëzie voor volwassenen. Plaats van handeling: de kloostertuinen van Deventer op 2 augustus.

 

Het programma vermeldt optredens van: Jan Baeke, J. Bernlef, Pim te Bokkel, Pieter Boskma, Tsead Bruinja, Maria van Daalen, Ton van Deel, Adriaan van Dis, F. van Dixhoorn, Bärbel Geijsen, Eva Gerlach, Annemieke Gerrist, Erik Jan Harmens, Judith Herzberg, Krijn Peter Hesselink, Sasja Jansen, Saskia de Jong, Jaques Klöters, Gerrit Komrij, Ruth Lasters, Peter van Lier, Francine Oomen, Jos Paardekooper, Jean Pierre Rawie, Ilse Starkenburg, Hans Verhagen, Simon Vinkenoog, Marjoleine de Vos, Menno Wigman en Driek van Wissen.

 

De muziek wordt gemaakt door Marike Jager, Speelman & Speelman en Angela Groothuizen.

Kaarten zijn via de website www.hettuinfeest.nl te koop voor € 27,50 per stuk.


Simon Vinkenoog hoofdgast Drentse Open Dicht

Simon Vinkenoog is aangetrokken als hoofdgast van de tweede editie van het Drentse Open Dicht Poëziefestival 17 augustus in de bossen van het Sleenerzand. Anders dan vorig jaar wordt tijdens het evenement met meerdere podia gewerkt met muziek en voordrachten van 25 dichters.

 

Voorafgaand aan het festival worden vier ‘poëtische maandagavonden’ georganiseerd bij het hunebed De Papeloze kerk te Schoonoord. Op 21 juli wordt de avond samengesteld door Delia Bremer, op 28 juli door Harrie Timmerman, voorzitter van de Culturele Raad van Schoonebeek, op 4 augustus door Rik Holwerda en op 11 augustus door de stadsdichter van Coevorden, Mart Brok. Aanvang is steeds 21.00 uur.


Meedoen met de rest van literair Nederland

CoenPeppelenbos

Foto: Jan Glas 

 

Coen Peppelenbos is een van de meest prominente figuren in het literaire leven van Noord-Nederland. Hoofdredacteur van tijdschrift Tzum, redacteur bij uitgeverij Kleine Uil, co-auteur van twee vrolijke homoromans, actief weblogger, recensent voor de Leeuwarder Courant, interviewer van auteurs en sinds vorig jaar tevens dichter. Het enige wat nog op zijn CV ontbrak was een serieuze roman.

 

Sinds afgelopen zaterdag is ook die opdracht volbracht. In kasteel Het Nijenhuis in Heino, niet ver van zijn geboortedorp Raalte, presenteerde Peppelenbos (1964) zijn Victorie. Zes jaar heeft hij aan het boek gewerkt, met onderbrekingen. Als mensen hem vragen waar zijn officiële debuutroman over gaat, breekt het zweet hem uit. “Ik vind het vreselijk moeilijk om al dat werk in een paar zinnen samen te vatten”, zegt hij.

 

Victorie vertelt hoe drie jongeren op het platteland hun grenzen verkennen. Wat onschuldig begint met het uitdagen van docenten loopt uit de hand: er valt een dode, er wordt iemand gevangen en misbruikt, er wordt een stille tocht gehouden en er lijkt zelfs volksbeweging te ontstaan. Het verhaal wordt verteld vanuit verschillende perspectieven en handelt over populisme, cynisme in het onderwijs, ontluikende liefde en benepenheid op het platteland.

 

Victorie begint als een zedenschets over massahysterie. “Eigenlijk begrijp ik er niets van, dat mensen ergens massaal achteraan willen lopen”, verklaart Peppelenbos. “Ik hou zelf meer van drie keer nadenken. Ik hou van twijfel. Zo’n Rita Verdonk die haar standpunten laat afhangen van wat volk wil, dat vind ik helemaal erg. Daar komen alleen maar domme dingen van. Besturen moet je overlaten aan mensen die dat kunnen.”

 

In de roman speelt toeval een belangrijke rol: de hoofdpersonen worden buiten hun wil meegesleept. Peppelenbos gelooft niet in een plan de campagne. “Ook niet tijdens het schrijven. Toen ik aan Victorie begon dacht ik aan een charismatisch biseksueel personage dat in de politiek beland. Nadat Pim Fortuyn werd doodgeschoten, heb ik hele stukken van mijn manuscript weggegooid.”

 

De suggestie dat hij een pamflet wilde schrijven, wordt verworpen. “Ik ben niet zo boodschapperig. Mijn opvattingen zijn niet zo uitgesproken dat ik daar een hele roman aan wilde ophangen. Het ging mij op de eerste plaats om het vertellen van een goed verhaal dat met plezier gelezen kan worden en langer meegaat dan drie jaar. In de literaire kritiek worden romans die voortdurend naar zichzelf verwijzen hoger aangeslagen dan verhalen met een kop en staart. Ten onrechte, vind ik.”

 

Peppelenbos komt oorspronkelijk uit Salland, een regio die in Victorie weinig fraai wordt afgeschilderd. “Als jonge homoseksueel is Raalte niet de meest prettig omgeving om op te groeien”, vertelt hij. “Er is ooit een plan gelanceerd om midden in het dorp een homohotel te openen. Dat leidde tot een waar volksgericht. Het zegt veel dat ik pas in Groningen mijn coming out beleefde.

 

Salland is een wat vergeten streek, schetst de schrijver. “Voor moderne kunst moest je naar Heino. Er was één boekhandel in het dorp, die ging dicht toen ik naar Groningen verhuisde. Nu is er alleen nog een Bruna, met achter in de winkel wat literatuur en een zielig plankje poëzie: Nel Benschop, Toon Hermans, de bloemlezingen van Rainbow. Raalte heeft één schrijver voortgebracht. En dat ben ik.”

 

Hoewel Peppelenbos nauw verbonden is aan uitgeverij Kleine Uil, is Victorie verschenen bij De Arbeiderspers. Een kwestie van ambitie: “Ik wil meedoen met de rest van Nederland en dan is het verstandig om je eerste serieuze boek uit te laten geven door een grote uitgever. Als je werk uitbrengt bij een uitgever in Groningen, is de entree gewoon anders. Zeker bij de landelijke pers. Ik heb nu veel meer moeten vechten voor mijn roman. Daar is het boek niet slechter van geworden.”

 

Boek en interview

 

‘Victorie’ van Coen Peppelenbos is verschenen bij De Arbeiderspers. Prijs: €16.95 (blz. 198). Zaterdag interviewt de schrijver in het Gevangenismuseum in Veenhuizen de auteur Rascha Peper. Aanvang 20.10 uur. Een week later, 21 juni, praat hij in Athena’s Boekhandel in Groningen met Ellen Deckwits over zijn eigen roman. Aanvang 16.00 uur.

 


Onderbetaling regioschrijvers krijgt staartje

De door Bart FM Droog aangezwengelde discussie over het onderbetalen van regionale schrijvers krijgt een staartje. Streektaalauteur Martin Koster en het Drentse statenlid Bert Hemsteede (PvdA) vinden dat Droogs afmelding voor festival Zomerzinnen, zaterdag in Veenhuizen, steun verdient van andere Drentse en Groninger schrijvers.

 

“Als een organisatie een festival organiseert waar alle auteurs voor niets optreden, dan is daar niets mis mee”, stellen Koster en Hemsteede. “Maar als de organisatie de een duizend euro geeft en de ander niets, dan is er aardig wat mis. Schrijvers weet wat je waard bent, treedt niet langer op voor wat drinkgeld als een ander een knip vol geld mee naar huis krijgt.”

 

Dinsdag maakte Zomerzinnen bekend dat op de valreep een extra schrijver aan de officiële programmering is toegevoegd: Charles den Tex, winnaar van de Gouden Strop. Aanvankelijk paste zijn optreden niet binnen de begroting, maar volgens programmacoördinator Evelien Huizinga is de provincie Drenthe bereid de extra kosten te betalen. Het gaat volgens Huizinga daarbij om een bedrag van ‘enkele honderden euro’s’. “Waar hebben we het over?”

 

Bart FM Droog liet vorig week weten alleen naar Veenhuizen te komen als hij volgens het gangbare auteurstarief van de Schrijvers School Samenleving wordt betaald. Die honorering – minimaal 225 euro – krijgt de gemeentedichter van Emmen niet, omdat hij ‘slechts’ is gevraagd voor de presentatie het boek Zeuvendaagse met teksten van zijn hand. Daar staat een onkostenvergoeding tegenover. Martin Koster is voor dezelfde presentatie uitgenodigd.

 

Geconfronteerd met het verwijt dat Zomerzinnen bij de honorering van auteurs met twee maten meet, doet coördinator Huizinga er het zwijgen toe. Ze wijst er op dat Droog niet door de organisatie van het festival is benaderd en omschrijft de discussie over de betaling van auteurs als ‘een heleboel gedoe’.

 

Statenlid Bert Hemsteede neemt de zaak over de onderbetaling hoog op, zegt hij in een toelichting. “Vorig jaar heb ik de ongelijke vergoedingen op Zomerzinnen ook al aan de orde gesteld. Ik begrijp heel goed dat je trekkers meer moet betalen. Maar als je trots bent op de literatuur van je regio moet je dat in de honorering van je auteurs ook laten blijken.”


Westerveld Culturele Gemeente van Drenthe in 2009

De gemeente Westerveld is dinsdag officieel uitgeroepen tot vierde culturele gemeente van Drenthe. De gemeente volgt daarmee Hoogeveen op dat zich nog tot dit najaar culturele gemeente mag noemen. Als motto wil Westerveld 'Duusternis & Laokeblad' hanteren. Het programma zal onder meer gericht zijn op ‘het leggen van verbindingen tussen dorpen en woonkernen, tussen verleden, heden en toekomst’. De gemeente ontvangt daartoe van de provincie 90.000 euro.